[verdachte] ,
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005002-25
Uitspraakdatum: 12 augustus 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 2 december 2025 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 5 januari 2023 met parketnummer 05-334120-22 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 15-111361-22, in de strafzaak tegen
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] ,
op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in [Justitieel Complex] te [locatie] .
Procesgang
Verdachte is door de politierechter in de rechtbank Gelderland veroordeeld ten aanzien van de ten laste gelegde oplichting tot een gevangenisstraf van 6 weken met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken toegewezen.
Verdachte heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep bij arrest van 10 januari 2024 het vonnis waarvan beroep vernietigd ten aanzien van de beslissing tot het (niet) opleggen van de schadevergoedingsmaatregel en het vonnis voor het overige bevestigd en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Verdachte heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 2 december 2025 het arrest van het hof vernietigd, uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en de zaak teruggewezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad ten aanzien van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging – gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van 2 weken welke aan verdachte voorwaardelijk is opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2022 (parketnummer 15-111361-22) en omzetting van de gevangenisstraf van 2 weken naar een taakstraf van 25 uren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. P.A.J. van Putten, is aangevoerd.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover dit nog aan het hof voorligt, omdat het tot een andere beslissing ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging komt en doet daarom opnieuw recht.
Vordering tot tenuitvoerlegging
In de zaak met parketnummer 15-111361-22 is verdachte op 9 september 2022 door de politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeeld. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.
Na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden van de zaak heeft de advocaat-generaal, gelet op het tijdsverloop, gevorderd dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt toegewezen en dat de gevangenisstraf van 2 weken wordt omgezet naar een taakstraf van 25 uren. De raadsman heeft zich gerefereerd aan de vordering van de advocaat-generaal.
Op het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden bevolen. Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde is gebleken, zal het hof evenwel in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 2 weken de tenuitvoerlegging van een taakstraf van 25 uur gelasten, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 2 weken hechtenis.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover na terugwijzing door de Hoge Raad aan zijn oordeel onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht.
Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2022 met parketnummer 15-111361-22, voorwaardelijk opgelegde een gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren, de tenuitvoerlegging van een taakstraf voor de duur van 25 (vijfentwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 2 (twee) weken hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper, mr. G. Dam en mr. T. Bertens, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Dijkman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 12 augustus 2026.