GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 14 oktober 2025, betreffende
wonende te [woonplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.
De kantonrechter heeft de beroepen van de betrokkene tegen de beslissingen van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft verweerschriften ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene als kentekenhouder zijn bij inleidende beschikkingen drie sancties opgelegd van € 120,- voor: “handelen ism een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12”. Deze gedragingen zouden zijn verricht op de Zwanenburgerdijk in Zwanenburg met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter ten onrechte het beroep op onterechte opeenstapeling van sancties met het oog op het beleid van het openbaar ministerie, heeft verworpen. Aan de betrokkene zijn drie sancties opgelegd, waarvan de eerste nog niet was verzonden voordat de volgende gedragingen waren verricht. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (het Beleidskader) op 18 april 2023 is komen te vervallen omdat het Beoordelingskader Parket CVOM digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden (het Beoordelingskader) van kracht is geworden. Dit oordeel wordt bestreden. Het in het leven roepen van een Beoordelingskader brengt niet zonder meer mee dat een beleidskader, waar een betrokkene een rechtstreeks beroep op kon doen, is komen te vervallen. Daarvoor dient een apart besluit te zijn. Dit besluit is er niet en daarom is het Beleidskader niet vervallen. De gemachtigde verzoekt het hof om het Beleidskader 2018 te betrekken in het oordeel.
3. Naar het hof begrijpt, betwist de gemachtigde de bevoegdheid van de ambtenaar tot oplegging van de tweede en derde sanctie.
4. De ten tijde van de gedragingen geldende Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar (de Regeling) bepaalt ten aanzien van de bevoegdheid van de boa Openbare ruimte in de bij deze behorende bijlage het volgende:
“De boa Openbare ruimte is belast met de opsporing van de strafbare feiten in de volgende wettelijke voorschriften voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de functie en de daaraan gekoppelde taakomschrijving, tenzij de wet zich daartegen verzet. (…)
3. (…) Digitaal handhaven is slechts mogelijk bij overtreding van het RVV en na instemming van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie.”
5. Uit deze regeling volgt dat voor de bevoegdheid van de ambtenaar hier slechts van belang is of - door de gemachtigde niet betwist - het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie heeft ingestemd met digitale handhaving. Alleen al hierom kan de betrokkene in deze zaken niet een beroep doen op het Beleidskader. Daarnaast is het Beleidskader vervangen door het Beoordelingskader. De stelling dat daarbij een apart besluit vereist is om het vervangen Beleidskader te laten vervallen, vindt geen steun in het recht. Het Beoordelingskader, dat geldt per 18 april 2023 en dus gold ten tijde van de gedragingen, bevat niet de eis uit het voor 18 april 2023 geldende Beleidskader dat de eerste beschikking in ieder geval aan de betrokkene moet zijn verzonden voordat bij de nieuwe beschikking de volgende sanctie wordt opgelegd. Dit brengt mee dat het hof in het beroep op het Beleidskader geen aanleiding ziet om (één van) de inleidende beschikkingen te vernietigen.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.