ECLI:NL:GHARL:2026:5501

ECLI:NL:GHARL:2026:5501

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 200.367.087
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Incidentele vordering tot primair te mogen tussenkomen en subsidiair zich te mogen voegen (artikel 217 Rv). Het hof wijst de vordering tot tussenkomst toe, omdat Stichting CPOB voldoende heeft onderbouwd dat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van de uitspraak in de hoofdzaak en de Kosterij c.s. zich refereren aan het oordeel van het hof.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.367.087

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht 583699

arrest van 25 augustus 2026

in het incident op grond van artikel 217 Rv van:

Stichting Christelijk Primair Onderwijs Betuwe & Bommelerwaard (Stichting CPOB)

die is gevestigd in Tiel

advocaat: mrs. H.J.F. Oetgens van Waveren Pancras Clifford en I.R.P.J. van Ham

in de zaak van:

Gemeente Buren (Gemeente Buren)

die haar zetel heeft in Buren

advocaat: mrs. H.J.F. Oetgens van Waveren Pancras Clifford en I.R.P.J. van Ham

tegen

1. Protestantse Gemeente te Ravenswaaij

die is gevestigd in Ravenswaaij

2. Kosterij der Hervormde Gemeente van Ravenswaaij

die is gevestigd in Ravenswaaij

hierna samen: Kosterij c.s.

advocaat: mr. T. van Kooten

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

Gemeente Buren heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, op 26 november 2025 tussen Gemeente Buren en Kosterij c.s. heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

de dagvaarding in hoger beroep;

de memorie van grieven met producties;

de incidentele conclusie van eis tot tussenkomst althans voeging van Stichting CPOB;

de conclusie van antwoord in incident tot voeging althans tussenkomst van Kosterij c.s.

Vervolgens heeft het hof arrest in het incident bepaald.

2. Kern van de zaak

Tussen Gemeente Buren en Kosterij c.s. is een geschil (de hoofdzaak) ontstaan over het eigendomsrecht op het schoolgebouw en de bijbehorende grond van de Ds. Derksenschool in Ravenswaaij (het Schoolgebouw en -terrein), gelegen in de gemeente Buren. Kosterij c.s. hebben toegelicht dat zij het eigendomsrecht op het Schoolgebouw en -terrein hebben, terwijl Gemeente Buren zich op het standpunt heeft gesteld dat Stichting CPOB eigenaar is of behoort te zijn van het Schoolgebouw en -terrein.

In een notariële akte van 17 december 2003 (de Akte) hebben Kosterij c.s. het bevoegd gezag van de Ds. Derksenschool overgedragen aan Stichting CPOB. Met deze Akte is bovendien aan Stichting CPOB een recht van opstal verleend voor het Schoolgebouw (en een schuur/rijwielstalling).

Gemeente Buren heeft aangevoerd dat het Schoolgebouw en -terrein volledig met overheidsgeld is bekostigd en dat zij daardoor een beroep kan doen op haar economisch claimrecht – tot verkrijging van de eigendom om niet – tegenover Stichting CPOB zodra de Ds. Derksenschool ophoudt te bestaan (artikel 110 Wet op het primair onderwijs, WPO).

De rechtbank heeft voor recht verklaard dat het gedeelte van de Akte dat ziet op de vestiging van het opstalrecht door Kosterij c.s. ten gunste van Stichting CPOB nietig is en Kosterij c.s. gehouden zijn het eigendomsrecht op het Schoolgebouw en -terrein over te dragen aan Stichting CPOB. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Gemeente Buren de vordering om Kosterij c.s. te bevelen tot overdracht van het eigendomsrecht op het Schoolgebouw en -terrein aan Stichting CPOB onbevoegdelijk ingesteld. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit artikel 3:296 BW volgt dat hij die tegenover een ander verplicht is iets te geven daartoe door de rechter, alleen op vordering van de gerechtigde, wordt veroordeeld en dat de gerechtigde in dit geval niet Gemeente Buren is maar (eventueel) Stichting CPOB.

Gemeente Buren heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep heeft Gemeente Buren (onder veel meer) onder IV gevorderd om Kosterij c.s. te gebieden het eigendomsrecht op het Schoolgebouw en -terrein om niet aan Stichting CPOB over te dragen (voor zover Stichting CPOB niet al eigenaar is) en subsidiair de onrechtmatige toestand te beëindigen.

In dit incident heeft Stichting CPOB gevorderd primair te mogen tussenkomen en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van Gemeente Buren, onder veroordeling van Kosterij c.s. in de kosten van het incident.

Het hof zal de incidentele vordering van Stichting CPOB tot tussenkomst toewijzen en licht dit hieronder toe.

3. De toelichting op de beslissing van het hof

Standpunt Stichting CPOB

Stichting CPOB onderbouwt haar incidentele vordering als volgt. Met de overdracht van het bevoegd gezag van de Ds. Derksenschool hadden Kosterij c.s. ook het eigendomsrecht op het Schoolgebouw en -terrein moeten overdragen aan Stichting CPOB (artikel 49 WPO) en kon niet worden volstaan met de vestiging van een tijdelijk opstalrecht dat zou komen te vervallen zodra de school ophoudt te bestaan. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat het opstalrecht nietig is en Stichting CPOB het bevoegd gezag van de Ds. Derksenschool heeft maar niet de eigenaar is van het Schoolgebouw en -terrein, is er volgens Stichting CPOB een onrechtmatige situatie ontstaan. Stichting CPOB stelt dat alleen zij deze onrechtmatige toestand kan doen opheffen. Uit het oordeel van de rechtbank volgt immers dat slechts Stichting CPOB gerechtigd is tot het instellen van de vordering om Kosterij c.s. te bevelen de eigendom van het Schoolgebouw en -terrein aan Stichting CPOB over te dragen. Daarnaast wil Stichting CPOB (weer) zekerheid hebben over de gebruikssituatie van het Schoolgebouw en -terrein. Zij heeft door de nietigverklaring van het opstalrecht geen vaststaand (zakelijk) recht en daarmee geen zekerheid meer over het gebruik van het Schoolgebouw en -terrein, aldus Stichting CPOB.

Standpunt Kosterij c.s.

Voor de vraag of Stichting CPOB mag tussenkomen of zich mag voegen refereren Kosterij c.s. zich aan het oordeel van het hof. Kosterij c.s. verzetten zich tegen de veroordeling van Kosterij c.s. in de kosten van het incident.

Tussenkomst

Een partij kan vragen om in een lopende rechtszaak te mogen tussenkomen als zij een eigen vordering wil instellen tegen (een van) de procederende partijen en als zij voldoende belang heeft om aan de procedure deel te nemen vanwege de mogelijk nadelige gevolgen die de procedure kan hebben voor haar (artikel 217 Rv). Dat belang kan zijn dat door de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt of dat haar positie op een andere manier kan worden benadeeld. Ook als hiervan sprake is, kan de vordering tot tussenkomst worden afgewezen als de toewijzing daarvan in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

De eigen vordering die Stichting CPOB als tussenkomende partij wil instellen betreft een viertal vorderingen die gelijkluidend zijn aan en dezelfde strekking hebben als de vorderingen I tot en met IV zoals opgenomen in de memorie van grieven van Gemeente Buren. Hoewel Stichting CPOB voornemens is om gelijkluidende vorderingen aan die van Gemeente Buren in te stellen, begrijpt het hof dat Stichting CPOB, als het huidige bevoegd gezag van de Ds. Derksenschool, zich op een eigen (zakelijk) recht beroept, namelijk de vordering tot eigendomsoverdracht van het Schoolgebouw en -terrein aan haar; een vordering die Gemeente Buren volgens het bestreden vonnis niet kan instellen. De inzet van de procedure voor Stichting CPOB gaat dus verder dan (enkel) het ondersteunen van het standpunt van Gemeente Buren. Doordat Kosterij c.s. hebben aangekondigd zich in de hoofdzaak te verzetten tegen eigendomsoverdracht van het Schoolgebouw en -terrein, heeft Stichting CPOB voldoende onderbouwd dat zij nadelige gevolgen kan ondervinden van een ongunstige uitkomst van de uitspraak in de hoofdzaak. Haar belang bij tussenkomst is daarmee voldoende gegeven. Nu Kosterij c.s. bovendien niet bestrijden dat Stichting CPOB een eigen belang heeft bij tussenkomst (dan wel voeging) en zich in zoverre refereren aan het oordeel van het hof, zal het hof de vordering tot tussenkomst toewijzen. Van strijd met de eisen van een goede procesorde is geen sprake.

Aangezien de primaire vordering tot tussenkomst wordt toegewezen, behoeft de subsidiaire vordering tot voeging geen bespreking.

De conclusie

Het hof wijst de incidentele vordering tot tussenkomst toe. Het hof ziet aanleiding de beslissing over de kosten van het incident aan te houden tot het eindarrest in de hoofdzaak.

Het hof verwijst de hoofdzaak naar de rol van 6 oktober 2026 voor het indienen van een memorie van grieven door Stichting CPOB. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.

4. De beslissing

Het hof:

in het incident

laat Stichting CPOB toe tussen te komen als partij in de hoofdzaak;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;

in de hoofdzaak in hoger beroep

verwijst de zaak naar de roldatum van 6 oktober 2026 voor het indienen van een memorie van grieven door Stichting CPOB;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.R. den Dekker, R. Verkijk en G.A. Diebels is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand