ECLI:NL:GHARL:2026:5855

ECLI:NL:GHARL:2026:5855

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 21-000021-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vrijspraak van brandstichting op 2 februari 2025 bij kinderschoenenwinkel Rebel! te Druten. Op 2 februari 2025 is sprake geweest van een brandstichting waarbij drie daders betrokken zijn geweest. De verdachte heeft een alibi naar voren gebracht. Deze verklaring is niet op voorhand ongeloofwaardig en geeft mogelijk in essentie weer wat er ook echt is gebeurd. Gelet daarop is het hof van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om verdachte als één van de daders van de brandstichting te veroordelen en spreekt verdachte om die reden vrij.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

op dit moment verblijvende in [naam 1] te [plaats 1]

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam en de advocaten van de benadeelde partijen en de slachtoffers hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte ter zake van brandstichting in vereniging veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Daarnaast heeft de rechtbank een deel van de vorderingen van de benadeelde partij, te weten van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde 9] , [benadeelde 10] , [benadeelde 11] , [benadeelde 12] , [benadeelde 13] , [benadeelde 14] , [benadeelde 15] en [benadeelde 16] deels toegewezen met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Gelderland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 2 februari 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht door - een winkelruit te vernielen en/of - open vuur in aanraking te brengen met benzine, althans met één of meer brandbare en/of explosieve stof(fen) en/of - een explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen) tot ontsteking en/of ontbranding te brengen en/of - een (brandend) voorwerp door de vernielde winkelruit naar binnen te gooien, ten gevolge waarvan het (winkel)pand [bedrijf] (gelegen aan de [adres 2] ) en/of de (on)roerende goederen die zich daarin bevonden, geheel of gedeeltelijk is/zijn verband, in elk geval brand is ontstaan terwijl daarvan - gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd (winkel)pand en/of de in het pand aanwezige (on)roerende goederen en/of aangrenzende/omliggende woning(en) en/of pand(en) en/of perce(e)l(en) en/of in/op die aangrenzende/omliggende woning(en) en/of pand(en) en/of perce(e)l(en) aanwezig zijnde goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of - levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te weten voor de in de bovengelegen appartementen (gelegen aan de [locatie 1] en/of de [locatie 2] ) aanwezige pers(o)n(en) en/of toevallige passanten, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

Vrijspraak

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is en verdachte dient te worden vrijgesproken.

Oordeel van het hof

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Het strafrecht kent een zeer strikte norm voor een veroordeling. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, eist de wet dat het hof op basis van wettige bewijsmiddelen, de overtuiging heeft gekregen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Hiertoe neemt het hof alle processtukken en wat is besproken op de zitting mee in de overwegingen.

Het staat niet ter discussie dat sprake is geweest van een brandstichting waarbij drie daders betrokken zijn geweest.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte niet een van deze betrokken personen is geweest.

De vraag die daarmee aan het hof voorligt is of buiten redelijke twijfel vast is komen te staan dat verdachte in [plaats 2] aanwezig was ten tijde van de brandstichting en dat hij één van de drie daders is van die brandstichting.

De kern van het bewijs tegen verdachte wordt gevormd door gegevens waaruit volgt dat de telefoon van verdachte in de nabijheid van de plaats delict was ten tijde van de brand. Nu dit belastend bewijs betreft, kan van verdachte worden gevergd dat hij een verklaring aflegt die dit weerlegt om de redengevendheid van dit bewijs te ontzenuwen. Dat heeft verdachte gedaan, namelijk door te verklaren dat hij zijn telefoon heeft uitgeleend aan een ander persoon.

Het hof heeft acht geslagen op de verklaring van verdachte, van de medeverdachte [medeverdachte] en van de moeder van verdachte, die tijdens het proces bij de rechtbank door de rechter-commissaris (niet onder ede) en ter zitting in hoger beroep (wel onder ede) is gehoord. Uit deze verklaringen volgt dat verdachte de hele nacht van de brandstichting thuis bij zijn moeder is geweest en dat hij zijn telefoon aan een derde heeft uitgeleend en dat hij deze pas de volgende morgen heeft teruggekregen. Verdachte brengt in de kern een alibi naar voren. Het hof merkt op dat de over dit alibi afgelegde verklaringen op onderdelen niet overeenkomen, maar dat die verschillen niet zien op de cruciale onderdelen. Het hof acht deze verschillen niet van dusdanig belang dat deze verklaringen daarom op voorhand als ongeloofwaardig terzijde kunnen worden geschoven. Er zijn geen gegevens die maken dat de kern van de verklaringen, het alibi van verdachte, niet waar kan zijn. Dat betekent dat het hof van oordeel is dat deze verklaringen mogelijk in essentie weergeven wat er ook echt is gebeurd. In dat geval was het niet verdachte die met zijn telefoon in [plaats 2] was toen daar de brand gesticht werd. Daarom kan het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte een van de drie personen is geweest die aanwezig waren bij de brandstichting.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om verdachte als één van de daders van de brandstichting te veroordelen en spreekt verdachte om die reden vrij van het tenlastegelegde.

Het hof merkt afsluitend het volgende op. Door de brandstichting is veel, ook onherstelbaar, fysiek en psychisch leed veroorzaakt bij de slachtoffers. Zij ondervinden tot op de dag van vandaag in hun dagelijkse leven de nasleep van de brandstichting en worden voortdurend met de gevolgen ervan geconfronteerd. Het hof benadrukt dat hij desondanks gehouden is om iedere zaak in juridische zin te toetsen aan de wet. Ook in een zo ernstige zaak als deze, is het van groot belang dat er geen twijfel bestaat dat degene die wordt veroordeeld, ook daadwerkelijk de dader was en verantwoordelijk is voor het leed dat hij heeft veroorzaakt. Dat het hof concludeert tot vrijspraak, doet in deze zaak helemaal niets af aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van de slachtoffers, noch aan het leed dat is veroorzaakt door deze gebeurtenis.

Vorderingen van de benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 68.665,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 96.953,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 9] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 21.039,38 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 140.066,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 28.089,50 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 10] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 26.689,82 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 25.629,30. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 11] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 4.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 12] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van

€ 3.000,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 14] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 13] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.500,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 7] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 11.182,32 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 16] heeft een vordering tot schadevergoeding van

€ 115.759,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat alleen de vordering zover deze ziet op de immateriële schade, zijnde € 3.00,00, wordt gehandhaafd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over dit deel van de oorspronkelijke vordering.

De benadeelde partij [benadeelde 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 35.350,03 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De benadeelde partij [benadeelde 15] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.759,90 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.250,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

Oordeel van het hof

Verdachte wordt vrijgesproken van het bewezenverklaarde ten laste gelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom zijn de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen. Het hof ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, en wel zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De benadeelde partijen kunnen de vorderingen slechts indienen bij de burgerlijke rechter.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

De benadeelde partij [benadeelde 17] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 11.047,48 ingediend en heeft verzocht daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De benadeelde partij heeft zijn vordering voor het eerst in hoger beroep ingediend.

Op grond van artikel 421 lid 1 Wetboek van Strafvordering is een benadeelde partij die zich niet in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, daartoe onbevoegd in hoger beroep.

Daarom verklaart het hof de benadeelde partij [benadeelde 17] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen

Beslag

Omdat verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, zal het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de telefoon, worden teruggegeven aan verdachte.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een telefoontoestel van het merk Apple (G3508796).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 17]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 17] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 12] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 14] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 13] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 10]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 10] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 16]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 16] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 15]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 15] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. R.D.J. Visschers, mr. N.I.S. Boers en mr. R. Verkijk, in aanwezigheid van de griffier mr. K.E. Luesink-Tangelder en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 14 september 2026.

Blad wordt vervangen door blad getekend op 1 september.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 14 september 2026.

Tegenwoordig:

mr. M.J. Ouweneel, voorzitter,

mr. A. Lodder, advocaat-generaal,

mr. A.C. Wiersma, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J. Ouweneel

Griffier

  • mr. A.C. Wiersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand