ECLI:NL:GHARL:2026:5343

ECLI:NL:GHARL:2026:5343

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.363.834/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Proceskostenvergoeding. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. Op grond van de door de gemachtigde overgelegde informatie kan niet worden beoordeeld of zijn bedrijfsmodel niet voldoet aan het door de Hoge Raad geformuleerde derde criterium. Dit criterium gaat ervan uit dat een gemachtigde dient aan te tonen dat, als artikel 13a, tweede lid, van de Wahv niet wordt toegepast, geen sprake is van overdekking. Om dat te kunnen beoordelen mogen daarbij dus alleen de vergoedingen worden betrokken waarop dit artikellid niet is toegepast. Een redelijke uitleg van dit criterium brengt mee dat de gemachtigde de aan hem afgedragen vergoedingen (op inzichtelijke wijze) dient te herberekenen, als ware artikel 13a, tweede lid, van de Wahv daarop niet toegepast. Dat heeft de gemachtigde niet gedaan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 10 november 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.

Bij brief van 30 april 2026 heeft de advocaat-generaal het hof bericht dat de inleidende beschikking wordt vernietigd en dat de betrokkene daarover is geïnformeerd.

De gemachtigde van de betrokkene heeft op 15 juni 2026 aanvullende informatie ingediend.

De advocaat-generaal heeft op deze aanvullende informatie gereageerd.

Op 25 juli 2026 zijn nog stukken van de gemachtigde ontvangen. Kopieën van deze stukken zijn toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De zaak is behandeld op de zitting van 4 augustus 2026. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 420,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 april 2024 om 19:55 uur op de Ceintuurbaan-zuid in Schiphol met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. Nu de advocaat-generaal heeft besloten deze beschikking te vernietigen, heeft de betrokkene bereikt wat met het hoger beroep werd beoogd. Daarom heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak van het hof op het hoger beroep, zodat dit niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

3. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde heeft betoogd dat bij het toekennen van de procesvergoeding geen toepassing mag worden gegeven aan artikel 13a, tweede lid, van de Wahv.

4. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 24 juni 2025 (ECLI:NL:HR:2025:985) over de werkingssfeer van de regeling van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv opgemerkt dat de wetgever met de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm (hierna: Whpkv), ook met de beperkingen van proceskostenvergoedingen in procedures over de Wahv, het oog heeft gehad op gevallen die zich daardoor kenmerken dat aan de belanghebbende rechtsbijstand wordt verleend door een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, waarvan het bedrijfsmodel eruit bestaat dat (i) wordt opgetreden op basis van no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van de eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor worden afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. Gevallen die kennelijk niet deze kenmerken hebben, moeten in het licht van het doel van de regeling over proceskostenvergoedingen in de Whpkv worden aangemerkt als bijzondere gevallen in de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv, met als gevolg dat in die gevallen geen aanleiding bestaat tot vermenigvuldiging van de op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) berekende forfaitaire vergoeding met de factor 0,25 of 0,10. De stelplicht en de bewijslast met betrekking tot feiten die meebrengen dat het om zo’n bijzonder geval gaat, rusten op de belanghebbende.

5. Dat het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldoet aan de eerste twee criteria wordt niet door de gemachtigde betwist. De gemachtigde stelt dat zijn bedrijfsmodel niet voldoet aan het derde criterium.

6. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 25 april 2025 (ECLI:NL:HR:2025:670) ten aanzien van dit criterium overwogen dat indien het bedrijfsmodel van een gemachtigde inhoudt dat wordt opgetreden op basis van no cure no pay, of op een grondslag die daarmee in wezen overeenkomt en daarmee dus op één lijn kan worden gesteld, en dat daarbij afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde worden afgedragen, zal moeten worden beoordeeld of dit bedrijfsmodel voldoet aan het criterium dat de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. Daartoe moet een vergelijking worden gemaakt tussen enerzijds het totale bedrag aan proceskostenvergoedingen dat aan de gemachtigde wordt afgedragen en anderzijds het totale bedrag van de kosten van de gemachtigde die kunnen worden toegerekend aan het voeren van de procedures waarop die proceskostenvergoedingen betrekking hebben. Het komt dus erop aan of het totale bedrag van de proceskostenvergoedingen het totale bedrag van de bedoelde kosten verre overtreft.

7. De gemachtigde heeft ter onderbouwing van zijn bedrijfsmodel stukken overgelegd die betrekking hebben op de periode van januari tot en met mei 2026. Hij heeft een overzicht overgelegd van de in die periode van zijn cliënten ontvangen proceskostenvergoedingen. De gemachtigde heeft in 200 Wahv-zaken een proceskostenvergoeding ontvangen. In die periode zijn geen vergoedingen ontvangen in zaken waarin cliënten een abonnement hebben. Op een deel van de ontvangen proceskostenvergoedingen zijn de verschillende vermenigvuldigingsfactoren van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv toegepast. Verder heeft de gemachtigde de kosten in kaart gebracht die hij heeft gemaakt in deze 200 zaken. Er zijn van die 200 zaken 35 urenspecificaties overgelegd. Er is bij de specificaties onderscheid gemaakt in 7 verschillende categorieën, gebaseerd op het aantal procedurestappen en wat binnen een procedurestap is gedaan aan proceshandelingen. Als alleen een proceskostenvergoeding voor een stap uit de procedure is toegekend, worden alleen de kosten uit die procedure in rekening gebracht. Voor de tijd die hij aldus in de (gewonnen) zaken gestoken heeft, brengt de gemachtigde de management fee van € 150,- exclusief BTW per uur in rekening. Op de kosten worden niet in mindering gebracht de instapvergoedingen van € 12,99 per zaak die de cliënten verschuldigd zijn, omdat de gemachtigde deze vergoeding terugbetaalt als de zaak gewonnen wordt.

8. De gemachtigde stelt dat als artikel 13a, tweede lid, van de Wahv wordt toegepast, er sprake is van een ondercompensatie van afgerond 66,6 tot 70 %. Gemiddeld over de zeven categorieën bedraagt de ondercompensatie ongeveer 68,3 %. Als artikel 13a, tweede lid, van de Wahv niet wordt toegepast, is sprake van overcompensatie met 4 %. Dat is geen vergaande overdekking. Gelet op het voorgaande dient de proceskostenvergoeding te worden vastgesteld zonder toepassing van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv.

9. De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bedrijfsmodel van de gemachtigde niet voldoet aan het derde door de Hoge Raad aangehaalde criterium zodat het niet kan worden aangemerkt als een bijzonder geval in de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. De advocaat-generaal heeft daartoe opgemerkt dat niet inzichtelijk is gemaakt waarop het overzicht van vergoedingen is gebaseerd en of zaken waarin abonnementen zijn afgesloten, terecht buiten het bedrijfsmodel zijn gebleven. De advocaat-generaal betwist niet de door de gemachtigde in kaart gebrachte tijdsbesteding per zaak maar vindt de in rekening gebrachte management fee te hoog. Het gewicht van Wahv-zaken is door het hof als "licht" aangemerkt, daar past niet een management fee van € 150,- per uur per gewonnen zaak bij, aldus de advocaat-generaal.

10. De Hoge Raad heeft in het voormelde arrest van 25 april 2025 overwogen dat de vraag of het bedrijfsmodel van een beroepsmatig optredende gemachtigde kennelijk niet de onder 4. genoemde drie kenmerken heeft, moet worden beoordeeld naar de situatie op het moment waarop het desbetreffende rechtsmiddel is aangewend. In het door de gemachtigde voorgelegde bedrijfsmodel is dit uitgangspunt gehanteerd.

11. Voorts overweegt het hof dat, gelet op hetgeen onder 6. is overwogen, de gemachtigde terecht een overzicht van de aan hem afgedragen vergoedingen heeft overgelegd en niet is uitgegaan van de door de officier van justitie, de kantonrechter of het hof toegekende proceskostenvergoedingen. Deze vergoedingen, die overeenkomstig artikel 13a, derde lid, van de Wahv aan de cliënten worden uitbetaald, worden namelijk niet altijd (volledig) overgemaakt aan de gemachtigde. De gemachtigde heeft met het door hem verstrekte overzicht evenwel, naar het oordeel van het hof, niet een voldoende inzicht gegeven in de door de cliënten afgedragen vergoedingen, nu hij, gelijk de advocaatgeneraal heeft opgemerkt, niet een overzicht van zijn bankrekening waarop de ontvangen vergoedingen zichtbaar zijn, heeft overgelegd.

12. Met betrekking tot het door de gemachtigde verstrekte overzicht van afgedragen vergoedingen merkt het hof het volgende op. Het derde, door de Hoge Raad aangehaalde, criterium gaat ervan uit dat een gemachtigde dient aan te tonen dat, als artikel 13a, tweede lid, van de Wahv niet wordt toegepast, er geen sprake is van overdekking. Dit brengt mee dat om te kunnen beoordelen of het bedrijfsmodel van de gemachtigde niet voldoet aan deze voorwaarde, daarin alleen mogen worden betrokken de vergoedingen waarop dit artikellid niet is toegepast. De verwijzing van de gemachtigde naar rechtsoverweging 4.20 van het arrest van dit hof (belastingkamer) van 26 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:555, leidt niet tot een ander oordeel, nu het in dat arrest gaat over het eerste door de Hoge Raad aangehaalde criterium, namelijk de hoogte van de verschuldigde eigen bijdrage met het oog op de vraag of wordt gewerkt op basis van no cure no pay dan wel een daarmee vergelijkbare grondslag. Naar kan worden aangenomen heeft de Hoge Raad, bij het aanhalen van het derde criterium, het oog gehad op de situatie dat een gemachtigde nog niet te maken heeft gehad met de toepassing van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv maar daaraan voorafgaand zijn bedrijfsmodel kan presenteren met het oog op de vraag of artikel 13a, tweede lid, van de Wahv moet worden toegepast. Dat is bij de gemachtigde niet het geval. Op een deel van de toegekende (en aan de gemachtigde afgedragen) vergoedingen is artikel 13a, tweede lid, van de Wahv al toegepast. Een redelijke uitleg van dit criterium brengt mee dat de gemachtigde de aan hem afgedragen vergoedingen (op inzichtelijke wijze) dient te herberekenen, als ware artikel 13a, tweede lid, van de Wahv daarop niet toegepast.

13. Gelet op het voorgaande heeft de gemachtigde niet die informatie overgelegd die nodig is om te kunnen beoordelen of niet aan het door de Hoge Raad geformuleerde derde criterium is voldaan. Het hof is dan ook van oordeel dat de gemachtigde niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn bedrijfsmodel een bijzonder geval is als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. Aan de beoordeling van de door de gemachtigde opgevoerde kosten komt het hof niet toe. Gelet op het voorgaande zal het hof de vergoeding van de proceskosten met inachtneming van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv toekennen.

14. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift, de nadere toelichting op het bedrijfsmodel van de gemachtigde en het bijwonen van de zitting van het hof dienen in totaal 4,5 punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de inleidende beschikking, de beslissing van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in administratief beroep, in de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 491,88 (= (1 x € 666,- x 0,5 x 0,25) + (1 x € 934,- x 0,5 x 0,25) + (2,5 x € 934,- x 0,5 x 0,25)).

15. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 491,88.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Postma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand