GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank OostBrabant van 5 februari 2024, betreffende
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is F.R. Eggink, kantoorhoudende te Almelo.
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 291,67.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 december 2021 om 15:37 uur op de Kapelsingel in Oss met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd tot € 187,50 in verband met overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat artikel 5 van de Wahv is geschonden en dat de kantonrechter dit miskend heeft. Uit het dossier blijkt dat sprake was van een privévoertuig, maar een privévoertuig kan wel voorzien zijn van een stopbord of blauwe lampen. Dit blijkt uit vele video’s en informatie. In de video onlangs op TikTok liet een agent in zijn eigen voertuig STOP POLITIE zien aan de dashcambestuurder voor hem. De ambtenaar heeft zijn verklaring dat hij in een privévoertuig reed verder niet onderbouwd. De kantonrechter geeft aan dat deze verklaring ‘doorgaans’ inhoudt dat een ambtenaar geen stopmiddelen aan boord heeft, maar dit is grote onzin te noemen, omdat de politie zelf ook aangeeft dat vele agenten in privéauto’s met stopborden rondrijden.
Verder voert de gemachtigde aan dat in het zaakoverzicht staat dat het voertuig van de betrokkene voorbij de stopstreep stond, maar uit het zaakoverzicht blijkt niet hoe ver de betrokkene voorbij de stopstreep stond. De inleidende beschikking kan ook om die reden niet in stand blijven. De betrokkene kan zich een situatie herinneren waarin hij al voorbij de verkeerslichten stond te wachten en dus door mocht rijden toen de file was opgelost. Hij stond al lang en breed voorbij de denkbeeldige lijn van de verkeerslichtinstallatie.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag het voertuig stilstaan voor het rode verkeerslicht. Het verkeerslicht straalde al zeker 4 seconden rood licht uit. Het voertuig stond voor de stopstreep. Op een gegeven moment trok het voertuig op en reed het kruisingsvlak recht over. Het duurde daarna nog zeker vier seconden alvorens het verkeerslicht op groen sprong.”
6. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 22 februari 2022. Hierin verklaart de ambtenaar dat de bestuurder stilstond voor het verkeerslicht op de Kapelsingel. Terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde trok de bestuurder op en stak het kruisingsvlak recht over en vervolgde zijn weg over de Havenstraat te Oss. Verder verklaart de ambtenaar dat de bestuurder niet werd staandegehouden omdat hij in zijn privévoertuig reed. Gezien de brutaliteit van de overtreding, heeft de ambtenaar besloten toch een sanctie op te leggen.
7. Het hof ziet geen reden eraan te twijfelen dat de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd terwijl het rood licht uitstraalde. Anders dan de gemachtigde stelt, is in het zaakoverzicht niet vermeld dat het voertuig van de betrokkene voorbij de stopstreep stond. Er staat dat het voertuig voor de stopstreep stond. De ambtenaar verklaart dat de betrokkene stilstond voor de stopstreep en voor het verkeerslicht terwijl het verkeerslicht rood licht uitstraalde en dat de betrokkene vervolgens het kruisingsvlak overstak en verder reed terwijl het verkeerslicht nog steeds rood licht uitstraalde. De stelling dat de betrokkene voorbij de verkeerslichten stond, is in feite een enkele ontkenning van de gedraging en daarom onvoldoende om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
9. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de verklaringen van de ambtenaar genoegzaam dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. De ambtenaar reed in zijn privévoertuig. Dit houdt, zoals de kantonrechter terecht overweegt, doorgaans in dat middelen tot staandehouding, zoals een stoptransparant niet voorhanden zijn. In het enkele feit dat de gemachtigde een video op TikTok heeft gezien waarin de ambtenaar in zijn eigen voertuig over een stoptransparant beschikte ziet het hof geen aanleiding hier nu anders over te oordelen. Dat de ambtenaar in dit geval wel beschikte over stopmiddelen en er geen deugdelijke reden was om af te zien van staandehouding van de bestuurder is niet gebleken. De sanctie is terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
10. De gemachtigde voert verder aan dat de kantonrechter bij het toekennen van een proceskostenvergoeding ten onrechte heeft aangenomen dat sprake is van (drie) samenhangende zaken. Inhoudelijk betroffen het andere zaken met andere feitcodes. In alle drie zaken zijn andere bezwaarschriften en beroepschriften ingestuurd. Dat er soms sprake is van tekstblokken die vaker voorkomen doet niet ter zake.
11. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de onderhavige zaak samenhangt met twee andere zaken. De kantonrechter heeft daartoe overwogen dat de drie zaken gelijktijdig zijn behandeld door de kantonrechter, de beroepschriften enkel standaardtekstblokken bevatten die niet op de specifieke gedraging zijn toegespitst. De toelichting op zitting was niet van dien aard dat gezegd moet worden dat de gemachtigde op de zitting niet nagenoeg identieke werkzaamheden heeft kunnen verrichten in de onderhavige zaak.
12. De gemachtigde heeft aannemelijk gemaakt dat er sprake was van 3 verschillende gedragingen met 3 verschillende feitcodes met op die verschillende gedragingen betrekking hebbende beroepsgronden. Dat die gronden standaard tekstblokken zijn, maakt op zichzelf niet dat geen sprake is van op de onderhavige zaken toegespitste gronden. De door de kantonrechter gebezigde argumenten kunnen de conclusie dat sprake is van samenhangende zaken niet dragen. Dit brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter, voor zover deze betrekking heeft op de proceskostenvergoeding, moet worden vernietigd. Het hof zal een voor deze zaak een op zichzelf staande vergoeding toekennen voor de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
13. Aan het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof zal de advocaat-generaal veroordelen voor de in beroep bij de kantonrechter gemaakte proceskosten tot een bedrag € 934,- (= (2 x € 934,- x 0,5).
14. De proceskosten in hoger beroep komen ook voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 934,-. Omdat de betrokkene in hoger beroep alleen in het gelijk wordt gesteld ten aanzien van de proceskostenvergoeding, wordt de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Omdat de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 is bekendgemaakt wordt het bedrag van de in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,1. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten in hoger beroep tot een bedrag van € 23,35 (= (1 x € 934,- x 0,25 x 0,1)).
15. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding;
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor het overige;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 957,35.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.