ECLI:NL:GHARL:2026:5645

ECLI:NL:GHARL:2026:5645

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 09-07-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer P26-071
Rechtsgebied Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

ISD. Vernietiging van de beslissing van de rechtbank en beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Het hof is van oordeel is dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet langer vereist is, omdat voortzetting van die maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt. Het hof is zich ervan bewust dat de beëindiging van de maatregel mogelijk tot gevolg zal hebben dat de veroordeelde opnieuw terechtkomt in een situatie van dakloosheid, zonder inkomsten of dagbesteding. Dit zijn weliswaar ongunstige omstandigheden met het oog op het voorkomen van recidive, maar die omstandigheden kunnen volgens het verslag van de PI pas worden verbeterd als de veroordeelde in vrijheid is gesteld

Uitspraak

Overwegingen

Het standpunt van de veroordeelde

Er is voldoende reden om de ISD-maatregel te beëindigen. Uit de recente informatie van [PI 2] – waar de veroordeelde tot voor kort verbleef – kan worden afgeleid dat niet te verwachten valt dat de situatie in april 2027, wanneer de ISD-maatregel zal eindigen door tijdverloop, anders zal zijn dan de huidige situatie.

Die situatie van de veroordeelde kan vreemdelingenrechtelijk worden benaderd, waarbij de huidige detentie kan worden vergeleken met vreemdelingenbewaring, gericht op uitzetting. Door de oorlog in Oekraïne is de uitzetting van de veroordeelde echter niet mogelijk. Bij vreemdelingenbewaring geldt dat als er geen zicht is op uitzetting, de gedetineerde moet worden vrijgelaten.

De zaak kan ook strafrechtelijk worden benaderd. De ISD-maatregel strekt tot bescherming van de samenleving tegen de veroordeelde, waarbij de lange duur van de vrijheidsbeneming wordt gerechtvaardigd doordat in die periode wordt gewerkt aan speciale preventie en de veroordeelde wordt voorbereid op zijn terugkeer in de samenleving. In dit geval lijkt die voorbereiding echter stil te liggen. Daarnaast blijkt uit de recente informatie van [PI 2] niet dat interventies worden ingezet met het oog op speciale preventie, zoals bijvoorbeeld behandeling in verband met verslavingsproblematiek. In wezen zit de veroordeelde op dit moment een kale detentie uit.

Het is niet zo dat er bij beëindiging van de ISD-maatregel geen enkel recidiverisico van de veroordeelde uitgaat, maar het aanwezige risico valt binnen de bandbreedte van risico’s waarvan het redelijk is dat de samenleving die draagt. Feitelijk zal het zo gaan dat de veroordeelde zich zal melden bij een gemeente en dat hij vervolgens wordt toegelaten tot een voorziening voor nachtopvang.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Op dit moment is er een impasse en het is de vraag hoe die kan worden doorbroken. Twee jaar detentie in het kader van de ISD-maatregel is een lange periode, maar is bedoeld om een einde te maken aan de overlast die wordt veroorzaakt door een veelpleger. De ISD-maatregel biedt de veroordeelde de kans om tot rust te komen en een toekomst op te bouwen. Bij dat laatste aspect wringt de schoen in deze zaak. Het is niet duidelijk wat de veroordeelde voor toekomstplannen heeft, althans hoe hij wil realiseren dat hij in Nederland kan blijven. Uit de stukken blijkt dat veroordeelde voortdurend laat weten wat hij verwacht van maatschappelijke instanties, maar wat lijkt te ontbreken is dat hij zelf ook in actie komt. Als de veroordeelde in vrijheid wordt gesteld, dreigt zijn maatschappelijke teloorgang. Er ligt geen concreet plan om dat te voorkomen. Daarmee valt die optie af. Zolang de ISD-maatregel voortduurt, heeft de veroordeelde in ieder geval een dak boven zijn hoofd. Mogelijk zal de veroordeelde in die periode tot een ander toekomstbeeld komen en alsnog willen terugkeren naar Oekraïne. Er is dus onvoldoende reden om te concluderen dat de rechtbank op een onjuiste wijze heeft beslist.

Het oordeel van het hof

Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het hof tot een ander oordeel komt dan de rechtbank. Het hof is van oordeel is dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet langer vereist is en zal de maatregel daarom met ingang van heden beëindigen. Deze beslissing wordt als volgt onderbouwd.

De ISD-maatregel is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 1 april 2025. De maatregel is opgelegd voor de duur van twee jaar. De tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is aangevangen op 16 april 2025 en zal door tijdverloop in beginsel eindigen op 16 april 2027.

Op 15 oktober 2025 heeft de raadsman namens de veroordeelde een verzoek gedaan tot een tussentijdse beoordeling in de zin van artikel 6:6:14, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Naar aanleiding van een dergelijk verzoek moet het hof beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is vereist. Bij die beoordeling moet het hof allereerst nagaan of opheffing van de ISD-maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, ernstige (drugs)overlast en verloedering van het publieke domein. Als dat zo is, moet het hof bezien of het zo is dat voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt.

Bij die beoordeling heeft het hof onder meer rekening gehouden met het volgende.

De veroordeelde is afkomstig uit Oekraïne en is naar Nederland gekomen om te werken. Hij is sinds medio 2023 veelvuldig in aanraking gekomen met de politie en/of justitie. Daarbij ging het vooral om vermogensdelicten, maar ook om huis- of lokaalvredebreuk, wederspannigheid en belediging van een ambtenaar in functie. In het vonnis waarbij de ISD-maatregel is opgelegd, is de veroordeelde veroordeeld voor twee winkeldiefstallen. In dat vonnis noemt de rechtbank (door middel van een verwijzing naar het reclasseringsadvies van 27 februari 2025) een aantal zogenoemde criminogene factoren (oftewel factoren die het plegen van strafbare feiten in de hand werken) die in die periode aanwezig waren bij de veroordeelde, namelijk dakloosheid, geen inkomen of zinvolle dagbesteding, een alcoholprobleem, een pro-criminele houding en geen sociaal netwerk.

Op 25 april 2025 is de veroordeelde vanuit [PI 1] overgeplaatst naar [PI 2] ( [locatie] ). Het toetsingsverslag van [PI 2] van 19 december 2025, opgemaakt met het oog op de tussentijdse beoordeling door de rechtbank, houdt onder meer in dat de veroordeelde met behulp van de gevolgde interventies een stap lijkt te hebben gemaakt in het verkrijgen van zelfinzicht in relatie tot zijn verslavingsproblematiek en delictgedrag. Daarnaast staat in het verslag dat met het aanbieden van recidive-verlagende begeleiding wordt geprobeerd de veroordeelde inzicht te geven in zijn perspectieven. Verder houdt dat verslag in dat de veroordeelde niet terug wil naar Oekraïne, en dat zijn verblijfsmogelijkheden in Nederland nog onduidelijkheden waren, waardoor van een stabiele leefsituatie geen sprake was.

Met het oog op de behandeling van de zaak door het hof heeft [PI 2] opnieuw een verslag opgemaakt. In dat verslag van 9 juni 2026 staat onder meer het volgende.

Recidiverisico

[De veroordeelde] heeft nog steeds een onstabiele situatie op diverse leefgebieden. Zo heeft hij geen verblijfplek, geen dagbesteding en zijn er schulden bij het CJIB. Daarnaast heeft [de veroordeelde] geen of nauwelijks een sociaal netwerk (in Nederland).

Verloop afgelopen periode

Gepoogd is stappen te maken in de mogelijkheden voor (tijdelijk) verblijf. Vanwege huidige detentie valt [de veroordeelde] niet langer onder de RTB (Regeling Tijdelijke Bescherming voor Oekraïners). Om hiervoor in aanmerking te kunnen komen zal [de veroordeelde] zich moeten inschrijven in een gemeente (Basisregistratie Personen). Echter vanwege de detentie is het niet mogelijk zich in te schrijven in de BRP bij een gemeente. Getracht is tot een maatwerkoplossing te komen, zonder succes. Er is contact geweest met verschillende gemeenten [gemeente 1] , [gemeente 2] , [gemeente 3] en [gemeente 4] ) en regionale en landelijke coördinatoren opvang voor Oekraïners. Er werd telkens terugverwezen naar de gemeente [gemeente 1] omdat deze gemeente verantwoordelijk is voor [de veroordeelde] gezien het zijn laatste gemeente van inschrijving is.

Stand van zaken m.b.t. concretiseren van zijn verblijfsmogelijkheden (en daarmee samenhangend of sprake is van een stabiele leefsituatie)

Vraag in deze is, of de situatie veranderen zal. Buiten de invloed om van [de veroordeelde] bevindt hij zich in een impasse. De opvang van Oekraïners stagneert, er zijn weinig plekken beschikbaar. Zeker niet voor alleenstaande mannen (met een justitiële status). De gemeente [gemeente 1] heeft aangegeven [de veroordeelde] niet meer op te willen vangen in verband met zijn gedrag in het verleden. Er zijn plannen voor een nieuwe opvanglocatie voor overlast gevende Oekraïense mannen. Mogelijk kan [de veroordeelde] hiervoor in aanmerking komen. Toegezegd is dat de voortgang hiervan wordt gedeeld.

Stand van zaken m.b.t. toekomstperspectief (perspectiefplan)

[De veroordeelde] heeft aangegeven in Nederland te willen blijven en hier te willen gaan werken. Zijn voormalig werkgever zou hebben gezegd dat hij daar opnieuw welkom is. Anders is [de veroordeelde] bereid elke andere vorm van werk te accepteren. [De veroordeelde]is een man wie graag bezig is, in de [PI 2] liep de frustratie in verband met uitzichtloosheid en beperkte mogelijkheden op het gebied van arbeid en te volgen interventies steeds verder op. Hierdoor en vanwege afspraken met [PI 1] is [de veroordeelde] overgeplaatst naar deze inrichting. Op de afdeling doet [de veroordeelde] het goed, luistert naar aanwijzingen van personeel en is positief aanwezig. Zijn urinecontroles zijn negatief en betrokkene neemt deel aan het dagprogramma.

Stand van zaken m.b.t. uitstroomtraject en uitstroomplek

Zoals gesteld bevindt de situatie van [de veroordeelde] zich in een impasse. Zijn gedrag in detentie is correct en vraag is of hij bij voortzetting van de maatregel gebaat is. Wel is hij hierdoor zeker van een dak boven zijn hoofd en is de maatschappij beschermd tegen eventuele overlast. Onzeker is hoe de situatie in april 2027 zal zijn, wanneer de ISD-maatregel van betrokkene eindigt. De kans is aanwezig dat deze niet veel anders zal zijn. Opvangplekken zitten vol, [de veroordeelde] kan niet gedwongen worden uitgezet en zal op straat belanden in afwachting op een vrij te komen plek. (…)

Samenvatting/conclusie/ advies:

(…)

Het antwoord op de vraag of de maatregel moet worden opgeheven is moeilijk te beantwoorden. Enerzijds draagt een voortzetting niets bij voor [de veroordeelde], al wordt hij voorzien in eerste levensbehoeften. Anderzijds is er bij opheffing kans op recidive en maatschappelijke teloorgang gezien er instabiliteit op verschillende leefgebieden bestaat. Om verandering in deze situatie te kunnen brengen zal [de veroordeelde] echter eerst in vrijheid moeten worden gesteld alvorens hij voor opvang in aanmerking kan komen en inkomen kan vergaren.

Op basis van het voorgaande is het hof van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet is vereist, omdat voortzetting van die maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt.

In het recente verslag van [PI 2] staat onder meer dat voortzetting van de ISD-maatregel niets bijdraagt aan de behoeften en ontwikkeling van veroordeelde, anders dan dat de veroordeelde in de PI wordt voorzien in zijn eerste levensbehoeften. In een eerder stadium van de ISD-maatregel zijn nog interventies ingezet in verband met (onder meer) de alcoholproblematiek bij de veroordeelde, maar van dergelijke interventies is nu dus geen sprake meer.

Daarnaast blijkt uit het recente verslag weliswaar dat er nog steeds geen stabiliteit is op diverse belangrijke leefgebieden – zoals wonen en dagbesteding – maar naar het oordeel van het hof biedt het recente verslag van [PI 2] onvoldoende aanknopingspunten om te verwachten dat in het kader van de ISD-maatregel kan worden toegewerkt naar méér stabiliteit op die leefgebieden. Zo wordt in het verslag gesproken van een impasse wat betreft het vinden van een verblijfplaats. Ook houdt het verslag in dat de veroordeelde in aanmerking komt voor een opvangregeling voor Oekraïners, maar pas nadat hij zich heeft ingeschreven bij een gemeente (in de basisregistratie personen (BRP)), wat niet mogelijk is zolang de veroordeelde gedetineerd is.

Concluderend beslist het hof dat de ISD-maatregel moet worden beëindigd met ingang van heden. Het hof is zich ervan bewust dat de beëindiging van de maatregel mogelijk tot gevolg zal hebben dat de veroordeelde opnieuw terechtkomt in een situatie van dakloosheid, zonder inkomsten of dagbesteding. Dit zijn weliswaar ongunstige omstandigheden met het oog op het voorkomen van recidive, maar die omstandigheden kunnen volgens het verslag pas worden verbeterd als de veroordeelde in vrijheid is gesteld. Er is daarom sprake van de situatie dat voortzetting van de ISD-maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 19 januari 2026 met betrekking tot de veroordeelde, [veroordeelde] .

Beëindigt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders met ingang van heden.

Aldus gedaan door

mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,

mr. M. Keppels en mr. E.C.M. Wolfert, raadsheren,

drs. C.J.J.C.M. van Gestel en dr. K.J. de Wijs-Heijlaerts, raden,

in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,

en op 9 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.B.A.P.M. Ficq
  • mr. M. Keppels
  • mr. E.C.M. Wolfert

Griffier

  • mr. D. van der Geld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand