ECLI:NL:GHARL:2026:5448

ECLI:NL:GHARL:2026:5448

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 21-001655-26
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, waarbij naast een onvoorwaardelijke jeugddetentie de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ-maatregel) is opgelegd.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank

Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht , van 22 april 2026 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 16-219698-24 en 16-033093-25, 16-101626-25, 16-140483-24, 16-200868-25, tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,

op dit moment verblijvende in [verblijfplaats] ,

hierna: [verdachte] .

Hoger beroep

[verdachte] heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de rechtbank. Het hoger beroep is ook gericht tegen het tussenvonnis van de rechtbank van 23 januari 2026. Zowel het vonnis als het tussenvonnis is als bijlage aan dit arrest gehecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzittingen bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat [verdachte] en zijn raadsvrouw,

mr. R.J. Jager, hebben aangevoerd.

Ook heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door de heer [naam] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [benadeelde 1] naar voren is gebracht alsmede wat de vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming heeft gezegd.

Het vonnis

In de zaak met parketnummer 16-101626-25
In de zaak met parketnummer 16/219698-24
In de zaak met parketnummer 16/200868-25

In het tussenvonnis heeft de rechtbank [verdachte] vrijgesproken van een poging tot zware mishandeling en van mishandeling door het gooien van vuurwerk op een politieagent, zoals hem verweten is in de zaak met parketnummer 16-033093-25.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank bewezen verklaard dat [verdachte] :

In de zaak met parketnummer 16-140483-24

- op 21 mei 2022 in [plaats 1] een bromfiets heeft bestuurd terwijl hij nog geen 16 jaar was (feit 1) en vervolgens de plaats van een verkeersongeval waarbij hij betrokken was heeft verlaten (feit 2);

- op 10 april 2024 in [plaats 1] drie auto-inbraken heeft gepleegd (feiten 1, 2 en 3);

- in juli 2024 drie mensen heeft opgelicht of geprobeerd op te lichten, waarbij hij sierraden en een bankpas heeft weggenomen en vervolgens geld heeft gestolen door met die bankpas te pinnen (feiten 1 tot en met 4);

- op 14 februari 2025 samen met anderen over het hek is geklommen van het besloten

terrein van de haven van [plaats 2] en op dat haventerrein wederrechtelijk aanwezig was (feiten 1 en 2).

De rechtbank heeft ook vastgesteld dat deze feiten strafbaar zijn en dat [verdachte] daarvoor strafbaar is. De rechtbank heeft zich in het tussenvonnis nog niet uitgelaten over de straf en/of maatregel die [verdachte] hiervoor zou moeten krijgen. De rechtbank wilde nog aanvullende informatie van de Raad voor de Kinderbescherming over de mogelijkheid van de oplegging van een voorwaardelijke maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel).

In het eindvonnis van 22 april 2026 is de rechtbank bij haar overwegingen en conclusies in het tussenvonnis gebleven. De rechtbank heeft [verdachte] voor de bewezenverklaarde feiten veroordeeld tot een jeugddetentie van negen maanden, met aftrek van de tijd die [verdachte] in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank heeft daarnaast de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen voor de duur van drie jaren opgelegd, die van rechtswege voorwaardelijk eindigt na twee jaren. De rechtbank heeft verder gelast dat de onder [verdachte] inbeslaggenomen telefoon, jas, schoenen en het geldbedrag van € 280,00 aan hem moeten worden teruggegeven.

De rechtbank heeft ook beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] De rechtbank heeft [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De rechtbank heeft de vordering van [benadeelde 1] toegewezen voor een bedrag van € 6.252,15, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Zij is voor het niet toegewezen gedeelte niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank Midden-Nederland op juiste wijze heeft beslist en daarvoor de goede gronden heeft aangenomen. Het hof zal daarom het vonnis bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het tussenvonnis en vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. R.W. van Zuijlen, mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en

mr. J. Steenbrink, in aanwezigheid van de griffier mr. E.R. Koster-Nieuwenhuis en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 25 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand