GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
nummer BK-ARN 24/1961
uitspraakdatum: 18 augustus 2026
Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 19 september 2024, nummer LEE 23/3821, in het geding tussen belanghebbende en
de inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratieve processen/kantoor Apeldoorn (hierna: de Inspecteur)
1. Ontstaan en loop van het geding
Aan belanghebbende is over het tijdvak 27 december 2021 tot en met 26 december 2022 een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd ten bedrage van € 311. Bij beschikking is tevens een (verzuim)boete opgelegd van € 311.
De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar het bezwaar tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard, het bezwaar tegen de boete gegrond verklaard en de boete verminderd tot € 50.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende alsmede [naam1] en [naam2] namens de Inspecteur. De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met zaaknummer BK-ARN 24/1960, welke zaak ter zitting door belanghebbende is ingetrokken. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.
2. Vaststaande feiten
Belanghebbende is vanaf 4 maart 2006 tot heden houder van een motorrijtuig van het merk BMW 5 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto).
De geldigheid van het kentekenbewijs van de auto was onder meer geschorst vanaf 10 september 2022.
Op 23 november 2022 is de auto om 11:05 uur geflitst op de N305 richting Biddinghuizen. Bij brief van 5 januari 2023 heeft de Inspecteur aangekondigd dat hij voornemens was een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete op te leggen, omdat tijdens de schorsing van het voertuig gebruik was gemaakt van de weg.
Tot de stukken behoort een Outlook-item van 24 januari 2023 met de volgende tekst:
‘APK Auto [voornaam]
Van [naam3] < [mail naam3] >
Datum Di 24-01-2023 11:03
Aan [emailadres belanghebbende]
Een bevestiging voor uw afspraak met [naam garage] bv: 23-11-2022 [adres en telefoonnummer garage]
Verzonden vanuit Outlook voor iOS’
Op 10 maart 2023 heeft de garagehouder aan belanghebbende een ‘proforma/offerte’ uitgereikt voor een APK-keuring op 23 november 2022 ten bedrage van € 15,70 (exclusief btw). Dit bedrag is door belanghebbende ook betaald. Deze proforma/offerte luidt als volgt:
Factuurnummer
Proforma/offerte
Kenteken
[kenteken]
Factuurdatum
10-03-2023
Merk
(…)
Blad
1 van 2
Uitvoering
(…)
Debiteurnummer
(…)
APK geldig tot
29-08-2022
Reparatiedatum
23-11-2022 (…)
Kilometerstand
631179
Datum Deel 1A
(…)
Omschrijving
Aantal
Stuksprijs
Bedrag
A.P.K.-keuring
1
15,70
15,70
Apk en adviespunt!
1
0,00
0,00
Remleiding achter te veel roest
Speling R.A. draagarm
Kentekenplaat hoeder scherpe delen
Remlicht L.A.
Wissers strepen
Dimlicht L.V. plus R.V.
Gordel achter rolt niet op
Luchtbalg R.A. stuk
Kokkerbalk R.A. stuk
Haalt CO2 niet
Abs werkt niet goed
Advies
Toe aan een grote beurt
Met dagtekening 31 maart 2023 zijn aan belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd ten bedrage van € 311 en een verzuimboete van eveneens € 311.
3. Geschil
In geschil is of de naheffingsaanslag en de boete terecht zijn opgelegd.
Belanghebbende stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat een vrijstelling motorrijtuigenbelasting van toepassing is, omdat hij met de auto onderweg was naar een APK-keuring. Ter zitting heeft belanghebbende de overige door hem in de stukken naar voren gebrachte grieven uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ingetrokken. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de naheffingsaanslag en de boetebeschikking.
De Inspecteur stelt daar tegenover dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat een officiële APK-keuring heeft plaatsgevonden. De Inspecteur concludeert daarom tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
4. Beoordeling van het geschil
Naheffingsaanslag
Onder de naam ‘motorrijtuigenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van een personenauto, een bestelauto, een motorrijwiel, een vrachtauto of een autobus. De belasting wordt niet geheven tijdens een voor dat motorrijtuig geldende schorsing.
Indien tijdens de schorsing met het voertuig gebruik wordt gemaakt van de openbare weg en de voorwaarden voor de schorsing derhalve niet worden nageleefd, kan de belasting worden nageheven. De na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak het tijdvak waarin gebruik van de weg is gemaakt. De na te heffen belasting wordt verminderd met de belasting die over de periode waarop de naheffingsaanslag betrekking heeft voor het motorrijtuig is betaald en voorzover voor de belasting over die periode geen aanspraak op teruggaaf van belasting bestaat.
Naheffing blijft achterwege indien een vrijstelling van toepassing is. Zo geldt onder meer een vrijstelling voor motorrijtuigen waarmee met het oog op een ingevolge hoofdstuk V van de Wegenverkeerswet 1994 te verrichten keuring (hierna: APK-keuring) van het motorrijtuig tijdens een voor het motorrijtuig geldende schorsing gebruik van de weg wordt gemaakt op de dag waarop dat motorrijtuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsbewijs aan een keuring wordt onderworpen. De vrijstelling hoeft niet voorafgaand aan de APK-keuring te worden aangevraagd. Voldoende is dat boeken en bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de desbetreffende dag aan een keuring zal worden onderworpen.
Tussen partijen is niet in geschil dat met de auto op 23 november 2022 gebruik is gemaakt van de weg. Dit betekent dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, tenzij een vrijstelling van toepassing is.
Belanghebbende, op wie in deze de bewijslast rust, heeft zich op het standpunt gesteld dat hij op het moment waarop hij werd geflitst onderweg was naar de garage voor een APK-keuring. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat de APK-keuring ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat de auto daarbij is afgekeurd. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft belanghebbende het in 2.4 weergegeven Outlook-item en de in 2.5 weergegeven proforma/offerte overgelegd.
Tegenover de betwisting door de Inspecteur, heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk gemaakt dat op 23 november 2022 een officiële APK-keuring van de auto heeft plaatsgevonden. Eerder lijkt sprake te zijn geweest van zogenoemde ‘voorkeuring’, een afspraak om inzicht te krijgen in de reparaties die noodzakelijk zijn voor de goedkeuring van de auto bij een APK-keuring in de toekomst. Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende geen keuringsrapport heeft overgelegd, terwijl bij een APK-keuring normaal gesproken altijd een keuringsrapport wordt opgemaakt. Verder heeft de Inspecteur onweersproken gesteld dat uit het systeem van de RDW blijkt dat er geen keuringen van de auto zijn geregistreerd tussen de goedkeuring van de auto medio 2021 en de goedkeuring in 2025. Daarbij komt dat i) de auto in slechte staat verkeerde hetgeen aanleiding is geweest voor de schorsing van de auto in september 2022, ii) belanghebbende diverse malen, in verschillende bewoordingen, naar voren heeft gebracht dat duidelijk was dat de auto door een fors aantal gebreken niet door een APK-keuring zou komen, iii) een officiële APK-keuring derhalve weinig zinvol was, iv) de auto tot de APK-keuring in 2025 in de garage is blijven staan en in de loop der tijd is gerepareerd en v) de garagehouder geen verklaring heeft afgelegd of anderszins informatie heeft verstrekt waaruit blijkt dat op 23 november 2022 een officiële APK-keuring bij de RDW is aangemeld en uitgevoerd. Gelet hierop zijn de vermelding APK-keuring op de ‘proforma/offerte’ d.d. 10 maart 2023 en het Outlook-item getiteld APK Auto [voornaam] onvoldoende om het tegendeel aannemelijk te achten.
Voor zover belanghebbende het standpunt inneemt dat het de bedoeling was de auto APK te laten keuren, maar dat de keuring onverwacht niet heeft plaatsgevonden, faalt dit. Het Hof wijst er in dat verband op dat dit standpunt niet strookt met zijn (ter zitting) ingenomen standpunt dat de auto is afgekeurd. Verder is ook niet duidelijk geworden wat dan de bijzondere omstandigheid is geweest waardoor de APK-keuring achterwege is gebleven. Een verklaring (van de garagehouder) hieromtrent ontbreekt.
Nu de in 4.3 vermelde vrijstelling niet van toepassing is, is de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende opgelegd. Belanghebbende heeft ter zitting zijn grieven tegen de berekening van de hoogte van de naheffingsaanslag ingetrokken.
Boete
Wanneer motorrijtuigenbelasting wordt nageheven omdat een schorsing door het gebruik van de weg met een voertuig is geëindigd, kan een verzuimboete van maximaal € 5.514 worden opgelegd.
De Inspecteur heeft een boete opgelegd van € 311 en deze boete bij uitspraak op bezwaar verminderd tot € 50.
Het Hof ziet geen aanleiding de boete te vernietigen of verder te verminderen. De verzuimboete heeft tot doel de nakoming van fiscale verplichtingen in te scherpen. Voor het opleggen van een verzuimboete is niet vereist dat er sprake is van opzet of grove schuld. Alleen bij afwezigheid van alle schuld (avas) dient oplegging achterwege te blijven. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Als houder van een geschorst voertuig hoort belanghebbende de strikte regels te kennen die aan de schorsing van de auto en de toepassing van eventuele vrijstellingen zijn verbonden. In dit geval is belanghebbende met een geschorste auto naar de garage gereden, zonder dat hij aannemelijk heeft kunnen maken dat het gebruik van de weg heeft plaatsgevonden met het oog op een APK-keuring diezelfde dag. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat belanghebbende geen enkele schuld heeft aan het feit dat te weinig belasting is geheven. Het Hof acht de boete, zoals die na vermindering luidt, passend en geboden.
Slotsom Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.
5. Griffierecht en proceskosten
Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter en lid van de enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van drs. S. Darwinkel als griffier.
De beslissing is op 18 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken.
De griffier, De voorzitter,
(S. Darwinkel) (G.B.A. Brummer)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.