[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ),
wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Namens de verdachte en door de officier van justitie is hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor vermelde vonnis.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 17 september 2026 en het onderzoek op de zitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voordracht aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsman,
mr. G.W.L.A.M. Koppen, advocaat te Eindhoven, hebben aangevoerd.
Het hof heeft ook kennisgenomen van wat het [slachtoffer] en haar advocate, mr. P.G.C.P. Smits, advocate te ’s-Hertogenbosch, naar voren hebben gebracht.
Het vonnis
De rechtbank heeft de verdachte wegens verkrachting veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 6 januari 2021 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden, een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het een en/of meermaals brengen van zijn penis in de mond en/of in de anus van die [slachtoffer] en/of het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer] waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte
- (toen die [slachtoffer] weg wilde gaan en om hulp riep) die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of
- die [slachtoffer] zijn kamer in heeft getrokken en/of
- (meermalen, althans eenmaal) die [slachtoffer] op zijn bed heeft geduwd/gegooid en/of
- die [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen en/of
- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of
- de hand van die [slachtoffer] op zijn penis en/of ter hoogte van zijn penis heeft gelegd en/of
- (meermalen, althans eenmaal) tegen die [slachtoffer] (in het Engels) heeft gezegd dat zij hem moest pijpen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- (meermalen, althans eenmaal) (toen die [slachtoffer] tegenstribbelde en/of weerstand bood) een dreigend geluid heeft gemaakt en/of
- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht ten opzichte van die [slachtoffer] en/of
- (meermalen, althans eenmaal) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Gebruikte bewijsmiddelen
In het geval tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring op in een aanvulling op dit arrest.
Daaronder valt in ieder geval de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting in hoger beroep.
De aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de gebruikte bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 6 januari 2021 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld en /of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden, een persoon, te weten [slachtoffer] , heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het een en/of meermaals brengen van zijn penis in de mond en /of in de anus van die [slachtoffer] en /of het laten betasten van zijn penis door die [slachtoffer] waarbij dat geweld en /of die één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte
- ( toen die [slachtoffer] weg wilde gaan en om hulp riep ) die [slachtoffer] heeft vastgepakt en /of
- die [slachtoffer] zijn kamer in heeft getrokken en /of
- (meermalen, althans eenmaal) die [slachtoffer] op zijn bed heeft geduwd /gegooid en /of
- die [slachtoffer] in het gezicht heeft geslagen en /of
- de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en /of
- de hand van die [slachtoffer] op zijn penis en/of ter hoogte van zijn penis heeft gelegd en /of
- ( meermalen , althans eenmaal) tegen die [slachtoffer] (in het Engels) heeft gezegd dat zij hem moest pijpen, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of
- ( meermalen , althans eenmaal)( toen die [slachtoffer] tegenstribbelde en/of weerstand bood ) een dreigend geluid heeft gemaakt en /of
- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht ten opzichte van die [slachtoffer] en /of
- ( meermalen , althans eenmaal) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en /of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.
Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
verkrachting.
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Strafbaarheid van verdachte
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat hij niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte een gevangenisstraf van 30 maanden zal opleggen. Hij is daarbij uitgegaan van het uitgangspunt van 36 maanden dat het openbaar ministerie hanteert. Hij heeft de proceshouding van de verdachte en de schending van de redelijke termijn in strafmatigende zin meegewogen.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft het hof verzocht om de verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, op te leggen. Volgens hem vormen de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, de persoon van de verdachte en de relatief milde houding van aangeefster redenen om tot een lagere straf te komen dan de rechtbank.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. Het hof heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van [slachtoffer] . De verdachte en het slachtoffer hadden een knipperlichtrelatie waarin zij meermalen seks met elkaar hadden. 6 januari 2020 was de datum dat zij elkaar drie jaar kenden en zouden zij samen een gezellige avond hebben. De dag hiervoor hadden de verdachte en het slachtoffer appcontact met elkaar, waarin aangeefster aangaf dat zij geen seks wilde tenzij ze allebei wilden en dat verdachte haar grenzen moest respecteren. Verdachte heeft daarmee ingestemd. De avond is anders verlopen. Op een bepaald moment zat het slachtoffer op het bed van de verdachte, kwam hij heel dichtbij en deed hij zijn hand in haar broek. Het slachtoffer heeft zichzelf hierna opgesloten in het toilet en de verdachte vanuit daar onder meer geappt dat zij naar huis wilde en zich onveilig voelde. Toen het slachtoffer haar spullen kwam pakken vanuit de slaapkamer, ging de verdachte tijdrekken. Hierop heeft het slachtoffer de slaapkamer verlaten en om hulp geroepen. De verdachte heeft het slachtoffer toen weer de slaapkamer ingetrokken, op het bed geduwd en geslagen. Hij heeft haar kleding uitgetrokken, haar vervolgens gedwongen om hem oraal te bevredigen en is hierna anaal bij het slachtoffer binnengedrongen. De verdachte is op grove wijze volledig voorbijgegaan aan de grenzen van het slachtoffer en indringende seksuele handelingen verricht, Hij heeft daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijk integriteit. Dit alles is gebeurd, terwijl het de verdachte van tevoren duidelijk was gemaakt dat het slachtoffer die avond mogelijk geen seks wilde en benadrukt was dat hij haar grenzen moest respecteren. Verdachte had daar nota bene mee ingestemd. Bovendien had de verdachte zich (nogmaals) kunnen beraden toen het slachtoffer zich op het toilet had opgesloten. Het hof acht het verder bijzonder kwalijk dat verdachte achteraf een video-opname heeft gemaakt, waarin hij het slachtoffer heeft gedwongen om te bevestigen dat er geen verkrachting had plaatsgevonden.
Het hof heeft de schriftelijke slachtofferverklaring gelezen. Het is pijnlijk dat het slachtoffer zich onderweg naar de afspraak met de verdachte al inbeeldde hoe zij later die avond naar huis zou rijden en zichzelf een schouderklopje zou geven omdat er niets was gebeurd wat zij niet wilde, terwijl zij in werkelijkheid op de terugweg 112 moest bellen om te vertellen wat er die avond was gebeurd. Het is fijn dat het inmiddels goed gaat met het slachtoffer en dat zij steeds meer het leven leidt dat zij wil. Het is bijzonder dat zij de verdachte het beste toewenst en van harte hoopt dat hij lief is voor de mensen om zich heen. Zij weet niet welke straf zou voor de verdachte zou willen, maar hoopt dat hij zich realiseert dat hij te ver is gegaan en gemotiveerd is om het in de toekomst beter te doen.
Het hof beschouwt het als positief dat de verdachte de moeite heeft genomen om vanuit [land] naar Nederland af te reizen om de zitting in hoger beroep bij te wonen en dat hij daar het bewezenverklaarde – voor het eerst – heeft bekend. De verdachte heeft op de zitting de indruk gewekt oprecht berouw te hebben van wat er is gebeurd en goed te zijn doordrongen van het kwalijke daarvan. Verder weegt het hof het tijdsverloop in het voordeel van de verdachte mee, nu het bewezenverklaarde al dateert van 2021.
Oriëntatiepunten
In de oriëntatiepunten voor straftoemeting (LOVS) is landelijk het straftoemetingsbeleid vastgelegd. Het uitgangspunt bij een verkrachting met een beperkte mate van dwang is een gevangenisstraf van 24 maanden en bij een verkrachting met geweld of een daarmee vergelijkbare mate van dwang een gevangenisstraf van 36 maanden. Naar het oordeel van het hof moet de bewezenverklaarde verkrachting ergens tussen deze twee categorieën worden geplaatst en daarom hanteert het hof als uitgangspunt bij de strafoplegging een bandbreedte van 24 tot 36 maanden gevangenisstraf.
Persoonlijke omstandigheden
Het hof heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 augustus 2026. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit, zodat het hof het strafblad niet in het nadeel van de verdachte meeweegt in de strafoplegging. Het hof is ook niet gebleken dat de verdachte sinds het bewezenverklaarde in Nederland of [land] in aanraking is gekomen met politie en/of justitie.
Op de zitting in hoger beroep heeft de verdachte verder over zijn persoonlijke omstandigheden verklaard dat hij in [land] woont en daar werkt als loodgieter. Een gevangenisstraf zou voor hem zou betekenen dat hij zijn hypotheek in [land] niet kan betalen – met detentie als gevolg – en dat hij niet kan zorgen voor zijn vader, die volledig invalide is.
Weging van het voorgaande
Het hof stelt voorop dat sprake is van een ernstig strafbaar feit. In de hiervoor beschreven factoren, waaronder de (in positieve zin gewijzigde) proceshouding van de verdachte, het naar het oordeel van hof relatief lage risico op recidive, het inmiddels verstreken tijds-verloop en de milde houding van het slachtoffer, ziet het hof aanleiding om een lagere gevangenisstraf op te leggen dan het in de hiervoor beschreven oriëntatiepunt geformuleerde uitgangspunt.
In beginsel acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, een passende afdoening.
Procesverloop
Het hof stelt vast dat in hoger beroep sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) met ongeveer 10 maanden. Het hof gaat daarbij uit van de eerste zitting in hoger beroep, omdat de behandeling van de zaak tweemaal is aangehouden op verzoek en in het belang van de verdediging. Het hof zal de hiervoor passend geachte gevangenisstraf daarom verminderen met 2 maanden. Hiermee is de inbreuk op artikel 6 van EVRM naar het oordeel van het hof afdoende gecompenseerd.
Conclusie
Alles afwegende zal het hof een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. R.H. Koning, mr. J.L.F. Groenhuijsen en
mr. D. Stikkelbroeck, in aanwezigheid van de griffier mr. T.G. Remmink en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 1 oktober 2026.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 1 oktober 2026.
Tegenwoordig:
mr. J.L.F. Groenhuijsen voorzitter,
mr. mr. C.C.M. Poland, advocaat-generaal,
mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.