ECLI:NL:GHARL:2026:5683

ECLI:NL:GHARL:2026:5683

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 200.362.499/01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Roodlichtgedraging. Vrachtwagen met 35.000 liter melk. Dat de voertuigcombinatie zo zwaar was beladen met vloeistoffen dat een noodstop maken gevaarlijk was, maakt niet dat de betrokkene, die hiermee rekening diende te houden, niets anders kon dan door rood rijden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

De beslissing van de kantonrechter

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 24 september 2025, betreffende

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Op 25 maart 2026 is nog een e-mail van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 december 2023 om 18.36 uur op de N35 Heinoseweg in Zwolle met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het voor de betrokkene onmogelijk was om tijdig tot stilstand te komen. De vrachtwagen van de betrokkene was beladen met 35.000 liter melk, waardoor de totale combinatie meer dan 50.000 kilo woog. Door de korte duur van het oranje licht lukte stoppen niet meer. Een noodstop zou het risico van scharen opleveren. De betrokkene reed defensief en niet te hard. Of stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is, is een normatief en verkeerskundig criterium en geen theoretische mogelijkheid op papier zoals door de advocaat-generaal berekend. Bovendien is dat betoog gebaseerd op een abstracte remformule die iets zegt over de voertuigtoelating bij keuring, maar niet of het voertuig ook (beladen) zo hard mag en kan remmen. Daarnaast gaat het hier om een trekker met oplegger en tankvervoer met vloeistoffen. Vloeistoflading veroorzaakt dynamische krachten. Dit moet worden betrokken bij het “redelijkerwijs kunnen stoppen”. De opmerking van de advocaat-generaal dat het gewicht van de lading niet met stukken is onderbouwd, maakt dit niet anders. Indien het hof van oordeel is dat nadere onderbouwing gewenst is, dan ligt het in de rede om de betrokkene hiertoe in de gelegenheid te stellen. Aan het feit dat alle assen van de oplegger naar beneden zijn en op de weg staan blijkt dat de oplegger zwaar beladen is. Mocht er minder gewicht inzitten, dan trekt de oplegger automatisch de voorste as op.

3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

4. De gemachtigde stelt dat de gedraging niet verwijtbaar is, omdat redelijkerwijs niet meer kon worden gestopt. Naar oordeel van het hof is dit onvoldoende aannemelijk geworden. Het hof wijst er daarbij op dat de gemachtigde weliswaar stelt dat een noodstop maken met een zwaar beladen voertuigcombinatie gevaar kan opleveren, maar met een dergelijk voertuig doorrijden bij een verkeerslicht dat op rood staat kan dat ook. Daarom kan niet al te lichtvaardig worden geoordeeld dat stoppen redelijkerwijs niet mogelijk was. Het hof overweegt daartoe als volgt.

5. In het algemeen mag worden verwacht dat een bestuurder onder alle omstandigheden in staat is het voertuig tijdig en op verantwoorde wijze voor een verkeerslicht tot stilstand te brengen. Van een bestuurder mag men immers verwachten dat hij anticipeert op een verkeerslicht dat hij nadert en zijn snelheid zodanig aanpast dat tijdig kan worden gestopt. Dit geldt temeer op het moment dat zware lading wordt vervoerd. Indien een driekleurig verkeerslicht geel licht uitstraalt, houdt dit in beginsel in dat moet worden gestopt. Slechts indien op dat moment het verkeerslicht zo dicht genaderd is dat stoppen niet meer mogelijk is, mag men doorrijden. In beginsel dient er van te worden uitgegaan dat de duur van de geellichtfase, uitgaande van de toegestane maximumsnelheid en van de veronderstelling dat het voertuig beschikt over de voorgeschreven bedrijfsrem, lang genoeg is om dat voertuig op verantwoorde wijze tijdig voor het rode licht tot stilstand te brengen.

6. Door de advocaat-generaal is aan de hand van de remwegformule berekend dat het voertuig 103,83 meter van de stopstreep verwijderd was toen het verkeerslicht geel licht ging uitstralen en dat de stopafstand 57,25 meter was. Daaruit blijkt niet dat het voertuig het verkeerslicht zo dicht genaderd was dat redelijkerwijs niet meer gestopt kon worden. Deze berekening is weliswaar theoretisch, maar geeft wel richting bij de beoordeling van de omstandigheden van het geval. De gemachtigde stelt dat desondanks stoppen niet (veilig) mogelijk was. Het ligt op zijn weg om dat aannemelijk te maken. Daar is hij niet in geslaagd. Het hof wil wel aannemen dat de voertuigcombinatie zwaar beladen was met vloeistoffen en dat een noodstop maken gevaar kan opleveren. Dat alleen is echter niet voldoende om aan te nemen dat de betrokkene, die met die omstandigheid rekening dient te houden, voldoende geanticipeerd heeft, maar dat het verkeerslicht niettemin zo kort op geel stond dat de betrokkene om te voorkomen dat hij door rood zou rijden niets anders kon dan een noodstop maken en om dat af te wenden wel door moest rijden. Ook de stelling dat de betrokkene defensief reed en niet te hard, is niet genoeg om aan te nemen dat de gedraging niet verwijtbaar is.

7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Wijmenga

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand