ECLI:NL:GHARL:2026:5790

ECLI:NL:GHARL:2026:5790

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 200.368.628/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Familierecht. Gezag. Bekrachtiging beëindiging gezag vader. Vader heeft al enkele maanden geen contact met de kinderen en is niet bereikbaar. De kinderen hebben duidelijkheid nodig over hun perspectief.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.368.628/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 251370)

beschikking van 8 september 2026

over de beëindiging van het gezag over

[de minderjarige1] en [de minderjarige2]

in de zaak van

[verzoeker] (de vader),

die woont in [woonplaats1] ,

verzoeker in hoger beroep,

advocaat: mr. M. Schlepers te Groningen,

en

de raad voor de kinderbescherming (de raad),

regio Noord Nederland, locatie Groningen,

en

[verweerster] (de moeder),

die woont in [woonplaats2] ,

advocaat: mr. J.A.M. Staal-Olislaegers te Winschoten,

en

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (de GI),

die is gevestigd in Amsterdam,

en

de gezinshuisouders [naam1] (de gezinshuisouders),

die wonen in [woonplaats3] .

1. Samenvatting

De rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft op 23 januari 2026 het gezag van de vader en de moeder over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] beëindigd en de GI benoemd tot voogd (hierna: de bestreden beschikking). Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . [de minderjarige1] is geboren [in] 2016 en [de minderjarige2] is [in] 2018 geboren.

Tot de bestreden beschikking hadden de ouders samen het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

De kinderen staan sinds 4 augustus 2020 onder toezicht van de GI.

De kinderen zijn op 29 september 2020 met een (spoed)machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst en sindsdien is de machtiging telkens verlengd, laatstelijk tot 29 januari 2026. De kinderen wonen sinds 28 december 2024 bij de gezinshuisouders. Het gezinshuis waar zij daarvoor verbleven is wegens privéomstandigheden gestopt. Dit voormalige gezinshuis fungeert nog wel als logeergezin. [de minderjarige1] en [de minderjarige2] logeren daar één keer per maand.

De moeder woont beschermd sinds begin 2025 en ziet de kinderen twee uur per week onder begeleiding van de gezinshuisouders.

De vader heeft een lange periode (sinds januari 2023) geen contact gehad met de kinderen. Sinds 12 juli 2024 was er weer omgang op structurele basis gedurende zes uur per week. Er is daarna opgebouwd naar een regeling waarbij de kinderen onbegeleid bij de vader thuis verbleven.

Sinds 13 april 2026 hebben [de minderjarige1] en [de minderjarige2] de vader niet meer gezien en/of gesproken. De vader heeft de kinderen niet laten weten waarom hij niet is gekomen. De vader is sindsdien niet meer in contact met het gezinshuis en ook niet met de jeugdbeschermer.

3. De procedure bij de rechtbank

De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de vader en de moeder over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] te beëindigen. De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Dit is vastgelegd in de bestreden beschikking.

4. De procedure bij het hof

De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank om zijn gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] te beëindigen. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof die beslissing van de rechtbank vernietigt (het hof begrijpt: voor zover dat betreft de beëindiging van zijn gezag) en het verzoek van de raad om zijn gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] te beëindigen alsnog afwijst.

De raad wil dat de beslissing in stand blijft.

De moeder en de GI zijn het eens met de beslissing van de rechtbank.

De informatie die het hof heeft ontvangen

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

- het beroepschrift namens de vader, ontvangen op 22 april 2026;

- de stukken van de vader, ingediend op 24 juni 2026;

- het verweerschrift van de raad;

- het bericht namens de moeder van 24 juni 2026 dat zij geen verweerschrift zal indienen, maar dat zij haar standpunt op de zitting zal toelichten.

- de stukken van de vader, ingediend op 13 augustus 2026;

- de stukken van de vader, ingediend op 19 augustus 2026.

[de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn uitgenodigd te vertellen wat zij vinden van de beëindiging van het gezag van de vader. [de minderjarige2] heeft een brief geschreven (gedateerd 26 juni 2026). De voorzitter heeft tijdens de zitting van 20 augustus 2026 de brief voorgelezen. [de minderjarige1] heeft op 30 juni 2026 het hof laten weten dat hij niet komt en dat hij ook niks wil schrijven.

De zitting bij het hof was op 20 augustus 2026. Aanwezig waren:

- namens de vader mr. Schlepers;

- een vertegenwoordiger van de raad;

- de moeder met haar advocaat en met toestemming van alle aanwezigen haar persoonlijke begeleider van de stichting [naam2] te [woonplaats2] ;

- de gezinshuisvader;

- een vertegenwoordiger van de GI.

5. Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?

De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt.

Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen.

Hoe oordeelt het hof?

De rechtbank heeft het gezag van de vader terecht beëindigd.

De beslissing van de rechtbank zal daarom in stand blijven (worden bekrachtigd).

Het hof vindt ook dat de rechtbank haar beslissing goed heeft uitgelegd. De rechtbank heeft zeer volledig beschreven waarom een gezagsbeëindiging noodzakelijk is. Het hof neemt de motivering van de rechtbank over en voegt daaraan nog het volgende toe.

Voor het hof is duidelijk dat de vader niet in staat is om binnen een voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor hun verzorging en opvoeding te dragen. Het perspectief van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] is dan ook helder. Dat ligt niet meer bij de vader en het is belangrijk dat de kinderen hierover duidelijkheid krijgen.

De vader heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat in zijn leven veel in positieve zin is veranderd en dat zijn leven stabiel is. Hij stelt dat hij een betrokken en beschikbare vader is voor de kinderen en dat de kinderen en de vader zeer gehecht zijn aan elkaar. Feit is dat de vader, nadat het contact tussen hem en de kinderen was opgebouwd tot een ruime omgangsregeling, sinds april 2026 zonder uitleg of bericht opnieuw het contact met de kinderen volledig heeft beëindigd. Hij heeft op de verjaardag van [de minderjarige2] niets van zich laten horen. De vader is onbereikbaar voor de GI en hij heeft geen contact met het gezinshuis. Hoewel de achtergrond van deze contactbreuk zonder nadere toelichting hierop van de vader onduidelijk blijft voor het hof, ziet het hof wel een patroon doordat ook eerder vanaf januari 2023 sprake is geweest van een lange periode waarin de kinderen geen contact hadden met de vader. Dit is een omstandigheid die in aanvulling op de overwegingen die de rechtbank aan de bestreden beslissing ten grondslag heeft gelegd, naar het oordeel van het hof duidelijk maakt dat de vader niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] te dragen.

Zowel de GI, de raad alsook de gezinsvader hebben ter zitting verklaard dat de kinderen veel last van hebben van de contactbreuk met hun vader. Zij zijn verdrietig en zij missen hem. [de minderjarige1] heeft de jeugdzorgwerker uitdrukkelijk gevraagd om dit op de zitting aan het hof te vertellen en om de vader vragen of hij langs wil komen. Alle aanwezigen op de zitting zien het feit dat het contact is beëindigd niet als onwil maar als onmacht van de vader en hopen dat er weer snel contact komt tussen de vader en de kinderen. De GI heeft ter zitting bevestigd dat de contactopbouw met de vader altijd een aandachtspunt zal blijven vanuit de hulpverlening en dat de GI zich zal blijven inspannen om contact te zoeken met de vader.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt -voor zover in hoger beroep bestreden- de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 23 januari 2026 betreffende de beëindiging van het gezag van de vader over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .

Deze beschikking is gegeven door mr. F. van der Meulen, mr. L. van Dijk en mr. K.H.P. Selcraig, bijgestaan door mr. M. Marsnerova als griffier, en is op 8 september 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Marsnerova

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand