ECLI:NL:GHARL:2026:6286

ECLI:NL:GHARL:2026:6286

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 21-005407-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verkort arrest. Bewezenverklaring tweetal beledigingen. Onderliggende burenruzie. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week. Strafbepaling op grond van artikel 423, lid 4 Sv. Vorderingen benadeelde partijen: immateriële schade.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Namens de verdachte is tegen het hiervoor vermelde vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang hoger beroep

Het hoger beroep is bij akte van 24 december 2025 beperkt tot de veroordeling ter zake van het onder 05-270727-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde. Hierdoor zijn de onder 05-065961-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten, en de daaraan gekoppelde vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straffen in de zaken met parketnummers 05-173262-24 en 16-288313-21, niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 17 september 2026 en het onderzoek op de zittingen bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voordracht aan het hof overgelegd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens de verdachte door zijn raadsman, mr. G. Onnink, advocaat te Diemen, is aangevoerd. Het hof heeft ook kennisgenomen van wat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en

[benadeelde partij 2] naar voren hebben gebracht.

Vonnis

De politierechter heeft de verdachte wegens:

veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. De politierechter heeft ook beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en ten behoeve van hen de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Ten slotte heeft de politierechter de proeftijd verlengd van de voorwaardelijke veroordelingen met parketnummers 05-173262-24 en 16-288313-21.

Het hof zal met toepassing van artikel 423, lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voor de bewezenverklaarde feiten in de zaak met parketnummer 05-065961-25 een straf bepalen.

Het hof komt in dit arrest ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde tot een andere bewijsbeslissing dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover nu nog aan de orde - tenlastegelegd dat:

1 hij op een of meer tijstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2025 tot en met 8 mei 2025 te [plaats] , [gemeente] (telkens) opzettelijk [benadeelde partij 1] , in haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door haar: - op 7 mei 2025 de woorden toe te voegen: "Gore tyfushoer" en/of "Kanker tyfustrut" en/of "Vieze vuile criminele kankerhoer", en/of - op 8 mei 2025 de woorden toe te voegen: "Vuile kankerhoer", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2 hij op of omstreeks 25 juni 2025 te [plaats] , [gemeente] opzettelijk [benadeelde partij 2] , in zijn tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem de woorden toe te voegen: "Pedofiel" en/of "Moordenaar" en/of "Psychopaat", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Bewijsoverwegingen

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal acht de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van beide feiten. Bij beide feiten heeft de raadsman erop gewezen dat datering van de beelden ontbreekt, zodat niet kan worden vastgesteld dat deze betrekking hebben op de tenlastegelegde gedragingen. Bij feit 1 heeft de raadsman verder betoogd dat de verklaring van [getuige] niet betrouwbaar genoeg is, omdat zij een directe buurvrouw is, dat uit de aangifte en de getuigenverklaring niet volgt dat aangeefster en de getuige hebben gezien dat de verdachte tegen hen riep en zo ja, dat niet duidelijk is of dit tegen aangeefster of de getuige gericht was. Bij feit 2 heeft de raadsman aangevoerd dat de verbalisant op de beelden alleen 'kan je mij wel als psychopaat aankijken' heeft gehoord en dat steunbewijs ontbreekt.

Oordeel van het hof

Met betrekking tot het onder 1 tenlastegelegde overweegt het hof als volgt.

Het hof stelt voorop dat de enkele omstandigheid dat [getuige] de buurvrouw is van aangeefster en dat zij (daardoor) zelf ook betrokken is bij het langdurend conflict tussen de verdachte en andere buurtbewoners op zichzelf onvoldoende aanleiding vormt om te twijfelen aan haar betrouwbaarheid. Daarnaast zijn er geen concrete aanwijzingen aangedragen die erop zouden wijzen dat zij in strijd met de waarheid heeft verklaard. Het hof gebruikt haar verklaring dan ook voor het bewijs.

Aangeefster [benadeelde partij 1] heeft verklaard dat zij op 7 mei 2025 in de achtertuin van haar buurvrouw stond, dat zij door de heer [verdachte] (het hof begrijpt hier en hierna: de verdachte) door de heg heen werd natgespoten en dat hij haar beledigde met de woorden 'gore tyfushoer', 'kanker tyfustrut' en 'vieze vuile criminele kankerhoer'. [getuige] heeft verklaard dat [benadeelde partij 1] door de verdachte werd natgespoten vanuit zijn tuin, dat zij de stem van [verdachte] (het hof begrijpt hier en hierna: de verdachte) hoorde, dat hij heel erg schreeuwde naar [benadeelde partij 1] (het hof begrijpt hier en hierna: [benadeelde partij 1] ) en allemaal scheldwoorden met 'kanker' en 'kut' erin. Hij kon door de schutting kijken en de getuige kon hem dus ook zien. Aangeefster heeft verder verklaard dat zij op 8 mei 2025 weer in de achtertuin stond van haar buurvrouw, toen de heer [verdachte] 'vuile kankerhoer' naar haar riep. [getuige] heeft verklaard dat zij op 8 mei 2025 hoorde dat [verdachte] [benadeelde partij 1] voor 'vuile kankerhoer' uitschold, dat zij de stem meteen herkende en dat het voor haar duidelijk was dat dit scheldwoord voor [benadeelde partij 1] bedoeld was.

Het hof stelt op basis van de hiervoor gebruikte bewijsmiddelen en de daarin omschreven feiten en omstandigheden vast dat de verdachte de tenlastegelegde uitlatingen heeft gedaan en dat deze waren gericht tegen aangeefster. Het hof gebruikt geen (beschrijving) van beelden voor het bewijs van het onder 1 tenlastegelegde en komt daarom niet toe aan een bespreking van het verweer van de verdediging op dit punt. Het hof verwerpt de overige verweren van de verdediging en acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op de hierna te vermelden wijze.

Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde overweegt het hof als volgt.

Aangever [benadeelde partij 2] heeft verklaard dat [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) hem op 25 juni 2025 op een bepaald moment zag staan en dat hij toen 'psychopaat' riep. [verbalisant] heeft de beelden onder registratienummer 2025311609 beschreven. Op video 1 met titel VID-20250625-WA0016 zegt persoon 1 op 01.00: 'Kan je me wel als een psychopaat aankijken'. De verdachte heeft op de zitting bij de politierechter verklaard dat hij heeft gezegd 'Kan je mij wel aankijken als een psychopaat'.

Het hof stelt op basis van de bestandsnaam van de hiervoor beschreven video vast dat deze betrekking heeft op 25 juni 2025, en dus op de tenlastegelegde dag. Het hof stelt verder vast dat de verdachte tegen aangever heeft gezegd 'Kan je me wel als een psychopaat aankijken '.

Naar het oordeel van het hof ligt in die uitspraak besloten dat de persoon tegen wie de uitspraak is gericht wordt aangeduid als psychopaat. Het hof verwerpt de verweren van de verdediging en acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op de hierna te vermelden wijze.

Het hof acht niet bewezen dat de verdachte aangever de woorden 'pedofiel' en 'moordenaar' heeft toegevoegd en spreekt hem van deze onderdelen van de tenlastelegging vrij.

Gebruikte bewijsmiddelen

In het geval tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring op in een aanvulling op dit arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de gebruikte bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1 hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 mei 2025 tot en met 8 mei 2025 te [plaats] , [gemeente] (telkens) opzettelijk [benadeelde partij 1] , in haar tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door haar: - op 7 mei 2025 de woorden toe te voegen: "Gore tyfushoer" en/of "Kanker tyfustrut" en/of "Vieze vuile criminele kankerhoer", en/of - op 8 mei 2025 de woorden toe te voegen: "Vuile kankerhoer", althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

2 hij op of omstreeks 25 juni 2025 te [plaats] , [gemeente] , opzettelijk [benadeelde partij 2] , in zijn tegenwoordigheid, mondeling, heeft beledigd door hem het woord toe te voegen: "Pedofiel" en/of "Moordenaar" en/of "Psychopaat" , althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking .

Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

eenvoudige belediging, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

eenvoudige belediging.

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat hij niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte een taakstraf van 40 uur zal opleggen en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod met aangevers en een locatieverbod voor de percelen van aangevers, voor de duur van 3 jaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het hof - in geval van strafoplegging - verzocht om de verdachte schuldig te verklaren zonder strafoplegging dan wel een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Verder ziet de raadsman niet in hoe een contactverbod kan worden vormgegeven en stelt hij dat een locatieverbod voor de percelen van aangevers erg verstrekkend is voor de bewegingsvrijheid van de verdachte en niet passend is bij de feiten.

