ECLI:NL:GHARL:2026:5266

ECLI:NL:GHARL:2026:5266

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 12-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.361.653/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Proceskostenvergoeding. Door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand? De gemachtigde is de geregistreerd partner van de betrokkene en zij wonen op hetzelfde adres. In een dergelijk geval moet in beginsel worden aangenomen dat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis is verleend en daarom niet kan gelden als beroepsmatig verleend. Dit kan mogelijk anders zijn indien dit met concrete feiten of omstandigheden wordt onderbouwd. Dat heeft de gemachtigde niet gedaan. De in deze zaak door de gemachtigde verleende rechtsbijstand gaat de gebruikelijke hulp tussen partners niet te buiten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 9 september 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. A.E. Noordhuis, kantoorhoudende te Hornhuizen.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 300,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 56,69.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Daarnaast is gevraagd om vergoeding van immateriële schade. Tot slot is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.

Bij brief van 12 februari 2026 heeft de advocaat-generaal het hof bericht dat de inleidende beschikking wordt vernietigd en dat de gemachtigde van de betrokkene daarover is geïnformeerd.

Op 28 mei 2026 en 15 juni 2026 zijn nog brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen. Kopieën daarvan zijn toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De zaak is behandeld op de zitting van 29 juli 2026. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam].

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 400,- voor: “voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in standhouden”. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd met 25 procent in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg.

2. Nu de advocaat-generaal heeft besloten om deze beschikking te vernietigen, heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak van het hof op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover dit is gericht tegen het in stand laten van de opgelegde sanctie. Het hoger beroep zal dan ook in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit brengt mee dat het hof de daartegen gerichte bezwaren van de gemachtigde van de betrokkene niet kan behandelen.

3. De betrokkene heeft wel belang bij een uitspraak van het hof op het hoger beroep voor zover dit is gericht tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om een proceskostenvergoeding.

4. De gemachtigde voert in dit verband aan dat de kantonrechter het bedrag van de proceskostenvergoeding ten onrechte heeft vermenigvuldigd met de in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv genoemde factor. De inleidende beschikking is immers bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm. Verder is sprake van een bijzonder geval, waardoor toepassing van de in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv genoemde factor achterwege moet blijven. Deze factor is gelet op het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985) bedoeld voor rechtsbijstandverleners met een bedrijfsmodel waarbij wordt opgetreden op basis van no cure no pay, de proceskostenvergoedingen aan henzelf worden uitbetaald en de toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. Daarvan is in dit geval geen sprake. De gemachtigde werkt namelijk niet op basis van no cure no pay, laat de proceskostenvergoedingen doorgaans niet aan hemzelf uitbetalen en heeft geen bedrijfsmodel dat is gericht op het voeren van grote aantallen eenvoudige zaken die weinig inspanningen vereisen, zodanig dat de proceskostenvergoedingen de kosten overtreffen.

5. De advocaat-generaal voert aan dat in deze zaak geen aanleiding is voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. De gemachtigde behoort namelijk tot het huishouden van de betrokkene. In een dergelijk geval moet in beginsel worden aangenomen dat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis is verleend en daarom niet kan gelden als beroepsmatig verleend. De advocaat-generaal verwijst daarbij naar een arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BY053).

6. In reactie hierop voert de gemachtigde aan dat de omstandigheid dat hij de geregistreerd partner is van de betrokkene niet maakt dat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarbij verwijst hij naar de door hem overgelegde (niet gepubliceerde) uitspraak van de belastingkamer van het hof van 26 augustus 2014, waarin is geoordeeld dat de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand de gebruikelijke hulp tussen partners te buiten gaat.

7. Namens de betrokkene is verzocht om vergoeding van de kosten, bestaande uit door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Niet in geschil is dat de gemachtigde de geregistreerd partner is van de betrokkene en dat zij op hetzelfde adres woonachtig zijn. Dit brengt mee dat in beginsel moet worden aangenomen dat de rechtsbijstand door de gemachtigde niet op zakelijke basis is verleend en daarom niet kan gelden als beroepsmatig verleend. Dit kan mogelijk anders zijn indien dit met concrete feiten of omstandigheden wordt onderbouwd. Dat heeft de gemachtigde niet gedaan. Het enkele feit dat hij kosten in rekening heeft gebracht voor het verlenen van rechtsbijstand, is hiervoor onvoldoende. Van de situatie dat de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand de gebruikelijke hulp tussen partners te buiten gaat is in deze zaak geen sprake. Daarbij neemt het hof mede in aanmerking dat blijkens de zich in het dossier bevindende polis de verzekering van het in deze zaak betreffende motorrijtuig op naam staat van zowel de betrokkene als de gemachtigde. Dat de belastingkamer van het hof in een belastingzaak van de betrokkene heeft geoordeeld dat de in die zaak door de gemachtigde verleende rechtsbijstand de gebruikelijke hulp tussen partners wel te buiten ging, maakt het voorgaande niet anders. De verzochte kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.

8. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter ten onrechte een proceskostenvergoeding heeft toegekend. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter voor wat betreft diens beslissing op het verzoek om een proceskostenvergoeding echter in stand laten om de betrokkene niet in een nadeliger positie te brengen dan waarin hij zou hebben verkeerd als hij geen hoger beroep had ingesteld.

9. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade zal het hof niet-ontvankelijk verklaren, nu de Wahv daartoe geen mogelijkheid biedt.

10. Gelet op het voorgaande zal het verzoek om een proceskostenvergoeding in hoger beroep worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor zover dit is gericht tegen het in stand laten van de opgelegde sanctie;

bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor wat betreft diens beslissing op het verzoek om een proceskostenvergoeding;

verklaart het verzoek om vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten in hoger beroep af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Starreveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand