GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 17 oktober 2025, betreffende
wonende te [woonplaats].
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 augustus 2026. De betrokkene is verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam].
De beoordeling
1. Het beroepschrift bevat geen beroepsgronden. Dat is wel verplicht (artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)). De griffier van het hof heeft bij brief van 19 december 2025 de betrokkene op dit verzuim en het ontbreken van een handtekening onder het hoger beroepschrift gewezen en de gelegenheid gegeven om binnen een termijn van vier weken het hoger beroepschrift te ondertekenen en de gronden van hoger beroep in te dienen. Daarbij is gemeld dat het hoger beroep nietontvankelijk kan worden verklaard als geen gronden worden ingediend.
2. De betrokkene heeft weliswaar binnen de gegeven termijn het hoger beroepschrift ondertekend, maar niet de gronden van hoger beroep ingediend. Voor zover de betrokkene meent dat hij het verzuim van het ontbreken van de gronden niet binnen de gegeven termijn diende te herstellen, omdat hij zijn standpunten mondeling wenst toe te lichten, oordeelt het hof dat het verzuim niet (buiten de gestelde termijn) ter zitting kan worden hersteld. Het hof merkt op dat de advocaat-generaal in het verweerschrift de betrokkene hier al op heeft gewezen. Het hof zal met toepassing van artikel 6:6 van de Awb het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.