ECLI:NL:GHARL:2026:5913

ECLI:NL:GHARL:2026:5913

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 14-09-2026
Zaaknummer P26/111
Rechtsgebied Strafrecht; Penitentiair strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verlenging terbeschikkingstelling (tbs). Het hof verlengt de tbs met 1 jaar. Mede gelet op de adviezen van de psychiater en de psycholoog wil het hof de mogelijkheid openlaten van een stap naar een lichter juridisch kader binnen de termijn die resteert bij verlenging van de tbs met 1 jaar. Daarbij neemt het hof het beperkte recidiverisico wat betreft brandstichting of (ernstig) fysiek geweld en de duur van de terbeschikkingstelling in aanmerking (de tbs is begonnen op 10 februari 2014 en loopt dus al meer dan twaalf jaar).

Uitspraak

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De inzet van het beroep is dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd met slechts één jaar. Zowel de kliniek als de externe rapporteurs (psychiater Van Gestel en psycholoog Muller) hebben de kans op recidive van brandstichting ingeschat als laag. De kliniek schat het algemene recidivegevaar in als matig tot hoog, maar dat lijkt te gaan over de kans dat de terbeschikkinggestelde ontregeld raakt. De terbeschikkinggestelde is recentelijk overgeplaatst naar de zorgboerderij waar zij nu verblijft. Daar heeft ze het goed opgepakt. Ze is al een tijd klaar voor de volgende stap. De insteek is dat de terbeschikkinggestelde zal doorstromen naar [zorgvoorziening 1] of [zorgvoorziening 2] . Voor beide voorzieningen geldt een wachtlijst, waarbij niet duidelijk is wat de wachttijd is. Daardoor is een soort impasse ontstaan, omdat de kliniek wil wachten totdat daar een plek vrijkomt. De verdediging meent dat van de kliniek mag worden verwacht dat zij in actie komt om iets te veranderen. De verdediging is teleurgesteld over de gang van zaken bij de niet gerealiseerde overplaatsing naar [zorgvoorziening 3] . De kliniek was niet bereid nogmaals een aanvraag te doen. De rechter gaat weliswaar niet over de uitvoering van de terbeschikkingstelling, maar kan wel iets zeggen over de voortgang van het resocialisatietraject en invloed hebben op het tempo waarin dat moet gebeuren. Het primaire standpunt strekt tot een verlenging van de terbeschikkingstelling met slechts één jaar en het betrekken van de reclassering bij het traject. Subsidiair, als het hof van oordeel is dat bij de huidige stand van zaken de terbeschikkingstelling met twee jaar zou moeten worden verlengd, wordt verzocht de beslissing aan te houden om rapporteurs Van Gestel en Muller te horen als deskundige. Weliswaar wijkt de visie van die rapporteurs op veel punten niet wezenlijk af van de visie van de kliniek, maar wel wat betreft het tempo van het resocialisatietraject en de wenselijke vervolgstappen daarin.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De rechtbank heeft op goede gronden beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling met 2 jaar. De terbeschikkingstelling duurt al lang en het is goed voorstelbaar dat de terbeschikkinggestelde het traject als zwaar ervaart. Zij wordt omschreven als lief, maar dat neemt niet weg dat zij vanuit haar complexe problematiek ook gevaarlijk kan zijn. De terbeschikkingstelling is opgelegd voor een brandstichting waardoor mensen in gevaar zijn gebracht. Op 1 juni 2026 vond een gesprek plaats over de mogelijke overplaatsing naar [zorgvoorziening 3] . Toen had de terbeschikkinggestelde de kans het traject een nieuwe wending te geven, maar blijkbaar zijn er voor haar behandelaars redenen om die optie niet te ondersteunen. De adviezen van rapporteurs Van Gestel en Muller komen voor een groot deel overeen met de uitgezette koers van de kliniek, maar lopen uiteen wat betreft de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling. Door de kliniek is geadviseerd om ervoor te zorgen dat de mogelijkheid van terugplaatsing in de kliniek behouden blijft, waarbij de kans dat dit nodig zal zijn door de kliniek wordt ingeschat als reëel. Ook benadrukt de kliniek dat het van belang is kleine stappen de zetten. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het oordeel van het hof

Vernietiging beslissing rechtbank

Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en doet opnieuw recht, omdat het hof tot een ander oordeel komt over de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling.

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 januari 2014. De maatregel is opgelegd voor (kort gezegd) opzettelijke brandstichting met zowel gevaar voor goederen als levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor andere personen. De terbeschikkingstelling is dus opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, waardoor de terbeschikkingstelling niet in duur is beperkt.

Stoornis en recidivegevaar

De terbeschikkinggestelde is onderzocht door psychiater C.J. van Gestel, die daarover heeft gerapporteerd op 3 november 2025. Volgens de psychiater heeft de terbeschikkinggestelde een persoonlijkheidsstoornis en is bij haar sprake van zwakbegaafdheid. Over het recidiverisico heeft de psychiater het volgende gerapporteerd:

‘Het risico van een nieuwe brandstichting zou samenhangen met enige mate van ontregeling van [de terbeschikkinggestelde] en het niet gehoord worden. Dit specifieke risico laat zich lastig taxeren. (…) Bij verlenging van de [terbeschikkingstelling] en behandeling in een klinische setting met (…) het huidige lage beveiligingsniveau is het risico op minder ernstige, impulsieve of instrumentele agressie laag-matig. Uit zorg, een ondenkbare situatie [vanwege de grote zorgbehoefte van de terbeschikkinggestelde], zou dat risico oplopen tot matig-hoog. Het risico op ernstige, direct op personen gerichte agressie blijft laag.’

De terbeschikkinggestelde is ook onderzocht door psycholoog E.J. Muller, die daarover heeft gerapporteerd op 19 november 2025. Volgens de psycholoog is bij de terbeschikkinggestelde in classificerende zin sprake van een gebrekkige ontwikkeling (een persoonlijkheidsstoornis met voornamelijk borderline kenmerken) en laagbegaafdheid. De kans op herhaling van soortgelijke feiten als waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd is door de psycholoog ingeschat als laag tot hooguit matig. Over het risico van toekomstig geweld in bredere zin heeft de psycholoog het volgende gerapporteerd:

‘Het risico op (ernstig) agressief gedrag is niet evident. Het risico op impulsieve en/of instrumentele agressie (niet fysiek en/of ernstig) is wel ingebed in haar persoonlijkheidsproblematiek en daarmee duurzaam verhoogd. Dit risico hangt sterk samen met de mate van haar psychische stabiliteit en de context. Het is niet de verwachting dat een langdurend verblijf in een forensische setting en/of verdere inzet van psychotherapeutische interventies hier nog een wezenlijk verandering in gaan bewerkstelligen. Gunstig is dat [de terbeschikkinggestelde] met medicatie nu nog wat rustiger en daarmee de impulscontrole ook wat is verbeterd.’

Het verlengingsadvies van de kliniek van 21 november 2025 houdt in dat de volgende psychische stoornissen aanwezig zijn bij de terbeschikkinggestelde: een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type, een histrionische persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken en een autismespectrumstoornis. Daarnaast heeft de terbeschikkinggestelde een licht verstandelijke beperking.

De aanvullende informatie van de kliniek van 29 juni 2026 houdt het volgende in over het recidiverisico:

‘De kans op ernstige recidive in de vorm van brandstichting wordt vanaf 2017 als laag gezien binnen de huidige context. Aanwezige spanningen hebben niet meer tot brandgevaarlijke situaties geleid. Dit risico zal met name toenemen bij langdurige ontregeling en uitblijven van ingrijpen door de (professionele) omgeving. De belangrijkste factor voor het risicomanagement is, naast de medicatie, in de context gelegen: [e]en bejegening die enerzijds voldoende nabijheid biedt om [de terbeschikkinggestelde] de basisveiligheid te geven die ze niet in zichzelf kan vinden, anderzijds de autonomie stimuleert zonder haar te overvragen. En daarnaast het vroegtijdig signaleren van spanningsopbouw en reguleren van de emoties van [de terbeschikkinggestelde]. (…)

Zonder dit externe risicomanagement wordt het recidiverisico ingeschat als matig tot hoog. Daarbij moet worden opgemerkt dat dit risico niet specifiek brandstichting betreft (het indexdelict), maar de ontregeling van [de terbeschikkinggestelde] kan gepaard gaan met allerlei vormen van grensoverschrijdend gedrag, afhankelijk van de situatie die zich op dat moment voordoet.’

Verlenging van de terbeschikkingstelling

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.

Duur van de verlenging

Het hof verlengt de terbeschikkingstelling met één jaar. Deze beslissing wordt als volgt onderbouwd.

Psychiater Van Gestel heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Ter onderbouwing daarvan heeft de psychiater het volgende gerapporteerd:

‘Ondergetekende vindt de huidige setting, die in belangrijke mate bij moet dragen aan het beperken van het recidiverisico, passend bij de problematiek en het risiconiveau van [de terbeschikkinggestelde], die tot in lengte van dagen op een zorgintensieve setting, deze of een andere, aangewezen zal blijven. (…) Toch vraagt het risiconiveau wel om te onderzoeken of een minder ingrijpend juridisch kader ook kan borgen dat [de terbeschikkinggestelde] de noodzakelijke zorg krijgt. Ondergetekende voorziet bij [de terbeschikkinggestelde] in beginsel afwikkeling van de [terbeschikkingstelling] via de ‘koninklijke weg’. Dat zou betekenen dat de reclassering ingeschakeld zou moeten worden voor een forensisch psychiatrisch toezicht en de opmaat naar proefverlof. (…) [H]et huidige lage algemene geweldsrisico en het moeilijk te onderbouwen risico op een nieuwe brandstichting geven ruimte voor het zetten van stappen, niet in de zorgintensiteit, maar wel in het juridische kader. Ondergetekende (…) adviseert daarom de [terbeschikkingstelling] te verlengen met een jaar. Als het proefverlof goed loopt, is immers een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging denkbaar, tenzij er voor [de terbeschikkinggestelde] allerlei vrijheidsbeperkende interventies noodzakelijk blijven. In dat geval ontstaat de vraag of de [terbeschikkingstelling] beëindigd zou kunnen worden door een rechterlijk[e] machtiging te verlenen (…). Gesteld zou kunnen worden [dat] met een dergelijk kader de ‘forensische blik’ wegvalt, maar ook hier geldt dat het recidiverisico niet op ieder moment vraagt om een nadrukkelijke forensische blik.’

Ook psycholoog Muller heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Ter onderbouwing daarvan heeft de psycholoog het volgende gerapporteerd:

‘[D]e resocialisatie [bevindt] zich nog in de beginfase [en er is geen duidelijkheid] over de termijn en over de vervolgplek. Het is ook (…) zo dat te snelle stappen richting zelfstandigheid (met verlies van veiligheid, begeleiding en inbedding[)] [de terbeschikkinggestelde] eerder slecht doen dan goed. Desondanks rechtvaardigt het geringe gevaar op herhaling stappen richting het geleidelijk afschalen van het juridisch kader of in elk geval een perspectief daarop. Gezien de huidige gang van zaken is niet te verwachten dat de resocialisatie binnen een jaar zal zijn afgerond. De verwachting is dat [de terbeschikkinggestelde] nog lange tijd aangewezen is op intensieve zorg en begeleiding en bij te [hoog] oplopende spanning of een te groot beroep op haar zelfstandigheid is impulsief gedrag te verwachten. Maar gevaar voor ernstige agressie en/of brandstichting is niet evident. Bij een verlenging van één jaar kan worden bekeken welke stappen er het komende jaar richting het kader proefverlof gezet kunnen worden en of er na dat jaar kan worden toegewerkt naar een voorwaardelijke beëindiging [van de verpleging van overheidswege] en daarna eventueel naar een afwikkeling van de [terbeschikkingstelling]. [De terbeschikkinggestelde] zal nog lange tijd verzeker[d] moeten zijn van intensieve begeleiding en zorg, maar mijns inziens hoeft dat niet noodzakelijkerwijs tot in lengte van dagen in het kader van een tbs met bevel tot verpleging van overheidswege te worden geborgd. Om die reden adviseer ik de tbs met één jaar te verlengen en de dwangverpleging te continueren.’

De kliniek heeft geadviseerd de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. De aanvullende informatie houdt het volgende in over de vervolgstappen in het resocialisatietraject die de kliniek voor ogen heeft:

‘De verwachting is dat lange tijd uitgetrokken moet worden voor het resocialisatieproces van [de terbeschikkinggestelde]. De eerdere stap naar een resocialisatieafdeling heeft geleid tot destabilisatie en terugplaatsing. [De terbeschikkinggestelde] is nu goed ingesteld op medicatie en functioneert relatief stabiel. Tegelijkertijd is sprake van een kwetsbare vrouw met complexe problematiek en een specifieke benaderingswijze. Het is dan ook belangrijk kleine stappen vooruit te maken om door te stromen naar een passende vervolgvoorziening. Meerdere woonvoorzieningen hebben aangegeven de aanmelding van [de terbeschikkinggestelde] pas in behandeling te willen nemen als zij ook buiten het terrein van de kliniek stabiel blijft functioneren. [De terbeschikkinggestelde] is daarom aangemeld bij [zorgvoorziening 2] (…) en bij [zorgvoorziening 1] , (…) beide onderdeel van [zorginstelling] . Het betreft een vorm van 24-uurs begeleid wonen waarbij wonen, werken en vrije tijd op het terrein van de voorziening kan worden geboden. Ze is bij beide locaties geaccepteerd en staat op de wachtlijst. De overstap zal plaatsvinden onder verantwoordelijkheid en begeleiding van het Forensisch Resocialisatie Team van [zorginstelling] en binnen het kader van transmuraal verlof, zodat kan worden teruggevallen op de kliniek in het geval [de terbeschikkinggestelde] toch zou destabil[i]seren, hetgeen door de benaderde woonvoorzieningen als een tweede voorwaarde wordt gezien om tot behandeling van de aanmelding over te gaan.’

Het verlengingsadvies houdt in dat het traject dat de kliniek voor ogen heeft de termijn van twee jaar zal overschrijden.

Het hof zal de terbeschikkingstelling met één jaar verlengen. Op dat punt volgt het hof de adviezen van psychiater Van Gestel en psycholoog Muller. Het hof begrijpt dat de psychiater en psycholoog zich kunnen vinden in het resocialisatietraject dat de kliniek voor ogen heeft, maar menen dat het beperkte recidiverisico – het risico op herhaling van brandstichting wordt ingeschat als laag, althans het kan niet worden onderbouwd dat dit risico hoog is; het risico op ernstige fysieke agressie wordt ingeschat als laag – meebrengt dat het een reëel vooruitzicht is dat een deel van de vervolgstappen in dat traject kan plaatsvinden in een lichter juridisch kader dan de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Het hof wil de mogelijkheid van een stap naar een lichter juridisch kader binnen de termijn die resteert bij verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar openlaten. Daarbij neemt het hof het beperkte recidiverisico wat betreft brandstichting of (ernstig) fysiek geweld en de duur van de terbeschikkingstelling in aanmerking (de terbeschikkingstelling is begonnen op 10 februari 2014 en loopt dus al meer dan twaalf jaar).

Het hof geeft de kliniek in overweging de reclassering (a) te betrekken bij het resocialisatietraject en (b) voor de volgende verlengingsprocedure een onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege of het afgeven van een rechterlijke machtiging (in de zin van artikel 24 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten).

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 11 februari 2026 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, [terbeschikkinggestelde] .

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van 1 (één) jaar.

Aldus gedaan door

mr. M.J. Vos, voorzitter,

mr. O.G. Schuur en mr. P.C. Vegter, raadsheren,

drs. J.L.M. Dinjens en drs. K.M. ten Brinck, raden,

in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,

en op 13 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken.

De voorzitter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.J. Vos
  • mr. O.G. Schuur
  • mr. P.C. Vegter

Griffier

  • mr. D. van der Geld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand