Overwegingen
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de rechtbank omdat hij het niet eens is met de verlenging van de maatregel met twee jaren. Door de therapie heeft de terbeschikkinggestelde geleerd waar zijn problemen vandaan komen en hoe het gedrag is ontstaan. De terbeschikkinggestelde geeft aan dat hij nu heel anders in het leven staat en zijn werk en sociale leven weer wil oppakken. Hij heeft wekelijks begeleid verlof en het onbegeleide verlof zal binnenkort worden aangevraagd.
De raadsman heeft verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar in plaats van met twee jaren. Daarbij heeft de raadsman gewezen op het feit dat sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling, waardoor er bij een verlenging met twee jaren tot het einde van de maatregel geen toetsing meer zal plaatsvinden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en heeft zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met één jaar in plaats van met twee jaren. De stoornis is nog aanwezig en er is sprake van een hoog recidiverisico, hetgeen in beginsel een verlenging met twee jaren rechtvaardigt. Maar omdat de behandeling pas op 25 januari 2025 is aangevangen, alsmede vanwege het wisselende verloop van de behandeling tot nu toe, en het feit dat de terbeschikkinggestelde nu wel echt gemotiveerd lijkt, acht de advocaat-generaal het van belang dat er vóór het einde van de gemaximeerde terbeschikkingstelling nog een toetsingsmoment plaatsvindt. Op dit moment is het nog te vroeg om te zeggen of na dat jaar de terbeschikkinggestelde moet uitstromen met transmuraal verlof of dat een voorwaardelijke beëindiging aan de orde kan zijn.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt met betrekking tot de duur van de verlenging van de maatregel.
Indexdelicten
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 februari 2024 is veroordeeld voor belaging en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Nu geen sprake is van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, is de terbeschikkingstelling gemaximeerd en kan de totale duur een periode van vier jaren niet te boven gaan.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 18 december 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een ander gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken. Daarnaast is sprake van een stoornis in cannabisgebruik, die inmiddels in volledige remissie is tijdens het verblijf in de huidige setting.
Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 30 juli 2026 volgt dat het recidiverisico in geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog wordt ingeschat. In dit hypothetische scenario vallen externe beschermende factoren zoals hulpverlening, toezicht en structuur weg. De verwachting is dat de terbeschikkinggestelde op lange termijn nog beperkt vaardigheden heeft om controle te hebben over zijn eigen gevoelens.
Verlenging
Gelet op de adviezen van de kliniek en de andere omstandigheden die op de zitting naar voren zijn gekomen, stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval – anders dan de rechtbank – aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Nu sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling, zal bij een verlenging met twee jaren geen toetsing meer plaatsvinden. Het hof acht het in dit specifieke geval – gezien het feit dat de terbeschikkinggestelde bijna een jaar heeft moeten wachten op plaatsing in een kliniek, en het vervolgens wisselende verloop van de behandeling – wel wenselijk dat er nog een toetsing plaatsvindt voordat de maatregel de maximale duur zal hebben bereikt. Het hof ziet daarom reden de maatregel te verlengen met een jaar.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam, van 24 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. B. van Giessen, raden,
in tegenwoordigheid van mr. I.M.G. van der Lee, griffier,
en op 13 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.