Oordeel van het hof

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan beledigingen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] . Hiermee heeft hij de slachtoffers in hun eer en goede naam aangetast. Het is vervelend om in de buurt van je eigen woning te worden geconfronteerd met allerlei verwensingen. De verdachte tast met zijn handelen ook het woongenot van de slachtoffers aan, zoals door hen is beschreven op de zitting in hoger beroep.

Het hof heeft ook kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 augustus 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde in het verleden meermalen is veroordeeld wegens soortgelijke feiten. Het hof weegt het strafblad van de verdachte in zijn nadeel mee in de strafoplegging.

Verder heeft het hof kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 10 september 2026. De reclassering schrijft daarin dat de verdachte de verantwoordelijkheid voor de ontstane situatie consequent buiten zichzelf legt. De reclassering ziet aanwijzingen dat dit mede samenhangt met zijn autismespectrumproblematiek. De verdachte en zijn partner leven in een sterk geïsoleerde situatie, waarbij nauwelijks sprake is van een steunend sociaal netwerk en het toekomstperspectief beperkt is. De draagkracht in de directe leefomgeving is inmiddels grotendeels uitgeput. De reclassering ziet aanknopingspunten voor interventies binnen de forensische psychiatrie en voor begeleiding in een gedwongen kader, maar ziet hiervoor geen kans van slagen vanwege de houding en ontbrekende motivatie van de verdachte. De reclassering adviseert oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden en benoemt dat de praktische uitvoerbaarheid van een taakstraf beperkt lijkt.

Op zitting in hoger beroep heeft de raadsman over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren gebracht dat de verdachte lijdt aan PDD-NOS, PTSS en ASS. Door deze stoornissen is het lastig om met de situatie om te gaan en om hulp te aanvaarden. Er is sprake van een burenconflict dat van kwaad tot erger gaat. De raadsman heeft naar voren gebracht dat de verdachte zelf ook slachtoffer is geworden in dit burenconflict en aangiftes heeft gedaan. Hij is bang om zijn huis te verlaten en durfde niet naar de zitting te komen. De verdachte en zijn partner willen graag verhuizen, maar de gemeente is hierbij niet behulpzaam en het is lastig om via de particuliere markt een woning te vinden, omdat zij van een uitkering leven. Het niet aangrijpen van hulp past bij het ziektebeeld van de verdachte. Hij wil wel hulp, maar niet zoals dat nu is geformuleerd.

Het hof onderkent dat aan de bewezenverklaarde feiten een burenruzie ten grondslag ligt die al lange tijd speelt. Deze heeft de aandacht van meerdere instanties, maar tot op heden is een oplossing niet bereikt. De bewezenverklaarde feiten vormen een onderdeel van dit grotere probleem. Het hof beschikt niet over de mogelijkheid om in deze strafzaak dit grotere probleem op te lossen en zal beoordelen welke strafrechtelijke reactie in dit concrete geval passend en gerechtvaardigd is.

Een schuldigverklaring zonder strafoplegging is naar het oordeel van het hof gelet op de ernst van de feiten en de aan de orde zijnde recidive niet aan de orde. Het hof acht oplegging van een geldboete - vanwege de recidive en financiële situatie van de verdachte - ook geen passende afdoening. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van (complexe) psychische problematiek bij de verdachte, waarvoor hij momenteel geen hulp ontvangt. Hij leidt een geïsoleerd bestaan. Onder die omstandigheden is het uitvoeren van een taakstraf niet uitgesloten, maar dat zou wel de nodige belasting meebrengen voor de verdachte.

Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien met de hierna te bepalen straf voor de niet aan de orde zijnde feiten in hoger beroep, zal het hof voor de bewezenverklaarde feiten dan ook niet ook een taakstraf opleggen. Het hof acht oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen, zodat de verdachte ertoe wordt aangespoord om zich in de toekomst te onthouden van het plegen van strafbare feiten en hem daarbij een straf boven het hoofd hangt wanneer hij dit toch doet. Hoewel de verdachte baat lijkt te hebben bij hulpverlening, stelt het hof vast dat hij hier momenteel niet voor open staat. Het hof zal daarom geen bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf verbinden.

Alles afwegende zal het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week opleggen.

Het hof ziet onvoldoende grond om daarnaast een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod met aangevers en een locatieverbod voor de percelen van aangevers, op te leggen. Het hof betrekt in die afweging de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de praktische bezwaren rondom de uitvoerbaarheid van zo’n maatregel omdat de verdacht en aangevers elkaars buren zijn. Het hof acht de voorwaardelijke gevangenisstraf – waaraan de algemene voorwaarde is verbonden dat verdachte zich niet opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit – een voldoende waarborg om te voorkomen dat de verdachte zich belastend gedraagt tegenover aangevers.

Strafbepaling op grond van artikel 423, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering

Nu het hoger beroep uitsluitend is gericht tegen het onder parketnummer 05-270727-25 tenlastegelegde zal het hof overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van artikel 423 van het Wetboek van Strafvordering eerst de straf bepalen ten aanzien van de onder parketnummer 05-065961-25 onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. Het hof bepaalt die straf op een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingediend voor schadevergoeding van € 285,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De politierechter heeft de vordering gedeeltelijk toegewezen tot € 150,-, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd en de vordering voor het overige afgewezen. De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep voor het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd.

De benadeelde partij heeft op zitting in hoger beroep verklaard dat de gevolgen van het handelen van de verdachte groot zijn. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft hij verzocht om het toe te wijzen bedrag te matigen.

Het staat vast dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde in haar eer of goede naam is geschaad. Op grond van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon van de benadeelde partij, komt daardoor geleden schade voor vergoeding in aanmerking. Het hof begroot de immateriële schade naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van het geval en gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen worden toegekend, op € 150,-. Het hof zal de vordering voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaren.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2025, tot aan de dag der gehele voldoening. Het hof zal de verdachte, die als de overwegend in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, veroordelen in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 1] is toegebracht tot een bedrag van € 150,-. De verdachte is daarvoor tegenover het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen tot een bedrag van € 150,-, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 1 dag kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingediend voor schadevergoeding van € 250,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De politierechter heeft de vordering gedeeltelijk toegewezen tot € 150,-, de schadevergoedingsmaatregel opgelegd en de vordering voor het overige afgewezen. De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep voor het oorspronkelijke bedrag gehandhaafd.

De benadeelde partij heeft op zitting in hoger beroep verklaard dat zijn leven de afgelopen 4 jaar stilstaat en dat dit neerwaarts gaat. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft hij verzocht om het toe te wijzen bedrag te matigen.

Het staat vast dat de benadeelde partij ten gevolge van het bewezenverklaarde in haar eer of goede naam is geschaad. Op grond van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon van de benadeelde partij, komt daardoor geleden schade voor vergoeding in aanmerking. Het hof begroot de immateriële schade naar billijkheid en met inachtneming van alle omstandigheden van het geval en gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen worden toegekend, op € 100,-. Het hof zal de vordering voor het meer gevorderde niet-ontvankelijk verklaren.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2025, tot aan de dag der gehele voldoening. Het hof zal de verdachte, die als de overwegend in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, veroordelen in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 2] is toegebracht tot een bedrag van € 100,-. De verdachte is daarvoor tegenover het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk. Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen tot een bedrag van € 100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 1 dag kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Wetsartikelen

De straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 36f, 57 en 266 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-270727-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-270727-25 onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het in zaak 05-065961-25 onder 1 en 2 bewezenverklaarde op:

een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-270727-25 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 150,00 (honderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijker echter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging te maken kosten, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-270727-25 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 150,00 (honderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 8 mei 2025.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-270727-25 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 100,00 (honderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijker echter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging te maken kosten, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-270727-25 onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 100,00 (honderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 25 juni 2025.

Dit arrest is gewezen door mr. D. Stikkelbroeck, mr. R.H. Koning en mr. J.L.F. Groenhuijsen, in aanwezigheid van de griffier mr. T.G. Remmink en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 oktober 2026.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 1 oktober 2026.

Tegenwoordig:

mr. J.L.F. Groenhuijsen voorzitter,

mr. C.C.M. Poland, advocaat-generaal,

mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.L.F. Groenhuijsen

Griffier

  • mr. N.D. Mavus-ten Elshof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand