ECLI:NL:GHARL:2026:5400

ECLI:NL:GHARL:2026:5400

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 200.368.311
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vernietiging ondercuratelestelling

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.368.311

(zaaknummers rechtbank Gelderland 12078745 en 12078783)

beschikking van 4 augustus 2026

in de zaak van

[verzoekster] ( [verzoekster] )

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. P.G.W. van Wees

en

Almass Bewindvoering B.V. (Almass)

die is gevestigd in Cuijk

en

[belanghebbende1] (de moeder van [verzoekster] ) en

[belanghebbende2] (de vader van [verzoekster] )

die wonen op een bij het hof bekend adres

1. Samenvatting

De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de kantonrechter) heeft bij beschikking van 6 februari 2026 [verzoekster] onder curatele gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand.

Het hof beslist dat dit niet zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

[verzoekster] is geboren [in] 2002. Zij heeft een zoon [de minderjarige] , die is geboren [in] 2022.

Bij beschikking van 16 maart 2021 heeft de rechtbank Den Haag [verzoekster] onder curatele gesteld.

Bij beschikking van 28 april 2023 heeft de rechtbank Gelderland de curatele opgeheven en voor [verzoekster] een bewind en mentorschap ingesteld met ingang van 1 mei 2023.

Bij beschikking van 1 augustus 2025 heeft de rechtbank Gelderland het mentorschap opgeheven met ingang van 1 september 2025.

Bij beschikking van 15 oktober 2025 is Almass tot (opvolgend) bewindvoerder van [verzoekster] benoemd.

Op 22 oktober 2025 heeft Almass bij de kantonrechter een verzoek tot ondercuratelestelling van [verzoekster] ingediend.

Bij beschikking van 23 oktober 2025 (met zaaknummer 11935102) heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang:

- Almass benoemd tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [verzoekster] ;

- aan de provisionele bewindvoerder alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft;

- iedere verdere beslissing aangehouden.

Bij beschikking van 19 december 2025 (met zaaknummer 11935102) heeft de kantonrechter, voor zover hier van belang:

- verstaan dat het provisioneel bewind is beëindigd;

- met ingang van 20 december 2025 een bewind ingesteld over de goederen die [verzoekster] (zullen) toebehoren vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;

- met ingang 20 december 2025 een mentorschap ingesteld ten behoeve van [verzoekster] ;

- met ingang van 20 december 2025 Almass tot bewindvoerder en mentor benoemd.

3. De procedure bij de kantonrechter

Almass heeft de kantonrechter op 26 januari 2026, in het digitale systeem Toezicht (hierna: Toezicht), geïnformeerd over een situatie die zich op 14 januari 2026 in de woning van [verzoekster] heeft voorgedaan. Daarbij heeft Almass kenbaar gemaakt dat zij van mening is dat het beschermingsbewind en mentorschap voor [verzoekster] alsnog moet worden omgezet naar een ondercuratelestelling.

Op 27 januari 2026 is door de griffie van de kantonrechter in Toezicht als reactie gegeven, dat hiervoor een verzoekschrift kan worden ingediend.

Almass heeft hierna op 28 januari 2026 in Toezicht bericht:

“Dank voor uw bericht, ik begrijp uw reactie, maar in deze casus is tijdens de zitting met (…) anders besproken. Het verzoek was al curatele, maar gezien het belang van betrokkene, hebben wij haar samen het voordeel van de twijfel gegeven door niet curatele in te stellen maar bewind en mentorschap. Terwijl we van mening waren dat het curatele moest zijn, maar zou ze het gezag over haar kindje verliezen. Zou er iets in deze casus gebeuren, heb ik de opdracht gekregen de Rechtbank daar over te informeren. (de kantonrechter) zou het beoordelen en alsnog, naar haar oordeel, curatele instellen. Vandaar dat ik u op deze manier heb geïnformeerd. (…)”

Bij de bestreden beschikking van 6 februari 2026 heeft de kantonrechter:

- [verzoekster] onder curatele gesteld wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand;

- Almass tot curator benoemd;

- bepaald dat deze uitspraak door de griffie zal worden bekendgemaakt in de Staatscourant;

- bepaald dat deze uitspraak door de griffie zal worden ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister.

4. De procedure bij het hof

[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

- het beroepschrift, ontvangen op 4 mei 2026

- het stuk dat namens [verzoekster] is ingediend op 31 juli 2026

De zitting bij het hof was op 4 augustus 2026. Aanwezig waren:

- [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat

- Almass, vertegenwoordigd door [naam1]

- de vader van [verzoekster]

- [naam2] , begeleider van [stichting]

- [naam3] , begeleider van Pluryn

5. Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

In artikel 1:379 BW staat door wie de curatele kan worden verzocht. De curatele kan onder andere door de bewindvoerder worden verzocht.

Het verzoekschrift tot ondercuratelestelling moet voldoen aan de wettelijke vereisten, die staan in artikel 278 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang met artikel 799 Rv. De inhoud van het verzoekschrift moet ook voldoen aan de vereisten die in het toepasselijke procesreglement staan opgenomen.

In het Landelijk procesreglement voor verzoekschriften bij de rechtbanken, kanton, inzake curatele, bewind en mentorschap (hierna: het procesreglement), dat hier van toepassing is, staat in artikel 1.2.4. over de inhoud van het verzoekschrift:

“Het verzoekschrift wordt ingediend, bij voorkeur door middel van het daartoe bestemde en onder 1.2.5 genoemde formulier, en vermeldt het volgende (artikel 799 Rv):

a. voorna(a)m(en), naam en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland of als de werkelijke verblijfplaats niet dezelfde is als de woonplaats, het werkelijk verblijf van de verzoeker, en;

b. naam, adres en woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland of als de werkelijke verblijfplaats niet dezelfde is als de woonplaats, het werkelijk verblijf van de betrokkene en van iedere andere belanghebbende, voor zover bij de verzoeker bekend, en;

c. een duidelijke omschrijving van het verzoek en de feiten die aan het verzoek ten grondslag worden gelegd, en;

d. de naam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de eventuele gemachtigde. Het verzoekschrift vermeldt ook het e-mailadres en het telefoonnummer van de verzoeker. In de kop van het verzoekschrift wordt de aard van het verzoek vermeld en, zo mogelijk, de wetsbepaling waarop het berust.”

Hoe oordeelt het hof?

Het hof is van oordeel dat de kantonrechter ten onrechte het bewind en mentorschap van [verzoekster] heeft omgezet in een ondercuratelestelling. Er ontbreekt een verzoekschrift, zoals op grond van de wet en het procesreglement is vereist.

Gebleken is dat de kantonrechter tot het nemen van de bestreden beschikking is overgegaan na ontvangst van de berichten van Almass van 26 en 28 januari 2026 (zie hiervoor onder 3.1 en 3.3). In het bericht van 28 januari 2026 heeft Almass verwezen naar het verzoekschrift tot ondercuratelestelling van [verzoekster] dat Almass op 22 oktober 2025 bij de kantonrechter heeft ingediend.

Het hof stelt vast dat de kantonrechter op het hiervoor genoemde verzoekschrift al bij beschikkingen van 23 oktober 2025 en 19 december 2025 (zie hiervoor onder 2.7 en 2.8) heeft beslist. In de beschikking van 19 december 2025 is een eindbeslissing genomen. Er is daarna geen nieuw verzoekschrift ter zake de ondercuratelestelling ingediend. Het hof is van oordeel, zoals [verzoekster] in haar beroepschrift terecht stelt, dat de kantonrechter niet enkel op basis van de berichten van Almass van 26 en 28 januari 2026 het bewind en mentorschap heeft mogen omzetten naar een ondercuratelestelling. Die berichten voldoen niet als verzoekschrift.

In de berichten van 26 en 28 januari 2026 heeft Almass ook gewezen op wat tijdens de zitting van de kantonrechter op 10 december 2025 (die ging over het hiervoor genoemde verzoekschrift van 22 oktober 2025) is besproken. Volgens Almass hebben de kantonrechter en Almass destijds aan [verzoekster] het voordeel van de twijfel gegeven en is om die reden geen curatele ingesteld. Indien het opnieuw fout zou gaan in de situatie van [verzoekster] , zou Almass de kantonrechter daarover informeren en zou alsnog direct curatele kunnen worden ingesteld.

Het hof overweegt hierover als volgt. Voor zover de kantonrechter met wat tijdens de zitting van 10 december 2025 is besproken een voorwaardelijke curatele heeft bedoeld, geldt dat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. In de beschikking van 19 december 2025 heeft de kantonrechter dat ook niet beslist. In die beschikking is overwogen dat een ondercuratelestelling op dat moment als een te verstrekkende beperking van de rechten van [verzoekster] is te beschouwen en is beslist tot het instellen van bewind en mentorschap voor haar. Vervolgens heeft de kantonrechter wel naar aanleiding van de berichtgeving door de bewindvoerder direct tot een ondercuratelestelling van [verzoekster] beslist, zonder dat daarvoor een verzoekschrift is ingediend en [verzoekster] daarop is gehoord. Naar het oordeel van het hof is [verzoekster] hierdoor ernstig in haar (procesrechtelijke) belangen geschaad.

De beslissing van de kantonrechter zal daarom ongedaan worden gemaakt (worden vernietigd). Dit brengt mee dat het op 19 december 2025 ingestelde bewind en mentorschap herleeft.

Het hof zal de griffier van het hof opdragen om deze beschikking te publiceren in de Staatscourant en aan te tekenen in het openbare Centraal Curatele- en Bewindregister, een en ander zoals voorgeschreven in artikel 1:390 en 1:391 BW en zoals hierna in het dictum vermeld.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 6 februari 2026;

bepaalt dat deze uitspraak binnen tien dagen nadat zij ten uitvoer kan worden gelegd door de griffier in de Staatscourant bekend wordt gemaakt;

bepaalt dat deze uitspraak door de griffier wordt ingeschreven in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister.

Deze beschikking is gegeven en uitgesproken op 4 augustus 2026 door mrs. H. Phaff, R. Feunekes en A.L.H. Ernes, bijgestaan door de griffier, en op schrift gesteld op 20 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand