[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 7 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P. Sipma, hebben aangevoerd.
Het vonnis waarvan beroep
In het vonnis van de politierechter is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (kortgezegd) diefstal van dieselbrandstof in vereniging. De politierechter heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 2.740,00, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in het overige deel van de vordering.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland . Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primairhij op of omstreeks 18 november 2022 te [locatie] , gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid van ongeveer ruim 2000 liter diesel brandstof, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] en/of [bedrijf] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 18 november 2022 te [locatie] , gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een hoeveelheid van ongeveer ruim 2000 liter diesel brandstof, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] en/of [bedrijf] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of die onbekend gebleven personen toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 18 november 2022 te [locatie] , gemeente [gemeente] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- een aanhangwagen te huren, en/of
- ( vervolgens) de aanhangwagen ter beschikking te stellen aan een of meer onbekend gebleven personen,
welke aanhangwagen vervolgens door een of meer onbekend gebleven personen is gebruikt om de diefstal mee te plegen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit, nu geen sprake was van een voltooide diefstal maar van een (niet ten laste gelegde) poging daartoe. De verdediging heeft als alternatief scenario naar voren gebracht dat verdachte en zijn medeverdachte wel hebben geprobeerd om diesel weg te nemen, maar dat dit niet is gelukt omdat de slang die ze gebruikten vacuüm trok. De nattigheid die de politie later in de aanhanger aantrof was volgens de verdediging een mix van diesel en water. Verdachte verklaart namelijk dat hij zelf een kleine hoeveelheid diesel had meegebracht naar het tankstation om zijn pomp werkende te krijgen en – toen dit niet lukte – het nogmaals heeft geprobeerd met water uit de parasolpoot die bij het tankstation stond. Ook deze poging mislukte.
Oordeel van het hof
Het hof acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen en twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs.
Ten aanzien van het alternatieve scenario van de verdediging overweegt het hof als volgt. Aangever [benadeelde] heeft naar aanleiding van zijn verhoor door de raadsheer-commissaris overzichten van de tankvoorraden en verkopen per dag overgelegd. Uit het overzicht van 17 november 2022 blijkt dat er aan het einde van de dag (te weten om 23:55 uur) 13.821,56 liter ‘Diesel l.zw.’ aanwezig was en 1.488,42 liter ‘Excel.Diesel’. Uit het overzicht van 18 november 2022 blijkt dat er die dag 962,24 liter Diesel l.zw. is verkocht en geen Excel.Diesel. Vervolgens blijkt uit hetzelfde overzicht dat aan het einde van de dag nog 10.359,32 liter Diesel l.zw. en nog 548.42 liter Excel.Diesel aanwezig was. Dit betekent dat er sprake is van negatieve voorraadverschillen van respectievelijk 2.500 liter Diesel l.zw en 940 liter Excel.Diesel.
Op de videobeelden van het tankstation is te zien dat verdachte en zijn medeverdachte in de nacht van 17 op 18 november 2022 bij het tankstation aanwezig zijn met een auto en aanhanger en dat zij daar ongeveer anderhalf uur bezig zijn. Het hof acht het gelet op dat totale tijdsbestek van anderhalf uur onaannemelijk dat de bezigheden bij het tankstation bij een poging tot diefstal zijn gebleven. Op de beelden is inderdaad - zoals verdachte stelt - na enige tijd zichtbaar dat een man een parasolvoet in de richting van de bus tilt. Echter ook daarna zijn verdachte en zijn medeverdachte gedurende langere tijd bij het tankstation aanwezig geweest. Nu een aannemelijke verklaring over de invulling van dit tijdvak ontbreekt en onaannemelijk is dat verdachte en de medeverdachte na twee mislukte pogingen om de pomp werkend te krijgen nog geruime tijd bij het tankstation zouden blijven, concludeert het hof dat de tweede poging kennelijk wel succesvol was en dat verdachte samen met de medeverdachte met behulp van de pomp brandstof heeft overgeheveld naar de meegebrachte vaten. Het hof is van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte en zijn medeverdachte verantwoordelijk zijn voor het op de volgende dag door het tankstation geconstateerde voorraadverschil van 3.440 liter dieselbrandstof.
Het hof merkt daarbij nog op dat de verklaring van getuige [getuige] dat verdachte kort na het feit tegen hem zei dat ‘hij er niks uit had gehaald’ niet dermate duidelijk, ondubbelzinnig en betrouwbaar is dat daardoor twijfel ontstaat over de betrokkenheid van verdachte bij het feit.
Al met al is het hof van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat sprake is van een voltooide brandstofdiefstal en dat verdachte daarbij samen met een ander als dader betrokken was. Het hof acht het primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
1. De door verdachte op de terechtzitting van de politierechter van 14 januari 2025 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:
In de nacht van 18 november 2022 was ik in [locatie] bij het tankstation van [bedrijf]
Ik heb de aanhanger gehuurd. Ik was erbij en ik ben te zien op de camerabeelden.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 21 november
2022, opgenomen op pagina 10 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met
nummer PL0100-2022309156 d.d. 1 april 2023, inhoudende als verklaring van [benadeelde] :
In de nacht van 18 november, zijn er een tweetal heren met een bestelbus en tandemas
aanhanger met huifopbouw (grijze kleden) bij ons tankstation langs gegaan aan de
[adres] te [locatie] rond 02.35 en hebben in 1,5 uur tijd via de
peilleiding brandstof uit de voorraad tank gezogen in de aanhanger. Dit hebben we ontdekt
nadat we de beelden bekeken. Na controle bleek dat er diesel brandstof is ontnomen.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2022, opgenomen op pagina 78 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik heb in de aanhangwagen gekeken en ik rook de geur van brandstof. Ik zag dat een groot
deel van de laadvloer van de aanhangwagen nat was. Ik heb een vinger over de natte vloer
gehaald. Ik rook dat de vloeistof op mijn vinger naar brandstof rook.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2026, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] , met daaraan als bijlage gevoegd een bestand genaamd [bestandsnaam]
DAGRAPPORT
Vanaf: [bestandsnaam]
Tot: [bestandsnaam]
(…)
Deel 5: TANKGEGEVENS
3 Diesel l.zw. 13821.56
8 Excel.Diesel 1488.42
Gegevens tankgroepen
Tankgroep theor. voorraad
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 mei 2026, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] , met daaraan als bijlage gevoegd een bestand genaamd [bestandsnaam]
DAGRAPPORT
Vanaf: [bestandsnaam]
Tot: [bestandsnaam]
(…)
DEEL 3: TOTAAL (KASSA + BUITEN)
Totale brandstofverkoop per brandstoftype
hoeveelheid bedrag
Diesel l.zw. 962.24 1731.06
(…)
DEEL 5: TANKGEGEVENS
3 Diesel l.zw. 10359.32
8 Excel.Diesel 548.42
Gegevens tankgroepen
Tankgroep theor. voorraad
Leveringen en/of voorraadverminderingen
Tankgroep: 3 Diesel l.zw.
Volume: -2500.00 L
Tankgroep: 8 Excel.Diesel
Volume: -940.00 L
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
primairhij op 18 november 2022 te [locatie] , gemeente [gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid diesel brandstof die aan [benadeelde] en/of [bedrijf] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging van een grote hoeveelheid dieselbrandstof. Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen materiële schade veroorzaakt, maar ook ernstige inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander.
Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 3 juli 2026. Hieruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens strafbare feiten, ook na het plegen van onderhavig feit.
Verder heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze op de zitting van het hof naar voren zijn gekomen.
Het hof is van oordeel dat de politierechter in haar straftoemeting op juiste gronden heeft beslist. Het hof neemt deze beslissing over en zal verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met aftrek van het voorarrest, opleggen.
Alles afwegende acht het hof het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.709,30 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 2.740,00. De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep gehandhaafd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de oorspronkelijke vordering.
Op de zitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het primair bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Anders dan de politierechter, gaat het hof uit van de schade zoals door de benadeelde partij gevorderd. Het hof overweegt dat uitvoerig en in afdoende mate is onderbouwd dat 3.440 liter dieselbrandstof is weggenomen en dat de benadeelde partij € 4.709,30 aan materiële schade heeft geleden. De benadeelde partij in zijn aangifte kort na ontdekking van de diefstal aanvankelijk de weggenomen hoeveelheid dieselbrandstof heeft geschat op 2000 liter.
Verdachte moet de schade vergoeden. De vordering wordt daarom toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. Verdachte is hoofdelijk met zijn tot op heden onbekende mededader aansprakelijk voor de schade.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.709,30 (vierduizend zevenhonderdnegen euro en dertig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.709,30 (vierduizend zevenhonderdnegen euro en dertig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 47 (zevenenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 18 november 2022.
Dit arrest is gewezen door mr. A.F. van Kooij, mr. Z.J. Oosting en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. G. Krist en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 21 augustus 2026.