ECLI:NL:GHARL:2026:5517

ECLI:NL:GHARL:2026:5517

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer 200.362.384/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Geen rechtsregel schrijft voor dat de ambtenaar de betrokkene moet horen voordat hij de sanctie oplegt. De betrokkene is hiermee niet in zijn verdedigingsrechten geschaad, omdat het instellen van administratief beroep de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie opschort. De toetsing of de sanctie terecht is opgelegd, vindt plaats in administratief beroep, beroep bij kantonrechter en/of hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 17 juli 2025, betreffende

wonende te [woonplaats].

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.

2. De beslissing van de kantonrechter is op 28 juli 2025 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 8 september 2025. Het beroepschrift is gedateerd 1 december 2025. Uit een stempel blijkt dat het beroepschrift op 5 december 2025 door de rechtbank is ontvangen. Het hoger beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.

3. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.

4. De betrokkene stelt dat de brief (het hof leest: de beslissing van de kantonrechter) nooit op het woonadres van de betrokkene is aangekomen dan wel dat de betrokkene de beslissing niet heeft ontvangen. Pas nadat de betrokkene de brief van het CJIB ontving, heeft hij kennis kunnen nemen van de beslissing. Daarna heeft de betrokkene onmiddellijk actie ondernomen en op 1 december 2025 het beroepschrift ingediend.

5. In het dossier bevindt zich een brief gedateerd 28 juli 2025 waarin de griffier van de rechtbank de betrokkene mededeelt dat in de bijlage van de brief zich de beslissing van de kantonrechter bevindt. Nu de rechtbank niet beschikt over een deugdelijke verzendadministratie en de beslissing van de kantonrechter niet aangetekend is verzonden, kan niet worden vastgesteld dat de beslissing daadwerkelijk is verzonden, zodat niet kan worden vastgesteld dat de termijn om in beroep te gaan is aangevangen. Dit betekent dat de betrokkene tijdig in beroep is gegaan tegen de beslissing van de kantonrechter en dat het hoger beroep ontvankelijk is.

6. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 januari 2024 om 13:00 uur op de Rijksweg A4 in Rijsenhout met het voertuig met het kenteken [kenteken].

7. De betrokkene ontkent dat hij de gedraging heeft verricht en stelt dat hij op geen enkel moment een voertuig rechts heeft ingehaald. Verder stelt de betrokkene zich op het standpunt dat de feitelijke grondslag van de sanctie onvoldoende is getoetst, nu de ambtenaar de betrokkene niet heeft gehoord. Tot slot stelt de betrokkene dat sprake is van een motiveringsgebrek in zowel de beslissing van de inleidende beschikking (het hof leest: de officier van justitie) als de beslissing van de kantonrechter. De sanctie is in strijd met het evenredigheidsbeginsel opgelegd en daarom kan deze niet in stand blijven.

8. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

9. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat de bestuurder een voertuig(en) rechts inhaalde waar dat niet is toegestaan. Dit vond plaats ter hoogte van 14.2.

Rijstrook waarop betrokkene aanvankelijk reed: 1e.

Rijstrook waarop betrokkene inhaalde: 2e.

Rijstrook waarop het ingehaalde voertuig reed: 1e.

Er was geen sprake van file. (…)

Aantal ingehaalde voertuigen: 1. (…)

Reden geen staandehouding: betrokkene kon niet staande gehouden worden omdat ik met mijn privé voertuig naar mijn werk reed..”

10. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 24 november 2024, waarin de ambtenaar onder meer het volgende verklaart:

“Betrokkene werd niet staande gehouden omdat ik in mijn privé voertuig onderweg was naar mijn werk. Derhalve had ik ook niet de beschikking over stopmiddelen. Voorts is het zo dat ik alleen in extreme gevallen in mijn privé bekeur. Hier was sprake van omdat betrokkene asociaal snel reed en rechts inhaalde. Voor de snelheid kon ik niet bekeuren omdat ik geen geijkte teller heb en dan zelf overtredingen moet plegen om dit te meten.”

11. Hetgeen de betrokkene aanvoert komt neer op een enkele ontkenning dat hij de gedraging heeft verricht. Dit is onvoldoende om te twijfelen aan de verklaringen van de ambtenaar. Dat de gedraging is verricht, kan dan ook worden vastgesteld.

12. Het hof stelt verder vast dat de kantonrechter niet is ingegaan op de grond van de betrokkene dat de ambtenaar hem niet heeft gehoord, voorafgaand aan het opleggen van de sanctie. Op grond van artikel 13, tweede lid, van de Wahv moet de beslissing van de kantonrechter deugdelijk zijn gemotiveerd. Dit betekent echter niet dat de kantonrechter gehouden is om expliciet en uitgebreid op alle aangevoerde gronden in te gaan. Echter, nu de kantonrechter in zijn geheel niet is ingegaan op deze grond, is naar het oordeel van het hof sprake van een motiveringsgebrek. Het hof zal deze grond hierna alsnog beoordelen.

13. Geen rechtsregel schrijft voor dat een betrokkene, voordat de sanctie wordt opgelegd, fysiek wordt gehoord. Voor zover de betrokkene met deze grond bedoelt dat hij in zijn verdedigingsrechten is geschaad, oordeelt het hof dat dit niet het geval is, omdat in de Wahv aan het administratieve beroep bij de officier van justitie opschortende werking ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de opgelegde sanctie is toegekend. De toetsing of de sanctie wel of niet terecht is opgelegd, vindt plaats in de eventuele administratieve beroepsfase, de daaropvolgende eventuele beroepsfase bij de kantonrechter en tot slot in de eventuele fase in hoger beroep. De grond treft geen doel.

14. Het hof is van oordeel dat uit de motivering van de kantonrechter voldoende blijkt dat de door de betrokkene overige aangevoerde gronden van het beroep in de beslissing zijn betrokken.

15. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het hof zal dit doen met verbetering van gronden, omdat de kantonrechter ten onrechte niet is ingegaan op de grond van de betrokkene dat hij niet door de ambtenaar is gehoord.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter, met verbetering van gronden.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Postma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand