ECLI:NL:GHARL:2026:5431

ECLI:NL:GHARL:2026:5431

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.362.567/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Artikel 5 Wahv. Stopteken niet gezien of genegeerd. In beide gevallen bestond geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De sanctie mocht aan de kentekenhouder worden opgelegd

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 18 november 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 142,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 190,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 juni 2023 om 21.22 uur op de Essenkade in Houten met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 142,50 omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.

3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging heeft ontkend en heeft aangegeven dat de ambtenaren geen direct zicht op het verkeerslicht hadden. De verklaring van de ambtenaren is afkomstig van een tekstblok. Het had op de weg van de officier van justitie gelegen om aanvullende informatie op te vragen over de positie van de ambtenaren ten opzichte van het verkeerslicht. De betrokkene heeft verder aangegeven geen stopteken te hebben gezien. Hij heeft dit daardoor ook niet kunnen negeren. Het zaakoverzicht bevat hierover te weinig informatie en ook hierover had de officier van justitie nadere informatie moeten opvragen. Uit de aanvullende verklaring blijkt dat de ambtenaar zich de gedraging niet goed meer kan herinneren. De betrokkene kan dit wel en geeft aan geen stopteken gekregen te hebben. De reden waarom van staandehouding is afgezien is daarom onvoldoende gemotiveerd.

4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik had direct zich op het verkeerslicht en zag dat deze ongeveer 5,00 seconden op rood stond op het moment dat betrokkene dit licht negeerde en zijn weg vervolgde. Plaatsaanduiding verkeerslicht: kruising Utrechtseweg/Essenkade. (…)Reden geen staandehouding: de bestuurder negeerde het gegeven stopteken.”

6. Verder bevat het dossier een mailwisseling tussen de (vertegenwoordiger van de) advocaat-generaal en de ambtenaar. Op vragen van de advocaat-generaal reageert de ambtenaar dat ze zich het incident niet kan herinneren. Ze leest in de systemen dat de betrokkene een stopteken kreeg omdat hij de bromfiets bestuurde zonder een helm te dragen. Ze kan er niets anders van maken dan dat geen staandehouding kon plaatsvinden omdat hij het stopteken negeerde. Ze leest verder in de registratie dat haar collega en zijzelf na een achtervolging (het hof begrijpt: het voertuig en de bestuurder) zijn kwijtgeraakt.

7. Het hof ziet in wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaren. Dat de verklaring is gebaseerd op een standaard tekstblok is daarvoor onvoldoende. Ook de enkele, niet nader toegelichte stelling dat de ambtenaren geen direct zicht hadden op de verkeerslichten is niet genoeg om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat deze wel direct zicht had. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.

8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

9. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt voldoende dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest. De enkele stelling van de betrokkene dat hij geen stopteken heeft gezien rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat geen stopteken is gegeven en de verklaring van de ambtenaar niet klopt. Het hof gaat er daarom vanuit dat een stopteken is gegeven, zoals door de ambtenaar is verklaard. Of nu een stopteken is gegeven dat door de bestuurder van het voertuig is genegeerd, of dat een stopteken is gegeven dat door de betrokkene niet is gezien, in beide gevallen mocht de sanctie worden opgelegd aan de betrokkene als kentekenhouder.

10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand