GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 9 februari 2026, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 120,- voor: “een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen negeren (bord C12)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 25 februari 2025 om 13:22 uur op de Escamplaan ter hoogte van nummer 904 in ’s-Gravenhage met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat ter plaatse sprake is van een fuikconstructie. De combinatie van de plaatsing van de borden en de weginrichting maakt dat een weggebruiker, nadat hij het vooraankondigingsbord is gepasseerd, geen mogelijkheid meer heeft om legaal te keren of een alternatieve route te kiezen en aldus wordt gedwongen de geslotenverklaring te negeren. Verder staat het bord C12 aan de rechterzijde van de weg zodanig ver naar rechts, te weten aan de rechterzijde van het fietspad ter hoogte van het bord G11, dat bij een gemiddelde weggebruiker de indruk kan ontstaan dat dit bord betrekking heeft op het fietspad. De geslotenverklaring is dus niet duidelijk aangegeven. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft de gemachtigde afbeeldingen van Google Street View overgelegd. De kantonrechter is onvoldoende ingegaan op de grond dat ter plaatse sprake is van een fuikconstructie, waardoor diens beslissing ontoereikend is gemotiveerd. Tot slot voert de gemachtigde aan dat sprake is van een schending van de hoorplicht door de officier van justitie en dat deze schending dient te leiden tot een matiging van het sanctiebedrag. Anders dan de kantonrechter heeft overwogen is aan de gemachtigde geen extra schriftelijke ronde geboden om het standpunt van de betrokkene naar voren te brengen en de beslissing van de officier van justitie dateert van ruim na 1 oktober 2023. De gemachtigde verwijst hierbij naar de arresten van het hof van 11 september 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:5796), 8 mei 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2852) en 13 mei 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2912).
3. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in administratief beroep heeft verzocht om te worden gehoord en dat de officier van justitie op het beroep heeft beslist zonder de gemachtigde in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord. Er doen zich geen gronden voor waarop van horen kon worden afgezien. Aldus is sprake van een schending van de hoorplicht door de officier van justitie. De kantonrechter heeft dit miskend. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en ook die beslissing vernietigen. Dit brengt mee dat de grond van de gemachtigde dat de beslissing van de kantonrechter ontoereikend is gemotiveerd geen bespreking meer behoeft. Vervolgens zal het hof overgaan tot de beoordeling van de gronden tegen de inleidende beschikking.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Hierin staat zakelijk weergegeven in dat geautomatiseerd is geconstateerd en door een camera op een digitale foto is vastgelegd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen is genegeerd, die was aangegeven met een bord C12 van bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
5. In het dossier bevinden zich processen-verbaal, waarin de ambtenaar verklaart dat hij op respectievelijk 3 februari 2025 en 3 maart 2025 de betreffende geslotenverklaring heeft gecontroleerd en daarbij heeft geconstateerd dat de bebording duidelijk zichtbaar was.
6. Bij het verweerschrift zijn door de advocaat-generaal afbeeldingen van Google Street View overgelegd van de situatie ter plaatse. Hierop zijn de betreffende borden C12 te zien, alsmede de vooraankondigingsborden eerder op de Escamplaan.
7. Op basis van de bovengenoemde gegevens stelt het hof vast dat de met het voertuig van de betrokkene genegeerde geslotenverklaring duidelijk door middel van bebording was aangegeven. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Voor zover de betrokkene deze bebording heeft gemist betreft dit een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening komen. Van iedere weggebruiker mag immers worden verwacht dat hij oplettend is op de aanwezige bebording. Dat bij een gemiddelde weggebruiker de indruk kan ontstaan dat het aan de rechterzijde van de weg geplaatste bord C12 betrekking heeft op het fietspad, volgt het hof niet. Zowel de borden C12 als de vooraankondigingsborden zijn aan beide zijden van de weg geplaatst en op deze borden zijn de pictogrammen van een personenauto en een motorfiets afgebeeld.
8. Naar het oordeel van het hof is van een fuik geen sprake. Op de door de advocaat-generaal ingebrachte afbeeldingen van Google Street View is te zien dat zich na de vooraankondigingsborden en vóór de borden C12 op twee punten in-/uitritten bevinden die leiden naar een deel van de Escamplaan dat parallel loopt aan de hoofdrijbaan. Voor bestuurders is het mogelijk om hier te keren. De doorgetrokken streep is op deze punten onderbroken. Ook deze grond treft dus geen doel.
9. Met betrekking tot de vraag of de hiervoor geconstateerde schending van de hoorplicht consequenties moet hebben voor de inleidende beschikking overweegt het hof het volgende.
10. In dit geval is de hoorplicht in een individuele zaak geschonden doordat de officier van justitie de gemachtigde ten onrechte niet heeft uitgenodigd voor een hoorzitting. Niet is gebleken dat deze schending van de hoorplicht deel uitmaakt van de structurele schending van de hoorplicht waarop de door de gemachtigde genoemde arresten van het hof zien. Er bestaat in dit geval dus geen aanleiding om het bedrag van de sanctie te matigen. Het beroep tegen de inleidende beschikking zal dan ook ongegrond worden verklaard.
11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.