Overwegingen
Het standpunt van de jeugdige
De volgende drie woorden vormen voor de jeugdige de kern van de afgelopen periode: angst, herstel en perspectief. Sinds het instellen van het beroep is de jeugdige psychotisch ontregeld. Na dwangmedicatie is hij snel hersteld en kan hij nu weer vooruit kijken. De angst voor medicatie bestaat echter nog steeds bij hem. De jeugdige wil perspectief, maar het is op dit moment nog niet duidelijk hoe het verdere behandel- en resocialisatietraject er voor hem uit zal gaan zien. Een terugkeer naar de [instelling] voor verdere behandeling wordt niet wenselijk geacht en het is nog onduidelijk waar de jeugdige voor een nieuwe behandelpoging wel terecht kan. Gelet daarop is het in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige dat er over zes maanden weer een toets-moment is. De raadsvrouw heeft daarom verzocht om de verlenging van de maatregel te beperken tot achttien maanden zodat de vinger aan de pols kan worden gehouden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Sinds de beslissing waarvan beroep is er veel gebeurd in het leven van de jeugdige. Begin februari 2026 is hij overgeplaatst naar de [instelling] voor nadere diagnostiek en om duidelijkheid te krijgen over de verdere behandelmogelijkheden. Omdat de jeugdige niet meewerkte was diagnostische observatie niet mogelijk en is hij opnieuw geplaatst in de FOBA van [instelling] voor stabilisatie. Ook op de FOBA was hij niet gemotiveerd en weigerde hij medicatie. Er bleek sprake van een psychotische ontregeling en na toedienen van dwangmedicatie is de jeugdige inmiddels gestabiliseerd. Zelf vindt hij echter dat hij geen medicatie nodig heeft.
De jeugdige wil dat zijn verloven worden opgestart en hij heeft behoefte aan perspectief. Diagnostisch gezien zijn er nog te veel onduidelijkheden om op dit moment een juiste inschatting van de risico’s te kunnen maken. Enerzijds is de verwachting een verlenging voor de duur van 24 maanden nog nodig is om alle stappen te zetten. Anderzijds is het nog niet duidelijk hoe het verdere (behandel)traject eruit gaat zien en is het in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige om de maatregel voor een kortere periode te verlengen. Er komt dan namelijk eerder een toetsmoment. De advocaat-generaal vordert daarom de maatregel te verlengen met achttien (in plaats van vierentwintig) maanden.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de verlenging van de PIJ-maatregel.
Indexdelicten
Bij arrest van 30 juni 2022 heeft het gerechtshof Amsterdam aan de jeugdige - naast een jeugddetentie voor de duur van acht maanden - de PIJ-maatregel opgelegd voor het medeplegen van (de eendaadse samenloop) van poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, openlijk geweld plegen tegen personen en overtreding van de Opiumwet
Deze veroordeling omvat mede misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, waardoor verlenging van de maatregel mogelijk is.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de jeugdige is sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis en zwakbegaafdheid.
Op basis van de SAVRY en de SAPROF-Youth Version wordt binnen het huidige kader het risico op recidive als matig-hoog ingeschat. Bij beëindiging van de PIJ-maatregel wordt het risico op recidive als hoog ingeschat.
Criterium voor verlenging van de PIJ-maatregel
Het hof stelt voorop dat de PIJ-maatregel kan worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de PIJ-maatregel vereist en die verlenging ook in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige is. De verlenging is slechts mogelijk indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Voorts is een verlenging van de termijn van de maatregel slechts mogelijk voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat. De maatregel eindigt steeds voorwaardelijk een jaar voordat het einde van de maatregel wordt bereikt.
Verlenging van de PIJ-maatregel
De PIJ-maatregel is aangevangen op 15 juli 2022. Het betreft een verlengbare PIJ-maatregel. In het geval van de jeugdige, is de maatregel bij beslissing van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2024 met twaalf maanden verlengd tot 9 juli 2025.
In het op 9 mei 2025 uitgebrachte advies van de [instelling] valt te lezen dat er sprake was van een positieve ontwikkeling van de jeugdige en dat er werd toegewerkt naar resocialisatie totdat de jeugdige een terugval kreeg. Het zelfbepalende gedrag van de jeugdige en de vele incidenten hebben er voor gezorgd dat zowel het voorgenomen Scholings- en trainingsprogramma (STP) als het verlof werd stopgezet. De jeugdige is vanwege zijn instabiele toestandsbeeld op de FOBA geplaatst om te stabiliseren, maar ook voor een diagnostische observatie om te kijken hoe het traject van de jeugdige verder kan verlopen. De jeugdinrichting heeft daarom destijds geadviseerd tot verlenging van de maatregel met twaalf maanden.
Omdat er binnen de FOBA ook geweldsincidenten zich hebben voorgedaan heeft de jeugdinrichting een [instelling] -plaatsing aangevraagd om de risico’s in kaart te brengen, diagnostisch onderzoek te doen en meer duidelijkheid te verkrijgen over het beste resocialisatietraject van de jeugdige
Uit het (nieuwe) verlengingsadvies van de jeugdinrichting van 13 mei 2026 volgt dat de jeugdige op 19 februari 2026 is geplaatst op de [instelling] . Daar is geconstateerd dat er sprake was van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld met psychotische ontregeling, waardoor verdere diagnostische observatie niet (meer) mogelijk was. Hierop is de jeugdige op 27 februari 2026 weer geplaatst op de FOBA om te stabiliseren. De jeugdige verblijft op dit moment nog op de FOBA van [instelling] . De jeugdinrichting schat het recidiverisico hoog in wanneer het huidige kader en structuur wegvalt. Daarom is het noodzakelijk dat, in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling, de jeugdige de komende tijd stabiliseert binnen de FOBA. Ook acht de jeugdinrichting een nieuw diagnostisch onderzoek in de [instelling] nog altijd wenselijk, maar dit wordt bemoeilijkt door het huidige toestandsbeeld van de jeugdige en zijn weigering om medicatie in te nemen. Hoe het verdere verloop van de maatregel eruit komt te zien, is daarom op dit moment nog niet duidelijk. Een terugkeer van de jeugdige naar [instelling] acht de jeugdinrichting niet wenselijk vanwege de strijd en het forse wantrouwen dat de jeugdige heeft richting de JJI. De jeugdinrichting heeft geadviseerd de maatregel te verlengen met de duur van achttien maanden. Deze periode is minimaal nodig voor het behandel- en resocialisatietraject.
Uit de aanvullende informatie van de jeugdinrichting van 17 juni 2026 volgt dat de jeugdige na zijn plaatsing op de FOBA afdeling van [instelling] instabiel gedrag laat zien. Het contact met hem is minimaal en de jeugdige toont teruggetrokken en ontwijkend gedrag. Vanwege zijn ontregeling bij de [instelling] en een eerdere psychotische ontregeling in april 2025, wordt gedacht dat er bij de jeugdige sprake is van een psychotische stoornis. De jeugdige weigert echter medicamenteuze behandeling. Begin juni 2026 is de jeugdige medicatie toegediend en sindsdien is hij beter in contact. Er is alleen geen sprake van ziekte-inzicht of besef. De jeugdige blijft van mening dat hij de medicatie niet nodig heeft.
Op de zitting van het hof van 18 juni 2026 is gedragswetenschapper [deskundige] , verbonden aan [instelling] , gehoord.
De deskundige heeft medegedeeld dat in juni 2026 is begonnen met dwangmedicatie en dat de jeugdige inmiddels redelijk gestabiliseerd is. Wanneer hij helemaal gestabiliseerd is, kan er alsnog diagnostisch onderzoek worden gedaan en kan het risicomanagement worden bepaald. Hiervoor is nog wel tijd nodig. Omdat het van belang is dat de jeugdige perspectief houdt en er nog veel onduidelijkheid bestaat over het verdere verloop van zijn resocialisatie traject is het goed als er op korte termijn een toetsmoment is. De deskundige staat nog steeds achter het advies van 13 mei 2026 van de kliniek om de maatregel te verlengen met achttien maanden.
Alles in onderling verband en samenhang bezien is het hof van oordeel dat bij de jeugdige nog sprake is van een stoornis en hoog recidiverisico. Na het instellen van het beroep is de jeugdige psychotisch ontregelt. Op de zitting van het hof van 18 juni 2026 is gebleken dat het toestandsbeeld van de jeugdige kort geleden enigszins is gestabiliseerd en dat hij beter in contact is. Gelet op deze ontwikkeling, zal het hof in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige de maatregel verlengen voor de duur van achttien maanden om zo de mogelijkheid te scheppen dat de ontwikkelingen met betrekking tot de koers van de jeugdinrichting binnen ongeveer een half jaar opnieuw kunnen worden getoetst.
Einde maatregel
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, stelt het hof vast dat de maatregel – gelet op de ingangsdatum van 15 juli 2022, de eerdere verlenging met twaalf maanden en de beslissing van het hof tot verlenging van de maatregel met achttien maanden en behoudens verdere verlenging – voorwaardelijk zal eindigen op 31 december 2026 en onvoorwaardelijk zal eindigen op 31 december 2027.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam, van 30 oktober 2025 met betrekking tot de jeugdige, [jeugdige].
Verlengt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van achttien maanden.
Aldus gedaan door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. K. Gilhuis en mr. J. Steenbrink, raadsheren,
en drs. I. van Outheusden en dr. E.L.M. Klein Haneveld, raden,
in tegenwoordigheid van mr. J.P. Fuchs-van Dis, griffier,
en op 2 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.