ECLI:NL:GHARL:2026:5395

ECLI:NL:GHARL:2026:5395

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 200.328.388
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Contacthertstel na rapport bijzondere curator.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.328.388

(zaaknummer rechtbank Gelderland 377594)

beschikking van 20 augustus 2026

inzake

[appellant] ,

wonende in [woonplaats1] , gemeente Utrechtse Heuvelrug,verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. L.M. Bongers,

en

[geïntimeerde] ,

wonende in [woonplaats2] , gemeente Neder-Betuwe,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M.M.E. Rietjens.

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[bijzondere curator] ,

gevestigd in Voorthuizen,

in hoedanigheid van bijzondere curator,

verder te noemen: de bijzondere curator.

1. Het verloop van het geding in hoger beroep

Voor het verloop van het geding tot 24 oktober 2024 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum.

Het verdere verloop blijkt uit:

- een journaalbericht van mr. M.M.E. Rietjens van 11 maart 2026;

- een journaalbericht van mr. L.M. Bongers van 26 mei 2026 met productie;

- een journaalbericht van mr. L.M. Bongers van 15 juni 2026;

- een journaalbericht van mr. M.M.E. Rietjens van 17 juni 2026 met producties.

Op 25 juni 2026 is de mondelinge behandeling voortgezet. Partijen waren daarbij aanwezig, bijgestaan door hun advocaten. Er was ook een zittingsvertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad) aanwezig.

2. De motivering van de beslissing

Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeschikking van

24 oktober 2024, voor zover hierna niet anders wordt overwogen of beslist.

In die beschikking heeft het hof de behandeling van de zaak aangehouden teneinde de ouders de kans te geven, onder deskundige begeleiding, een plan tot uitbreiding van het contact tussen de vader en [minderjarige] op te stellen.

Standpunten

De vader heeft het hof bericht dat de ouders nog geen plan hebben opgesteld. Volgens de vader heeft het, door persoonlijke omstandigheden van hem, lang geduurd voordat de hulpverlening vanuit Familiepraktijk Martine, die partijen moet gaan helpen bij het opstellen van een plan tot uitbreiding van het contact, is opgestart. De vader heeft recent, op 11 juni, een gesprek gehad met een hulpverlener van Familiepraktijk Martine. De gesprekken zullen vanaf nu om de 2 à 3 weken plaatsvinden. De vader wil het traject bij Familiepraktijk Martine graag voortzetten. Hij vindt het in het belang van [minderjarige] dat er een vorm van contact met hem komt. Volgens de vader wordt [minderjarige] , nu zij de vader niet kent en hij geen deel uitmaakt van haar leven, tekortgedaan in haar ontwikkeling. De vader wil dat het hof de procedure nogmaals aanhoudt in afwachting van de uitkomst van het thans opgestarte traject bij Familiepraktijk Martine.

De moeder wil niet dat het hof de procedure aanhoudt. Volgens de moeder heeft de vader lang genoeg de tijd gekregen om het traject bij Familiepraktijk Martine op te starten en te doorlopen. De ouders hebben al eerder hulpverlening gehad vanuit Familiepraktijk Martine. Volgens de moeder heeft de vader toen ook niet actief deelgenomen en pas een paar weken voor de mondelinge behandeling bij het hof, contact opgenomen. De moeder vindt het beter om de gesprekken met de vader individueel voort te zetten, zoals Familiepraktijk Martine ook heeft geadviseerd, en te kijken of er voldoende ruimte ontstaat voor eventuele vervolgstappen. De moeder heeft toegezegd mee te werken op het moment dat er toch een opening ontstaat. Op dit moment is [minderjarige] volgens de moeder heel duidelijk in wat ze (niet) wil. Het heeft volgens de moeder dan ook geen zin om de procedure bij het hof nogmaals aan te houden.

Volgens de raad is de weg die leidt naar contactherstel tussen de vader en [minderjarige] voor iedereen duidelijk. Op dit moment vindt de raad het niet in het belang van [minderjarige] om contact met de vader op welke manier dan ook af te dwingen. De ouders moeten, onder deskundige begeleiding, aan de hand van de informatie- en consultatieregeling een plan tot uitbreiding van het contact opstellen. Dit is gestagneerd door de persoonlijke omstandigheden van de vader. De raad vindt dat de vader nu aan zet is en moet laten zien dat hij de gesprekken met een begeleider van Familiepraktijk Martine prioriteit geeft. De raad hoopt dat dit er op termijn toe zal leiden dat er enige vorm van contact komt tussen de vader en [minderjarige] .

De zorgregeling

Het hof acht het vaststellen van een zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] onder de huidige omstandigheden in strijd met zwaarwegende belangen van [minderjarige] . Het hof zal dat hierna toelichten.

Het wettelijk uitgangspunt is dat de vader en [minderjarige] contact hebben met elkaar. In het kader van dit uitgangspunt mag van alle betrokken partijen een grote inspanning verwacht worden om dit contact tot stand te brengen. De afgelopen jaren zijn er diverse trajecten ingezet en mogelijkheden onderzocht om het contact tussen de vader en [minderjarige] vorm te geven. Zo is er een raadsonderzoek geweest, hebben partijen in 2022 deelgenomen aan een hulpverleningstraject bij Familiepraktijk Martine, heeft het hof een bijzondere curator benoemd die heeft geadviseerd over de mogelijkheden van contactherstel tussen de vader en [minderjarige] en zijn de ouders door het hof nogmaals in de gelegenheid gesteld om onder deskundige begeleiding een plan tot uitbreiding van het contact op te stellen. Tot op heden heeft echter niets ertoe geleid dat er daadwerkelijk een vorm van contact tussen de vader en [minderjarige] is ontstaan.

[minderjarige] blijft duidelijk in haar mening dat zij op dit moment geen contact wil met de vader. Zij is inmiddels 11 jaar en laat (nog steeds) een grote weerstand zien tegen de vader en alles wat met de vader te maken heeft. Ondanks dat de ouders beiden graag willen dat er een vorm van contact komt en de moeder dit contact ook daadwerkelijk probeert te stimuleren, is het in de praktijk niet gelukt om samen de eerste stappen voor het contactherstel in gang te zetten. De vader heeft zich, door persoonlijke omstandigheden, pas zeer recent tot Familiepraktijk Martine gewend. De eerste gesprekken zijn pas kort voor de mondelinge behandeling bij het hof ingepland. Ook de moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verteld dat zij, ingeval er ruimte voor contactherstel ontstaat, hieraan zal meewerken. Het hof vindt het een goede ontwikkeling dat de vader alsnog het traject wil doorlopen, maar acht een aanhouding van de procedure niet in het belang van [minderjarige] . Zij is gebaat bij duidelijkheid en deze komt er niet zolang het hof de procedure aanhoudt. De hulpverlening vanuit Familiepraktijk Martine kan ook zonder een procedure bij het hof doorlopen. Het hof hoopt dat dit traject er voor zal zorgen dat er uiteindelijk toch een vorm van contact zal ontstaan tussen de vader en [minderjarige] . Op dit moment vindt het hof een omgang met de vader echter in strijd met de zwaarwegende belangen van [minderjarige] .

Bij de bestreden beschikking van 13 maart 2023 is de vader de omgang met [minderjarige] ontzegd voor onbepaalde tijd. Het hof zal echter gelet op artikel 1:377e BW geen termijn stellen aan de ontzegging van de omgang. Elke afwijzing van een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling is immers tijdelijk van aard, in die zin dat de ouder van wie het verzoek is afgewezen zich in ieder geval na verloop van een jaar opnieuw tot de rechter kan wenden met een verzoek om een omgangsregeling te doen vaststellen. Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook vernietigen en bepalen dat de vader de omgang met [minderjarige] wordt ontzegd.

Ondertoezichtstelling

De vader heeft verzocht om een ondertoezichtstelling over [minderjarige] uit te spreken. Evenals de rechtbank en op dezelfde gronden als de rechtbank, die het hof overneemt en na eigen onderzoek tot de zijne maakt, is het hof van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten van artikel 1:255, eerste lid, BW. Het hof voegt hieraan nog het volgende toe.

Nu in het kader van de procedure over de zorgregeling meerdere pogingen zijn ondernomen om tot verbetering van de situatie tussen [minderjarige] en de vader te komen en deze pogingen tot geen enkele verbetering hebben geleid, is het - mede gelet op de leeftijd van [minderjarige] en haar stellige en consequente mening op dit punt - naar het oordeel van het hof niet wenselijk om contactherstel af te dwingen binnen het kader van een ondertoezichtstelling. Dat zal bij de huidige stand van zaken eerder een negatief dan een positief effect hebben op haar houding ten opzichte van de vader en op haar ontwikkeling.

Naast het vorenstaande zijn uit het rapport van de bijzondere curator en de stellingen en stukken van partijen naar het oordeel van het hof geen andere zorgpunten of kindfactoren gebleken die een ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige] vormen, zodat ook om die reden een ondertoezichtstelling niet is gerechtvaardigd. [minderjarige] ontwikkelt zich leeftijdsadequaat en ze groeit op in een stabiele en veilige gezinssituatie, waarover geen zorgen zijn. Op school gaat het goed met [minderjarige] en ook in sociaal opzicht lijkt ze zich goed te ontwikkelen.

Gelet op al het voorgaande ziet het hof onvoldoende aanleiding een ondertoezichtstelling over [minderjarige] uit te spreken. Het hof zal de bestreden beschikking op dit punt dan ook bevestigen (bekrachtigen).

3. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van

13 maart 2023, voor zover daarbij de omgang is ontzegd voor de duur van onbepaalde tijd en in zoverre opnieuw beschikkende:

ontzegt de vader het recht op omgang met [minderjarige] ;

bekrachtigt de beschikking voor het overige;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, S. Kuijpers en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, en is op 20 augustus 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K.E. Vaartjes-de Wit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand