ECLI:NL:GHARL:2026:6026

ECLI:NL:GHARL:2026:6026

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 200.362.915
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Deze procedure heeft uitsluitend betrekking op een procedurele kwestie. Mocht de rechtbank in haar vonnis de man niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzuim (het geen gehoor geven aan het bevel van de rechtbank om een exploot uit te brengen)? De vrouw meent van niet. Conclusie hof: het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. De vrouw heeft geen redelijk belang bij haar rechtsvordering tot terugwijzing. Geen schending hoor en wederhoor, geen misbruik van bevoegdheid, geen verrassingsbeslissing. Artikelen 69 Rv, 125 lid 5, 279 lid 1, 3:303 BW, 3:13 BW, 122 lid 2 Rv, 21 Rv

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.362.915

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 596304

arrest van 8 september 2026

in de zaak van

[appellante] (de vrouw)

die woont in [woonplaats1]

advocaat: mr. J. el Hannouche

en

[geïntimeerde] (de man)

die woont in [woonplaats2]

advocaat: mr. M. Cortet

1. Het verloop van de procedure in hoger beroep

Op 14 april 2026 heeft dit hof arrest in het incident gewezen. Naar aanleiding van dit arrest is de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt. Op 6 juli 2026 heeft mr. Cortet een H12-formulier met stukken ingediend.

Op 10 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2. De kern van de zaak

Partijen zijn gehuwd geweest. De rechtbank in Meknes, Marokko heeft op 28 februari 2024 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De uitspraak is op 28 februari 2024 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in Den Haag.

De man heeft bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) een verzoek tot echtscheiding ingediend en daarnaast verzoeken over (onder andere) de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk tussen partijen. Bij beschikking van 4 juni 2024 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het echtscheidingsverzoek van de man kennis te nemen en ook ten aanzien van de verzoeken over de nevenvoorzieningen.

De man heeft op 4 september 2024 in een afzonderlijke dagvaardingsprocedure vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap gevorderd (zaaknummer C/16/580656 / HA ZA 24-457) Bij vonnis van 8 januari 2025 heeft de rechtbank de vordering van de vrouw in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het door de man gevorderde afgewezen en bepaald dat de zaak weer op de rol zal komen voor conclusie van antwoord.

Bij beschikking van 10 april 2025 heeft dit hof de beschikking van de rechtbank van 4 juni 2024 ten aanzien van de beslissing dat de rechtbank niet bevoegd is ten aanzien van het echtscheidingsverzoek bekrachtigd en voor het overige (de nevenvoorzieningen) vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing van de door de man en de vrouw verzochte nevenvoorzieningen.

Bij beschikking van 14 mei 2025 heeft de rechtbank de man bevolen de verzoeken over de vermogensrechtelijke afwikkeling te verbeteren en/of aan te vullen volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure tegen de roldatum van 4 juni 2025. De man heeft het bevel van de rechtbank niet opgevolgd. De rechtbank heeft hem daarom bij vonnis van 20 augustus 2025 (hierna: het bestreden vonnis) niet-ontvankelijk verklaard.

De vrouw is het niet eens met het oordeel van de rechtbank en heeft tegen het bestreden vonnis hoger beroep ingesteld bij beroepschrift gedateerd op 20 november 2025.

Bij beschikking van 4 december 2025 heeft dit hof overwogen dat de vrouw hoger beroep had moeten instellen bij dagvaarding. Het hof heeft daarom conform artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) bevolen dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure en dat de vrouw alsnog de man moet oproepen tegen de rol van 23 december 2025, met betekening van het beroepschrift en de beschikking. De vrouw heeft hieraan gehoor gegeven door haar beroepschrift te laten betekenen aan de man bij exploot van 15 december 2025.

De man heeft vervolgens een incidentele vordering ingesteld strekkende tot niet-ontvankelijkheid. Hij heeft het hof gevraagd de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar hoger beroep. Bij arrest in het incident van 14 april 2026 heeft het hof de vordering van de man afgewezen, hem in de proceskosten van het incident van de vrouw veroordeeld en bepaald dat de hoofdzaak in hoger beroep wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt.

De bedoeling van het hoger beroep van de vrouw (zie hiervoor onder 2.6) is dat het hof het bestreden vonnis vernietigt en de zaak voor verdere afdoening (wederom) terugwijst naar de rechtbank, kamer voor familiezaken, dan wel de handelskamer voor voortzetting van de procedure.

De man concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw in haar hoger beroep, dan wel tot afwijzing daarvan, met bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten met wettelijke rente.

Het hof zal het bestreden vonnis bekrachtigen. Het hof licht de beslissing hierna toe.

3. De toelichting op de beslissing van het hof

Het hof beslist dat op de stukken, overgelegd bij het hiervoor genoemde H12-formulier, geen acht wordt geslagen. De vrouw heeft bezwaar gemaakt tegen overlegging van de stukken en het hof is van oordeel dat de man alle gelegenheid heeft gehad om deze stukken eerder in het geding te brengen. Dat de goede procesorde zich verzet tegen het buiten beschouwing laten van deze stukken is gesteld noch gebleken.

Deze procedure heeft uitsluitend betrekking op een procedurele kwestie. De vraag die ter beslissing aan het hof voorligt is of de rechtbank in haar vonnis de man niet-ontvankelijk mocht verklaren in zijn verzuim (het geen gehoor geven aan het bevel van de rechtbank om een exploot uit te brengen). De vrouw meent van niet. Zij heeft daartoe een vijftal (ongenummerde) grieven geformuleerd. In die grieven voert zij aan dat a. een nieuwe oproeping niet was vereist, b. van schending hoor en wederhoor sprake is, c. een onjuiste betekening is gedekt, d. de rechtbank een verrassingsbeslissing heeft gegeven, en e. daarmee de poging van de man tot misbruik van procesrecht heeft geëffectueerd. De man betwist dit alles en voert verweer.

Het hof overweegt als volgt. De rechter is op grond van artikel 69 Rv verplicht om - ook zonder een daartoe strekkend verweer - te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Als de rechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, moet hij ambtshalve de wissel omzetten en er zorg voor dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor. Met de wisselbepaling van artikel 69 Rv is deformalisering van het burgerlijk procesrecht beoogd, zodat een verkeerde procesinleiding geen fatale gevolgen heeft (en dus niet tot niet-ontvankelijkheid leidt).

Het maakt voor toepassing van de wisselbepaling niet uit of het om een dagvaardings- of een verzoekschriftprocedure gaat en ook het moment van omzetten van de wissel is niet van belang: dit kan zowel onmiddellijk na aanvang als in de loop van de procedure geschieden.

Het derde lid van artikel 69 Rv. bepaalt dat indien de rechter beveelt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, hij tevens een dag bepaalt waarop de zaak op de rol zal komen. Heeft nog geen oproeping van de verweerder plaatsgevonden, dan beveelt de rechter dat deze dag door de aanlegger bij exploot aan de verweerder wordt aangezegd. Dit laatste is wat de rechtbank in haar beslissing van 14 mei 2025 heeft gedaan: het bevel aan de man ‘om de vrouw bij exploot op te roepen tegen de rolzitting van 4 juni 2025 om 10:00 uur, onder gelijktijdige betekening van het eerder ingediende verzoekschrift van 25 juli 2023 met bijlagen (door de rechtbank ontvangen op 26 juli 2023); verweerschrift van 8 december 2023 met bijlagen, tevens houdende een vermeerdering/wijziging van zijn verzoeken.

Toen de man vervolgens voormeld bevel niet had opgevolgd, heeft de rechtbank hem bij vonnis van 20 augustus 2025 niet-ontvankelijk verklaard (zie r.o. 2.2.). Omdat de rechtbank geen mondelinge behandeling had bepaald (zie 1.2 van de beschikking van 4 juni 2024) en ook niet bij latere beschikking van 14 mei 2025 heeft de rechter (zoals hiervoor ook onder 3.4 is overwogen) de dag vastgesteld waarop de zaak op de rol zal komen en bepaald dat de roldatum bij exploot moet worden aangezegd. Omdat de man het bevel niet had opgevolgd, heeft de rechtbank hem op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard. Een mondelinge behandeling voorafgaand aan een dergelijke (rol)beslissing is geen vereiste (en ook niet gebruikelijk). Deze beslissing levert geen schending van hoor en wederhoor op (een nadere toelichting hierop volgt onder 3.6). Ook het beroep van de vrouw op artikel 122 lid 2 Rv kan haar niet baten, nu van een onjuiste betekening sowieso geen sprake is geweest.

Het vorenstaande leidt tevens tot de conclusie dat van een verrassingsbeslissing geen sprake is. Van een verrassingsbeslissing is sprake wanneer de rechter partijen niet of onvoldoende hoort over de wezenlijke elementen die ten grondslag liggen aan zijn inhoudelijke beslissing en partijen aldus verrast met een beslissing, waarmee zij, gelet op het verloop van het processuele debat, geen rekening behoefden te houden. In de stand waarin de zaak zich bevond was sprake van een eenvoudige processuele regiebeslissing van de rechter ter stroomlijning van de procedure waar de wetgever geen mondeling behandeling voor noodzakelijk heeft geacht. Deze regie ligt bij de rechter en partijen moeten bedacht zijn op de toepassing van procesrechtelijke regels. Van een schending van hoor en wederhoor is in dit geval dan ook geen sprake. Het door de man niet uitvoeren ofwel het nalaten van een bevel levert, hoewel daaraan (naar het oordeel van het hof: ook terecht) gevolgen verbonden zijn, op zichzelf nog geen misbruik van bevoegdheid op in de zin van artikel 3:13 BW.

Ook na herhaaldelijke vraag van het hof heeft de vrouw haar belang niet helder gemaakt. Wat zij na schorsing heeft gesteld, dat haar belang is gelegen in processtrategie en ook het belang voor de rechtspraktijk, heeft geen klaarheid gebracht. Zij heeft niet toegelicht op welke wijze zij het door haar gestelde voordeel zou kunnen trekken uit de door haar gestelde, maar niet concreet gemaakte, lacunes, fouten en/of tekortkomingen van de zijde van de man in de echtscheidingsprocedure en welk voordeel dat dan zou zijn. Feit is dat al sprake is van een verdelingsprocedure bij dagvaarding (zie hiervoor onder 2.3) die zich in een vergevorderd stadium bevindt. In die procedure zijn conclusies gewisseld, heeft een mondelinge behandeling plaatsgehad, zijn nadere aktes genomen en staat de zaak voor bepaling van een mondelinge behandeling dit najaar. Het hof is dan ook van oordeel dat de vrouw geen redelijk belang heeft bij haar rechtsvordering tot terugwijzing.

Bij het hof is uit de schriftelijke stukken en het verhandelde ter mondelinge behandeling de indruk ontstaan dat beide partijen noch in hun processtukken, noch ter mondelinge behandeling volledige openheid hebben willen geven over de feiten die aan hun hier voorliggende vordering ten grondslag liggen. De man is bovendien niet op de mondelinge behandeling verschenen, terwijl dat wel de bedoeling is.

In de door de man op 4 september 2024 geëntameerde dagvaardingsprocedure heeft de vrouw een wrakingsverzoek ingediend en dat verzoek ook weer in ingetrokken. De man heeft over de gang van zaken in die procedure twee klachten tegen de advocaat van de vrouw ingediend. Daarbij gerekend alle voorgaande procedures en deze procedure, die tot op heden in alle gevallen (behoudens de procedure met zaaknummer C/l 6/580656 / HA ZA 24-457 genoemd onder 2.3) uitsluitend betrekking hebben gehad op procedurele kwesties, geven een beeld van niet te doorgronden drijfveren. Er lijkt bij beiden sprake van motieven die voor het hof onzichtbaar zijn gehouden: partijen houden wat dat betreft de kaarten tegen de borst.

conclusie

Het hoger beroep slaagt niet. Omdat de vrouw in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten van de man in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.

De kosten van de man worden begroot op:

- griffierecht € 362

- salaris advocaat (2 punten x tarief II ad. € 1.290 =) € 2.580

totaal € 2.942.

4. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 20 augustus 2025,

veroordeelt de vrouw tot betaling aan de man van zijn proceskosten tot vandaag begroot op € 2.942, maar ook tot betaling van de nakosten,

bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, en

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.H.F. van Vugt, M.L. van der Bel en C.M. Schönhagen, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand