ECLI:NL:GHARL:2026:5456

ECLI:NL:GHARL:2026:5456

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 200.351.802/01, 200.356.572/01 en 200.356.436/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOVE:2024:6185

Samenvatting

Eigenaar van winkels in een winkelpassage houdt andere eigenaar en aannemer aansprakelijk voor huurschade wegens niet tijdig ontsluiten van de passage. Bewijsopdracht over de vraag of daarover bevoegd afspraken zijn gemaakt. De vrijwaringszaken worden aangehouden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.351.802/01, 200.356.572/01 en 200.356.436/01

zaaknummers rechtbank Overijssel 300373 (hoofdzaak), 306529 en 306625

(vrijwaringszaken)

arrest van 25 augustus 2026

in de zaak (200.351.802/01) van

1. Weeshuispassage Zwolle C.V. (Zwolle C.V.)

2. ZW.E.M. B.V. (ZW.E.M.)

3. Weeshuispassage Zwolle Beherend Vennoot B.V. (Beherend Vennoot B.V.)

die is gevestigd in 's-Gravenhage

die is gevestigd in Amsterdam

die is gevestigd in Twello,

gezamenlijk ten noemen: ZW.E.M. c.s.

die bij de rechtbank optraden als eisers,

advocaat: mr. H.P.C. Goedegebure

en

1. Waag Exploitatie III B.V. (Waag)

die is gevestigd in Zwolle,

advocaat: mr. M. van Stigt Thans

2. [naam] B.V. ( [naam] )

die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,

advocaat: mr. A.E. Broesterhuizen,

bij de rechtbank gedaagde partijen,

hierna: hoofdzaak

en in de zaak (200.356.572/01) van

Waag Exploitatie III B.V. (Waag)

die is gevestigd in Zwolle,

advocaat: mr. M. van Stigt Thans,

bij de rechtbank eiseres in vrijwaring

en

[naam] B.V. ( [naam] )

die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,

advocaat: mr. A.E. Broesterhuizen,

bij de rechtbank gedaagde in vrijwaring,

hierna: vrijwaringszaak 1

en in de zaak (200.356.436/01) van

[naam] B.V. ( [naam] )

die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,

advocaten: mr. M.A. Greven en mr. A.E. Broesterhuizen,

bij de rechtbank eiseres in vrijwaring,

en

Waag Exploitatie III B.V. (Waag)

die is gevestigd in Zwolle,

advocaat: mr. M. van Stigt Thans,

bij de rechtbank gedaagde in vrijwaring

hierna: vrijwaringszaak 2

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

ZW.E.M c.s. hebben in de hoofdzaak hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle op 20 november 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

• de dagvaarding in hoger beroep

• de anticipatie-exploten van Waag en [naam]

• de memorie van grieven

• de memorie van antwoord van Waag en [naam] .

De vrijwaringszaken 1 en 2 hebben betrekking op de zaken waarin in hetzelfde vonnis van 20 november 2024 uitspraak is gedaan. Het verloop van de procedure in vrijwaringszaak 1 is als volgt:

• de dagvaarding in hoger beroep van Waag

• de memorie van grieven

• de memorie van antwoord.

Het verloop van de procedure in vrijwaringszaak 2 is als volgt:

• de dagvaarding in hoger beroep van [naam]

• de memorie van grieven

• de memorie van antwoord.

Op 11 juni 2026 heeft in alle zaken gelijktijdig een mondelinge behandeling plaatsgehad. Het verslag (proces-verbaal) van die mondelinge behandeling is aan de dossiers toegevoegd.

Partijen hebben aan het eind van de mondelinge behandeling het hof verzocht een uitspraak te doen. De datum van het arrest is bepaald op vandaag.

2. De kern van de zaak

Waag en [naam] zijn als projectontwikkelaar (Waag) en bouwbedrijf ( [naam] ) betrokken geweest bij de herontwikkeling van de Weeshuispassage in Zwolle. ZW.E.M. c.s. zijn eigenaar van verhuurde winkelruimte in die passage, die tijdens de bouwwerkzaamheden geruime tijd afgesloten is geweest en niet toegankelijk voor winkelend publiek. Zij houden Waag en [naam] aansprakelijk voor misgelopen huuropbrengsten die een gevolg zou zijn van de afsluiting van de passage, die langer heeft geduurd dan volgens ZW.E.M. c.s. met Waag is overeengekomen, althans die een gevolg is van onrechtmatige hinder die is veroorzaakt door Waag en [naam] . Waag en [naam] hebben elkaar over en weer in vrijwaring gedagvaard, voor het geval de vorderingen van ZW.E.M. c.s. jegens hen toewijsbaar zouden zijn. In dat geval menen zij dat de andere partij de gevolgen daarvan moet dragen.

ZW.E.M. c.s. hebben bij de rechtbank gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat Waag toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de met hen gemaakte afspraken door het er niet toe te leiden dat de Weeshuispassage uiterlijk op 18 juli 2022 is ontsloten althans (subsidiair) dat Waag en [naam] , althans Waag dan wel [naam] onrechtmatig hebben gehandeld jegens hen door het er niet toe te leiden dat de Weeshuispassage uiterlijk op 18 juli 2022 is ontsloten, maar eerst op 1 juli 2023 weer is ontsloten, met veroordeling van Waag dan wel Waag en [naam] (hoofdelijk) tot betaling van € 399.999,96 met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding dan wel tot schadevergoeding op te maken bij staat, met hun veroordeling in de proceskosten.

De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat de afgewezen vorderingen alsnog worden toegewezen. De rechtbank heeft ook de vorderingen over en weer van Waag en [naam] in vrijwaring afgewezen. Die vorderingen zijn in hoger beroep opnieuw aan het hof voorgelegd, voor het geval de vorderingen van ZW.E.M. c.s. alsnog toewijsbaar zouden zijn.

Het hof zal beslissen dat ZW.E.M c.s. in de hoofdzaak bewijs mogen leveren en licht dat hierna toe. Verdere beslissingen zullen worden aangehouden.

3. De toelichting op de beslissing van het hof in de hoofdzaak en in beide vrijwaringszaken

De feiten in de hoofdzaak en de beide vrijwaringszaken

Het hof is voor de beoordeling uitgegaan van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.

In het kader van de herontwikkeling van de Weeshuispassage in Zwolle heeft ZW.E.M. appartementsrechten, waaronder luchtrechten, boven het zuidelijke gedeelte van de Weeshuispassage (het zuidblok) verkocht aan Accretio Aedificium B.V. (hierna: Accretio).

De luchtrechten boven het noordelijke gedeelte (het noordblok) zijn in handen van Waag. Accretio heeft op enig moment haar luchtrechten ook overgedragen aan Waag. De herontwikkeling van de Weeshuispassage hield in dat de panden verbouwd werden en dat er appartementen boven de panden werden gerealiseerd.

Accretio wordt mede bestuurd door [naam2] B.V., die op haar beurt wordt bestuurd door [naam3] . Volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel is Waag Beheer B.V. alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Waag. Bestuurders van Waag Beheer B.V zijn [naam2] B.V., Maximus B.V. en RRI-I B.V. Volgens de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn de bestuurders van Waag Beheer B.V. gezamenlijk bevoegd (met andere bestuurders), waarbij is vermeld ’zie statuten’.

ZW.E.M. en Weeshuispassage Zwolle Beherend Vennoot B.V zijn eigenaar van winkelruimte aan de Weeshuisstraat 2-8, in het zuidblok van de Weeshuispassage. Weeshuispassage Zwolle C.V. heeft die winkelruimte met ingang van 1 september 2018 verhuurd aan Costes tegen een huurprijs van € 33.333,33 per maand exclusief btw. In een allonge van 22 november 2021 bij de huurovereenkomst is de ingangsdatum van de huurovereenkomst verschoven naar 1 januari 2023. Volgens de considerans (‘in aanmerking nemende dat’) van die allonge was de reden daarvoor ‘de ontwikkeling van de bovengelegen appartementen alsmede als gevolg van de thans heersende COVID pandemie’. Volgens de allonge is de huurovereenkomst aangegaan voor de duur van 10 jaar, lopende tot en met 31 december 2032. Verder is bepaald dat Costes een voorschot op de huur zal betalen ter grootte van € 100.000 met btw, te verrekenen met de huurbetalingen in 2023, zodat de maandelijkse huurbetaling in 2023 € 25.000 te vermeerderen met btw bedraagt. Aan Costes is in de allonge een huurvrije periode van drie kalendermaanden gegeven, van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023.

Waag heeft de bouw van 55 nieuwbouwappartementen en een

horecaruimte in het noordblok aan [naam] opgedragen. Zij hebben daarvoor op 26 maart 2021 een aannemingsovereenkomst gesloten, onder toepasselijkheid van de UAV.

Accretio heeft opdracht gegeven aan [naam] voor de bouw van appartementen in het zuidblok. De aan Costes verhuurde winkelruimte bevindt zich in dat zuidblok. In de koopakte waarmee Accretio de luchtrechten van ZW.E.M. c.s. heeft gekocht is overeengekomen dat Accretio een bouwplaats zal inrichten voor de opbouw van een appartementsrecht met index 3 aan de Nieuwstraat opdat de winkels (eigendom van ZW.E.M. c.s.) hiervan geen hinder zullen ondervinden. De Nieuwstraat ligt ten zuiden van het zuidblok.

Op 3 september 2019 heeft de heer [naam4] (hierna: [naam4] ) namens Accretio aan de heer [naam5] (hierna: [naam5] ), die optrad namens ZW.E.M. c.s., per mail een aantal afspraken tussen Accretio en ZW.E.M. c.s. bevestigd, waaronder de afspraak 'Wanneer winkels open zijn bouwverkeer via de Nieuwstraat'. De e-mail van [naam4] is in cc verzonden aan [naam3] ( [mailadres] ).

De door [naam] opgestelde contractplanning van 7 december 2020 ging uit van

oplevering van het werk in het noordblok in week 29 juli (= de week van 18 juli 2022) en van oplevering van het werk in het zuidblok op 10 maart 2022, uitgaande van start van de bouw op 10 mei 2021.

Op 2 april 2021 heeft [naam5] aan [naam3] geschreven:

'(...)

Daarnaast wil ik je er nogmaals op wijzen dat ik NIET akkoord ga indien er

bouwkranen in de passage gezet worden, mocht dit het geval zijn dan stel ik je nu

alvast aansprakelijk voor alle schade die de huurders bij mij zullen gaan claimen

alsmede stel ik je aansprakelijk voor de schade die mijn vennootschappen gaan

leiden.

(...)

(…) Daarnaast hebben wij besproken dat al jouw bouwverkeer en bouwmaterialen via de Nieuwstraat aangeleverd zouden worden.

Nu ik helemaal klaar ben en er een mooi product staat waarin veel geld is

geïnvesteerd, hoop ik dat je begrijpt dat ik niet akkoord kan gaan met het feit dat jij

doodleuk 2 bouwkranen in de passage wil neerzetten voor bijna een jaar.

Daarnaast zou jij mij een bouw planning toesturen, die heb ik nog steeds niet

ontvangen noch heb je mij conform afspraak een tekening toegestuurd waarop jij de

locaties van de 2 bouwkranen zou aangeven.

Ik vind deze hele manier van handelen slecht en hierdoor roep je onnodig weerstand

bij mij op.

Ik begrijp dat er gebouwd moet worden en daar had je allang mee gestart kunnen

hebben, dus ik wil best meewerken, maar ik ga niet de rekening oppakken van jouw

trage acties.'

Op 13 april 2021 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [naam3] en [naam4] en [naam5] . Van de bespreking is geen gespreksverslag opgemaakt. Naar aanleiding van die bespreking heeft [naam5] op 15 april 2021 aan [naam3] en [naam4] het volgende gemaild:

“ [naam3] ,

Naar aanleiding van ons plezierige heldere gesprek het volgende;

Ik heb contact gehad met [naam6] en die informeerde mij dat de Gemeente zich op het standpunt stelt dat alle belanghebbenden het eens moeten zijn met het door jullie gepresenteerde bouwplan alvorens de Gemeente haar medewerking verleend. Ik schijn gek genoeg ook belanghebbende te zijn.

Daarnaast begrijp ik dat je vandaag ook een gesprek gehad hebt met [naam7] van [naam8] en dat dat gesprek goed gegaan is.

Laat ik voorop stellen dat ik er ook belang bij heb met een snel bouwproces dus ook helemaal niet wil tegenwerken maar wel dat er ook een beetje respect is voor mijn belangen

Een van de conclusies van de bespreking was dat het Zuidblok ( mijn gedeelte ) wind en waterdicht is per oktober dit jaar en dat het Noordblok en derhalve het geheel klaar is per maart 2022.

[naam] Bouw, de heer [naam9] , gaat in overleg met WE Stores en Eyewish, over de te plaatsen stellages aan de Broercnstraat. Deze stellages worden zo geplaatst dat de huurders hiervan zo min mogelijk overlast hebben waarbij zij het recht verkrijgen om het gehele zichtvlak van de stellages boven hun winkel, op kosten van jullie, mogen voorzien van reclame. Ik stel voor dat deze stellages weg zijn als het gebouw wind en waterdicht is, derhalve per uiterlijk november 2020, dit is nl een zeer belangrijke omzetperiode.

Ik heb overleg gehad met Costes en zij zetten hun inrichtingswerkzaamheden stil tot nader order, hierdoor mis ik dus mijn huurinkomsten ad € 33.333,33 ex BTW per maand. Dat is vervelend want vanuit deze huurinkomsten betaal ik de hypotheek aflossing en rente. Het lijkt mij reeel indien ik in deze aflossing en rente door jullie gecompenseerd wordt tot einde bouw. Voordeel voor jullie is dat jullie de Weeshuispassage kunnen afzetten en hier een bouwplaats van kunnen maken. Ik hoop dat dit meer snelheid oplevert.

(…)

Het is inderdaad juist dat ik de luchtrechten boven mijn eigendom verkocht heb en dat ik weet dat hier dus gebouwd wordt. Daar zeur ik niet over voor wat betreft het Zuidblok.

Wat er nu echter gebeurt is dat het een totaalproject wordt waarbij Noord en Zuid op een hoop worden geveegd. Dit heeft met name voordeel voor het Noordblok maar het totaal kan hierdoor sneller gebouwd worden dus is dat ook in mijn voordeel, daar moeten we eerlijk in zijn.

Daarom hoef ik eigenlijk alleen maar gecompenseerd te worden in mijn vaste financieringslasten en eventueel in het omzetverlies van Eyewish en WE waarbij ik opmerk dat ik dit vanuit de gedachte is dat per maart 2021 alles klaar is.

Hoe jullie dit regelen onderling ( eigenaren van het Noordblok ) laat ik bij jou.(...)”

De gemeente Zwolle heeft op 23 juni 2021 het zogeheten BLVC-plan goedgekeurd. De bouw is na deze goedkeuring gestart. Voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden zijn bouwkranen en steigers in de passage geplaatst. De bouwkranen zijn gebruikt voor de bouwwerkzaamheden van zowel het noordblok als het zuidblok. Daardoor was de aan Costes verhuurde winkel niet bereikbaar.

ZW.E.M. c.s. hebben Waag en [naam] op 3 juni 2022 gesommeerd om in de passage aanwezige bouwkranen uiterlijk 10 juni 2022 te verwijderen.

Waag en [naam] hebben op 26 november 2021 en op 18 augustus 2022 addenda gesloten in aanvulling/wijziging op hun aannemingsovereenkomst. In het eerste addendum heeft [naam] een korting op de aanneemsom gegeven en in het tweede addendum zijn onder meer nadere afspraken gemaakt over de verwijdering van ‘torenkranen en steigers’ in de passage, waarbij [naam] ‘aansprakelijkheid en schadeplichtigheid’ jegens Waag erkent indien de deze kranen en steigers niet op 23 december 2022 zijn verwijderd.

In het tweede addendum staat het volgende:

“(…)

OVERWEGENDE DAT

( a) Opdrachtgever op basis van een op 26 maart 2021 getekende aannemingsovereenkomst

aan Aannemer in opdracht gegeven heeft de bouw van 55 nieuwbouw appartementen en

een nieuwbouw casco horecaruimte als onderdeel van het transformatieplan

Broerenkwartier te Zwolle, waarbij erbinnen dit project door [naam10] B.V. eveneens 28

appartementen worden gerealiseerd in de bestaande bouw.

( b) Er op 26 november 2021 een eerste addendum is overeengekomen op de

aannemingsovereenkomst en dit mag gelden als het tweede addendum op de

aannemingsovereenkomst waarin Partijen nadere afspraken maken over een aantal

openstaande, echter in dit document vastgelegde, inhoudelijke discussiepunten alsook over

de toepassing van de kortingsregeling welke is vastgelegd in de oorspronkelijke

aannemingsovereenkomst.

( c) Partijen hebben over vorenstaande op directieniveau gezamenlijk en intern meermalen

gesproken en een finale regeling getroffen die zij in een vaststellingsovereenkomst als

bedoeld in artikel 7:900 BW willen afhechten.

(d)

STELLEN VAST EN VERKLAREN HET VOLGENDE TE ZIJN OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Partijen zijn een kortingsbedrag van EUR 450.000,- exclusief BTW overeengekomen tegen finale kwijting inzake onderstaande gedefinieerde vertraging danwel uitloop op de contractuele termijnen zoals overeengekomen in de eerste aannemingsovereenkomst en onderstaande beschreven kwesties, echter behoudens de in dit document beschreven opmerkingen en afspraken.

Artikel 2

De datum waarop de steigers en torenkraan weg zullen zijn bij Noord A wordt vastgesteld op eind week 40 bij Noord A, behalve het deel ter plaatse van de aan te brengen STO-tiles en de Skybar. Als gevolg van voorgaande kan vanaf week 40-42 [naam8] aanvangen met de afbouw van de commerciële plint op Noord A.

(…)

Artikel 9

In aanvulling op Artikel 2 komen Partijen overeen dat het verwijderd zijn van alle steigers en de torenkranen per 23 december 2022 een fatale termijn is voor Aannemer. Deze datum is gekoppeld aan afspraken en toezeggingen aan diverse derden waarvan Aannemer de belangen begrijpt.

Aannemer aanvaardt in deze additioneel op hetgeen overeengekomen in Artikel 3 aansprakelijkheid en schadeplichtigheid jegens Opdrachtgever inzake vorderingen van derden, indien deze termijn niet wordt gerealiseerd (denk hierbij bijvoorbeeld aan een mogelijke schadeclaim van [naam5] cs als de steigers en kranen er op 1 januari 2023 nog staan) en vrijwaart Opdrachtgever voor alle schade en kosten dezes mits deze zien op de periode na 23 december 2022.

(…)”.

De aan Costes verhuurde winkel heeft vanaf begin 2022 te kampen gehad met lekkage, waarvoor ZW.E.M. c.s. [naam] aansprakelijk hebben gehouden. Gedurende de discussie daarover met de verzekeraar van [naam] is de winkel gesloten gebleven.

Op 1 juli 2023 waren in de passage geen bouwkranen meer aanwezig. Wel waren op die datum nog enkele bouwhekken in de passage aanwezig. De winkel van Costes was op die datum weer bereikbaar.

De beoordeling

Overeenkomst over ontsluiting uiterlijk op 18 juli 2022?

De primaire vorderingen van ZW.E.M c.s. zijn er op gebaseerd dat met Waag in de bespreking van 13 april 2021 een overeenkomst is gesloten die inhoudt dat de Weeshuispassage uiterlijk op 18 juli 2022 weer zou zijn ontsloten. Volgens ZW.E.M. c.s. hebben zij vanwege te behalen tijdswinst in de bouw aan het noordblok en het zuidblok ingestemd met het namens Waag door de heer [naam3] gedane voorstel om voor de bouwwerkzaamheden de passage te gebruiken en af te sluiten, mits de passage weer op de genoemde datum zou zijn ontsloten. Doordat de passage aanzienlijk veel later is ontsloten is volgens ZW.E.M. c.s. sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van die overeenkomst, en is Waag aansprakelijk voor de daardoor geleden schade.

Waag heeft de gestelde overeenkomst betwist: volgens haar heeft [naam3] niet namens Waag aan de genoemde bespreking deelgenomen, was [naam3] ook niet bevoegd een dergelijke afspraak namens Waag te maken en is de afspraak over een (fatale) ontsluitingsdatum sowieso niet gemaakt.

Het hof overweegt het volgende.

In welke hoedanigheid [naam3] heeft deelgenomen aan de bespreking en wat (de reikwijdte van) zijn bevoegdheid om Waag te vertegenwoordigen was, valt uit de na de bespreking van 13 april 2021 gewisselde e-mails niet direct en zonder meer af te leiden. Dat deze aan [naam3] als indirect (mede)bestuurder van Waag zijn gericht blijkt daaruit niet. Het is voorshands niet aannemelijk dat in de bespreking niet (ook) namens Accretio en alleen namens Waag is opgetreden; het feit dat Accretio in een eerder stadium al een afspraak over een bouwplaatslocatie had gemaakt is daartoe niet zonder meer van doorslaggevend gewicht. Bovendien heeft Waag aangevoerd dat het belang van Accretio met een verplaatsing naar de passage was gediend in verband met bouwhoogte van de appartementen in het noordblok. Dat alleen Waag belang had bij de afspraak en dat daaruit kan worden afgeleid dat deze namens haar is gemaakt, is daarom niet zonder meer als feit aan te nemen.

In de vrijwel direct op de bespreking gevolgde e-mail van 15 april 2021 van de heer [naam5] komt de gestelde datum van 18 juli 2022 niet voor, noch anderszins een duidelijke bevestiging van de in de lezing van ZW.E.M. c.s. twee dagen daarvoor gemaakte afspraak, wel dat het noordblok klaar is per maart 2022. Ook in de latere e-mails van zijn hand valt die niet duidelijk te lezen. Daar komt bij dat de BLVC-goedkeuring op 13 april nog niet was verkregen. Dat [naam3] namens Waag een afspraak heeft gemaakt over een ‘harde’ en daarmee fatale ontsluitingsdatum, in het stadium dat nog niet met de bouw was begonnen en er bijvoorbeeld ook nog geen goedkeuring was verkregen voor het BLVC-plan, is met de stellingen van ZW.E.M. c.s. en de in het geding gebrachte stukken nog niet aangetoond.

Waag heeft – voor het eerst in haar memorie van antwoord – verder als verweer aangevoerd dat [naam3] (als bestuurder van [naam2] B.V.) op grond van de statuten van Waag Beheer alleen met andere bestuurders van Waag Beheer bevoegd is om namens Waag een overeenkomst te sluiten zoals die door ZW.E.M. c.s. is gesteld. Er is sprake van een in het handelsregister ingeschreven statutaire beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid. ZW.E.M. c.s. hebben geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zij daarvan onkundig zouden zijn. Evenmin is sprake van bekrachtiging; de andere bestuurders van Waag Beheer en daarmee (indirect) van Waag zijn over de volgens ZW.E.M. c.s. gestelde overeenkomst niet aangeschreven of geïnformeerd, aldus Waag.

Op de zitting van het hof is namens ZW.E.M. c.s. op dit verweer gereageerd. De reactie was niet dat de stellingen van Waag over de beperking van de bevoegdheid van [naam3] en de inschrijving daarvan in het handelsregister niet juist waren; en evenmin dat de beperking van de vertegenwoordigingsbevoegdheid geen betrekking heeft op de overeenkomst die ZW.E.M. c.s. aan hun vorderingen ten grondslag leggen, of dat de andere bestuurders met de overeenkomst hebben ingestemd, bijvoorbeeld omdat zij die hebben bekrachtigd.

Het hof gaat daarom van de juistheid van de stellingen van Waag uit. Dat betekent in beginsel dat Waag een beroep kan doen op de nietigheid van de overeenkomst (zo die tot stand is gekomen), omdat een dergelijke beperking van vertegenwoordigingsbevoegdheid externe werking heeft, dat wil zeggen tegen derden, zoals ZW.E.M. c.s., kan worden ingeroepen.

In beginsel, want het zou kunnen zijn dat Waag toch aan de overeenkomst is gebonden indien door Waag de schijn is gewekt dat [naam3] volledig bevoegd was om Waag te vertegenwoordigen en ZW.E.M. c.s. daarop gerechtvaardigd hebben mogen vertrouwen. ZW.E.M. c.s. hebben zich daarop beroepen, en daarbij gewezen op uitlatingen van [naam3] in die bespreking. Van gebondenheid van Waag zou sprake kunnen zijn niet alleen als ZW.E.M. c.s. door toedoen van Waag gerechtvaardigd hebben vertrouwd op een toereikende volmachtverlening aan [naam3] , maar ook als dat vertrouwen is gegrond op feiten en omstandigheden die voor risico van Waag komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. In dat kader kan overigens ook relevant zijn dat [naam5] , zoals hij op de zitting bij het hof van 11 juni 2026 heeft verklaard, helemaal niet wist dat Waag eigenaar was van het noordblok en dat hij er destijds van uitging dat [naam3] althans een vennootschap van hem eigenaar van het noordblok was.

De bewijslast van de stelling dat schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid in vorenbedoelde zin is gewekt rust op ZW.E.M c.s. ZW.E.M. c.s. hebben ter zitting van het hof benadrukt bewijs door getuigen, waaronder de heer [naam3] , te willen leveren, zoals zij dat hebben aangeboden. Volgens ZW.E.M. c.s. heeft het in de memorie van grieven opgenomen bewijsaanbod ook op die stelling betrekking.

Dat ZW.E.M. c.s. graag bewijs willen leveren is op zich zelf niet beslissend om het aanbod te honoreren, terwijl het bewijsaanbod in de grieven niet betrekking kan hebben op ‘het vertrouwen op de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid’, omdat dat verweer over het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid toen nog niet was gevoerd. Het hof ziet echter (in elk geval ook ambtshalve) reden uit een oogpunt van waarheidsvinding de gelegenheid tot bewijslevering ook daarover te bieden, mede omdat [naam3] niet eerder een verklaring heeft afgelegd over de bespreking, schriftelijk of op de zitting bij de rechtbank of het hof. Dat laatste houdt verband met de omstandigheid dat [naam3] er kennelijk van heeft afgezien om tijdens de mondelinge behandelingen bij de rechtbank en bij het hof te verschijnen, hoewel zijn aanwezigheid, als sleutelpersoon ten aanzien van de rechtsverhouding die aan de vorderingen van ZW.E.M. c.s. ten grondslag ligt, voor de hand lag. Bij dat alles komt dat het bevoegdheidsverweer door Waag pas bij memorie van antwoord voor het eerst is gevoerd, zodat ZW.E.M. c.s. niet eerder dan op zitting op dat verweer hebben kunnen reageren.

Aanhouden verdere beoordeling

In afwachting van de uitkomsten van de bewijslevering houdt het hof verdere oordelen en beslissingen aan, zowel in de hoofdzaak als in de vrijwaringszaken

4. De beslissing

Het hof:

In de hoofdzaak

Het hof laat ZW.E.M. c.s. toe feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit kan volgen i) dat ZW.E.M. c.s. met Waag zijn overeengekomen dat Waag voor de bouwwerkzaamheden aan het noordblok de Weeshuispassage kon gebruiken mits die passage uiterlijk op de fatale datum van 18 juli 2022 weer zou zijn ontsloten en ii) dat de in 3.24 bedoelde toerekenbare schijn is gewekt dat [naam3] bevoegd was Waag te vertegenwoordigen;

Als getuigen worden gehoord, zal raadsheer-commissaris mr. M.A.M. Essed de getuigen verhoren in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 in Leeuwarden. Partijen moeten daar zelf bij aanwezig zijn;

ZW.E.M. c.s. moeten op dinsdag 22 september 2026 laten weten hoeveel getuigen zij willen laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en van hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is;

ZW.E.M. c.s. moeten de namen en woonplaatsen van de getuigen ten minste een week voor het getuigenverhoor aan de wederpartijen en de griffier van het hof opgeven;

Een partij die tijdens het getuigenverhoor nieuwe stukken wil indienen, moet het hof en de wederpartij daarvan uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een kopie sturen;

In de hoofdzaak en de vrijwaringszaken

Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J. Smit, A.A.J. Smelt en M.A.M. Essed, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op

25 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand