Overwegingen
De adviezen
FPK [locatie 1]
De kliniek adviseert in de aanvullende informatie van 5 juni 2026, anders dan in de adviezen van 27 juni 2025 en ter zitting op 9 december 2025, om de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. De terbeschikkinggestelde functioneert goed en het proefverlof, dat op 1 september 2025 is gestart, verloopt zoals het hoort. De terbeschikkinggestelde komt afspraken na, is correct in het contact en stelt zich open op naar begeleiders. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag-matig. De kliniek acht het dan ook verantwoord de behandeling volledig over te dragen naar de reclassering en forensisch FACT [locatie 2] . De koers voor het komende jaar richt zich op het bestendigen van de positieve ontwikkeling, het behouden van stabiliteit in wonen, werk en begeleiding door het forensische FACT, en het zorgvuldig monitoren van risicofactoren.
[naam 1] , reclasseringswerker
De deskundige heeft in het e-mailbericht van 19 juni 2026 laten weten dat, anders dan in de adviezen van 25 november 2025 en ter zitting van 9 december 2025, de reclassering positief adviseert met betrekking tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd ingeval het hof zou komen tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege zijn als bijlage bij dat bericht gevoegd.
Ter zitting van het hof heeft de deskundige verklaard dat zij inmiddels langer betrokken is bij de terbeschikkinggestelde. Ten aanzien van het moeilijk kunnen ‘lezen’ van de terbeschikkinggestelde geeft zij aan dat dit vooruit gaat. De reclassering ziet het recidiverisico met name in relatie tot een eventuele nieuwe partner, maar die heeft de terbeschikkinggestelde op dit moment niet. Er zijn geen specifieke behandeldoelen meer, het gaat nu eigenlijk alleen nog om risico-monitoring. Een voorwaardelijke beëindiging wordt verantwoord geacht, onder dezelfde voorwaarden die nu al gelden voor het proefverlof, aangevuld met de voorwaarde van de mogelijkheid van een time-out. De reclassering heeft zich in het schriftelijke advies niet uitgelaten over de termijn waarmee de terbeschikkingstelling zou moeten worden verlengd, maar de deskundige kan zich goed vinden in een verlenging met twee jaren. Een verlenging met één jaar heeft niet veel meerwaarde, omdat een verlengingszitting bij de rechtbank dan al over enkele maanden zou moeten plaatsvinden, en de situatie er dan niet anders uit zal zien dan vandaag de dag.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde geeft aan dat het goed met hem gaat. Hij werkt fulltime bij een bouwmarkt. Op dit moment woont hij met zijn moeder in zijn eigen appartement, maar binnenkort zal zijn moeder verhuizen naar een eigen appartement. De terbeschikkinggestelde heeft zelf geen hulpvraag, maar werkt overal wel aan mee en wil zorgen dat het goed blijft gaan.
De raadsman heeft verzocht de maatregel te verlengen met twee jaren om zo te voorkomen dat er over een paar maanden een nieuwe verlengingszitting bij de rechtbank moet plaatsvinden. Daarnaast heeft de raadsman verzocht de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het recidiverisico naar een aanvaardbaar niveau is teruggebracht. Een voorwaardelijke beëindiging verandert niets aan de feitelijke situatie. Alle deskundigen zijn het erover eens dat een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege op zijn plaats is. De raadsman heeft vraagtekens geplaatst bij de noodzaak van de hoeveelheid door de reclassering geadviseerde voorwaarden en geopperd dat wellicht alleen de algemene voorwaarde die ziet op het niet plegen van strafbare feiten voldoende zou moeten zijn voor het inperken van het recidiverisico, maar refereert zich in zoverre aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de door de moeder van het slachtoffer gevraagde locatieverboden heeft de raadsman verzocht deze niet op te leggen. De locatieverboden zijn volgens de raadsman niet noodzakelijk en zouden daarom een onredelijke beperking van de bewegingsvrijheid betekenen.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en heeft zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met twee jaren en dat het bevel tot verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd.
Volgens de advocaat-generaal is de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege intussen verantwoord. Zowel de kliniek als de reclassering adviseren nu positief over een voorwaardelijke beëindiging, onder de door de reclassering geformuleerde voorwaarden. Deze voorwaarden zijn nog noodzakelijk omdat de snelle veranderingen mogelijk verhoogde spanningen of stress met zich meebrengen en de risicofactoren zo goed in de gaten kunnen worden gehouden.
Daarnaast heeft de advocaat-generaal verzocht een locatieverbod als voorwaarde te koppelen aan de voorwaardelijke beëindiging, maar deze te beperken tot de [wijk] , begrensd door de [straatnaam 1] , de [straatnaam 2] , de [straatnaam 3] en de [straatnaam 4] , en daarnaast de straten van de school van het slachtoffer, te weten de [straatnaam 5] en de [straatnaam 6] .
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof komt tot een andere beslissing dan de rechtbank en zal daarom de beslissingen van de rechtbank vernietigen.
Indexdelict
Het hof stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 december 2019 is veroordeeld voor poging tot doodslag. Dit is een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het verlengingsadvies van FPK [locatie 1] van 27 juni 2025 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vooral vermijdende kenmerken, een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving) en andere problemen verband houdend met justitiële maatregelen. Uit ditzelfde advies volgt dat het recidiverisico bij een hypothetisch einde van de terbeschikkingstelling wordt ingeschat als matig, welk risico zich in de toekomst zou kunnen manifesteren wanneer er sprake zou zijn van relationele spanningen in een partnerrelatie (waarbij ook kinderen aanwezig zijn) en de terbeschikkinggestelde alcohol gebruikt.
Uit de update van de kliniek van 5 juni 2026 volgt dat het recidiverisico bij een hypothetisch einde van de terbeschikkingstelling inmiddels wordt ingeschat als laag-matig. Nu de partnerrelatie-dynamiek op dit moment niet in de praktijk kan worden geobserveerd, blijft onzeker in hoeverre oude patronen opnieuw geactiveerd zouden kunnen worden wanneer de terbeschikkinggestelde in een intieme relatie terechtkomt en mogelijk zorg krijgt voor jonge kinderen.
De reclassering onderschrijft de risicoschatting van de kliniek. De terbeschikkinggestelde beschikt over een aantal beschermende factoren (inkomen, zelfcontrole, positieve houding, werk, huisvesting), maar er zijn eveneens een aantal risicofactoren aanwezig (persoonlijkheidsproblematiek, eventueel alcoholgebruik, opkroppen spanningen).
Verlenging
Gelet op de advisering van de kliniek, de reclassering en de overige omstandigheden die op de zitting naar voren zijn gekomen, is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.
Voorwaardelijke beëindiging
Gelet op de uitgebrachte rapporten van de kliniek en de reclassering en op de daarop ter zitting gegeven toelichting door de deskundige is het hof van oordeel dat het gevaar voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tot een zodanig aanvaardbaar niveau is teruggebracht dat beëindiging van de verpleging van overheidswege onder voorwaarden kan plaatsvinden.
De terbeschikkinggestelde functioneert naar tevredenheid van de kliniek en de reclassering. Hij heeft belangrijke stappen gezet op het gebied van resocialisatie. Hij staat goed in contact met de reclassering en werkt mee aan zijn behandeling. Tot slot is van belang dat bij een beëindiging van de verpleging van overheidswege onder de door de reclassering voorgestelde voorwaarden, er in praktisch opzicht vrijwel niets voor de terbeschikkinggestelde zal veranderen ten opzichte van de huidige situatie van proefverlof. Het hof zal dan ook de verpleging van overheidswege beëindigen onder de hierna te melden voorwaarden.
De voorwaarden
Het hof zal de voorwaarden overnemen zoals geadviseerd door de reclassering. Het hof is van oordeel dat de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder die voorwaarden verantwoord is, en de terbeschikkinggestelde heeft zich ter zitting bereid verklaard zich aan die voorwaarden te houden.
Ten aanzien van het locatieverbod heeft het hof het namens het slachtoffer en haar moeder verzonden bericht van het Slachtofferinformatiepunt van het CJIB in aanmerking genomen. Verzocht is om locatieverboden voor de [wijk] en het adres van de school van het slachtoffer.
De bevoegdheid om bij verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging die verpleging voorwaardelijk te beëindigen, is nader bepaald en beperkt in art. 6:6:10, eerste lid onder c van het Wetboek van Strafvordering juncto het tweede lid van die bepaling. De rechter dient bij die beëindiging voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde te stellen ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen. Daarbij zijn artikel 38, tweede en vijfde lid, en artikel 38a van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.
Dit wettelijke kader betekent dat aan het stellen van voorwaarden nadere eisen worden gesteld. Een voorwaarde dient allereerst te strekken ter verdere vermindering van het gevaar van herhaling van strafbare feiten. Bovendien dient de voorwaarde het gedrag van de terbeschikkinggestelde te betreffen. Een limitatieve opsomming van de voorwaarden die in het kader van de beëindiging van de verpleging kunnen worden opgelegd bevat de wet niet, maar zulks laat onverlet dat gedragsvoorwaarden toelaatbaar zijn die geboden of verboden inhouden inzake de locatie waar een terbeschikkinggestelde zich moet/kan bevinden en de personen waarmee hij geen contact mag hebben. Het is volgens vaste rechtspraak aan de rechter dergelijke gedragsvoorschriften precies te omschrijven. Als nadere eis geldt dat de terbeschikkinggestelde zich tot de naleving van een dergelijke voorwaarde bereid dient te verklaren.
De hier bedoelde verboden en geboden brengen vrijwel steeds onvermijdelijk mee dat daarmee een inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer, zoals deze ook voor een terbeschikkinggestelde van toepassing is (artikel 8, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden). Het wettelijke kader legitimeert een dergelijke inbreuk. Een dergelijke inbreuk dient echter niet verder te gaan dan noodzakelijk is met het oog op het doel van de voorwaarde, te weten primair het voorkomen van strafbare feiten, maar ook niet verder dan noodzakelijk dan waartoe een terbeschikkinggestelde vanuit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid, bijvoorbeeld jegens slachtoffers of nabestaanden van het/de bewezenverklaarde feit(en), gehouden is.
Een contactverbod met het slachtoffer van het indexdelict en haar moeder past zonder meer binnen dit kader. Het hof zal daarom een dergelijk contactverbod opleggen.
Daarnaast is verzocht om locatieverboden voor de [wijk] en het adres van de school van het slachtoffer. De moeder van het slachtoffer wil het slachtoffer beschermen. Zij wil de terbeschikkinggestelde niet tegenkomen en niet zien. Bij een weerzien komt alles weer boven.
De terbeschikkinggestelde had eerder niet te maken met een locatieverbod, ook niet in de nu lopende proefverlofperiode. Er is al langdurig sprake van een situatie waarbij de terbeschikkinggestelde - aanvankelijk gedurende de weekenden, en inmiddels permanent - verblijft in een wijk die grenst aan de wijk waar het slachtoffer en haar moeder wonen. Hij heeft in die periode op geen enkele manier contact gehad met het slachtoffer of haar moeder. Wel heeft de terbeschikkinggestelde aangegeven dat zij elkaar een enkele keer in [plaats] hebben gezien, en dat hij in die gevallen gewoon is doorgelopen of een alternatieve route heeft genomen. Onder deze omstandigheden is er geen sprake van een situatie die het verzochte locatieverbod noodzakelijk maakt vanuit het oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid jegens het slachtoffer en haar moeder.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Met de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege breekt een nieuwe fase aan in het resocialisatietraject van de terbeschikkinggestelde. Aannemelijk is dat het traject in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar, mede gelet op de spoedig naderende expiratiedatum bij verlenging met een jaar. Het hof zal derhalve de maatregel verlengen met een termijn van twee jaren.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissingen van de rechtbank Den Haag van 30 september 2025 en 23 december 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.
Beëindigt de verpleging van overheidswege en stelt daarbij de volgende voorwaarden:
1. Geen strafbaar feit plegen
De terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
2. Meewerken aan reclasseringstoezicht
De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:
3. Meewerken aan time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
4. Niet naar het buitenland
De terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. zonder toestemming van de reclassering.
5. Ambulante behandeling
De terbeschikkinggestelde laat zich aansluitend aan zijn klinische opname ambulant behandelen door een forensische ggz instelling zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat terbeschikkinggestelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
6. Verbod verdovende middelen
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
7. Alcoholverbod
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol zonder toestemming van de reclassering en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de terbeschikkinggestelde wordt gecontroleerd.
8. Contactverbod
De terbeschikkinggestelde heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met [naam 3] en [naam 4] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
9. Dagbesteding
De terbeschikkinggestelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, dan wel onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
Draagt de reclassering [GGZ] op de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. A.B.A.P.M. Ficq en mr. E.C.M. Wolfert, raadsheren,
en drs. C.J.J.C.M. van Gestel en dr. K.J. de Wijs-Heijlaerts, raden,
in tegenwoordigheid van mr. E. van der Zandt, griffier,
en op 9 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.