ECLI:NL:GHARL:2026:5458

ECLI:NL:GHARL:2026:5458

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 200.353.830/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBOVE:2024:7007

Samenvatting

Vereniging van eigenaars (VvE). Is besluit vergadering van eigenaars nietig? Verkrijging van onroerend goed door VvE op eigen naam. Vestiging erfdienstbaarheden ten laste van de gesplitste percelen. Artikel 2:14 BW.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.353.830/01

zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, 316351

arrest van 25 augustus 2026

in de zaak van

Vereniging van eigenaars gebouw " [appartementencomplex] " nabij de Harderdijk te [plaats],

die is gevestigd in [plaats] ,

hierna: de VvE,

advocaat: mr. F.W. Aartsen,

en

1. [geïntimeerde1]

2. [geïntimeerde2]

3. [geïntimeerde3]

4. [geïntimeerde4],

5. [geïntimeerde5],

6. [geïntimeerde6],

7. [geïntimeerde7],

8. [geïntimeerde8],

9. [geïntimeerde9],

10. [geïntimeerde10],

allen wonende te [woonplaats] ,

hierna samen: [geïntimeerden],

advocaat: mr. V.W.J.H. Kobossen.

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

De VvE heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 18 december 2024 door de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, tussen partijen is gewezen. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

• de dagvaarding in hoger beroep;

• de memorie van grieven;

• de memorie van antwoord;

• de akte overleggen producties, van de VvE (met producties A1 t/m A4);

• de oproepingsbrieven voor de belanghebbenden;

• het verslag van de mondelinge behandeling van 8 juli 2026 (het proces-verbaal).

Hierna hebben partijen het hof gevraagd om arrest te wijzen.

2. De kern van de zaak

De vraag in deze zaak is of de vergadering van eigenaars van een VvE, rechtsgeldig heeft ingestemd met het sluiten van een overeenkomst tussen de VvE en een derde. In die overeenkomst staat dat de VvE een perceel grond aankoopt en dat er erfdienstbaarheden worden gevestigd op onroerende zaken van de gezamenlijke appartementseigenaren. De VvE meent dat de vergadering van eigenaars met een gekwalificeerde meerderheid kon besluiten tot het aangaan van de overeenkomst. [geïntimeerden] – een tiental leden van de VvE – menen dat er instemming van alle appartementseigenaren is vereist.

[geïntimeerden] hebben bij de rechtbank gevorderd om voor recht te verklaren dat het besluit van de vergadering van eigenaars tot goedkeuring van de bedoelde overeenkomst, nietig is. Ook hebben zij gevorderd om de VvE te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank heeft deze vorderingen op 18 december 2024 toegewezen. Tegen dat vonnis heeft de VvE hoger beroep ingesteld.

De VvE wil met dit hoger beroep bereiken dat het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en dat de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog worden afgewezen. Het hof oordeelt echter, evenals eerder de rechtbank, dat het besluit van de vergadering van eigenaars nietig is. Het hoger beroep wordt daarom verworpen. Die beslissing wordt hierna toegelicht.

3. De feiten

De VvE is opgericht in 2005, in het kader van de realisatie van het complex ‘ [appartementencomplex] ’ in [plaats] waarvoor een splitsing in appartementsrechten heeft plaatsgevonden. De splitsing betreft de drie percelen kadastraal bekend als gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] . De percelen zijn gesplitst in 227 appartementsrechten. Het gaat om 165 appartementen en verder onder meer bergingen en parkeerplaatsen. Sinds 2016 laat het bestemmingsplan toe dat de woningen gebruikt worden voor permanente bewoning.

In de splitsingsakte van 27 september 2005 wordt het ‘modelreglement bij splitsing in appartementsrechten’ uit 1992 van toepassing verklaard (hierna ook: het ‘MR’), dit met enkele aanvullingen en wijzigingen. Het modelreglement bepaalt onder meer dat de vereniging van eigenaars die bij de splitsing wordt opgericht, ten doel heeft “het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars” (artikel 30 lid 3 MR).

[geïntimeerden] zijn elk rechthebbende van een of meer appartementsrechten. Zij zijn zodoende elk ook lid van de VvE. In totaal zijn er ongeveer 150 personen lid van de VvE.

Molecaten Park Flevostrand B.V. (hierna: Molecaten) – die in 2005 ook (indirect) betrokken was bij de ontwikkeling van het complex – is eigenaar van een aantal percelen grond naast of nabij het appartementencomplex. Molecaten heeft op basis van een beheer- en leveringsovereenkomst onderhoud uitgevoerd en energie geleverd voor het complex.

Tussen de VvE en Molecaten is een conflict ontstaan over onder meer de uitvoering van het onderhoud en de kosten die Molecaten in rekening bracht. In 2018 heeft Molecaten de beheer- en leveringsovereenkomst opgezegd tegen 1 januari 2020.

In 2023 heeft bestuur van de VvE met Molecaten een mediation-traject doorlopen. Op 13 november 2023 sloot het bestuur van de VvE met Molecaten een vaststellingsovereenkomst (hierna: de vso). De vso is gesloten onder de opschortende voorwaarde van, kort gezegd, goedkeuring door de vergadering van eigenaars van de VvE.

De vso houdt onder meer in dat de VvE een perceel grond (met damwanden) koopt en geleverd krijgt (artikel 4) en dat de VvE en Molecaten over en weer erfdienstbaarheden zullen vestigen (artikel 5). De vso bepaalt hierover onder meer als volgt:

4. KOOP, VERKOOP EN LEVERING GROND

Molecaten verkoopt hierbij aan de VVE, gelijk de VVE hierbij van Molecaten koopt, een perceel grond inclusief de daarvan deeluitmakende damwanden en steigers, zoals schetsmatig in groen aangegeven op de als Bijlage 1 (Situatieschets) aan deze Overeenkomst gehechte situatieschets, (…), voortkomend uit het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] , (het ‘Verkochte’). (…)

(…)

5. VESTIGING ZAKELIJKE RECHTEN; VERGOEDING MOLECATEN

Partijen zullen over en weer medewerking verlenen aan de vestiging van de erfdienstbaarheden en overige zakelijke rechten als vermeld in de Leveringsakte.

Partijen zullen over en [weer] medewerking verlenen aan de vestiging van erfdienstbaarheden en overige zakelijke rechten als vermeld in de door Molecaten aan de VVE af te geven onherroepelijke volmacht als opgenomen in de Leveringsakte in verband met de vestiging van deze erfdienstbaarheden en overige zakelijke rechten in een door de VVE te bepalen notariële akte (…).”

Artikel 5 van de vso, dat hierboven is weergegeven, vermeldt dat de VvE en Molecaten zullen meewerken aan het vestigen van de erfdienstbaarheden die vermeld zijn in de ‘Leveringsakte’. Die leveringsakte is als bijlage 2 bij de vso gevoegd. De leveringsakte vermeldt onder meer:

10. Overeenkomst terzake vastlegging inhoud erfdienstbaarheden en verlening onherroepelijke volmacht met ketting- en boetebeding

Partijen zijn overeengekomen om de inhoud van de nog te vestigen erfdienstbaarheden in deze akte vast te leggen ter uitvoering van de afspraken die gemaakt zijn in de VSO.

Deze afspraken zullen niet in dit artikel 10 als erfdienstbaarheden gevestigd worden, aangezien ten aanzien van de percelen kadastraal bekend gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] de medewerking van alle Appartementseigenaren nodig is.

Partijen verklaren jegens elkaar in te stemmen met de in dit artikel 10 omschreven erfdienstbaarheden, welke erfdienstbaarheden in een door de VVE nader te bepalen notariële akte(n) zullen worden gevestigd.

Molecaten verklaart hierbij (met inachtneming van het vorenstaande in dit artikel 10 bepaalde en de hierna in dit artikel 10 nog opgenomen voorwaarden en afspraken) een onherroepelijke volmacht te verlenen aan de VVE, met het recht van substitutie, om Molecaten te vertegenwoordigen bij het daadwerkelijk vestigen van de hierna in dit artikel 10 opgenomen erfdienstbaarheden in (een) separate notariële akte(n).

De hiervoor in artikel 10.3 bedoelde erfdienstbaarheden dienen alsdan te luiden als volgt:

(a) Ten behoeve van de percelen kadastraal bekend gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] , als heersend erf, en ten laste van het Perceel (…) zoals hierna gedefinieerd, als dienend erf, de erfdienstbaarheid inhoudende de verplichting voor de eigenaar van het dienend erf om te dulden dat leidingen welke toebehoren aan de opstallen die zich bevinden op het heersend erf, gedeeltelijk in het dienend erf gelegen zijn.

(…)

(d) Ten laste van de percelen kadastraal bekend gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] , als dienend erf, en ten behoeve van het gedeelte van het Perceel (…) gelegen ten zuiden van gebouw waarin thans restaurant Boofoor, alsmede appartementen met nummers 19 en 20 gevestigd zijn en de haven, als heersend erf, de erfdienstbaarheid van weg, inhoudende de verplichting voor de eigenaar van het dienend erf om te dulden dat de eigenaar/gebruiker van het heersend erf, langs de kortste weg, te voet en/of per fiets kan komen van en kan gaan naar het heersend erf, uit te oefenen op de voor de eigenaar van het dienend erf minst bezwarende wijze.

(e) Ten laste van het perceel kadastraal bekend gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] , als dienend erf, en ten behoeve van het Perceel (…), als heersend erf, de erfdienstbaarheid van weg, inhoudende de verplichting voor de eigenaar van het dienend erf om te dulden dat de eigenaar/gebruiker van het heersend erf, langs de kortste weg, met een vaartuig, kan komen van en kan gaan naar het heersend erf, uit te oefenen op de voor de eigenaar van het dienend erf minst bezwarende wijze.

(f) Ten laste en ten behoeve van de percelen kadastraal bekend gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] , als heersend en dienend erf, en ten laste en ten behoeve van het Perceel (…) zoals hierna gedefinieerd, als dienend erf en heersend erf, over en weer, de erfdienstbaarheid, inhoudende de verplichting voor zowel de eigenaar/gebruiker van het heersend erf, als ook de verplichting van de eigenaar/gebruiker van het dienend erf, na te laten om het dienend erf, dan wel het heersend erf, te blokkeren voor hulpdiensten ter bereikbaarheid van de aansluitpunten voor droge busleidingen.

(…)”

Het bestuur van de VvE heeft de vso ter goedkeuring voorgelegd aan de vergadering van eigenaars. Daarbij heeft het bestuur ook gevraagd om haar te machtigen alle handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van de vso. Op 29 november 2023 heeft de vergadering van eigenaars over het voorstel gestemd. In deze vergadering waren 7.117 van de 10.000 stemrechten aanwezig of vertegenwoordigd. De stemuitslag was: 4.441 stemmen voor, 1.735 stemmen tegen, en 941 onthoudingen (dat is, de onthoudingen niet meegerekend: 71,91% voor en 28,09% tegen). Het bestuur heeft de leden gemeld dat het besluit daarmee met 2/3 meerderheid was aangenomen.

Binnen de VvE is discussie ontstaan over de rechtsgeldigheid van dit besluit van de vergadering van eigenaars van 29 november 2023 (hierna ook: het besluit). [geïntimeerden] menen dat het bestuur de leden niet tijdig en adequaat geïnformeerd had over de vso en de achtergronden daarvan. Ook menen zij dat voor de vso de instemming van alle leden is vereist. [geïntimeerden] hebben bij dagvaarding van 29 mei 2024 gevorderd dat de rechtbank vaststelt dat het besluit tot goedkeuring van de vso nietig is. De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, heeft deze vordering op 18 december 2024 toegewezen en heeft het besluit nietig verklaard. De VvE heeft vervolgens hoger beroep ingesteld.

4. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Het hof zal eerst beoordelen of de VvE ontvankelijk is in het beroep. [geïntimeerden] menen dat de VvE niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Zij wijzen erop het bestuur van de VvE voor het instellen van hoger beroep een machtiging nodig heeft van de vergadering van eigenaars (zie artikel 41 lid 4 MR). Volgens [geïntimeerden] heeft het bestuur op 11 maart 2025 hoger beroep ingesteld zonder dat zij over zo’n machtiging beschikte.

Het hof stelt met de VvE vast dat de vergadering van eigenaars op 15 april 2025 besloten heeft het bestuur van de VvE alsnog te machtigen tot het instellen van beroep. Dat laatste is door [geïntimeerden] ook niet weersproken. Naar het oordeel van het hof is met dat besluit van 15 april 2025 het gebrek van het ontbreken van de machtiging geheeld. De VvE is dan ook ontvankelijk in haar hoger beroep.

Ten overvloede merkt het hof op dat de oproeping voor de vergadering van 15 april 2025, zoals [geïntimeerden] opmerken, een dag te laat is verzonden. Het besluit lijdt daarmee aan een totstandkomingsgebrek, en zo’n gebrek kan grond zijn voor vernietiging van dat besluit (zie artikel 2:15 lid 1 aanhef en onder a BW). Een verzoek tot vernietiging moet gedaan worden bij de rechter, en wel binnen een maand nadat de verzoeker van het besluit kennisnam of kennis kon nemen (zie artikel 5:130 lid 2 BW). De VvE heeft onweersproken gesteld dat zo’n verzoek tot vernietiging niet of niet tijdig is ingediend en dat een eventuele dagvaarding met die strekking niet is aangebracht. [geïntimeerden] hebben in reactie daarop opgemerkt dat zij ervan uitgingen dat zo’n verzoek of vordering niet nodig was, dit omdat het bestuur in haar brief van 23 mei 2025 (productie 47) erkend zou hebben dat het machtigingsbesluit nietig was. Dat laatste valt naar het oordeel van het hof in die brief in redelijkheid niet te lezen. Voor zover [geïntimeerden] bedoeld hebben te betogen dat het machtigingsbesluit vanwege die brief niet rechtsgeldig is, is dat betoog dus tevergeefs.

Besluit vergadering van eigenaars

Het gaat in deze zaak in de kern om vraag of de vergadering van eigenaars in haar vergadering van 29 november 2023 rechtsgeldig het besluit heeft genomen tot goedkeuring van de vso en tot machtiging van het bestuur om de vso uit te voeren. [geïntimeerden] menen dat het besluit nietig is omdat voor een aantal onderdelen van de vso de instemming van alle leden vereist zou zijn. De onderdelen van de vso waarvoor unanieme instemming vereist zou zijn, zijn in elk geval artikel 4 (aankoop perceel met damwanden) en artikel 5 (vestiging erfdienstbaarheden). Het hof zal die twee onderdelen van de vso hierna bespreken, waarbij het hof eerst zal ingegaan op de erfdienstbaarheden.

Vestiging erfdienstbaarheden

Artikel 5 van de vso bepaalt dat partijen – de VvE en Molecaten – hun medewerking zullen verlenen aan de vestiging van de erfdienstbaarheden als vermeld in de leveringsakte. Het gaat om de leveringsakte die als bijlage 2 bij de vso is gevoegd. [geïntimeerden] menen dat voor vestiging van de erfdienstbaarheden medewerking van alle appartementseigenaren vereist is. De VvE stelt zich op het standpunt dat – op grond van artikel 38 lid 5 modelreglement – voldoende is dat de vergadering van eigenaars met een gekwalificeerde meerderheid met de vso instemt. Daarbij brengt de VvE onder meer naar voren dat de vso zélf geen goederenrechtelijke gevolgen heeft. Pas op een later moment zal de vestiging van erfdienstbaarheden plaatsvinden. De VvE betoogt – zo begrijpt het hof – dat de erfdienstbaarheden dan gevestigd zullen worden op elk appartementsrecht afzonderlijk en dat er ook pas op dat moment medewerking van elke appartementseigenaar nodig zal zijn.

Het hof is met [geïntimeerden] van oordeel dat er voor de afspraken die vermeld zijn in artikel 5 vso, instemming van alle appartementseigenaren vereist is. Artikel 5 vso houdt in dat de VvE zich verplicht tot vestiging van (onder meer) erfdienstbaarheden. Dat zijn zakelijke rechten die verandering brengen in de rechten en plichten van de appartementsgerechtigden. Het gaat om erfdienstbaarheden waarbij de percelen van het complex (percelen nrs. [nummers] ) het dienend erf zijn, en daarnaast om erfdienstbaarheden waarbij die percelen het heersend erf zijn (zie hierboven, onder 3.7 en 3.8). De VvE verbindt zich met de vso – het voorbehoud van goedkeuring door de ledenvergadering daargelaten – dus onvoorwaardelijk tot vestiging van erfdienstbaarheden op de onroerende zaken die gesplitst zijn in de appartementsrechten. [geïntimeerden] gaan er terecht van uit dat nakoming van die verplichting alleen mogelijk is met de instemming van de gezamenlijke appartementseigenaars (zie artikel 5:117 lid 4 BW). Ook als aangenomen wordt dat de VvE de vso kan nakomen door wijziging van de splitsingsakte of door vestiging van erfdienstbaarheden op de afzonderlijke appartementsrechten, zal medewerking van alle appartementseigenaars nodig zijn (vgl. artikel 5:139 lid 1 BW; vgl. ook artikel 10.2 leveringsakte (zie hierboven, onder 3.8)).

Dat de vergadering van eigenaars bevoegd zou zijn om met een gekwalificeerde meerderheid te besluiten om de VvE te verbinden tot vestiging van erfdienstbaarheden op de onroerende zaken die in de splitsing zijn betrokken, valt niet in te zien. Voor een dergelijke bevoegdheid is geen grondslag in de wet of in het reglement van de VvE (vgl. artikel 2:14 lid 1 BW en artikel 5:129 lid 1 BW). Uit wet en reglement volgt juist dat voor een dergelijk besluit instemming van alle leden is vereist (vgl. artikelen 5:117 lid 4 en 5:139 lid 1 BW). Dit betekent dat – zoals [geïntimeerden] betogen – het besluit van de vergadering van eigenaars tot goedkeuring van de vso en tot machtiging van het bestuur om de vso uit te voeren, nietig is (zie artikel 2:14 lid 1 BW).

Verkrijging perceel grond met damwanden

Tussen partijen is ook in geschil of de VvE op basis van een meerderheidsbesluit van de vergadering van eigenaars kan overgaan tot aankoop en verkrijging van het perceel grond (artikel 5 vso). Het hof zal – hoewel uit het voorgaande al volgt dat het op 29 november 2023 genomen besluit nietig is – ook dit geschilpunt bespreken. Reden daarvoor is dat partijen er mogelijk belang bij hebben dat op dit punt een inhoudelijke beslissing wordt genomen.

De VvE en Molecaten hebben in artikel 4 vso vastgelegd dat de VvE van Molecaten een perceel koopt en dat de VvE ook verplicht is om mee te werken aan de levering van dat perceel. Het gaat daarbij om een perceel dat naast het complex ligt en dat onder meer bestaat uit damwanden (het perceel is deel van het kadastrale perceel gemeente [gemeentenaam] , [sectie] , [nummers] ; zie hierboven, onder 3.7). [geïntimeerden] menen dat voor verkrijging van het perceel nodig is om de splitsingsakte te wijzigen. Om die reden zou ook voor dit onderdeel van de vso medewerking van alle appartementseigenaren zijn vereist (vgl. artikel 5:139 lid 1 BW). De VvE betoogt dat wijziging van de splitsingsakte niet nodig is, dit omdat het perceel door de VvE ‘op eigen naam’ zal worden verkregen. Het perceel wordt volgens de VvE dus niet betrokken in de splitsing. Volgens de VvE is de aankoop ook in het gemeenschappelijk belang van de appartementseigenaren. De VvE meent dat zij om die redenen op basis van een meerderheidsbesluit van de vergadering van eigenaars kan overgaan tot aankoop en verkrijging van het perceel.

Het hof stelt bij de beoordeling van dit geschilpunt voorop dat de VvE een vereniging is die ten doel heeft het behartigen van gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaars (zie artikel 5:112 lid 1 sub e BW; zie ook artikel 30 lid 3 MR). Verder geldt dat een vereniging van eigenaars, binnen de grenzen van haar bevoegdheid, de gezamenlijke appartementseigenaars kan vertegenwoordigen (zie artikel 5:126 lid 5 BW). De vraag of een VvE ‘op eigen naam’ onroerend goed verkrijgt dat niet in de splitsing betrokken wordt, wordt in de wet niet met zoveel woorden beantwoord.

Duidelijk is dat verkrijging van een onroerende zaak of een ander goederenrechtelijk recht, in bepaalde gevallen dienstig kan zijn aan de gemeenschappelijk belangen van de appartementseigenaren. Daarbij kan gedacht worden aan de aankoop van een parkeerplaats voor ‘laden en lossen’ bij de ingang van een complex, en aan de vestiging van een erfdienstbaarheid met recht van overpad waardoor het complex beter toegankelijk wordt. Voor de hand ligt wel dat een VvE terughoudend om zal moeten gaan met de mogelijkheid op eigen naam zaken in eigendom te verkrijgen. Leden van een VvE zijn daarvan immers verplicht lid en zullen in die hoedanigheid uiteindelijk moeten opdraaien voor de kosten van investeringen die de VvE in eigen naam doet. Voor de hand ligt daarom dat ook zo’n later te verkrijgen (of later verkregen) goederenrechtelijk recht in beginsel betrokken moet worden in de splitsing, met de wettelijke waarborgen die daarvoor gelden. Dit vereist dan dus wijziging van de splitsingsakte (vgl. artikelen 5:139 en 5:140 BW).

Wat daar verder ook van zij, het hof acht – uitgaande van de feiten die [geïntimeerden] gesteld hebben en door de VvE niet voldoende weersproken zijn – duidelijk dat in dit geval de aankoop van het perceel door de VvE ‘op eigen naam’ niet mogelijk is. Voor zo’n verkrijging is namelijk in elk geval vereist dat die verkrijging past binnen het doel van de VvE, de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaars. Daarvoor zal naar het oordeel van het hof in elk geval nodig zijn dat de omvang van het te verkrijgen onroerend goed en de met de aankoop gepaard gaande kosten en risico’s, passend zijn bij die VvE en de appartementsrechten. Een VvE kan dus in elk geval niet op eigen naam grond aankopen, als die aankoop voor de VvE en haar leden (financiële) risico’s meebrengt die de gebruikelijke en te verwachten risico’s bij zo’n VvE te boven gaan. Als die kosten en risico’s niet in verhouding staan tot de aard en omvang van de VvE, kan niet gezegd worden dat de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaars met de aankoop worden gediend. [geïntimeerden] hebben voldoende aangetoond dat in dit geval niet aan dit belangvereiste voldaan is. Zij hebben er namelijk op gewezen dat verkrijging van de damwanden die behoren tot het perceel, aanzienlijke kosten en risico’s meebrengt. Daarbij is onder meer gewezen op het rapport van [naam2] van 27 augustus 2019 (overgelegd als productie 34). Dat de aankoop zulke kosten en risico’s meebrengt, is niet – of in elk geval niet voldoende gemotiveerd en onderbouwd – weersproken en weerlegd. Zo is onvoldoende toegelicht waarom dat rapport van [naam2] , voor zover dat ziet op de kosten van de damwanden, niet juist, niet relevant of achterhaald zou zijn. Het door de VvE in dat verband genoemde rapport van [naam1] van 17 augustus 2023 (productie 35) is over die kosten, in elk geval voor zover het rapport is overgelegd, bepaald summier. Dat de damwanden, zoals de VvE oppert, door natrekking al eigendom zouden zijn van de VvE en haar leden, valt, zonder adequate toelichting die ontbreekt, niet in te zien. Het betoog van de VvE dat de kosten en risico’s van de damwanden sowieso voor rekening van de VvE komen, baat haar evenmin. Als dat alternatieve scenario in dit verband al meeweegt, dan geldt in elk geval dat niet valt in te zien, in elk geval niet zonder nadere toelichting en onderbouwing, waarom Molecaten bij de huidige stand van zaken dergelijke kosten en risico’s volledig zou kunnen afwentelen op de VvE. Ook het gegeven dat de vso naast de bedoelde kosten en risico’s diverse voordelen biedt, leidt niet tot een ander resultaat. Dergelijke voordelen van de vso (een ‘package deal’) wegen in beginsel immers niet mee bij de beantwoording van de vraag of de aankoop van het perceel strookt met het doel van de VvE. En als die voordelen hier toch in aanmerking worden genomen, dan leidt dat niet tot een ander resultaat aangezien de VvE die voordelen alleen in (te) algemene bewoordingen aanduidt en niet voldoende heeft gekwantificeerd.

Het hof komt tot de conclusie dat [geïntimeerden] voldoende hebben aangetoond dat de verkrijging van het perceel niet strookt met het doel van de VvE, te weten de behartiging van gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaars. Dit betekent dat het besluit van de vergadering van eigenaars van 29 november 2023 ook op deze grond nietig is.

Conclusie

De vijf bezwaren (grieven) die de VvE tegen de beslissing van de rechtbank heeft aangevoerd, zijn tevergeefs. Grief 1, die zich richt tegen de feitenvaststelling van de rechtbank, is onvoldoende concreet. Bovendien heeft het hof de feiten opnieuw vastgesteld (zie hierboven, onder 3). De grieven 2 t/m 5 stuiten af op wat het hof hierboven onder 4.4 t/m 4.13 heeft overwogen.

Het hof zal het hoger beroep dan ook verwerpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigen. Omdat de VvE de partij is die in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof de VvE veroordelen in de kosten van dit hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.

5. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 18 december 2024;

veroordeelt de VvE tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerden] :

€ 362 aan griffierecht;

€ 2.580 aan salaris advocaat (2 procespunten x tarief II van € 1.290);

bepaalt dat de onder 5.2 genoemde kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.A.J. Smelt, J.E. Wichers en C.W. Inden, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Notamail 2026/200
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand