ECLI:NL:GHARL:2026:5693

ECLI:NL:GHARL:2026:5693

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 03-09-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer 200.369.495
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verzoek beëindiging gezamenlijk gezag moeder alsnog toegewezen (artikel 1:251 lid 2 en 1:253n in combinatie met artikel 1:251a lid 1 Burgerlijk Wetboek)

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.369.495

zaaknummer rechtbank Gelderland 447808

beschikking van 3 september 2026

over Kay de Leeuw

in de zaak van

[appellante] (de moeder)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. B. Willemsen

en

[geïntimeerde] (de vader)die woont in [woonplaats2]advocaat: mr. R.T.A. Slof

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad)

als adviseur van het gerechtshof

gevestigd te Arnhem

1. Samenvatting

De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over [minderjarige] te beëindigen afgewezen, de zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] beëindigd en een informatieregeling vastgesteld. De procedure bij dit hof gaat over de beslissing van de rechtbank over het gezag. Het hof zal alsnog de moeder alleen met het ouderlijk gezag belasten en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De moeder en de vader zijn de ouders van [minderjarige] . Hij is geboren [in] 2013 in [geboorteplaats] .

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige] .

De ouders hebben op 26 november 2019 een ouderschapsplan ondertekend. Daarin zijn zij onder meer overeengekomen dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder en dat een zorgregeling met de vader geldt waarbij [minderjarige] een weekend per veertien dagen en op dinsdagavond bij de vader zal verblijven.

3. De procedure bij de rechtbank

De moeder heeft bij de rechtbank onder meer verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat zij voortaan alleen het gezag over [minderjarige] zal uitoefenen. Ook heeft zij verzocht de omgang tussen de vader en [minderjarige] stop te zetten. De vader was het daar niet mee eens. De vader heeft de rechtbank verzocht de moeder een informatieregeling op te leggen.

De rechtbank heeft de raad gevraagd een onderzoek te verrichten en te adviseren over deze verzoeken van de vader en de moeder. De raad heeft gerapporteerd en geadviseerd het gezamenlijk gezag in stand te laten, de omgang stop te zetten en een informatieregeling op te leggen waarbij de moeder de vader eenmaal per drie maanden moet informeren.

De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over [minderjarige] te beëindigen en haar alleen met het eenhoofdig gezag te belasten afgewezen. De in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader heeft de rechtbank beëindigd. De rechtbank heeft als informatieregeling bepaald dat de moeder de vader eenmaal per kwartaal schriftelijk moet berichten over de algemene ontwikkeling van [minderjarige] en zijn eventuele medische problemen, waarbij zij expliciet verslag doet van de schoolprestaties, vrijetijdsbesteding en zijn sociale gedrag. Ook dient de moeder de vader onmiddellijk te informeren indien daar op medisch gebied noodzaak toe is. Tot slot is bepaald dat de moeder de vader eenmaal per half jaar een recente foto moet toesturen.

Deze beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 27 februari 2026.

4. De procedure bij het hof

De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank over het gezag Zij komt daarom in hoger beroep. Zij wil dat het hof haar alsnog met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] belast.

De vader is het wel eens met de beslissingen van de rechtbank. Hij wil dat de verzoeken van de moeder worden afgewezen en de beslissing van de rechtbank in stand blijft.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

het beroepschrift ontvangen op 26 mei 2026

het verweerschrift

De zitting bij het hof was op 11 augustus 2026. Aanwezig waren:

de moeder met haar advocaat

de vader met zijn advocaat (en zijn begeleider als toehoorder)

een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming

5. Het oordeel van het hof

Nu de moeder haar beroep ten aanzien van de informatieregeling en het verstrekken van een foto van [minderjarige] aan de vader heeft ingetrokken, hoeft het hof op dit punt geen beslissing meer te geven.

Wat staat in de wet?

De rechter kan op verzoek van een ouder het gezamenlijk gezag beëindigen als de omstandigheden sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag zijn gewijzigd of bij het ontstaan van het gezamenlijk gezag is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. De rechter kan dan bepalen dat het gezag over het kind aan één van de ouders toekomt als:

a. er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders en het niet te verwachten is dat daarin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of

b. dat anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Hoe oordeelt het hof?

Het hof is van oordeel dat de moeder alsnog alleen moet worden belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] om de volgende redenen.

De moeder heeft op de zitting goed kunnen uitleggen dat [minderjarige] last heeft van de huidige situatie. Hij heeft heftig gereageerd op de uitspraak van de rechtbank en daarna op zijn slaapkamer vernielingen aangericht. [minderjarige] wil absoluut niet dat zijn vader informatie over hem of een foto van hem ontvangt. Hij is bang dat zijn vader met die informatie gaat achterhalen waar hij is en dan onverwacht voor hem staat (zoals vroeger ooit is voorgevallen). De vader kampte in het verleden met ernstige verslavingsproblematiek. Door de wijze waarop de zorgregeling met [minderjarige] door de vader in het verleden is uitgevoerd, is [minderjarige] beschadigd. [minderjarige] heeft zijn vader inmiddels al meer dan drie jaar niet gezien. Langdurige therapie (DIT-coaching) om de negatieve ervaringen met de vader te kunnen verwerken, heeft er niet toe geleid dat er ruimte bij [minderjarige] voor zijn vader is ontstaan. [minderjarige] heeft sinds de bestreden beschikking een kort lontje en ervaart veel woede en frustratie volgens de moeder. Duidelijk is dat [minderjarige] opnieuw hulpverlening nodig heeft (EMDR-therapie) en er zijn onderzoeken nodig om te kijken of er ook sprake is van onderliggende problematiek zoals AD(H)D of autisme. [minderjarige] geeft echter aan dat hij geen hulpverlening wil aangaan, omdat zijn vader daarvoor om toestemming moet worden verzocht en hem over het verloop ook informatie moet worden verstrekt. De moeder wil graag dat [minderjarige] nu eerst een periode van rust wordt gegund. Hopelijk is het dan later voor [minderjarige] wel mogelijk om de vader weer in zijn leven toe te laten.

De raad heeft zijn advies ten opzichte van de procedure bij de rechtbank op de zitting gewijzigd. De raad is van mening dat de vader heeft laten zien dat hij zijn leven weer op de rit heeft gekregen en dat is bijzonder knap. De vader verdient een tweede kans, maar het belang van [minderjarige] staat dit in de weg.

[minderjarige] gaat richting de puberteit, een fase waarin hij zich los gaat maken van zijn ouders. Hij laat gedragsproblemen zien en onderzoek en therapie zijn noodzakelijk. Het is niet zinvol om hulpverlening te starten als [minderjarige] dat niet wil, ook al is het niet aan [minderjarige] om dat zelf te bepalen. [minderjarige] moet rust kunnen ervaren en de noodzakelijke hulpverlening moet eerst van de grond komen.

Ondertussen dient de vader om zich een goed beeld over [minderjarige] te kunnen vormen wel te worden geïnformeerd over de ontwikkeling van [minderjarige] in algemene zin. [minderjarige] moet ook leren dat iedereen zich moet houden aan wetten en plichten; de vader heeft nu eenmaal recht op informatie over hem.

De beste oplossing is volgens de raad dat de vader zich met het oog op de belangen van [minderjarige] voorlopig terugtrekt wat betreft het gezag en dat hij [minderjarige] een brief schrijft dat de deur altijd voor hem open blijft staan. Deze oplossing zal waarschijnlijk een gunstig effect hebben op de houding van [minderjarige] naar zijn vader. Indien de vader niet kan afwachten totdat het beter gaat met [minderjarige] dan adviseert de raad de moeder alleen met het ouderlijk gezag te belasten.

De vader kan zich niet verenigen met dit advies van de raad. Hij is bang dat hij [minderjarige] nooit meer zal zien als hij het gezag over hem niet behoudt. Zijn verslavingsproblematiek is al meerdere jaren onder controle en hij woont inmiddels met ambulante begeleiding zelfstandig. Hij wil graag een tweede kans krijgen en denkt dat het goed is voor [minderjarige] dat hij gaat ervaren dat zijn vader is veranderd en er nu wel voor hem kan zijn. [minderjarige] hoeft geen vrees voor hem te hebben, want hij respecteert de wensen van [minderjarige] en zal niets ondernemen om met hem in contact te komen.

Het hof is van oordeel dat het advies van de raad moet worden gevolgd. Het gezamenlijk gezag staat aan een goede ontwikkeling van [minderjarige] waaronder de inzet van hulpverlening voor [minderjarige] in de weg. [minderjarige] ervaart grote spanningen alleen al bij het idee dat zijn vader in zijn privésfeer kan komen. De vader wil graag dat er weer contact met [minderjarige] tot stand komt, maar het gezamenlijk gezag heeft daarop juist een negatief effect. De vader heeft verklaard dat hij aan alles zijn medewerking wil verlenen en de moeder toestemming zal verlenen voor al haar verzoeken in het kader van de opvoeding en verzorging van [minderjarige] , maar dat is geen uitvoering geven aan het gezamenlijk gezag zoals de wetgever dat heeft bedoeld. Omdat de vader al jaren geen rol heeft in de verzorging en de opvoeding van [minderjarige] past daar ook niet bij dat hij nog het gezag heeft over [minderjarige] .

Net als de raad ziet het hof dat de ouders elkaar wantrouwen, maar het hof ziet ook dat de vader de oorzaak van de weerstand bij [minderjarige] te veel aan de moeder toeschrijft. Gelet op de ernst van de problematiek bij [minderjarige] is het begrijpelijk dat de moeder veel zorgen over [minderjarige] heeft. [minderjarige] moet eerst een periode de ruimte krijgen om zich te kunnen richten op zijn eigen ontwikkeling. Hopelijk kan [minderjarige] zijn vader later in enige vorm weer toelaten in zijn leven.

Het hof komt daarom tot de conclusie dat het gezamenlijk gezag van de ouders moet worden beëindigd omdat het anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat de moeder voortaan alleen met het gezag belast is. De beslissing van de rechtbank over het gezag zal daarom ongedaan worden gemaakt (worden vernietigd).

6. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 27 februari 2026 ten aanzien van de beslissing over het gezag en opnieuw beschikkende:

beëindigt het gezamenlijk gezag van de vader en de moeder en belast de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] , geboren [in] 2013 in [geboorteplaats] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, J.H. Lieber en H. Phaff, en is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand