ECLI:NL:GHARL:2026:541

ECLI:NL:GHARL:2026:541

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-02-2026
Datum publicatie 02-02-2026
Zaaknummer Wahv 200.356.509/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Artikel 5 WVW 1994. Het voertuig stond niet alleen op het trottoir, maar blokkeerde ook de blindengeleidenstrook. Aldus is sprake van hinder. Van overmacht is geen sprake.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Midden-Nederland van 12 mei 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 180,- voor: “een voertuig zo laten staan, dat gevaar op de weg of kan worden veroorzaakt, of verkeer wordt of kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op

9 april 2024 om 20.54 uur op de Eerste Muntmeesterslaan in Utrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gedraging plaatsvond onder bijzondere omstandigheden die naar haar mening onvoldoende zijn meegewogen. Hierbij herhaalt de betrokkene de grond dat zij ten tijde van de gedraging haar moeder - die slecht ter been is - moest ophalen. Bovendien beschikt zij over een geldige gehandicaptenparkeerkaart. De betrokkene legt uit dat er geen beschikbare en veilige plek in de directe omgeving aanwezig was waar haar moeder kon in- of uitstappen. Gelet daarop heeft de betrokkene haar voertuig enkele minuten stilgezet op het trottoir en daarbij andere weggebruikers niet gehinderd. Haar moeder stond op dat moment klaar, is direct ingestapt en de betrokkene is vervolgens weggereden. Een ooggetuige kan bevestigen dat het voertuig slechts kort stilstond en dat daarbij niemand is gehinderd. De betrokkene begrijpt dat de wijze waarop zij heeft gehandeld niet is toegestaan, maar er was sprake van een uitzonderlijke (medische) situatie. De betrokkene verzoekt dan ook om vernietiging van de beslissing van de kantonrechter en vernietiging dan wel matiging van de sanctie.

3. Gelet op de aangevoerde omstandigheden, en het gegeven dat alle parkeerplaatsen vol waren, waarbij de betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het parkeren te maken had met het vervoer van een gehandicapte met een gehandicaptenparkeerkaart, stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat de sanctie gematigd kan worden tot de helft van het sanctiebedrag, namelijk tot

€ 90,-.

4. De gedraging met feitcode R395 betreft de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Dit artikel luidt:

“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”

5. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van de gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond waardoor gevaar en/of hinder werd, dan wel kon worden veroorzaakt. Ik zag dat de doorgang voor het verkeer werd, dan wel kon worden geblokkeerd. De situatie was als volgt: ik, verbalisant, zag op bovengenoemde plaats, datum en tijdstip te Utrecht het bovengenoemde voertuig op de weg staan waardoor hinder kan worden veroorzaakt en de doorgang kan worden belemmerd. Ik zag namelijk dat het voertuig zodanig geparkeerd stond dat de blindengeleidenstrook werd geblokkeerd. Omdat het bovengenoemde voertuig zo geparkeerd stond, konden er geen minder valide personen geen gebruik maken van deze strook. Er zijn meerdere foto’s gemaakt. Ik zag geen geldige ontheffing in het voertuig. Ik zag geen activiteiten in/rondom het voertuig. De positie van het voertuig op de weg was als volgt: trottoir. (…)

Bijlagen:

Bijlage nr. 1.

Bijlage nr. 2.

Bijlage nr. 3.

Bijlage nr. 4. (…)”

7. Het dossier bevat voorts een aanvullend proces-verbaal d.d. 24 juli 2024, waarin de ambtenaar – voor zover relevant – het volgende aanvoert:

“ (…) Op de plek waar het voertuig stond waren uiterlijke kenmerken aanwezig dat de bestrating anders was met de rijweg. Op de plek waar het voertuig stond lagen rood gemarkeerde klinkers en de rijbaan was geasfalteerd. Ook was de plek waar het voertuig stond verhoogd door middel van trottoirbanden. Ter verduidelijking heb ik fotografische opnames meegestuurd van de gedraging.”

8. Verder bevat het dossier een aantal foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat het voertuig van de betrokkene op een verhoogd trottoir staat geparkeerd bestaande uit rood gemarkeerde klinkers. Op de foto’s is verder te zien dat aan de voor- en achterzijde van het voertuig de trottoirband wordt afgescheiden door middel van witte tegels met een geribbelde structuur, te weten een blindengeleidenstrook.

9. Op grond van de verklaringen van de ambtenaar en de foto’s kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene niet alleen stilstond op het trottoir met de daarmee gepaard gaande hinder voor gebruikers van het trottoir, maar dat het voertuig ook de ruimte tussen beide blindengeleidenstroken blokkeerde door de wijze waarop het is geplaatst. In dit geval is, anders dan de betrokkene kennelijk meent, sprake van hinder.

10. Gelet op hetgeen is aangevoerd dient het hof te beoordelen of er aanleiding is om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen daartoe aanleiding geven.

11. Voor zover de betrokkene een beroep doet op overmacht overweegt het hof als volgt. Een beroep op overmacht kan slagen als feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk wordt dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dat zij heeft gedaan. Aan dit vereiste is in het onderhavige geval niet voldaan. Indien de betrokkene geen parkeerplaats kan vinden, staat het haar niet vrij om dan maar op het trottoir te parkeren en daarmee de doorgang voor voetgangers op de blindengeleidenstrook te blokkeren. Dat de betrokkene het voertuig maar enkele minuten op het trottoir zou hebben stilgezet, zodat haar moeder direct kon instappen en de betrokkene vervolgens is weggereden, doet aan het voorgaande niet af. Bovendien volgt uit de verklaring van de ambtenaar dat hij geen activiteiten heeft waargenomen in en rondom het voertuig. De stelling dat de betrokkene een getuigenverklaring kan inbrengen is niet met enig stuk onderbouwd. Dat wat is aangevoerd brengt dan ook niet mee dat het opleggen van een sanctie achterwege moet blijven. Echter, in aanmerking genomen dat het openbaar ministerie beschikt over een eigenstandige bevoegdheid om het bedrag van de sanctie lager vast te stellen als de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht dat rechtvaardigen, zal het hof het openbaar ministerie hierin volgen en het bedrag van de sanctie matigen tot € 90,-.

12. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;

wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in

€ 90.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Reuver als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Reuver

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?