GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 24 november 2025, betreffende
gevestigd te [vestigingsplaats].
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld. Het beroep is ontvangen op
4 februari 2024, terwijl de beroepstermijn afliep op 28 december 2023.
2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de beslissing van de officier van justitie pas op 22 januari 2024 aan de gemachtigde is toegezonden. De beroepstermijn is daarmee pas op dat moment aangevangen. De advocaat-generaal heeft op geen enkele wijze aangetoond dat de verzending met MAPS heeft plaatsgevonden. Uit de overgelegde foto van MAPS blijkt slechts dat de beslissing is aangemaakt en naar de printer is verzonden, maar niet blijkt dat de beslissing daadwerkelijk is geprint en/of daadwerkelijk per post is verzonden.
4. In het dossier bevindt zich de beslissing van de officier van justitie gedateerd 9 november 2023. Deze is gericht aan (het juiste adres van) de gemachtigde. De gemachtigde betwist de ontvangst van deze brief.
5. Dergelijke brieven worden verzonden via MAPS. Het hof heeft in het arrest van 13 mei 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2912) vastgesteld dat het verzendproces van brieven die door de officier van justitie worden verzonden vanuit MAPS, wat ook inhoudt het aanbieden van brieven aan PostNL, zo is ingericht, dat de kans op fouten nagenoeg is uitgesloten en dat bij deze stand van zaken mag worden aangenomen dat de betreffende brief daadwerkelijk is verzonden. Dit betreft een weerlegbaar bewijsvermoeden.
6. Gelet op het voorgaande mag er vanuit worden gegaan dat de beslissing is verzonden. Het overleggen van een verzendadministratie is daarvoor niet vereist. De enkele betwisting van de ontvangst van de beslissing van de officier van justitie in combinatie met de opmerking dat er een kans op fouten is nu deze kans niet geheel is uitgesloten, is onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen.
7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter juist beslist. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.