ECLI:NL:GHARL:2026:5494

ECLI:NL:GHARL:2026:5494

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer Wahv 200.357.420/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Meervoudig arrest. Zekerheidstelling. Draagkrachtverweer. Het hof stelt zijn vaste rechtspraak bij en stelt strengere eisen aan het met redenen omkleed zijn van een draagkrachtverweer. Van een betrokkene of zijn gemachtigde mag worden verwacht dat een op de persoon van de betrokkene toegespitste uitleg wordt gegeven waarom in die zaak geen zekerheid kan worden gesteld. Wordt die uitleg niet gegeven binnen de termijn voor het stellen van zekerheid, dan hoeft de kantonrechter de betrokkene of zijn gemachtigde niet uit te nodigen voor een zitting. Wanneer de kantonrechter aanleiding ziet om de betrokkene of zijn gemachtigde in een dergelijke situatie toch uit te nodigen voor een zitting en die zitting leidt niet ertoe dat het niet met redenen omklede draagkrachtverweer alsnog nader wordt toegelicht en onderbouwd, hoeft de kantonrechter - anders dan het hof eerder heeft geoordeeld - de betrokkene géén nieuwe termijn te geven om alsnog zekerheid te stellen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 28 mei 2025, betreffende

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat een draagkrachtverweer was gevoerd. Er is nadrukkelijk aangegeven dat de betrokkene - gegeven de omstandigheden - er wel alles aan zou doen om alsnog zekerheid te stellen. Er is geen tussenbeslissing bekend waarin het verweer is verworpen en een termijn is geboden om alsnog zekerheid te stellen. Inmiddels is zekerheid gesteld en wordt het hof verzocht om de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en zelf in de zaak te voorzien.

Uitgangspunten bij het stellen van zekerheid en het voeren van een draagkrachtverweer

3. In artikel 11 van de Wahv is bepaald dat wanneer de betrokkene beroep instelt tegen de beslissing van de officier van justitie, zekerheid moet worden gesteld voor het bedrag van de sanctie en de administratiekosten, of, als het bedrag van de sanctie hoger is dan € 225,-, zekerheid voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. Verder is daarin bepaald dat de officier van justitie de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan wijst op de verplichting tot zekerheidstelling en hem meedeelt dat de zekerheidstelling dient te gebeuren binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling. Als binnen die termijn geen zekerheid wordt gesteld, wijst de officier van justitie de betrokkene door middel van een tweede brief nogmaals op de verplichting tot zekerheidstelling. Als het bedrag van de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is betaald, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

4. Artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarborgt het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert. Dat is anders wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen.

5. Wanneer de betrokkene financieel niet in staat is (volledig) zekerheid te stellen, dient hij of zij binnen de gegeven termijn om zekerheid te stellen een met redenen omkleed draagkrachtverweer te voeren (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 31 januari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC9939 en VR 1995, 38). Wordt tijdig een draagkrachtverweer gevoerd, dan behoort de kantonrechter de betrokkene uit te nodigen voor een openbare zitting. Oordeelt de kantonrechter vervolgens dat de betrokkene inderdaad onvoldoende draagkrachtig is, dan vermindert hij de zekerheidstelling tot een bedrag dat voor de betrokkene wel is op te brengen en geeft hij een nieuwe termijn voor betaling van dat bedrag of stelt hij het bedrag op nihil en behandelt het beroep zonder dat zekerheid is gesteld. Oordeelt de kantonrechter dat het draagkrachtverweer ongegrond is, dan geeft hij de betrokkene een nieuwe termijn voor betaling van het volledige bedrag.

Het beroep bij de kantonrechter in deze zaak

6. Op 14 juni 2024 is aan de (gemachtigde van de) betrokkene de beslissing van de officier justitie gestuurd. Op de achterkant van de brief staat uitgelegd dat beroep bij de kantonrechter kan worden ingesteld als de betrokkene het niet eens is met de beslissing van de officier van justitie. Daarbij wordt er op gewezen dat verplicht een bedrag betaald moet worden als beroep wordt ingesteld. Er is uitgelegd welk bedrag dat moet zijn en wat er gebeurt als dat bedrag niet wordt betaald. Verder is aangegeven dat als iemand echt niet kan betalen, dit duidelijk uitgelegd moet worden en bewijs hiervan meegestuurd moet worden. De betrokkene moet in de onderhavige zaak zekerheid stellen voor de betaling van een bedrag van € 225,- en de administratiekosten (€ 9,-).

7. Het hof stelt vast dat de gemachtigde op 18 juli 2024 middels een, wat hij zelf noemt, pro forma beroepschrift beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Daarin schrijft hij:

“Draagkrachtverweer

Betrokkene heeft (thans) onvoldoende financiële middelen om zekerheid te kunnen stellen. Gelet hierop verzoekt de betrokkene u, kantonrechter, het beroep inhoudelijk te behandelen zonder dat zekerheid is gesteld. Betrokkene zal wel proberen alsnog zekerheid te stellen.”

8. Het hof stelt verder vast dat op 18 juli 2024 door de officier van justitie een zekerheidsbrief is gestuurd naar de betrokkene en haar gemachtigde. Hierin staat de verplichting tot het stellen van zekerheid beschreven en wordt een termijn van twee weken gegeven. In deze brief is onder meer gewezen op de gevolgen van het niet betalen. Ook staat in de brief dat als iemand echt niet kan betalen, dit duidelijk moet worden aangegeven en bewijzen moeten worden meegestuurd. Op 5 augustus 2024 is een herinneringsbrief gestuurd naar de betrokkene en haar gemachtigde. In deze brief is nogmaals een termijn van twee weken gegeven voor het stellen van zekerheid. Opnieuw is gewezen op de verplichting om, als iemand niet kan betalen, dit duidelijk aan te geven en hiervan bewijzen mee te sturen. Daarbij is vermeld dat reageren ook kan via het Digitaal Loket Verkeer en dat de reactie binnen twee weken na de dag van de verzending van de zekerheidsbrief binnen moet zijn bij het Parket CVOM.

9. Bij brief van 30 april 2025 is de gemachtigde van de betrokkene opgeroepen om te verschijnen op de zitting van de kantonrechter van 28 mei 2025. In deze brief is er op gewezen dat wanneer niet binnen de gegeven termijnen zekerheid is gesteld, dit formele punt aan de behandeling van het beroep vooraf gaat, dat indien nodig op de zitting kan worden toegelicht waarom het stellen van zekerheid de financiële positie van de betrokkene te boven gaat en dat het raadzaam is om stukken mee te nemen waaruit de financiële positie blijkt. De zaak is vervolgens behandeld op de zitting van de kantonrechter van 28 mei 2025. De gemachtigde van de betrokkene is op de zitting verschenen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat niet een op de zaak toegespitst draagkrachtverweer is gevoerd. Er is geen zekerheid gesteld en er is geen aanleiding om te oordelen dat dit niet aan de betrokkene kan worden toegerekend. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard door de kantonrechter.

Beoordeling van een draagkrachtverweer

10. Tot op heden heeft het hof geen hoge eisen gesteld aan het met redenen omkleed zijn van een draagkrachtverweer (vgl. het arrest van 16 september 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5826). Als een betrokkene financieel niet in staat is zekerheid te stellen, mag dit de toegang tot een onafhankelijke rechter immers niet in de weg staan. Het hof ziet aanleiding om deze rechtspraak bij te stellen en strengere eisen te stellen aan het met redenen omkleed zijn van een draagkrachtverweer. Het hof ziet voorts aanleiding terug te komen op het arrest van 30 oktober 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8877. In die zaak was sprake van een niet onderbouwd draagkrachtverweer. Niettemin had de kantonrechter de gemachtigde van de betrokkene uitgenodigd voor een zitting. De kantonrechter heeft het draagkrachtverweer ter zitting inhoudelijk beoordeeld en vervolgens als onvoldoende onderbouwd afgewezen. De kantonrechter had echter geen nieuwe termijn gegeven om alsnog aan de verplichting tot zekerheidstelling te voldoen. Het hof oordeelde dat de betrokkene wel een nieuwe termijn had moeten worden gegeven. Aanleiding om de rechtspraak op deze punten bij te stellen is gelegen in het feit dat niet met redenen omklede draagkrachtverweren een te groot beslag leggen op de schaarse zittingscapaciteit van de kantonrechters. In veel gevallen leidt dat ertoe dat in een zaak twee maal een zitting moet worden gehouden. Daarbij komt dat dit ook kan leiden tot een te lange duur van procedures bij de kantonrechter. Dit klemt temeer, nu de betrokkenen en hun (eventuele) gemachtigden in de procedure bij de kantonrechter genoegzaam worden gewezen op de verplichting tot zekerheidstelling en de mogelijkheid van het voeren van een tijdig en voldoende onderbouwd draagkrachtverweer.

11. Van een betrokkene of zijn gemachtigde mag worden verwacht dat in een zaak waarin wordt gesteld dat een betrokkene financieel niet in staat is om aan de verplichting tot zekerheidstelling te voldoen, een op de persoon van de betrokkene toegespitste uitleg wordt gegeven waarom in die zaak door de betrokkene geen zekerheid kan worden gesteld, waarbij mag worden verlangd dat enig inzicht wordt gegeven in de financiële situatie van een betrokkene. De financiële draagkracht is immers individueel bepaald. Niet in elke zaak is de financiële situatie van een betrokkene hetzelfde. Daarbij komt dat niet in elke zaak het bedrag van de zekerheidstelling even hoog is, wat verschil maakt voor het aan zekerheid te stellen bedrag. Wordt die uitleg niet gegeven binnen de termijn voor het stellen van zekerheid - dus uiterlijk in reactie op de tweede zekerheidsbrief -, dan is geen sprake van een met redenen omkleed draagkrachtverweer en hoeft de kantonrechter (de gemachtigde van) de betrokkene niet meer uit te nodigen voor een openbare zitting. Het staat de kantonrechter echter uiteraard vrij om, indien hij daartoe aanleiding ziet, in deze situatie een betrokkene of zijn gemachtigde wel voor een zitting uit te nodigen teneinde een betrokkene of zijn gemachtigde in staat te stellen het draagkrachtverweer alsnog met voldoende redenen te omkleden en dit te onderbouwen met stukken.

12. Anders dan voorheen oordeelt het hof dan ook dat het draagkrachtverweer dat in de onderhavige zaak is gevoerd, niet kan worden aangemerkt als een met redenen omkleed draagkrachtverweer. In deze zaak heeft de gemachtigde, een professionele rechtsbijstandverlener, immers volstaan met de enkele – standaard – stelling dat de betrokkene thans onvoldoende financiële middelen heeft om te betalen, maar wel zal proberen om alsnog te betalen. Zeker van een professioneel rechtsbijstandverlener mag worden verwacht dat een op de persoon van de betrokkene toegespitste uitleg wordt gegeven waarom geen zekerheid kan worden gesteld. Het op exact dezelfde wijze formuleren van een draagkrachtverweer in (pro forma) beroepschriften van verschillende betrokkenen – hetgeen het hof ambtshalve bekend is van onder meer deze gemachtigde – voldoet in beginsel niet aan deze uitleg. De betrokkene en zijn gemachtigde zijn na het indienen van het beroepschrift in de zekerheidsbrieven nog tweemaal erop gewezen dat, indien niet kan worden betaald, dit duidelijk aangegeven moet worden. Door de gemachtigde is hierop niet gereageerd. Het hof is dan ook van oordeel dat de kantonrechter in dit geval de gemachtigde van de betrokkene niet had hoeven uitnodigen voor een openbare zitting alvorens op het beroep te beslissen.

13. De kantonrechter heeft de gemachtigde van de betrokkene in deze zaak echter wel uitgenodigd voor de behandeling van de zaak op een zitting. In de oproepingsbrief staat vermeld dat indien nodig op de zitting kan worden toegelicht waarom het stellen van zekerheid de financiële positie van de betrokkene te boven gaat. De gemachtigde heeft op de zitting van de kantonrechter desondanks niet uitgelegd waarom de betrokkene onvoldoende financiële middelen heeft om het bedrag van de zekerheidstelling te betalen en heeft ook geen bewijzen daaromtrent opgestuurd of meegenomen naar de zitting. Het hof stelt dan ook vast dat de zitting van de kantonrechter niet ertoe heeft geleid dat het niet met redenen omklede draagkrachtverweer alsnog nader is toegelicht en onderbouwd. De kantonrechter heeft daarom terecht geoordeeld dat niet een op de zaak (het hof leest: een op de persoon van de betrokkene) toegespitst draagkrachtverweer is gevoerd. Onder deze omstandigheden hoefde de kantonrechter – anders dan het hof eerder in het hiervoor aangehaalde arrest van 30 oktober 2020 heeft geoordeeld – de betrokkene géén nieuwe termijn te geven om alsnog aan de verplichting tot zekerheidstelling te voldoen. De kantonrechter heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid was gesteld. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

14. Ten overvloede overweegt het hof nog dat in de situatie waarin wèl een met redenen omkleed draagkrachtverweer wordt gevoerd, de rechtspraak van het hof ongewijzigd blijft. Een (gemachtigde van een) betrokkene dient in dat geval voor een zitting te worden uitgenodigd. Wanneer de kantonrechter op de zitting aanleiding ziet om de zekerheidstelling te matigen tot nihil, dan kan op diezelfde zitting de zaak inhoudelijk worden behandeld. Hierbij is van belang dat dit in de uitnodiging voor de zitting wordt vermeld, zodat (een gemachtigde van) een betrokkene op de zitting daardoor niet wordt overvallen. Zowel in de situatie waarin het draagkrachtverweer doel treft en het bedrag van de zekerheidstelling wordt verlaagd als in de situatie waarin het draagkrachtverweer geen doel treft en het bedrag van de te stellen zekerheid wordt gehandhaafd, dient een betrokkene een nadere termijn te worden gegeven om aan de verplichting tot zekerheidstelling te voldoen. Wordt niet aan die verplichting voldaan, dan kan het beroep vervolgens zonder een nadere (tweede) zitting niet-ontvankelijk worden verklaard. Wordt wel aan de verplichting tot zekerheidstelling voldaan, dan wordt een (gemachtigde van een) betrokkene voor een volgende zitting uitgenodigd.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, mr. Willems-Keekstra en mr. Orriëns-Schipper, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand