zaaknummer: TBS P26/128
Ambtshalve beslissing op grond van artikel 509a van het Wetboek van Strafvordering betreffende de betrokkene:
[Ter beschikking gestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
verblijvende in P.I. [naam] .
Overwegingen
Het procesverloop
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2026 om de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met een jaar.
Betrokkene beschikt op dit moment niet (meer) over een raadsman. Het hof heeft kennisgenomen van een e-mailbericht van 3 juni 2026 waarin mr. V. Poelmeijer zich heeft onttrokken als raadsman.
Op 10 juni 2026 heeft mr. Y.H.G. van der Hut aan het hof per e-mail medegedeeld dat zij door de rechtbank Den Haag in een daar aanhangig zijnde procedure tot omzetting van de terbeschikkingstelling onder voorwaarden in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging aan betrokkene is toegevoegd op grond van een reguliere last tot toevoeging. Van de reclassering heeft zij vernomen dat betrokkene psychotisch ontregeld is, niemand wil spreken en uiterst wantrouwig is. Het is mr. Y.H.G. van der Hut dan ook niet gelukt om contact met betrokkene te krijgen. Hierdoor kon zij zich niet stellen in de onderhavige beroepsprocedure die ziet op de verlenging van de TBS-maatregel van betrokkene.
Bij emailbericht van 16 juni 2026 heeft mr. Y.H.G. van der Hut bericht dat in de omzettingsprocedure door de rechtbank Den Haag op 11 juni 2026 een beslissing was genomen, inhoudende een verklaring ex artikel 509 a Wetboek van Strafvordering (Sv) en een last tot aanwijzing c.q. toevoeging ex artikel 509c Sv.
Op 25 juni 2026 heeft de rechtbank Den Haag de omzetting bevolen. Ook van deze uitspraak is betrokkene in hoger beroep gekomen (zaak nummer P26-251).
Het hof heeft op 20 augustus 2026 ambtshalve de vraag of ook in de verlengingsprocedure gekomen moet worden tot een beslissing ex artikel 509a en 509c Sv ter terechtzitting behandeld.
Betrokkene heeft afstand gedaan van zijn recht om bij deze zitting aanwezig te zijn.
De advocaat-generaal heeft zich niet verzet tegen een beslissing ex artikel 509a en 509c Sv.
Het oordeel van het hof
Op de voet van artikel 509a, eerste lid Sv kan het gerechtshof, indien vermoed wordt dat een persoon een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap heeft en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen, zulks verklaren en treden vervolgens de voor die situatie geschreven bijzondere regels in werking ter waarborging van een behoorlijke belangenbehartiging.
Het hof vermoedt dat de betrokkene een psychische stoornis heeft en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen in deze procedure behoorlijk te behartigen. Het hof betrekt hierbij het reclasseringsadvies van 6 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene psychotisch gedecompenseerd is en blijk geeft van paranoïde wanen.
Het hof zal daarom verklaren dat dat betrokkene niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen als bedoeld in artikel 509 a Sv.
De voorzitter van het hof zal verder op grond van artikel 509c Sv een last tot aanwijzing c.q. toevoeging van mr. Y.H.G. van der Hut als raadsvrouw geven aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand.
BESLISSING
Het hof verklaart dat vermoed wordt dat de betrokkene een psychische stoornis heeft en dat hij ten gevolge daarvan niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen;
De voorzitter geeft aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand met inachtneming van het bepaalde in artikel 509c Sv een last tot aanwijzing c.q. toevoeging van mr. Y.H.G. van der Hut als raadsvrouw aan de betrokkene.
Aldus gegeven op 20 augustus 2026 door
mr. M.J. Vos, voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. S. Kropman, raadsheren,
en drs. I.E. Troost en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en ondertekend door de voorzitter en de griffier.