[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank MiddenNederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 11 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. X.B. Sijmons, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor – kort gezegd – het verwerven en bezitten van kinderpornografische afbeeldingen. Aan de verdachte is een gevangenisstraf van negen maanden opgelegd waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren in combinatie met een taakstraf van honderdtwintig uren. Aan de voorwaardelijke straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast zijn een computer en harde schijf onttrokken aan het verkeer.
Het hof vernietigt het vonnis, omdat het tot een gedeeltelijk andere bewezenverklaring komt en aan de verdachte een andere straf oplegt. Het hof doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 18 december 2014 tot en met 2 december 2024 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 18 december 2014 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 2 december 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten
- foto's en/of video's, en/of
- een of meer gegevensdragers, te weten een desktop (merk: Coolermaster) en/of een harde schijf (merk: Attingo),
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een voorwerp,
en/of het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of een voorwerp door die persoon, (Procesdossier bijlage III, foto's 01 t/m 11)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of met een vinger/hand en/of met een voorwerp wordt/worden aangeraakt, en/of
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon, en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt,
(Procesdossier bijlage III, foto's 12 t/m 21)
en/of
die persoon oraal wordt gepenetreerd door een dier, en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt door een dier,
(Procesdossier bijlage III, foto's 22 en 23)
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past, en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet, en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht,
(Procesdossier bijlage III, foto's 24 t/m 28)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd, en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten, en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
(Procesdossier bijlage III, foto's 29 t/m 31).
Bewijsoverweging
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit bewezen moet worden verklaard en dat sprake is van het verwerven en bezitten van afbeeldingen en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen in de periode van 18 december 2024 tot en met 30 juni 2024 en het bezitten van visuele weergaven in de periode van 1 juli 2024 tot en met 2 december 2024.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat wat betreft het verwerven als pleegperiode in 2021 bewezen kan worden verklaard en wat betreft het bezitten de periode van eind 2021 tot en met 2 december 2024.
Oordeel van het hof
Oude en nieuwe wetgeving
Op 1 juli 2024 is de Wet seksuele misdrijven in werking getreden. In die wet is de strafbaarstelling van verschillende gedragingen ten aanzien van kinderpornografisch beeldmateriaal aangepast. De tenlastelegging ziet op een periode die zowel valt onder de oude als de nieuwe strafbaarstelling (van respectievelijk artikel 240b (oud) en artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht). Hoewel de nieuwe delictsomschrijving ten opzichte van de oude tekstuele wijzigingen bevat, is volgens de memorie van toelichting geen wezenlijke inhoudelijke verandering van de strafbaarstelling beoogd, anders dan dat de nieuwe strafbaarstelling een meer techniekonafhankelijke omschrijving bevat (Kamerstukken II 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 57). Ook is de term “afbeeldingen”, waaronder zowel foto’s als video’s vielen, vervangen door de term “visuele weergaven”. Voor de leesbaarheid zal het hof hierna telkens de term “afbeeldingen” gebruiken.
Bewijsmiddelen
Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft bekend dat hij kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en in bezit heeft gehad. Op een forum van een internetpagina heeft hij geklikt op een downloadlink waardoor hij allerlei bestanden waaronder kinderpornografische afbeeldingen heeft ontvangen. Hij heeft deze bestanden bekeken en geordend en hij heeft een selectie gemaakt van de bestanden die hij wilde behouden. De bewaarde afbeeldingen heeft hij via zijn telefoon naar zijn computer en (later) naar een externe harde schijf overgezet.
Naar het oordeel van het hof zijn de aanmaakdata van de afbeeldingen alleen niet voldoende voor de vaststelling van het moment waarop de verdachte de beschikking over de afbeeldingen heeft gekregen. Nu niet voldoende duidelijk is geworden wanneer de verdachte de afbeeldingen op zijn telefoon heeft gedownload en deze op andere gegevensdragers heeft opgeslagen, moet het begin van het ten laste gelegde verwerven en bezitten mede uit ander bewijs worden afgeleid. [organisatie] heeft aan de Nederlandse politie gemeld dat er via Google mogelijk kinderpornografisch beeldmateriaal was gedeeld. Twee meldingsrapporten over accounts van de verdachte houden ten aanzien van 31 bestanden met dergelijk beeldmateriaal in dat zij voor het grootste deel op 3 en 4 december 2021 zijn verspreid en dat de laatste upload op 14 januari 2023 was. Het hof acht daarom bewezen dat de verdachte de afbeeldingen in de periode van 3 december 2021 tot en met 14 januari 2023 heeft verworven.
Op 2 december 2024 heeft de politie bij een huiszoeking de desktopcomputer en een externe harde schijf van de verdachte inbeslaggenomen. Op deze desktopcomputer en harde schijf zijn de ten laste gelegde afbeeldingen aangetroffen. Daarom is bewezen dat het bezit van kinderporno tot en met die datum heeft geduurd.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij in of omstreeks de periode van 3 december 2021 tot en met 2 december 2024 in [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 3 december 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 2 december 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten
- foto’s en/of video’s, en/of
- een of meer gegevensdragers, te weten een desktop (merk: Coolermaster) en/of een harde schijf (merk: Attingo),
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een voorwerp, en/of
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger/hand en/of een voorwerp door die persoon,
(procesdossier, bijlage III, foto’s 1 tot en met 11)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon met een penis en/of met een vinger/hand en/of met een voorwerp wordt/worden aangeraakt, en/of
het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon, en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger/hand aanraakt,
(procesdossier, bijlage III, foto’s 12 tot en met 21)
en/of
die persoon oraal wordt gepenetreerd door een dier, en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt door een dier,
(procesdossier, bijlage III, foto’s 22 en 23)
en/of die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past, en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet, en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht,
(procesdossier, bijlage III, foto’s 24 tot en met 28)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd, en/of bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten, en/of bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
(procesdossier, bijlage III, foto’s 29 tot en met 31).
Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd
en
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft, gelet op de impact die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op het leven van de verdachte zal hebben, voorgesteld de zaak af te doen met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, onder het stellen van bijzondere voorwaarden inhoudende meewerken aan diagnostisch onderzoek en een eventueel daaruit voortkomende ambulante behandeling, in combinatie met een geldboete.
Oordeel van het hof
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.
De verdachte heeft vanaf 2021 kinderpornografisch materiaal verworven en dit tot en met 2 december 2024 in bezit gehad. Het ging daarbij om schokkende afbeeldingen van zeer jonge kinderen. De verdachte heeft de afbeeldingen die hij ontving, gescreend en geselecteerd en vervolgens tot tweemaal toe overgezet naar een andere gegevensdrager. Dit gebeurde in ieder geval nadat Google zijn account vanwege het downloaden van kinderporno had geblokkeerd. De verdachte is op dat moment nogmaals geattendeerd op de verwerpelijkheid en strafbaarheid van het verwerven en bezitten van de afbeeldingen. Desondanks heeft hij het kinderpornografisch beeldmateriaal veiliggesteld op een gegevensdrager. Bij de vervaardiging van kinderporno worden, zoals bekend, kinderen seksueel misbruikt. Dergelijk misbruik heeft in het algemeen zeer schadelijke en langdurige psychische, emotionele en lichamelijke gevolgen voor de betrokken kinderen. De slachtoffers kunnen hierdoor ernstig worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van deze verwerpelijke praktijken.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het hof gekeken naar het oriëntatiepunt voor straftoemeting over kinderporno, dat als vertrekpunt van denken over een op te leggen straf voor het bezit/verwerven van kinderporno een gevangenisstraf van zes maanden waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk met bijzondere voorwaarden in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf van tweehonderdveertig uren inhoudt. Het hof neemt dit oriëntatiepunt bij de strafoplegging als uitgangspunt.
Verder heeft het hof bij de bepalen van de strafmaat gekeken naar het strafblad van de verdachte van 6 augustus 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Het hof heeft rekening gehouden met het reclasseringsadvies van 29 september 2025. De reclassering heeft vermeld dat de verdachte niet open stond voor het volgen van een forensische behandeling, omdat hij geen probleem ervaarde. De verdachte was op zoek naar porno en is per toeval op kinderporno gestuit. Hij wist dat het downloaden van kinderporno strafbaar is, maar hij deed het omdat hem dit een fijn gevoel van spanning gaf. De reclassering sluit niet uit dat bij de verdachte sprake is van een pornoverslaving. Zo keek de verdachte op dagelijkse basis porno en masturbeerde hij iedere dag. Het risico op recidive werd geschat op gemiddeld. De reclassering adviseerde bijzondere voorwaarden in de vorm van een meldplicht en een verplichte ambulante behandeling aan de verdachte op te leggen.
De verdediging heeft een rapport van MijnReclassering van 2 september 2026 overgelegd. Uit dit rapport komt grotendeels eenzelfde beeld van de verdachte naar voren. Zoals de verdachte ook op de zitting in hoger beroep heeft verklaard heeft hij na het wijzen van het vonnis gesprekken gevoerd met een seksuoloog die door de rapporteur van MijnReclassering als informant is geraadpleegd. De seksuoloog heeft bij de verdachte een beperkt probleembesef gesignaleerd en vastgesteld dat hij slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag. De seksuoloog acht nader diagnostisch onderzoek wenselijk. De verdachte zelf ervaart geen probleem en ziet het bewezenverklaarde als een eenmalig incident. Gezien deze discrepantie en het beperkte inzicht in de onderliggende factoren wordt nader diagnostisch onderzoek van meerwaarde gezien, aldus het rapport van MijnReclassering.
Het hof ziet geen aanleiding om van het oriëntatiepunt af te wijken. Het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een geldboete, zoals de raadsman heeft voorgesteld, doet naar het oordeel van het hof onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde. De verdachte heeft honderden kinderpornografische afbeeldingen verworven en in bezit gehad, zelfs als er met de verdachte van wordt uitgegaan dat van dubbeltellingen sprake is geweest.
Het hof legt aan de verdachte bijzondere voorwaarden op. Inmiddels lijkt de verdachte enigszins open staan voor professionele hulp. Tijdens de zitting in hoger beroep is gebleken dat hij nog steeds geen antwoord kan geven op cruciale vragen over zijn gedrag en de mogelijke oorzaak daarvan, zoals waarom hij afbeeldingen van jongens wel heeft verwijderd en afbeeldingen van meisjes niet. Het ontbreekt de verdachte nog aan inzicht in zijn handelen. Het hof beoogt met het opleggen van een ambulante behandeling te bevorderen dat de verdachte alsnog inzicht verkrijgt in zijn gedragingen en de achtergrond daarvan om op die manier het recidiverisico te beperken.
Het hof zal, alles afwegende, aan de verdachte een gevangenisstraf opleggen van honderdtachtig dagen waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren in combinatie met een taakstraf van tweehonderdveertig uren. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de bijzondere voorwaarden verbonden die de Reclassering Nederland heeft geadviseerd.
Beslag
Onder de verdachte zijn een computer en een harde schijf inbeslaggenomen. Deze behoren de verdachte toe.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd de inbeslaggenomen voorwerpen te onttrekken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag.
Oordeel van het hof
Het hof legt de maatregel van onttrekking aan het verkeer van de computer en de harde schijf op, omdat met behulp van deze voorwerpen het feit is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.
Wetsartikelen
De straf en de maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 179 (honderdnegenenzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken plaatsvinden. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen veertien dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het [adres] .
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd ambulant laat behandelen bij De Waag of een soortgelijke door de reclassering te bepalen instelling, zolang de reclassering de behandeling noodzakelijk vindt. De zorgverlener bepaalt de inhoud van de behandeling. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht aan de reclassering toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven harde schijf (goednummer 836011) en computer (goednummer 836010).
Aldus gewezen door
mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,
mr. N.I.S. Boers en mr. D. Stikkelbroeck, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. T. Lammerdink, griffier,
en op 25 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.