GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 22 oktober 2025, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Daarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 21 mei 2026 en 29 juli 2026 zijn nog e-mails van betrokken ontvangen.
De zaak is behandeld op de zitting van 29 juli 2026. De betrokkene is niet verschenen, wat door hem al was aangekondigd. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam] .
De beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld.
2. De betrokkene voert aan dat hij gelet op zijn financiële situatie geen zekerheid kon stellen. Hij heeft geldproblemen en ontvangt een uitkering.
3. Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen.
4. Wordt tijdig een draagkrachtverweer gevoerd, dan behoort de kantonrechter de betrokkene uit te nodigen voor een openbare zitting. Oordeelt de kantonrechter vervolgens dat de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig is, dan vermindert hij de zekerheidstelling tot een bedrag dat voor de betrokkene wel is op te brengen en geeft hij een nieuwe termijn voor betaling van dat bedrag of stelt hij het bedrag op nihil en behandelt het beroep zonder dat zekerheid is gesteld. Oordeelt de kantonrechter dat het draagkrachtverweer ongegrond is, dan geeft hij de betrokkene een nieuwe termijn voor betaling van het volledige bedrag.
5. Bij brief van 5 maart 2025 is de betrokkene gewezen op de wettelijke verplichting om voor de behandeling van het beroepschrift door de kantonrechter zekerheid te stellen. Bij brief van 23 maart 2025 is de betrokkene opnieuw in de gelegenheid gesteld om zekerheid te stellen.
6. Op 12 maart 2025 heeft de betrokkene een uitkeringsspecificatie overgelegd en op 27 maart 2025 een overzicht van zijn schulden.
7. Het hof begrijpt het overleggen van de bovengenoemde documenten, mede gelet op het moment waarop deze zijn ingediend, als een reactie op de zekerheidsbrieven waarmee de betrokkene kennelijk heeft willen aangeven dat hij vanwege zijn financiële situatie geen zekerheid kan stellen. Het hof is dan ook van oordeel dat sprake is van een draagkrachtverweer. Dit betekent dat de kantonrechter de betrokkene had moeten uitnodigen voor een openbare zitting. Dat heeft de kantonrechter niet gedaan. Dit brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank. Na terugwijzing moet de kantonrechter de betrokkene uitnodigen voor een openbare zitting om hem in de gelegenheid te stellen zijn draagkrachtverweer toe te lichten.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar de rechtbank ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.