ECLI:NL:GHARL:2026:5820

ECLI:NL:GHARL:2026:5820

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 21-003325-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBGEL:2024:4862

Samenvatting

Hoger beroep in zaak waarin masseur wordt veroordeeld wegens verkrachting en twee aanrandingen. Bevestiging vonnis door het hof met uitzondering van vastgestelde duur gijzeling en met aanvulling van gronden. Aanvullende bewijsoverwegingen met betrekking tot betrouwbaarheid aangeefsters, schakelbewijs en seksueel binnendringen. Aanvullende strafmotivering vanwege overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 augustus 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte, zijn raadsman, mr. C.C. Polat, en de advocaten van de benadeelde partijen hebben aangevoerd.

Het vonnis

In het vonnis is bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verkrachting van [benadeelde 1] en de aanranding van [benadeelde 2] en [benadeelde 3] op 29 januari 2023. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast is aan verdachte opgelegd de ontzetting uit het recht tot het uitoefenen van het beroep van masseur.

Ook heeft de rechtbank de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 3] volledig toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] is toegewezen tot een bedrag van € 3.051,85, vermeerderd met de wettelijke rente. Voor het overige is deze benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft ten behoeve van deze slachtoffers schadevergoedingsmaatregelen opgelegd en de duur van de daaraan verbonden gijzeling bepaald.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist, met uitzondering van het vaststellen van de duur van de gijzeling die is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. Het hof vernietigt het vonnis dan ook op dit punt.

In hoger beroep is door de verdediging (aanvullend) verweer gevoerd. Het hof ziet hierin aanleiding de gronden waarop de oordelen over de bewijsvoering en de strafoplegging berusten over te nemen met de navolgende verbeteringen en aanvullingen.

Verbetering en aanvulling bewijsvoering

Het standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft op de daartoe in zijn pleitnota aangegeven gronden integrale vrijspraak bepleit.

Het oordeel van het hof

Verbetering van gronden

Het hof kan zich vinden in de gronden waarop de rechtbank de bewezenverklaring heeft gebaseerd. Het hof neemt de bewijsmotivering van de rechtbank daarom over onder verbetering van het volgende.

De rechtbank heeft op pagina 6 van het vonnis overwogen dat de verdachte zijn broek naar beneden deed, haar hoofd optilde en daarbij aan haar zijn geslachtsdeel in erectie liet zien. Vervolgens deed verdachte zijn vingers tussen de schaamlippen van [benadeelde 1] en zat aan haar clitoris. Het hof constateert dat deze volgordelijkheid niet volgt uit de door aangeefster [benadeelde 1] afgelegde verklaringen en evenmin uit de bewijsvoering van de rechtbank. Hieruit volgt immers dat het betasten van de schaamlippen en het aanraken van de clitoris plaatsvond voorafgaand aan het laten zakken van de broek, het optillen van het hoofd en het tonen van de penis door verdachte.

Aanvulling van gronden

Gelet op hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd, overweegt het hof aanvullend het volgende.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van aangeefster [benadeelde 2] en aangeefster [benadeelde 1] onbetrouwbaar zijn, omdat zij hun verklaringen op elkaar kunnen hebben afgestemd. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van aangeefsters betrouwbaar zijn omdat deze op zichzelf gedetailleerd en consistent zijn en op essentiële onderdelen worden ondersteund door de inhoud van de verklaringen van de andere aangeefsters en de getuigenverklaring van [getuige] .

Daarbij stelt het hof vast dat aangeefster [benadeelde 1] en [benadeelde 2] weliswaar vriendinnen van elkaar zijn en dat datzelfde geldt voor aangeefster [benadeelde 3] en getuige [getuige] , maar dat nergens uit blijkt dat [benadeelde 1] en [benadeelde 2] enerzijds en [benadeelde 3] en [getuige] anderzijds op enigerlei wijze contact hebben gehad en hun verklaringen hebben kunnen afstemmen, terwijl de verklaringen van deze getuigen over het handelen van verdachte op belangrijke punten overeenstemmen.

Daar komt nog bij dat zich nog een andere vrouw heeft gemeld die op diezelfde dag een massage van verdachte heeft ontvangen. Zij heeft op geen enkele wijze een band met de andere aangeefsters. In een e-mailbericht aan de vestigingsmanager van [bedrijf] schrijft zij: “Ik heb getwijfeld hier melding van te maken, ook omdat dit onmogelijk anoniem kan, maar vind het toch belangrijk dat jullie hiervan op de hoogte zijn; ik heb mij tijdens mijn ontspanningsmassage verre van op mijn gemak gevoeld. Ik werd niet afgedekt met een handdoek, er werden (de meest) intieme plekken aangeraakt en mijn masseur was onmiskenbaar seksueel opgewonden tijdens de massage. Ik heb verschillende keren geprobeerd een handdoek over mij heen getrokken en te laten blijken dat ik aanrakingen op bepaalde plekken niet prettig vond, dit werd genegeerd. De masseur zal mijn ervaring ongetwijfeld ontkennen, maar ik ging met een zeer vervelend gevoel de behandelkamer uit en hoop met dit bericht te voorkomen dat anderen hetzelfde ervaren.

Verder wens ik hier liever niet over gecontacteerd te worden.

Het hof is daarom, met de rechtbank, van oordeel dat de verklaringen van de aangeefsters en getuige [getuige] betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

Het hof merkt ten aanzien van de betrouwbaarheid van aangeefster [benadeelde 3] nog op dat het enkele feit dat zij in haar e-mail aan [bedrijf] alleen heeft gezegd dat verdachte met zijn handen wel heel dicht bij haar vagina in de buurt kwam, maar niets heeft gezegd over het daadwerkelijk aanraken van de schaamlippen, niets afdoet aan de betrouwbaarheid van haar verklaring. Het hof neemt daarbij in ogenschouw de uitleg die aangeefster [benadeelde 3] daarover bij de rechter-commissaris heeft gegeven, namelijk dat zij dat voor [bedrijf] niet relevant vond en dat ze het überhaupt al moeilijk vond om dit met hen te delen.

Verder stelt de verdediging dat ook geen steunbewijs kan worden gevonden via schakelbewijs, nu geen sprake is van een specifieke modus operandi.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere, soortgelijke feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als steunbewijs (in de vorm van schakelbewijs) onder omstandigheden is toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomstige of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte (ECLI:NL:HR:2017:3118 en ECLI:NL:HR:2019:552).

Uit de verklaringen van aangeefsters en de getuigenverklaring van [getuige] blijkt dat de werkwijze van de verdachte tijdens de massage op essentiële punten overeenkomt. Verdachte masseerde alle vier telkens vanaf de onderkant van de benen richting de schaamstreek en haalde vervolgens de handdoek die op de billen lag weg. Hij masseerde de billen van drie van de vier vrouwen en raakte tijdens het masseren de schaamlippen aan van alle vier de vrouwen. Daarnaast drukte verdachte telkens zijn geslachtsdeel tegen de hand of de arm van de vrouwen. Verdachte heeft voor het aanraken van de schaamlippen geen verontschuldiging en voor het masseren van de billen geen toestemming gevraagd.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de aangiftes en de getuigenverklaringen tegen dezelfde verdachte vergelijkbare ontuchtige handelingen betreffen die in een vergelijkbare context hebben plaatsgevonden en die elkaar over en weer, ook in bewijstechnische zin, ondersteunen.

Tenslotte heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is geweest van seksueel binnendringen en dat daarbij van belang is dat aangeefster [benadeelde 1] in het informatieve gesprek niet direct heeft aangegeven dat er meer is gebeurd dan enkel het aanraken van de schaamlippen. Uit de inhoud van het proces-verbaal dat over dit gesprek is opgemaakt, blijkt dat aangeefster [benadeelde 1] direct heeft aangegeven dat verdachte verder was gegaan dan enkel het aanraken van de schaamlippen (derde volzin laatste alinea van de eerste pagina van dit proces-verbaal).

Aanvulling van motivering strafoplegging

De verdediging heeft aangevoerd dat bij het bepalen van de straf in strafmatigende zin rekening gehouden dient te worden met de media-aandacht die deze zaak heeft gekregen.

Het hof houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de gevolgen die deze zaak voor hem hebben gehad. Het hof merkt hierbij wel op dat deze gevolgen direct voortvloeien uit de door verdachte zelf begane strafbare feiten en verdachte de publieke verontwaardiging daarover in die zin over zichzelf heeft afgeroepen. Het hof acht het voorstelbaar dat de publiciteit belastend is (geweest) voor verdachte, maar ziet hierin geen reden daarmee in strafmatigende zin rekening te houden.

Tenslotte constateert het hof dat in hoger beroep sprake is geweest van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Het hoger beroep is immers ingesteld op 7 augustus 2024 en dit arrest wordt gewezen op 8 september 2026, waardoor sprake is van een overschrijding van één maand. Gelet op de beperkte overschrijding volstaat het hof met de enkele constatering daarvan. In dat oordeel betrekt het hof de omstandigheid dat de inhoudelijke behandeling van de zaak aanvankelijk zou plaatsvinden op 8 december 2025, maar toen op verzoek van de verdediging is aangehouden.

De gijzeling ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregelen

Het hof bepaalt, anders dan de rechtbank, dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde 1] gijzeling van 67 dagen kan worden toegepast en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [benadeelde 3] en [benadeelde 2] gijzeling van 30 dagen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, maar uitsluitend wat betreft de duur van de gijzeling die is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen en doet in zoverre opnieuw recht;

Bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [benadeelde 1] gijzeling van 67 dagen kan worden toegepast en ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van [benadeelde 3] en [benadeelde 2] gijzeling van 30 dagen kan worden toegepast;

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. A. van Maanen, mr. T. Bertens en mr. M.J.J.P. Luchtman, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 8 september 2026.

mr. M.J.J.P. Luchtman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand