ECLI:NL:GHARL:2026:5598

ECLI:NL:GHARL:2026:5598

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer P26-085
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Veroordeelde niet-ontvankelijk in verzoek om tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. Verzoek te vroeg, binnen zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel, ingediend.

Uitspraak

De ontvankelijkheid van het verzoek tot tussentijdse toetsing

Het hof heeft de ontvankelijkheid van het verzoek om een tussentijdse beoordeling ter zitting aan de orde gesteld.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift te vroeg is ingediend en dat de veroordeelde alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek.

Het standpunt van de veroordeelde

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat veroordeelde ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel. Veroordeelde heeft het verzoek ingediend met het idee om de ISD-maatregel om te zetten in een rechterlijke machtiging. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld als een tussentijdse toetsing, veroordeelde ontvankelijk geacht en het verzoek inhoudelijk behandeld. Het openbaar ministerie heeft hier in eerste aanleg geen verweer tegen gevoerd. Van gewijzigde omstandigheden waardoor in beroep anders dient te worden geoordeeld, is niet gebleken. De beginselen van rechtszekerheid en een goede procesorde brengen met zich dat in beroep niet alsnog een strengere ontvankelijkheidsmaatstaf dient te worden gehanteerd. Voorkomen moet worden dat rechtsbescherming puur theoretisch is, hetgeen zich niet verhoudt met de artikelen 6 en 13 van het EVRM. Uit artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering volgt niet dat de consequentie van het eerder indienen van een verzoekschrift niet-ontvankelijkheid moet zijn. Bovendien loopt de ISD-maatregel inmiddels wel langer dan zes maanden.

Het oordeel van het hof

Op grond van artikel 6:6:14, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een veroordeelde, als de rechter bij het opleggen van de ISD-maatregel niet heeft beslist tot een tussentijdse beoordeling dan wel heeft beslist tot een beoordeling na een jaar na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel, na zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel verzoeken om een tussentijdse beoordeling. In de overige gevallen kan een verzoek worden gedaan na zes maanden na het onherroepelijk worden van de beslissing om niet tussentijds te beoordelen of van de beslissing dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is vereist.

Aan de veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 28 februari 2025 de ISD-maatregel opgelegd. De ISD-maatregel is aangevangen op 2 juni 2025. Het verzoek van veroordeelde is op 8 augustus 2025 binnengekomen bij de rechtbank Den Haag. Dit is binnen zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Voor zover dit verzoek opgevat moet worden als een verzoek tot tussentijdse toetsing als bedoeld in artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering is dat verzoek te vroeg ingediend.

Dit brengt mee dat de rechtbank de veroordeelde niet-ontvankelijk had moeten verklaren in het verzoek. Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd ter onderbouwing van het standpunt dat de veroordeelde wel ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek, vindt naar het oordeel van het hof geen steun in het recht.

Gelet op het voorgaande vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank en verklaart het hof de veroordeelde alsnog niet-ontvankelijk in het verzoek om een tussentijdse beoordeling.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 18 november 2025 met betrekking tot de veroordeelde, [veroordeelde].

Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het verzoek van 8 augustus 2025 om een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel.

Aldus gedaan door

mr. J. Steenbrink, voorzitter,

mr. M. Keppels en mr. P.C. Vegter, raadsheren,

en drs. A.W.T.M. Vissers en drs. J.L.M. Dinjens, raden,

in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 7 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J. Steenbrink
  • mr. M. Keppels
  • mr. P.C. Vegter

Griffier

  • mr. N.D. Mavus-ten Elshof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand