ECLI:NL:GHARL:2026:5649

ECLI:NL:GHARL:2026:5649

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 09-07-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer P25/254
Rechtsgebied Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

TBS. Bevestiging van de beslissing van de rechtbank met aanvulling van gronden. Het hof acht, evenals de rechtbank, een omzetting naar een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege aangewezen. Daarbij neemt het hof onder meer in aanmerking dat het hof in de tussenbeslissing van 30 december 2025 al heeft vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde verschillende voorwaarden heeft overtreden. Daarnaast is het hof van oordeel dat er geen reële mogelijkheid is om de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde op een verantwoorde wijze voort te zetten in het huidige juridisch kader. De reclassering heeft niet de mogelijkheden om het toezicht te intensiveren ten opzichte van de situatie waarin de veroordeelde is teruggevallen in het gebruik van harddrugs en op 30 juni 2025 opnieuw een seksueel delict heeft gepleegd.

Uitspraak

Overwegingen

Tussenbeslissing van 30 december 2025

In zijn tussenbeslissing van 30 december 2025 heeft het hof het onderzoek heropend en de stukken in handen gesteld van de raadsheer-commissaris met het verzoek om zorg te dragen voor nader onderzoek door een (door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) aan te wijzen) psychiater en psycholoog. Die psychiater en psycholoog kregen de opdracht om – naast de beantwoording van de standaardvragen over diagnostiek, risico-inschatting, behandeling en risicomanagement – ook antwoord te geven op de volgende vragen.

‒ Kunnen de behandeling en het risicomanagement op een verantwoorde wijze vormgegeven worden binnen het kader van een terbeschikkingstelling niet voorwaarden of is een ander kader aangewezen?

‒ Indien van toepassing: als geadviseerd wordt om het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten, is dan een start met een klinische behandeling geïndiceerd?

Aan deze opdracht is uitvoering gegeven doordat psycholoog [naam 1] en psychiater [naam 2] de terbeschikkinggestelde hebben onderzocht en op 9 april 2026 respectievelijk 30 april 2026 een rapport over de terbeschikkinggestelde hebben uitgebracht.

Vervolgens zijn de stukken in handen van de advocaat-generaal gesteld voor een nadere rapportage door de reclassering. Aan die opdracht is uitvoering gegeven door middel van het reclasseringsrapport van 5 juni 2026.

Rapport psycholoog [naam 1] van 9 april 2026

Psycholoog [naam 1] heeft geadviseerd tot voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Ter onderbouwing van dat advies houdt het rapport van de psycholoog onder meer het volgende in:

Huidig onderzoek vindt plaats tegen de achtergrond van een door [de terbeschikkinggestelde] ingesteld beroep tegen de beslissing tot omzetting van de tbs door de rechtbank, terwijl reeds vanaf medio 2025 sprake is van een detentiesituatie en in november 2025 een (laatste) veroordeling wegens schennispleging heeft plaatsgevonden, passend in een patroon van recidives gedurende het tbs-verloop. Het verloop van de tbs heeft gemaakt dat in 2020, 2021 en 2023 verlengingsonderzoeken PJ hebben plaatsgevonden, terwijl in 2024 verlengingsonderzoek PJ, aanvullend onderzoek en omzettingsonderzoek heeft plaatsgevonden. Gesteld kan worden dat het tbs-verloop diagnostisch steeds meer zicht op [de terbeschikkinggestelde] heeft geboden en de beschikbare dossierinformatie roept weinig vragen op over behandelresultaat, zoals door [de terbeschikkinggestelde] ook steeds duidelijker maar ook meer genuanceerd verwoord wordt. Wel ontstaan al vanaf de eerste resocialisatiefase (in 2020) vragen over hoe dit behandelresultaat te laten beklijven en hierbij is tot op heden vooral ingezet op therapeutische interventies (mede op verzoek van [de terbeschikkinggestelde]) en het opbouwen van beschermende factoren.

[De terbeschikkinggestelde] kreeg in dit proces vertrouwen of in ieder geval het voordeel van de twijfel van betrokken partijen, terwijl hij naar inschatting van onderzoeker terecht opmerkt juist behoefte te hebben aan een combinatie van vertrouwen en een (blijvend) kritische houding vanuit zijn omgeving. [De terbeschikkinggestelde] toont zich hiermee bewust van de uiteenlopende aspecten in zijn functioneren, passend bij de diagnostiek met een belangrijke rol voor (vroege) hechtingsproblematiek en hij beschrijft in feite een grote behoefte aan ‘holding’, zoals bijvoorbeeld ervaren ten tijde van de FPK-opnames. Juist de positieve evaluatie van de doorlopen therapie in brede zin lijkt deze behoefte gedurende resocialisatiefases wat te hebben overschaduwd en [de terbeschikkinggestelde] erkent zelf onvoldoende ‘aan de bel te hebben getrokken’ ten aanzien van deze behoefte, bijvoorbeeld in het belang van een ‘klik’ met behandelaars en ‘tastbaar’ toezicht.

Zonder [de terbeschikkinggestelde] hiermee te ontslaan van verantwoordelijkheid onderschrijft onderzoeker de door hem aangekaarte naïviteit (passend bij het vertrouwen) in de omgang met zijn verslavingsgevoeligheid gedurende de tbs. Gesteld kan worden dat [de terbeschikkinggestelde] ‘overvraagd is’ in het op basis van (op dit gebied) relatief oppervlakkige behandelinterventies grotendeels zelfstandig moeten hanteren van deze gevoeligheid, terwijl hij in huidig onderzoek duidelijk aangeeft behoefte te hebben aan externe kaders om zijn niet altijd standvastige motivatie tot abstinentie te ondersteunen. Onderzoeker merkt hierbij op dat tot op heden wellicht teveel is uitgegaan van terugvallen in middelengebruik als uitvloeisel van negatieve omstandigheden, terwijl juist de door [de terbeschikkinggestelde] ervaren ruimte tot middelengebruik bij onvoldoende externe kaders op zich reeds een katalysator van deze omstandigheden zou kunnen vormen. Ter illustratie leidt deze ervaren ruimte tot de neiging (zucht) om te gebruiken en vervolgens dit gebruik zo lang mogelijk te laten voortduren, waardoor openheid onder druk komt te staan, afstand wordt genomen van steunend netwerk en tegelijkertijd, juist gelet op het probleeminzicht, gevoelens van schuld en schaamte ontstaan die weer een belangrijke rol spelen in het zelfdestructieve patroon. In de schennisplegingen van 2021 en 2025 lijkt ontremming door fors middelengebruik in directe aanloop een belangrijke verklarende factor te vormen, terwijl in het justitiecontact van 2024 vooral seks als coping lijkt te hebben gespeeld, parallel aan het reeds in de jeugd beschreven ‘gluren’, in een specifieke situatie waarin coping ten opzichte van negatieve emoties tekortschoot (in 2024 treffend beschreven als de achilleshiel) en ook middelengebruik speelde met een ‘signaalfunctie’ ten aanzien van de ontoereikende coping.

Juist deze signaalfunctie biedt aanknopingspunten in het risicomanagement en onderzoeker bepleit (evenals [de terbeschikkinggestelde]) een startpunt van ‘waterdicht’ toezicht op het middelengebruik, aangevuld met nog onbenutte of onvoldoende benutte interventies gericht op de verslavingsgevoeligheid, maar zonder te vertrouwen op ‘behandelresultaat op zich’. Pas wanneer [de terbeschikkinggestelde] laat zien in een situatie van effectief toezicht en optimale ondersteuning zijn motivatie tot abstinentie ook buiten een klinische setting over langere termijn te kunnen handhaven, ontstaat een basis om hierin, stapsgewijs, meer zelfstandigheid te ontwikkelen. Dit bijvoorbeeld door waterdicht toezicht af te bouwen naar steekproefsgewijs toezicht met geleidelijk afnemende frequentie (maar nog steeds meer op het gebruik van [de terbeschikkinggestelde] afgestemde ‘pakkans’ dan bij de te voorspelbare urinecontroles zoals tot op heden gehanteerd).

Aanscherping van het beleid ten aanzien van de verslavingsgevoeligheid lijkt een significante bijdrage te kunnen leveren aan het risicomanagement ten opzichte van de kans op nieuwe zedenfeiten en [de terbeschikkinggestelde] lijkt in ieder geval open te staan voor bespreking van mogelijkheden tot medicamenteuze ondersteuning gericht op specifieke risicofactoren (zoals zuchtremmende medicatie) en hij noemt zelf de behoefte aan deelname aan een groep gericht op terugvalpreventie, wat passend wordt geacht (juist gelet op de onderliggende dynamiek in het middelengebruik).

Voorts wordt ten aanzien van de mogelijkheden tot (aanvullend) risicomanagement aandacht gevraagd voor de door [de terbeschikkinggestelde] zelf in feite structureel beschreven behoefte aan een behandelrelatie waarin hij zich ‘door en door’ gekend en gezien voelt en de (hernieuwde) inzet van een werkwijze zoals ForFACT, gericht op het zicht houden op het functioneren in brede zin. Onderzoeker onderschrijft ook van harte de in de rapportage PJ van december 2024 beschreven meerwaarde van optimalisatie van vroegsignalering (met recente ontwikkelingen als aanvullende input) en het uitwerken van ‘vijf voor twaalf’ plannen. Ook kan gedacht worden aan het creëren van een situatie waarin het risico op ‘vijf voor twaalf situaties’ naar verwachting reeds wat gecoupeerd kan worden, bijvoorbeeld door te kiezen voor een (tijdelijke) woonsetting met ‘holding’, zoals een passende vorm van begeleid wonen. Mogelijke inzet van libidoremmende medicatie verdient in dit licht in ieder geval meer overweging dan zover bekend tot op heden gehanteerd. Hernieuwde klinische behandeling wordt inhoudelijk niet perse noodzakelijk geacht, maar vormt voor [de terbeschikkinggestelde] wel een vertrouwd en veilig ‘startpunt’, waarmee de kans op een goed doordachte resocialisatiekoers wellicht vergroot kan worden, wat juist wel cruciaal wordt geacht.

Uit bovenstaande blijkt dat onderzoeker nog mogelijkheden tot (aanvullend) risicomanagement ziet die haalbaar zouden zijn bij voortzetting van de tbs met voorwaarden en waarmee recht wordt gedaan aan de reeds behaalde behandelresultaten, de behandelmotivatie bij [de terbeschikkinggestelde], maar ook de ondanks deze motivatie blijvende kwetsbaarheden.

Uit de inschatting van het recidiverisico volgt geen directe noodzaak tot omzetting van de tbs en hoewel begrijpelijkerwijs reeds voorafgaand aan de laatste recidive vanuit reclassering wordt gesproken van een ‘laatste kans’ is onderzoeker van mening dat (tot op heden) in feite geen optimale context voor een ‘laatste kans’ is gecreëerd, terwijl, uitgaand van een termijn van tweeënhalf jaar, nog mogelijkheden bestaan het behandelresultaat binnen het kader van tbs met voorwaarden verder uit te bouwen en gaandeweg deze periode te monitoren, terwijl een geruime periode van ‘stilstand’ in het traject, zoals alleen al gezien de wachttijden voor plaatsing feitelijk ontstaat bij omzetting van de tbs, onwenselijk wordt geacht. Tevens wordt meegegeven dat terminologie als ‘een laatste kans’ risicovol wordt geacht gezien de diepgewortelde neiging tot zelfdestructief gedrag en het beperkte zelfvertrouwen.

Wanneer toch besloten zou worden tot omzetting wordt nadrukkelijk meegegeven oog te hebben voor de reeds behaalde behandelresultaten en het traject zo snel mogelijk (weer) te richten op de situatie waar nog resultaat te behalen valt, maar het inherent relatief trage tempo van trajecten in een kader van tbs met bevel tot verpleging zal naar verwachting ‘botsen’ met de in deze context weinig voorkomende behandelmotivatie, zoals door [de terbeschikkinggestelde] aan de dag gelegd.

Vanuit een gedragsdeskundige weging van relevante aspecten zoals diagnostiek, risicoanalyse, behandelmotivatie en -voortgang, beschermende factoren en (aanvullende) mogelijkheden tot risicomanagement (juist gericht op de gedurende de tbs ontstane recidives) adviseert onderzoeker tot voortzetting van de tbs met voorwaarden (met aanscherping van deze voorwaarden) voor de duur van twee jaar, uitgaand van de door [de terbeschikkinggestelde] aangegeven bereidheid tot hernieuwde samenwerking met reclassering en bereidheid zich te conformeren aan in het kader van risicomanagement noodzakelijk geachte voorwaarden.

Rapport psychiater [naam 2] van 30 april 2026

Ook psychiater [naam 2] heeft in het rapport van 30 april 2026 geadviseerd tot voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Dat advies is onder meer als volgt onderbouwd.

‘Ondanks dat [de terbeschikkinggestelde] een langdurig en intensief behandeltrajecten achter de rug heeft, is het de vraag of alle behandelmogelijkheden benut zijn. Sowieso is de behandeling van de aanwezige verslavingsproblematiek nimmer optimaal geweest omdat [de terbeschikkinggestelde] geen open kaart speelde over deze aanwezig problematiek. Bovendien lijkt [de terbeschikkinggestelde] onvoldoende behandeld te zijn voor de aanwezige persoonlijkheidsproblematiek. Wat dat betreft lijkt er in een behandeling nog winst te behalen door de behandelmogelijkheden te optimaliseren.

In het kader van risicomanagement is het van groot belang dat er de komende tijd intensief toezicht en controle op [de terbeschikkinggestelde] wordt uitgeoefend door de verslavingsreclassering. Bovendien zou er een intensief behandeltraject gestart moeten gaan worden dat zich richt op de aanwezige persoonlijkheidsproblematiek (schematherapie) en de verslavingsproblematiek (o.a. vroegsignalering). Indien echter mocht blijken dat [de terbeschikkinggestelde] ondanks de behandeling zijn seksuele impulsen niet goed onder controle kan houden, zou medicatie met een libidoremmend effect overwogen kunnen worden.

Een dergelijk behandeltraject zou in aanzet een klinisch traject moeten zijn in bijvoorbeeld een dubbeldiagnose kliniek. Daarbij is het van groot belang dat de partner bij de behandeling wordt betrokken zodat er nog beter aan vroegsignalering gedaan kan worden. Indien de behandeling na het ontslag uit de kliniek ambulant opgevolgd wordt, dient er nog immer vanuit de reclassering een zeer stringent toezicht met de nodige controles te worden geboden.

Hoewel ondergetekende van mening is dat het 2 over 12 is, en er alles voor te zeggen is om in dit geval er voor te pleiten de terbeschikkingstelling om te zetten in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging, wordt er, nu er nog behandelmogelijkheden worden gezien, geadviseerd om de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen en wel voor de duur van twee jaar.

Indien echter mocht blijken dat [de terbeschikkinggestelde] opnieuw de voorwaarden overtreedt door terug te vallen in middelengebruik en/of delict(gerelateerd) gedrag, terwijl inmiddels alle behandelmogelijkheden zijn benut, dan kan niet anders dan geadviseerd worden om de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten naar een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.’

Reclasseringsrapport van 5 juni 2026

De reclassering heeft in het rapport van 5 juni 2026 haar advies gehandhaafd dat strekt tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Ter onderbouwing van dat advies houdt dat rapport onder meer het volgende in.

‘De centrale vraag die voorligt is of het risicomanagement en de behandeling van [de terbeschikkinggestelde] nog op verantwoorde wijze vormgegeven kunnen worden binnen het kader van TBS met voorwaarden.

De reclassering is van oordeel dat dit niet het geval is. Uit het verloop van de maatregel blijkt dat, ondanks intensieve begeleiding, herhaalde behandelpogingen en aangescherpte voorwaarden, [de terbeschikkinggestelde] er structureel in slaagt om risicofactoren buiten beeld te houden. Met name ten aanzien van middelengebruik is gebleken dat toezicht en controle onvoldoende effectief zijn om tijdig zicht te krijgen op ontregeling.

Daarmee ontbreekt binnen het huidige kader de noodzakelijke voorwaarde om risico’s daadwerkelijk te kunnen beheersen, namelijk dat signalen van terugval tijdig worden onderkend en dat daarop adequaat kan worden ingegrepen. De combinatie van beperkte controleerbaarheid, het structureel ontbreken van volledige openheid en de herhaalde recidive maakt dat voortzetting van TBS met voorwaarden niet langer als een verantwoord kader kan worden beschouwd.

[De terbeschikkinggestelde] heeft zelf aangegeven dat hij toezicht doelbewust heeft gemanipuleerd, onder meer door het plannen van middelengebruik rondom urinecontroles en het verplaatsen of vermijden van contactmomenten.

Deze bevindingen bevestigen en versterken de zorgen en risico’s in de ogen van de reclassering, namelijk dat het risicomanagement binnen het kader van TBS met voorwaarden fundamenteel tekortschiet. Waar de Pro Justitia rapporteurs aangeven dat intensiever en meer sluitend toezicht mogelijk kan bijdragen aan risicobeperking, stelt de reclassering vast dat juist uit het gedrag van [de terbeschikkinggestelde] blijkt dat hij in staat is om ook intensief toezicht te ondermijnen en te omzeilen.

Van belang is dat [de terbeschikkinggestelde] gedurende het gehele traject, inclusief klinische behandelingen, resocialisatie en intensief ambulant toezicht, steeds een beeld van stabiliteit en openheid heeft weten te presenteren, terwijl achteraf telkens bleek dat sprake was van verborgen problematiek en risicogedrag. Dit patroon heeft zich herhaaldelijk voorgedaan en vormt een structureel kenmerk van het functioneren van [de terbeschikkinggestelde].

Hoewel door de Pro Justitia rapporteurs wordt gesteld dat behandeling van de verslavingsproblematiek in het verleden onvoldoende centraal heeft gestaan en dat hierin nog behandelwinst te behalen valt, volgt de reclassering deze redenering niet. Niet zozeer omdat er geen aanvullende behandelopties denkbaar zijn, maar omdat de kern van het probleem niet ligt in de beschikbaarheid van behandelopties, maar in de uitvoerbaarheid en controleerbaarheid daarvan binnen het kader van TBS met voorwaarden.

Behandeling binnen dit kader is in belangrijke mate afhankelijk van openheid en toetsbaar gedrag. Juist op deze essentiële onderdelen is [de terbeschikkinggestelde] aantoonbaar onbetrouwbaar gebleken. Daarmee wordt het fundament onder effectieve behandeling ondermijnd. Het feit dat [de terbeschikkinggestelde] gedurende langere perioden in staat is geweest om middelengebruik, risicogedrag en recidieven buiten beeld te houden, maakt dat behandeling binnen dit kader onvoldoende toetsbaar en daarmee onvoldoende veilig is.

De reclassering stelt dan ook dat, zelfs indien er inhoudelijk nog aanvullende behandelopties mogelijk zijn op het gebied van middelengebruik en verslaving, het huidige kader onvoldoende waarborging biedt om deze behandeling op een veilige en effectieve wijze vorm te geven.

Daarbij komt dat de maatregel TBS met voorwaarden op 8 oktober 2018 is aangevangen en maximaal negen jaar kan duren, hetgeen betekent dat de resterende looptijd zeer beperkt is. Gelet op de ernst en hardnekkigheid van de problematiek, het herhaalde patroon van recidive en het feit dat eerdere intensieve interventies niet hebben geleid tot duurzame gedragsverandering, acht de reclassering het niet realistisch dat binnen deze beperkte resterende termijn alsnog een stabiele en veilige situatie gerealiseerd kan worden.

De reclassering is van oordeel dat de kern van het probleem niet gelegen is in het ontbreken van behandelaanbod, maar in het feit dat [de terbeschikkinggestelde] het geleerde niet betrouwbaar weet toe te passen in een maatschappelijke context, terwijl toezicht en controle onvoldoende zicht bieden op zijn daadwerkelijke functioneren.

Gelet op het voorgaande concludeert de reclassering dat het kader van TBS met voorwaarden is uitgeput en dat alleen een langdurig, beveiligd en intensief behandelklimaat, zoals geboden binnen TBS met dwangverpleging, nog voldoende waarborgen biedt voor de veiligheid van de maatschappij.

Advies reclassering (deskundige [naam 3] ) ter zitting van 25 juni 2026

Deskundige [naam 3] heeft opgemerkt dat de adviezen van psychiater [naam 2] en psycholoog [naam 1] voor de reclassering goed te volgen zijn wat de betreft de behandelmogelijkheden die daarin worden beschreven, maar dat het volgens die rapporteurs benodigde risicomanagement – en de daarvoor noodzakelijke intensieve inzet van toezicht en controle – voor de reclassering niet uitvoerbaar is. Eerder al heeft de reclassering al de haar beschikbare middelen ingezet om toezicht te houden op de terbeschikkinggestelde. Dat bleek onvoldoende, doordat de terbeschikkinggestelde door manipulatie van controlemiddelen risicogedrag langdurig buiten beeld van de reclassering heeft gehouden. De reclassering heeft geen mogelijkheden om het toezicht nog meer aan te scherpen.

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De raadsman heeft bepleit dat het hof zal beslissen tot afwijzing van de vordering van het openbaar ministerie die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Het openbaar ministerie heeft vooral oog voor het verleden en wat er in het traject is misgegaan. Het zou beter zijn om vooruit te kijken en te zien welke mogelijkheden er nog zijn voor de voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Psychiater [naam 2] en psycholoog [naam 1] zijn tot de conclusie gekomen dat er binnen dat kader nog behandelmogelijkheden zijn. Het is begrijpelijk dat de reclassering moeilijkheden ziet omdat zij de terbeschikkinggestelde onbetrouwbaar vindt, maar onbetrouwbaarheid is vaak een eigenschap van iemand die lijdt aan verslavingsproblematiek, zeker wanneer die problematiek nog onvoldoende is bewerkt. De rapporteurs stellen dat de verslavingsproblematiek van de terbeschikkinggestelde nog onvoldoende aandacht heeft gekregen in de behandeling, en dat het verantwoord is om de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten. Al met al zijn er voldoende aanknopingspunten om vertrouwen te hebben in een succesvolle voortzetting van de terbeschikkingstelling met nieuwe en aangescherpte voorwaarden.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is gestart in 2018. Naar aanleiding van een nieuw zedendelict in 2021 heeft het openbaar ministerie de eerste vordering gedaan tot omzetting in een terbeschikkingstelling met verpleging. Nadat de rechtbank die had toegewezen, heeft het hof die vordering uiteindelijk afgewezen. In 2024 volgde een tweede recidive wat betreft zedendelicten en in reactie daarop de tweede vordering tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in een terbeschikkingstelling met verpleging. De rechtbank wees die vordering af en wijzigde de voorwaarden. In 2025 volgende een derde zedendelict tijdens de terbeschikkingstelling, waarvoor de terbeschikkinggestelde op 30 juni 2025 is aangehouden. Daarop volgde de derde vordering die strekt tot omzetting in een terbeschikkingstelling met verpleging. De rechtbank besliste tot toewijzing van die vordering. Het hof gaf vervolgens opdracht tot nader onderzoek, dat is verricht door psychiater [naam 2] en psycholoog [naam 1] . Daarna heeft de reclassering opnieuw advies uitgebracht.

Psychiater [naam 2] heeft onder meer gerapporteerd dat de terbeschikkinggestelde zich mooier voordoet dan hij is. De psychiater heeft hem ook manipulatief genoemd. Volgens psycholoog [naam 1] komt de terbeschikkinggestelde goed over en heeft hij daardoor een “gunfactor”. De reclassering handhaaft het advies dat strekt tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, kort gezegd omdat de reclassering meent dat het benodigde risicomanagement niet mogelijk is binnen het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. De terbeschikkinggestelde werkt structureel om de risicofactoren heen. De reclassering zegt in wezen de terbeschikkinggestelde niet te kunnen begeleiden omdat hij “mooi weer speelt”. Dat staat dus los van de vraag of er binnen het huidige kader nog mogelijkheden zijn voor behandeling. Het is problematisch dat de terbeschikkinggestelde een recidive-incident heeft verzwegen en dat hij heeft gelogen over de spanning die bij hem aanwezig was. Hij heeft ook gelogen over het meest recente recidive-incident van 30 juni 2025. Na zijn onherroepelijke veroordeling voor dat incident heeft hij op 18 december 2025 ter zitting van het hof zijn verklaring daarover alsnog aangepast, en toegegeven dat hij toen drugs bij zich had en dat hij urinecontroles had omzeild. Hij is dus in staat tot manipulatie om eigen doelen na te streven. Ook de wens van de terbeschikkinggestelde dat bij de reclassering een andere toezichthouder wordt aangesteld, past in een patroon waarin de terbeschikkinggestelde geneigd is de fout bij een ander neer te leggen in plaats van bij zichzelf. Daar komt bij dat het tegen de achtergrond van het indexdelict problematisch is dat de terbeschikkinggestelde nog geen verklaring heeft gegeven voor de seksattributen die hij bij zich had tijdens het derde recidive-incident. Wat het openbaar ministerie betreft duiden die attributen erop dat de terbeschikkinggestelde van plan was een seksueel delict te plegen.

Het openbaar ministerie meent dat de terbeschikkinggestelde inmiddels al zijn krediet heeft verspeeld. Hij heeft herhaaldelijk laten zien seksuele delicten te gebruiken als manier van coping. Op dat gebied zijn er risico’s zolang geen succesvolle behandeling heeft plaatsgevonden. Het openbaar ministerie concludeert dat het advies van de reclassering serieus moet worden genomen en dat er voldoende reden is om de terbeschikkingstelling met voorwaarden om te zetten in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Het oordeel van het hof

Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing van de rechtbank met die aanvulling bevestigen. Het hof bevestigt dus de beslissing van de rechtbank die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. In aanvulling op de gronden van de rechtbank baseert het hof die beslissing op het volgende.

In de tussenbeslissing van 30 december 2025 heeft het hof al vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde verschillende voorwaarden heeft overtreden. Daarmee is voldaan aan de wettelijke voorwaarde om te beslissen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.

Daarnaast is het hof van oordeel dat er geen reële mogelijkheid is om de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde op een verantwoorde wijze voort te zetten in het huidige juridisch kader. Psychiater [naam 2] en psycholoog [naam 1] hebben weliswaar geconcludeerd dat er mogelijkheden zijn voor behandeling in het (huidige) kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, maar zij hebben tevens benadrukt dat een dergelijke nieuwe behandelpoging gepaard dient te gaan met zeer intensief toezicht op (het middelengebruik door) de terbeschikkinggestelde. De reclassering heeft het standpunt ingenomen dat dit benodigde toezicht door haar niet uitvoerbaar is, omdat alle toezichts-mogelijkheden van de reclassering al zijn ingezet en onvoldoende zijn gebleken. De reclassering heeft niet de mogelijkheden om het toezicht te intensiveren ten opzichte van de situatie waarin de veroordeelde is teruggevallen in het gebruik van harddrugs en op 30 juni 2025 opnieuw een seksueel delict heeft gepleegd. Mede gelet op het standpunt van de reclassering heeft het hof niet de overtuiging dat het traject zoals geadviseerd door psychiater [naam 2] en psycholoog [naam 1] uitvoerbaar is binnen de maximaal mogelijke resterende termijn van het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden.

BESLISSING

Het hof bevestigt met aanvulling van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 6 augustus 2025, met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] . Aldus gedaan door

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. E.C.M. Wolfert, raadsheren,

drs. C.J.J.C.M. van Gestel en dr. K.J. de Wijs-Heijlaerts, raden,

in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,

en op 9 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M. Keppels
  • mr. A.B.A.P.M. Ficq
  • mr. E.C.M. Wolfert

Griffier

  • mr. D. van der Geld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand