ECLI:NL:GHARL:2026:5326

ECLI:NL:GHARL:2026:5326

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 17-08-2026
Zaaknummer 200.369.221
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Het hof stelt een voorlopige omgangs- en informatieregeling vast en legt daarnaast een dwangsom op aan de moeder wanneer zij de beslissingen niet nakomt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.369.221

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 603933

beschikking van 16 juli 2026 over een voorlopige omgangs- en informatieregeling

in de zaak van

[verzoekster] (de moeder)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. A.T. Bakker

en

[verweerder] (de vader)die woont in [woonplaats2]advocaat: mr. S. Braspenning

1. Samenvatting

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft op 19 februari 2026 een voorlopige informatie- en omgangsregeling vastgesteld tussen de vader en [de minderjarige] . Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt daarnaast een dwangsom op aan de moeder wanneer zij de beslissingen niet nakomt. Het hof legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2025.

De moeder heeft alleen het gezag over [de minderjarige] . Zij woont bij de moeder.

3. De procedure bij de rechtbank

De vader heeft - in de bodemprocedure - de rechtbank gevraagd om hem vervangende toestemming te verlenen voor de erkenning van [de minderjarige] . Verder heeft de vader gevraagd om een omgangs- en informatieregeling tussen hem en [de minderjarige] vast te stellen.De vader heeft daarnaast - als voorlopige voorziening - verzocht een tijdelijke omgangs- en informatieregeling tussen hem en [de minderjarige] vast te stellen, waarbij zij iedere zondag een aantal uren contact met elkaar hebben en de duur van het omgangsmoment elke maand wordt uitgebreid.

In de bodemprocedure heeft de rechtbank op 19 februari 2026 een bijzondere curator benoemd die op 17 maart 2026 schriftelijk advies heeft uitgebracht. De beslissing over de erkenning en de (definitieve) omgangs- en informatieregeling heeft de rechtbank aangehouden.

De rechtbank heeft op 19 februari 2026 als voorlopige omgangsregeling vastgesteld dat [de minderjarige] en de vader een keer per week begeleide omgang hebben bij het omgangshuis in [woonplaats1] , of een ander omgangshuis in de omgeving van de moeder en [de minderjarige] .

Verder heeft de rechtbank bepaald dat de moeder een keer per maand een e-mail of brief moet sturen aan de vader, via zijn advocaat, met informatie over [de minderjarige] en daarbij een kleurenfoto van [de minderjarige] .

De rechtbank heeft beslist dat de voorlopige omgangsregeling mag worden uitgevoerd, ook al is er hoger beroep ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad verklaard).

4. De procedure bij het hof

De moeder is het niet eens met de beslissingen van de rechtbank over de voorlopige omgangs- en informatieregeling. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissingen van de rechtbank ongedaan maakt en de verzoeken van de vader alsnog afwijst.

De vader is het wel eens met de beslissingen van de rechtbank. Hij wil dat het hof die beslissingen in stand laat. Daarnaast wil de vader dat het hof een dwangsom aan de moeder oplegt van € 150 voor iedere keer dat de moeder de omgangs- en/of informatieregeling niet nakomt.

De moeder wil dat het hof het verzoek van de vader om een dwangsom op te leggen, afwijst.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift, ontvangen op 18 mei 2026;

het verweerschrift, met daarbij het incidenteel hoger beroep van de vader.

De zitting bij het hof was op 2 juli 2026. Aanwezig waren:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad).

5. Het oordeel van het hof

Wat in de wet staat

Op grond van artikel 1:377a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat.

Op grond van artikel 1:377a lid 2 BW stelt de rechter op verzoek van (één van) de ouders, of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling over de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

Op grond van 1:377a lid 3 BW ontzegt de rechter het recht op omgang alleen als:a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van

het kind, ofb. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, ofc. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang

met zijn ouder heeft doen blijken, ofd. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Het standpunt van de moeder

De moeder voert aan dat geen nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen [de minderjarige] en de vader. Dat de vader de biologische vader van [de minderjarige] is, is daarvoor onvoldoende. De moeder wilde geen islamitisch huwelijk aangaan en zij heeft ook niet bewust gekozen om met de vader een kind te krijgen. In de erkenningsprocedure heeft de bijzondere curator geadviseerd om de vader geen toestemming voor de erkenning van [de minderjarige] te geven. De bijzondere curator schrijft dat er een dreiging uitgaat van de vader en dat er veiligheidsrisico’s zijn wanneer hij [de minderjarige] mag erkennen. Er zijn aanwijzingen voor intieme terreur. De vader heeft een locatie- en contactverbod opgelegd gekregen en heeft een enkelband moeten dragen. Ook heeft hij gedreigd om [de minderjarige] mee te nemen naar Afghanistan. De veiligheidsrisico’s moeten eerst worden onderzocht, voordat de omgang kan worden opgestart.

Het standpunt van de vader

De vader voert aan dat de ouders hebben samengewoond en bewust voor de zwangerschap hebben gekozen. Er is sprake van een nauwe persoonlijke betrekking tussen hem en [de minderjarige] . Hij betwist dat er aanwijzingen zijn voor intieme terreur. Van begin tot eind mei 2025 is een patroon ontstaan van afstoten en aantrekken tussen de ouders. De vader erkent dat hij de grenzen van de moeder heeft overschreden, nadat de moeder de relatie verbrak. De vader realiseert zich dat hij te heftig is geweest in zijn pogingen om de relatie te herstellen. Een problematische breuk tussen de ouders hoeft echter niet in de weg te staan aan omgang tussen de vader en [de minderjarige] . De vader heeft bewust niet verzocht om ook het gezag over [de minderjarige] te hebben. Hij heeft zijn verzoeken beperkt tot vervangende toestemming voor erkenning en het vaststellen van een omgangsregeling. Hierdoor en door de opbouw van het contact onder begeleiding te laten plaatsvinden, wordt voldoende tegemoet gekomen aan de bezwaren van de moeder.

Het advies van de raad

De raad adviseert om de voorlopige omgangsregeling in stand te laten en de raad in de bodemprocedure onderzoek te laten doen naar de definitieve omgangsregeling. De raad heeft zorgen over de wens van de moeder om de vader volledig uit het leven van [de minderjarige] te weren. De voorlopige omgangsregeling onder begeleiding in een omgangshuis biedt voldoende waarborgen voor de veiligheid van [de minderjarige] .

Het oordeel van het hof

De voorlopige omgangsregeling

Het hof zal net als de rechtbank een voorlopige omgangsregeling vaststellen die inhoudt dat [de minderjarige] en de vader een keer per week begeleide omgang hebben bij een omgangshuis. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank dus op dit onderdeel, onder verbetering en aanvulling van het dictum. Het hof zal hierna zijn beslissing uitleggen.

Het hof moet eerst beoordelen of de vader in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot [de minderjarige] . Het staat vast dat de vader de biologische vader van [de minderjarige] is. Daarnaast was sprake van een ‘voorgenomen gezinsleven’ tussen de moeder, de vader en [de minderjarige] . De ouders hebben een relatie gehad en zij hebben een islamitisch huwelijk gesloten. Niet blijkt dat de moeder is overvallen door de wens van de vader om te trouwen en dat zij daaraan geen weerstand kon bieden. Zij hebben elkaar, zo is door de moeder niet weersproken, ontmoet via een app voor moslims die willen daten en trouwen. Via WhatsApp hebben zij ook gecorrespondeerd over de (financiële) gevolgen van trouwen, althans van een wettelijk huwelijk. Vervolgens was de moeder zwanger van een kind dat zij met de vader zou krijgen. Die zwangerschap is geëindigd in een miskraam. Daarna is de moeder opnieuw zwanger geraakt en is [de minderjarige] geboren. De keuze voor een nieuwe zwangerschap, zo leidt het hof af uit de correspondentie tussen partijen via WhatsApp, is bewust gemaakt. Zo stuurt de moeder op 3 februari 2025 naar de vader: “Eigenlijk moeten wij vandaag baby maken.” Ook stuurt zij een afbeelding, waaruit blijkt hoe ChatGPT voorspelt dat hun baby eruit zal gaan zien. Hieruit leidt het hof af dat de ouders bewust hebben gekozen voor een zwangerschap en van plan waren om samen met [de minderjarige] een gezin te vormen. Daarmee staat de nauwe persoonlijke betrekking tussen de vader en [de minderjarige] genoegzaam vast.

Omdat de vader in een nauwe persoonlijke betrekking tot [de minderjarige] staat, heeft hij recht op omgang met haar. Het uitgangspunt van de wet is dat kinderen met hun ouders, dus in dit geval [de minderjarige] en de vader, omgang hebben.Dat is alleen anders als aan (één van de) ontzeggingsgronden wordt voldaan. Het hof is van oordeel dat daarvan geen sprake is. Hoewel de moeder aanvoert dat er veiligheidsrisico’s zijn en dat sprake is van intieme terreur, ziet het hof onvoldoende aanwijzingen om dit vast te stellen. De moeder verwijst naar het strafrechtelijk onderzoek, het locatie- en contactverbod dat de vader opgelegd heeft gekregen en het rapport van de bijzondere curator in de erkenningsprocedure. Het strafrechtelijk onderzoek loopt nog; er is nog geen vonnis van de rechtbank. Het advies van de bijzondere curator vindt het hof niet voldoende om intieme terreur vast te kunnen stellen. Dit advies lijkt alleen te zijn gebaseerd op gesprekken met de moeder, haar begeleidster en de vader. In dat kader is van belang dat het weliswaar een verstrekkend advies is over de erkenning, maar dat de conclusies in slechts zeer beperkte mate lijken te zijn gebaseerd op informatie van onafhankelijke derden. Weliswaar is de begeleidster van moeder gesproken, maar zij baseert zich (althans zo lijkt uit het advies te volgen) vrijwel uitsluitend op wat de moeder haar vertelt. Enkel het incident van 9 mei 2025 is gebaseerd op een eigen waarneming. Daarmee is de stelling van de moeder dat sprake is (geweest) van intieme terreur alleen gebaseerd op verhalen die direct of indirect van de moeder afkomstig zijn. De moeder onderbouwt haar stellingen niet met andere stukken. Zo voert zij aan dat de vader contact met haar zoekt via TikTok-accounts, maar legt zij geen stukken over waar dit uit blijkt. Verder staat vast dat de vader sinds juli 2025 geen contact meer heeft gezocht met de moeder.Daar staat tegenover dat uit de Whatsapp-gesprekken tussen de ouders, die wel in het geding zijn gebracht, een beeld ontstaat van elkaar opzoeken en afstoten, waarbij de moeder ook de vader heeft benaderd, nadat zij de relatie had beëindigd. Tijdens de zitting bij het hof heeft de moeder verklaard dat, als het aan haar ligt, de vader niets meer met [de minderjarige] te maken heeft. De moeder heeft sinds een jaar, dus al voor de geboorte van [de minderjarige] , een relatie met een nieuwe partner, die door [de minderjarige] als vaderfiguur wordt gezien. Volgens de moeder noemt [de minderjarige] hem ‘’papa’’. De moeder wil [de minderjarige] nu niets vertellen over de vader. Het hof vindt de houding van de moeder, net als de raad tijdens de zitting heeft benadrukt, zorgwekkend. Het is voor de identiteitsontwikkeling van [de minderjarige] belangrijk dat zij weet wie haar biologische vader is. [de minderjarige] en de vader hebben elkaar nog nooit gezien. De vader weet niet hoe [de minderjarige] eruit ziet. Het is in het belang van [de minderjarige] dat zij en de vader zo snel mogelijk contact hebben. Bovendien hebben [de minderjarige] en de vader ook recht op omgang met elkaar. Het hof is daarom van oordeel dat er contact moet zijn tussen [de minderjarige] en de vader.

Het staat vast dat de vader in de laatste periode van de relatie tussen de ouders over de grenzen van de moeder heen is gegaan. De vader heeft de moeder belaagd en hij heeft tijdens de relatie gezegd dat hij een kind mee zou nemen naar Afghanistan. Dat erkent de vader. Het is daarom belangrijk dat de omgang onder begeleiding in een omgangshuis plaatsvindt. Op die manier zijn er strikte afspraken, is er zicht op de omgang tussen [de minderjarige] en de vader en wordt de veiligheid van [de minderjarige] gewaarborgd. De raadsvertegenwoordiger heeft tijdens de zitting laten weten dat de raad een instantie kan aanwijzen die de omgang kan begeleiden en dat de raad van plan is in de bodemprocedure een raadsonderzoek aan te bieden. Het hof zal voorlopig een regeling van een keer per week vaststellen, zoals de rechtbank ook heeft gedaan. Omdat het omgangshuis in [woonplaats1] is gesloten, of de omgang niet kan begeleiden, zal het hof bepalen dat de omgang zal plaatsvinden onder begeleiding van een door de raad aan te wijzen instantie.

De voorlopige informatieregeling en de dwangsom

De moeder is verplicht om de vader te informeren over belangrijke zaken en beslissingen die [de minderjarige] aangaan. De advocaat van de vader is bereid als tussenpersoon te fungeren, zodat de moeder geen rechtstreeks contact met de vader hoeft te hebben. Op deze manier wordt recht gedaan aan de veiligheidszorgen die de moeder ervaart in het contact tussen haar en de vader. Dit zou tuchtrechtelijk geen probleem moeten zijn, zoals de advocaat van de moeder onder verwijzing naar de Gedragsregels voor de advocatuur betoogt, omdat het hier niet zo is dat een advocaat de cliënt van een andere advocaat rechtstreeks benadert. Bovendien zou moeder dit bezwaar, samen met haar advocaat, eenvoudig kunnen oplossen door de informatie via haar eigen advocaat aan de advocaat van de vader toe te sturen. Het hof wijst daarom het verzoek over de informatieregeling toe en bepaalt dat de moeder een keer per maand een e-mail moet sturen naar de vader, via zijn advocaat, eventueel door tussenkomst van de advocaat van moeder, met daarin informatie over [de minderjarige] en een kleurenfoto van [de minderjarige] .

Tijdens de zitting bij het hof heeft de moeder desgevraagd verklaard dat zij niet mee wil werken aan een begeleide omgangsregeling, omdat zij het gevaar te groot vindt. Het hof heeft, mede daarom, geen vertrouwen dat de moeder de voorlopige omgangs- of informatieregeling vrijwillig zal nakomen en zal daarom het verzoek van de vader om aan het nakomen van die regelingen een dwangsom te verbinden, toewijzen. Het hof legt de moeder een dwangsom op van € 150 per keer dat zij de omgangsregeling of informatieregeling niet nakomt, met een maximum van € 15.000.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 19 februari 2026, onder verbetering van het dictum ten aanzien van de voorlopige omgangsregeling;

stelt als voorlopige omgangsregeling vast dat [de minderjarige] en de vader eens per week omgang hebben bij een door de Raad voor de Kinderbescherming aan te wijzen instantie ter begeleiding van de omgang;

bepaalt aanvullend dat de moeder de voorlopige omgangs- en informatieregeling moet nakomen, op straffe van een dwangsom van € 150 per keer dat zij hier niet aan voldoet, met een maximum van € 15.000;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E. de Boer en D.J.M. van de Voort, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.F. de Ruiter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand