ECLI:NL:GHARL:2026:632

ECLI:NL:GHARL:2026:632

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 21-000915-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Veroordeling poging tot afpersing. Verdachte erkent dreigbrieven te hebben geschreven. De telefoons waarmee de dreigende berichten zijn gestuurd zijn bij verdachte aangetroffen. Alternatief scenario dat een ander met deze telefoons de slachtoffers heeft afgeperst is volstrekt onaannemelijk. Vrijspraak medeplegen brandstichting, omdat betrokkenheid van verdachte onvoldoende concreet is om op basis daarvan te kunnen vaststellen dat verdachte een wezenlijke bijdrage aan het delict heeft geleverd. Het hof legt aan verdachte een gevangenisstraf van vier jaren op. Daarnaast wordt de voorwaardelijke invrijheidsstelling gedeeltelijk herroepen.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in [plaats] ,

op dit moment verblijvende in [PI] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen bovengenoemd vonnis van de rechtbank.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat besproken is op de zittingen van het hof van 22 oktober 2024, 15 januari 2026 en 12 februari 2026 en de zitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. S.L.J. Janssen, hebben aangevoerd.

Vonnis

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde en heeft dit gekwalificeerd als:

De rechtbank heeft aan verdachte een gevangenisstraf van vier en een half jaar opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling toegewezen, inhoudende een gevangenisstraf van 1520 dagen. Ten slotte heeft de rechtbank beslist op het beslag.

Het hof komt in dit arrest tot andere beslissingen over de bewezenverklaring, de strafoplegging, het beslag en de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1. primairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 augustus 2022 tot en met 1 oktober 2022 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of met bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen

tot de afgifte van een bedrag aan Bitcoins en/of geld ter waarde van 1 miljoen euro, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 augustus 2022 tot en met 1 oktober 2022 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meerdere familieleden van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zwarte mishandeling en/of met verkrachting door

2.hij op of omstreeks 2 september 2022 te [plaats]

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk

brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met (de achterzijde van) een Volvo XC40, althans met een brandbare stof,

ten gevolge waarvan die Volvo XC40 en/of een naastgelegen woning, gelegen aan de [adres] , geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,

en daarvan gemeen gevaar voor de in die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar voor de in die woning aanwezige personen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning aanwezige personen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen,

te duchten was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich grotendeels aangesloten bij de bewijsconstructie en bewijsoverwegingen in het vonnis. Ter zitting zijn de aanvullingen en verbeteringen op dit vonnis opgesomd en nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde, de poging tot afpersing, ten aanzien van aangever [slachtoffer 1] en van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde, de bedreiging, ten aanzien van aangever [slachtoffer 2] . Het alternatieve scenario van verdachte dat de bij verdachte aangetroffen telefoons, aangeduid als telefoon 1, 3, 4, 5 en 7, zouden rouleren en hij niet de vaste gebruiker was van deze telefoons, is ongeloofwaardig.

Ook kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde. De oorzaak van de brandstichting wordt mede ondersteund door de waarneming van een buurtbewoner. Verdachte kan via de verschillende (aan verdachte te linken) telefoons als opdrachtgever van de brandstichting worden aangemerkt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 bepleit dat als uit wordt gegaan van de verklaring van verdachte dit moet leiden tot vrijspraak. Het deel van de Wickr-conversatie waar verdachte aan heeft deelgenomen nadat hij de Google-telefoon had gekregen, kan niet tot bewezenverklaring van feit 1 leiden vanwege de formulering van het feitelijke deel van de tenlastelegging. Het enkele schrijven van de brieven is onvoldoende om als medepleger te kunnen worden aangemerkt. Uit het dossier blijkt verder niet wie de opdracht heeft gegeven. Ook kan het vereiste opzet niet bewezen worden, gelet op de verklaring van verdachte.

Subsidiair heeft de raadsman, zich gerefereerd ten aanzien van feit 1 voor zover dat ziet op de poging tot afpersing van [slachtoffer 1] . Bij [slachtoffer 2] is echter op geen enkele wijze melding gemaakt van het moeten afgeven van enig goed of geld of iets anders. Er is enkel opgeroepen om contact op te nemen. De verdediging verzoekt daarom verdachte partieel vrij te spreken van het onderdeel dat ziet op [slachtoffer 2] in het onder 1 primair tenlastegelegde en refereert zich ten aanzien van dit slachtoffer aan het oordeel van het hof voor wat betreft het subsidiair tenlastegelegde.

De verdediging heeft vrijspraak van feit 2 bepleit. Op grond van het onderzoek naar de brand kan niet worden vastgesteld dat sprake is geweest van brandstichting, mede omdat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor enig motief. Bovendien is onafhankelijk forensisch onderzoek uitgebleven waardoor enige zekerheid over de vraag of daadwerkelijk sprake is geweest van een brandstichting niet kan worden verkregen. Daarbij heeft de verdediging de opsteller van het rapport dat is opgemaakt in opdracht van de verzekeraar, de heer Evers , niet kunnen bevragen naar de bevindingen.

Mocht het hof wel tot een bewezenverklaring komen, dan doet de verdediging het voorwaardelijke verzoek om de deskundige Evers te bevragen over zijn conclusie dat de meest waarschijnlijke oorzaak gelegen is in brandstichting.

Daarnaast blijkt uit het dossier niet van contacten of communicatie over de brand tussen [medeverdachte] en verdachte. Zelfs al zou het hof anders denken over voorgaande, dan bevat het dossier onvoldoende om aan verdachte de zwaarwegende rol toe te bedelen waarmee zijn afwezigheid bij de vermeende brandstichting wordt gecompenseerd.

Oordeel van het hof

Het hof zal ten behoeve van de leesbaarheid de feiten opeenvolgend bespreken. Het hof neemt ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde een deel van de overwegingen van de rechtbank over en maakt dat deel tot de zijne. Dat deel is cursief weergegeven. Waar hierin ‘de rechtbank’ staat moet worden gelezen ‘het hof’.

Het deel of de delen die niet cursief weergegeven zijn, zijn de toevoegingen van het hof.

Feit 1

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij woont aan de [adres] in [plaats] . Op 31 augustus 2022 zag hij door een raam van de voordeur dat er een witte envelop op een afstand van ongeveer tien centimeter van de voordeur op de grond lag. Er stak een voorwerp uit de envelop en dit leek op een kogel. Aangever heeft de brief uit de envelop gehaald en de brief gelezen. Aangever zag dat er vier kogels in de envelop zaten.

In de brief stond het volgende: ‘Be smart, contact me on wickr: [accountnaam 1] . Pay and I’ll go. You get 1 chance. Test me and you and your family will find out very quick. This war you wont win.’ Aangever is directeur van een bitcoinhandelsbedrijf . Door deze brief en de kogels die in de brief zaten voelden aangever en zijn gezin zich ernstig bedreigd. Aangever heeft later in een telefoongesprek met de politie verklaard dat hij nog twee patronen had aangetroffen op een afstand van ongeveer drie meter van zijn voordeur.

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 2 september 2022 thuis was.

In de brievenbus zag hij een witte opgerolde envelop. Het voelde alsof er meerdere kogels in de brief zaten. Aangever heeft de brief niet geopend en direct de politie gebeld.

Aangever zag dat er twee kogels voor zijn deur lagen. Eén kogel stond rechtop op de trede voor de toegangsdeur. Eén kogel lag op de stoep voor de toegangsdeur naast de kinderfiets van hun dochter. Aangever had al slapeloze nachten na de brief die zijn compagnon had ontvangen. Dit heeft heel veel impact gehad op het gezin omtrent de veiligheid van aangever en zijn gezin. Aangever heeft twee kinderen en een vrouw en is bang voor hun veiligheid. Verbalisanten zagen voor de deur aan [adres] in [plaats] twee patronen liggen. De inbeslaggenomen envelop was geadresseerd met de naam en adres: ‘ [slachtoffer 2] , [adres] [plaats] ’. In de envelop zagen verbalisanten vier patronen van het kaliber 7.62 x 39 millimeter en een brief. Op de brief stond de tekst: ‘Contact me now, wickr: [accountnaam 1] , if you don’t listen I will have you, your family, your company until you will listen, Try me...’.

Op de voorzijde van de buitenzijde van de envelop die is aangetroffen op de [adres] in [plaats] zijn twee vingerafdrukken aangetroffen. Deze vingerafdrukken zijn voor dactyloscopisch onderzoek veiliggesteld en voorzien van de kenmerken SIN AAOH0218NL en SIN AAOH0220NL . De aangetroffen vingerafdrukken hebben geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon in [plaats] bekend onder de personalia: [verdachte] . De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein, aldus het rapport van het dactyloscopisch onderzoek.

Op 1 oktober 2022 is verdachte op [adres] in [plaats] aangehouden.

Bij de doorzoeking van deze woning werd een blauw notitieboekje (BVH-Goednummer 2833126 ) in beslag genomen. Dit notitieboekje is onderzocht door het NFI. Het NFI heeft twee hypotheses onderzocht. Hypothese 1 is dat de dreigbrieven uit het notitieboekje komen. Hypothese 2 is dat de dreigbrieven uit een ander soortgelijk notitieboekje komen.

De resultaten van het onderzoek wijzen veel sterker in de richting van hypothese 1, dat de dreigbrieven uit het notitieboekje komen, dan in de richting van hypothese 2. De kans om dit doorgedrukte schrift aan te treffen in dit notitieboekje als de dreigbrieven niet uit dit notitieboekje komen, wordt als zeer klein ingeschat. De bevindingen van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer de dreigbrieven uit het notitieboekje komen dan uit een ander soortgelijk notitieboekje.

Het handschrift van de dreigbrieven is vergeleken met het handschrift van verdachte.

De politie geeft aan dat het handschrift op de brieven op het eerste oog zeer veel overeenkomsten vertoont met het handschrift van verdachte.

Tussenconclusie

Op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat op 31 augustus 2022 in [plaats] en op 2 september 2022 in [plaats] een brief met daarbij meerdere kogels is bezorgd. In deze brieven werd de geadresseerde gemaand om contact op te nemen met het ‘ [accountnaam 1] ’ account op Wickr en hierbij werd naar het oordeel van de rechtbank dreigende taal gebruikt. Op de brief die in [plaats] is bezorgd zijn twee vingerafdrukken aangetroffen. De rechtbank concludeert op basis van het dactyloscopisch onderzoek dat deze vingerafdrukken afkomstig zijn van verdachte. Bij de doorzoeking van de woning waar verdachte is aangehouden is een notitieboekje aangetroffen. Op grond van het onderzoek van het NFI concludeert de rechtbank dat de afgeleverde brieven afkomstig zijn uit dit notitieboekje. Op basis van het vergelijkende handschriftonderzoek door de politie stelt de rechtbank vast dat het handschrift van verdachte overeenkomt met dat in de dreigbrieven. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene is geweest die de dreigbrieven heeft geschreven.

Deze conclusie heeft verdachte niet betwist. Hij heeft bekend de dreigbrieven te hebben geschreven.

Afleveren van de dreigbrieven

Op 8 augustus 2022 is door de Koninklijke Marechaussee een Audi A5 met [kenteken 2] in beslag genomen tijdens een verkeerscontrole onder de bestuurder [verdachte] . Aan het infotainmentsysteem van deze auto stonden een aantal apparaten gekoppeld via Bluetooth. Bovenaan deze lijst met gekoppelde apparaten staat een telefoon met Bluetooth-naam ‘ [naam] ’ en het [MAC-adres] . Dit betrof een Samsung SM- S908B, Galaxy S22 Ultra 5G. Het [MAC-adres] blijkt te horen bij een Samsung Galaxy S22 Ultra ( [nummer] ) met [IMEI nummer] . Daarnaast is er nog een andere telefoon (Samsung S20 Ultra; [nummer] ) gekoppeld aan hetzelfde Samsung-account. In de accountinformatie staat als naam ‘ [verdachte] ’ met geboortedatum 1987- [geboortedatum] .

Op 1 oktober 2022 om 16.10 uur werd verdachte aangehouden aan [adres] in [plaats] . Eén van de aanwezige verbalisanten zag op de grond van de woonkamer, ter hoogte van de televisie, twee telefoons liggen. Deze telefoons lagen in de directe omgeving van de aangehouden verdachte. Verbalisant zag dat beide telefoons ontgrendeld waren. Dit betroffen een Google Pixel 4XL (hierna: telefoon 1) en een Samsung S22 Ultra (hierna: telefoon 2). Een andere verbalisant zag een Samsung A22 (hierna: telefoon 3 of Diosmio telefoon) op het aanrecht liggen. Het scherm van alle drie de telefoons stond aan en de telefoons waren open. In een doosje op een eetkamerstoel in de woonkamer is een Samsung Galaxy A12 (hierna: telefoon 4), Samsung Galaxy A21s (hierna: telefoon 5), Samsung Galaxy S20 Ultra (hierna: telefoon 6) en een Samsung Galaxy A12 (hierna: telefoon 7) aangetroffen.

Uit onderzoek is gebleken dat de simkaart met het [telefoonnummer 1] ( [naam] ) in de periode van 5 juli 2022 tot en met 23 september 2022 is gebruikt in één van die zeven in beslag genomen telefoons, namelijk in telefoon 4.

In telefoon 4 zijn screenshots aangetroffen van gesprekken uit de applicatie ‘Signal’. Op deze screenshots is te zien dat naar de [accountnaam 5] de volgende berichten worden gestuurd (letterlijk weergegeven, eventuele taal- of spelfouten zijn niet verbeterd):

‘Vanavond kan je het beste envelop eigenaar 2 in [plaats] afgooien en eventueel iets achterlaten bij de auto’s die er staan.

Kogels achterlaten bij bv in [plaats] in de brievenbus…. (..)

Dan kan morgen [plaats] adres eigenaar 1, en bv adres [plaats] ’

In de image-map op telefoon 4 is ook een foto aangetroffen met daarop, voor zover relevant, de volgende inhoud (letterlijk weergegeven, eventuele taal- of spelfouten zijn niet verbeterd):

‘Eigenaar 1:

[slachtoffer 2] [geboortedatum] -1984

[adres]

[plaats] geen auto op naam.

Woont samen met [naam]

[geboortedatum] -1982 auto [kenteken 1] Nissan qashqai

rood en 2 kids 2015,2017

Eigenaar 2:

[slachtoffer 1] [geboortedatum] -1984

[adres]

[postcode] [plaats] auto (..)

Woont samen met [naam] ’

Uit de webhistorie van telefoon 4 blijkt dat op dinsdag 30 augustus 2022 is gezocht op ‘ [adres] [plaats] ’, ‘ [plaats] dorp’ en ‘ [adres] [plaats] ’. Op woensdag 31 augustus 2022 is – onder meer – gezocht op: ‘ [plaats] dorp’, ‘ [adres] [plaats] ’, ‘Bitcoin [plaats] ’. Op donderdag 1 september 2022 is gezocht op ‘ [adres] ’ en ‘ [bedrijf] ’.

De politie heeft de data van telefoon 6 en telefoon 2 geanalyseerd. Op beide telefoons werd een afbeelding aangetroffen met daarop een rijbewijs op naam van [verdachte] en een afbeelding met een Nederlandse Identiteitskaart van [verdachte] . Daarnaast werden er honderden selfies aangetroffen. Het IMSI-nummer van telefoon 6 en telefoon 2 zijn gelijk aan elkaar, te weten: [IMSI-nummer] . Na het analyseren van de inhoud van telefoon 6 en telefoon 2 kan worden gesteld dat telefoon 2 in gebruik is genomen na telefoon 6. Een groot deel van de inhoud en dan voornamelijk afbeeldingen lijken gekopieerd c.q. overgenomen te zijn naar telefoon 2, vandaar ook de overeenkomsten in honderden afbeeldingen. De gebruiker van telefoon 2 had verschillende accounts, waaronder een Gmail-account met het adres [e-mailadres] .

Blijkens sms-berichten van verschillende providers bevond telefoon 4 zich op 1 augustus 2022 in Spanje , op 5 augustus 2022 in Frankrijk , op 6 augustus 2022 in België en aansluitend in Nederland. Deze reisbeweging werd blijkens berichten van providers ook gemaakt met telefoon 2. Telefoons 4 en 6 hadden dezelfde ‘swipecode’ om de telefoon te openen. Telefoon 6 had als gebruikersnaam ‘ [naam] ’ en [IMEI nummer] en was zoals hiervoor al aangegeven gekoppeld aan het infotainmentsysteem van de door de Koninklijke Marechaussee onder verdachte in beslag genomen Audi A5 (waarin ook de naam ‘ [naam] ’ opgeslagen was).

Tussenconclusie

Gelet op de bevindingen van de politie en de inhoud van de telefoons stelt de rechtbank allereerst vast dat telefoon 2 en telefoon 6 de privételefoons van verdachte waren. Voorts dient de rechtbank vast te stellen wie de gebruiker was van telefoon 4. Uit de bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat telefoon 4 is aangetroffen in een doosje in de woonkamer samen met telefoon 6, de privételefoon van verdachte. In diezelfde woning is verdachte aangehouden. Uit onderzoek blijkt dat telefoon 4 en telefoon 2, de privételefoon van verdachte, dezelfde reisbeweging hebben gemaakt in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 6 augustus 2022 en dat de simkaart met het [telefoonnummer 1] ( [naam] ) in telefoon 4 zat in de periode van 5 juli 2022 tot en met 23 september 2022. Telefoon 6 had eveneens als gebruikersnaam ‘ [naam] ’ en bovendien dezelfde ‘swipecode’ om de telefoon te openen als telefoon 4.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat verdachte gebruiker was van telefoon 4.

In telefoon 4 is een dag voordat aangevers de dreigbrieven met daarbij meerdere kogels hebben gevonden gezocht naar ‘ [adres] [plaats] ’ en ‘ [adres] ’. Daarnaast zijn in deze telefoon screenshots aangetroffen waarin ‘ [accountnaam 5] ’ de opdracht wordt gegeven om een envelop bij eigenaar 2 in [plaats] af te gooien en om de dag erna naar [plaats] , naar het adres van eigenaar 1 te gaan. Uit de notitie blijkt dat met eigenaar 1 [slachtoffer 2] wordt bedoeld en met eigenaar 2 [slachtoffer 1] . Uit de eerdergenoemde aangiftes blijkt dat er ook daadwerkelijk een envelop met daarin een dreigbrief en meerdere kogels zijn afgeleverd bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte aan ‘ [naam] ’ de opdracht heeft gegeven om de dreigbrieven met daarbij meerdere kogels af te leveren bij aangevers.

Wickr-conversatie

Aangever [slachtoffer 1] heeft op eigen verzoek een Wickr account aangemaakt onder de naam ‘ [accountnaam 2] ’. Op 13 september 2022 heeft aangever onder begeleiding van medewerkers van de politie een bericht verzonden naar het account ‘ [accountnaam 1] ’. Op 19 september 2022 ontvangt aangever de volgende berichten (letterlijk weergegeven, eventuele taal- of spelfouten zijn niet verbeterd):

‘ [accountnaam 1] --> [accountnaam 2] :

dat weet je wel” (..)

[accountnaam 1] --> [accountnaam 2] :

Niet zo slim van je dit. Je had dit heel makkelijk op kunnen lossen maar nu kies je zelf ervoor om moeilijk te doen. Prima vriend ..dan gaan we toch lekker moeilijk doen. Ben

benieuwd wie dat beter kan.....

(…)

[accountnaam 3] --> [accountnaam 2] :

If you want to talk, this is your chance.. If you don’t, you will see us again very soon

and I will make very sure that it will not be as nice again (..)

[accountnaam 3] --> [accountnaam 2] :

20:15 How is the volvo (..)

[accountnaam 2] --> [accountnaam 3] :

20:26 Ik heb niet eens een volvo? Je hebt de verkeerde.. (..)

[accountnaam 3] --> [accountnaam 2] :

20:29 No you are not the wrong guy.. And if you were watching more carefully you would have seen a Volvo passing by a few times lately… We even smiled at you (..)

[accountnaam 3] --> [accountnaam 2] :

21:05 (..)If you decide not to pay. I will make your life a living nightmare... I will send my hyenas, again and again, I will attack you, your family, your loved ones (..) People will be taken form their homes, schools and jobs They will get tortured, raped and I will make sure you will get to see it. You will be responsible. I think that is worth a million, right mister? (..)

[accountnaam 3] —> [accountnaam 2] :

21:39 Have you thought about who you think is gong to be the first victim if you refuse to pay ????? (..)

[accountnaam 3] --> [accountnaam 2] :

21:42 Maybe [naam] ??? Or will it be [naam] and her two kids ? So

young still... Born in 2015 and 2017.. right??’

Op 21 september 2022 ontvangt aangever de volgende berichten (letterlijk weergegeven, eventuele taal- of spelfouten zijn niet verbeterd):

‘ [accountnaam 3] --> [accountnaam 2]

15:02 [accountnaam 1] … Ik ben hier. Praat maar in deze chat. Ik zal die andere telefoon later of morgen laten ophalen door een chauffeur, dan zal ik 1 bericht mee laten sturen en daarna gaat die telefoon de versnipperaar in.

(..)

[accountnaam 2] --> [accountnaam 3]

15:29 Ik ben ook een man van mijn woord, Hierna houdt het op en hoef je met meer bij me terug te komen. Ik probeer het vandaag te regelen. Zou je het bitcoin-adres hier alvast kunnen copy-pasten? Ik kan de QR-code niet scannen vanaf mijn telefoon.

(..)

[accountnaam 3] --> [accountnaam 2] (..)

15:42 [bitcoin-adres] ’

Het hof begrijpt dat dit het bitcoinadres is dat samenhangt met de QR-code waarvan het niet lukt om die te scannen.

Op 1 oktober 2022 tijdens de aanhouding van verdachte kreeg één van de aanwezige verbalisanten van een collega onder andere telefoon 1 overhandigd. Verbalisant zag dat het scherm open stond en herkende dit als de Wickr-conversatie met aangever ( [accountnaam 2] ). Verbalisant zag dat op de telefoon een Wickr-account met de naam ‘ [accountnaam 3] ’ actief was, waarin één gesprek stond met de gebruiker ‘ [accountnaam 2] ’.

Ook telefoon 3 is onderzocht door de politie. In deze telefoon is een berichtenwisseling via Signal aangetroffen met ‘ [accountnaam 4] ’. De inhoud van deze berichten luidt, voor zover relevant, als volgt (letterlijk weergegeven, eventuele taal- of spelfouten zijn niet verbeterd):

‘19-09-2022 21:27:02 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Heb foto van gemaakt en stuur via pixel (..)

19-09-2022 23:56:54 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Heb (…)tot 13.00 uur gegeven om 1 mil in wallet te gooien (..)

19-09-2022 23:58:46 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Heb je verteld over kinderen etc: (..)

19-09-2022 23 59 10 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Ik kan foto's maken van gesprek maar liever niet

19-09-2022 23:59:16 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Nee heoft niet broeder

19-09-2022 23.59:17 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Is op die pixel van me (..)

20-09-2022 00:00 00 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Heb na eerste 2 berichten op account die ik achter liet daar hem toegevoegd op pixel

20-09-2022 00 00 19 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] En daarop verder. Beide staan nu flight mode

20-09-2022 00:00:31 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Vpn aan

20-09-2022 00:00:35 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Op pixel?

20-09-2022 00:00:35 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Ja (..)

20-09-2022 00:36:51 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Trouwens hoe is de verdeling? Jij ik en die soldaat gewoon toch? (..)

20-09-2022 00:37:02 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Yes broer

20-09-2022 00:37:12 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Samen delen (..)

20-09-2022 00 38 19 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Ja geen probleem broer laten we hem eerst zo ver krijgen het over te maken hahahaha daarna gaan we praten over luxe problemen (..)

20-09-2022 00 39 27 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Broer ik dacht zelfs misschien bas

20-09-2022 00 39 42 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Toen zei ik hoe is het met je volvo

20-09-2022 00 39.57 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Zei hij huh ik heb helemaal geen volvo je hebt de verkeerde

20-09-2022 00 40 11 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Of nee ik zei DE volvo..niet JE volvo Toen maakte ik ervan dat ik een aantal x met een volvo langs hem reed en zelfs naar hem heb gelacht…

20-09-2022 00:40:49 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Abhaahhaha (..)

21-09-2022 15:39:48 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] [bitcoin-adres]

21-09-2022 15:40:37 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Hier broeder (..)

21-09-2022 16:03:13 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Dit soort mensen...pfff hij heeft me 2 nachten wakker gehouden he

Denk heel de tijd aan hem. Ben hem gek aan het maken ook broer als je ziet hoe ik met deze man praat he. Met 2 tels, eentje nl eentje engels

21-09-2022 16:04:04 + [telefoonnummer 3] + [telefoonnummer 2] Hahahha kon eergister ook niet slape ik dacht hele dag aan die mille (..)

22-09-2022 19:22:33 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Pixel net gekeken broer, nada’

De Diosmio telefoon/telefoon 3 werd gebruikt tussen 7 september 2022 tot en met 1 oktober 2022. In die periode werden vanaf de telefoon via Signal 70 audioberichten verzonden naar 8 verschillende contacten. In 68 berichten herkende een verbalisant de stem van [verdachte] . De politie heeft de verzonden audioberichten in chronologische volgorde onder elkaar gezet met aanduiding van datum, tijd en ontvanger. Deze tabel start op 7 september 2022 om 20.02.33 uur en eindigt op 30 september 2022 om 19.37.02 uur. Uit de tabel blijkt dat op 18 van de 25 dagen één of meerdere audioberichten zijn verzonden.

In de chat vanaf het DiosMio!-account met ‘ [accountnaam 4] ’ werden zeven ingesproken audioberichten gestuurd. Alle audioberichten waren volgens de verbalisant ingesproken door [verdachte] . Verbalisant hoorde dat de stem qua accent, intonatie en stemhoogte overeenkwam met de audio van de ingesproken spraakberichten. De inhoud van deze (spraak)berichten, voor zover relevant, luiden als volgt letterlijk weergegeven, eventuele taal- of spelfouten zijn niet verbeterd):

‘20-9-2022 14:06:41 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Heb het ff gekopieerd naar notities aan mezelf in signal op die pixel zodat verder geen account namen te zien zijn

Dit … (...)

20-9-2022 22:42:00 + [telefoonnummer 2] + [telefoonnummer 3] Ingesproken bericht: Nee bro, nog niet euh. Maar ik heb die.. die telefoon heb ik niet bij me. Die heb ik zometeeen wel. Is er reactie dan? Heb je euh... Is euh euh... Staat er iets op?’

Telefoon 3 is onderzocht en in de afbeeldingenmap werden zes foto’s aangetroffen van een graf met bloemen. De foto’s zijn gemaakt met telefoon 3 op 17 september 2022 tussen 19.01.40 uur en 19.02.04 uur. In telefoon 2 stonden diverse foto’s van exact hetzelfde graf met bloemen met daarnaast foto’s van een familiegraf dat blijkens de grafsteen aan de familie [achternaam verdachte] toebehoort. De foto’s waren gemaakt met telefoon 2, eveneens op 17 september 2022, maar dan tussen 18.55.32 uur en 19.00.28 uur.

In de digitale image van de Diosmio telefoon kwam voortdurend een Ziggo-netwerk terug met de aanduiding [netwerknummer] . Blijkens een eerdere CIOT bevraging op [adres] in [plaats] was op dat adres een HardwareID met de [code] geregistreerd. Op basis van alle beschikbare gegevens wordt aannemelijk geacht dat de verbinding met het draadloze netwerk telkens is verlopen via de router met [MAC-adres] . Uit het logbestand blijkt dat op 48 van de in totaal 53 dagen in de periode 10 augustus 2022 tot en met 1 oktober 2022 verbinding is gemaakt met het draadloze netwerk [netwerknummer] – naar alle waarschijnlijkheid verlopen via de router in de woning aan [adres] . Op de dagen waarop er geen verbinding was tussen de telefoon en het netwerk [netwerknummer] is niet met een ander wifi netwerk contact gemaakt. Op vrijwel al die 48 dagen is er meermalen per dag verbinding gemaakt tussen de telefoon en het wifi netwerk, verspreid over de dag.

Tussenconclusie

Uit de bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat aangever op 13 september 2022 contact heeft opgenomen met de accountnaam ‘ [accountnaam 1] ’ op Wickr. Op 19 september 2022 zijn met het account ‘ [accountnaam 1] ’ twee berichten gestuurd. Vervolgens heeft ‘ [accountnaam 3] ’ een bericht gestuurd. Op 21 september 2022 stuurt ‘ [accountnaam 3] ’ een bericht naar ‘ [accountnaam 2] ’ met daarin de mededeling dat dit ‘ [accountnaam 1] ’ is. Uit de gesprekken blijkt dat ‘ [accountnaam 1] ’ Nederlandstalige berichten stuurt en ‘ [accountnaam 3] ’ tot 21 september 2022 Engelstalige berichten en dat [accountnaam 3] daarna overgaat op het Nederlands. Uit het gesprek dat telefoon 3 voert met ‘ [accountnaam 4] ’ blijkt dat de gebruiker van telefoon 3 een account heeft toegevoegd op de Pixel-telefoon nadat hij de eerste twee berichten had verstuurd en dat hij hem gek aan het maken is met twee telefoons, eentje in het Nederlands en eentje in het Engels. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank dat achter het account ‘ [accountnaam 1] ’ en account ‘ [accountnaam 3] ’ dezelfde persoon zat.

In de woning waar verdachte werd aangehouden lag telefoon 1 met het scherm open en hierop was het gesprek tussen ‘ [accountnaam 3] ’ en ‘ [accountnaam 2] ’ gaande. In deze woning is ook telefoon 3 aangetroffen. In telefoon 3 werden meerdere gesprekken gevoerd met ‘ [accountnaam 4] ’ waarin gerefereerd wordt aan het gesprek op de Pixel (telefoon 1). Zo wordt bijvoorbeeld aangegeven dat er een foto is gemaakt en dat deze met de pixel wordt verstuurd. Ook wordt aangegeven dat de gebruiker van telefoon 3 liever geen foto maakt van het gesprek en dat dit (de rechtbank begrijpt het gesprek) op die ‘pixel van me’ is. Daarnaast vertelt de gebruiker van telefoon 3 aan ‘ [accountnaam 4] ’ dat hij had gevraagd naar de Volvo. Dit komt overeen met het gesprek dat ‘ [accountnaam 3] ’ even daarvoor met ‘ [accountnaam 2] ’ heeft gevoerd. Ook verwijst de gebruiker van telefoon 3 in een bericht naar telefoon 1 (Heb het ff gekopieerd naar notities aan mezelf in signal op die pixel). Tot slot wordt ook in een spraakbericht door de gebruiker van telefoon 3 verwezen naar telefoon 1 (Maar ik heb die.. die telefoon heb ik niet bij me. […] Is er reactie dan? […] Staat er iets op?). Alles in onderling verband en samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat zowel telefoon 1 en telefoon 3 door dezelfde persoon werden gebruikt.

Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat achter de accountnamen ‘ [accountnaam 1] ’ en ‘ [accountnaam 3] ’ dezelfde persoon zat en telefoon 1 en telefoon 3 dezelfde gebruiker hadden, dient de rechtbank vast te stellen wie deze gebruiker was. Bij de aanhouding van verdachte lag telefoon 3 op het aanrecht en was het scherm geopend. Uit onderzoek blijkt dat met telefoon 3 in totaal 70 audioberichten zijn verstuurd waarbij op 68 audioberichten de stem van verdachte wordt herkend. Van deze berichten zijn er zeven audioberichten gericht aan ‘ [accountnaam 4] ’. Op 18 van de 25 dagen zijn één of meer audioberichten verzonden. Uit de digitale image blijkt dat telefoon 3 op 48 van de 53 dagen verbinding maakt met het draadloze netwerk die verloopt via [adres] in [plaats] . Daarnaast zijn op telefoon 3 afbeeldingen, gemaakt met telefoon 3, gevonden van het familiegraf van verdachte. Foto’s van exact hetzelfde graf zijn enkele minuten daarvoor ook gemaakt met telefoon 2, de privételefoon van verdachte. Alles in onderling verband en samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat telefoon 3 in gebruik was bij verdachte en dat hij dus ook de gebruiker was van telefoon 1. Het standpunt van de verdediging dat zowel verdachte als [naam] gebruik maakten van telefoon 3 acht de rechtbank op basis van het dossier niet aannemelijk. Het enkele bericht ‘Yes baba ik ben nu onderweg naar [plaats] om op te halen. Ik pak 20x PARIS en 12x die van video zeg maar waar naartoe’ maakt naar oordeel van de rechtbank, mede gelet op wat zij hiervoor heeft overwogen, niet aannemelijk dat telefoon 3 – zoals door de verdediging aangevoerd – een (frequent) roulerende telefoon betrof, waarbij het ook nog eens zo zou zijn dat, telkens als er berichten werden gestuurd aan ‘ [accountnaam 2] ’, verdachte daarvan níet de gebruiker was. Ook het over en weer sturen van foto’s tussen telefoons maakt naar oordeel van de rechtbank, in het licht van het voorgaande, niet aannemelijk dat die telefoons verschillende gebruikers hadden.

Op basis van de bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt onder andere dat verdachte met ‘ [accountnaam 4] ’ overlegt over de wijze waarop de opbrengst verdeeld wordt, doet ‘ [accountnaam 4] ’ suggesties over wat verdachte kan zeggen tegen aangever en stuurt hij een bitcoinadres naar verdachte van een ‘bitcoinwallet’, bedoeld om de betaling van aangever mee te ontvangen. Ditzelfde bitcoinadres wordt enkele minuten later naar aangever gestuurd door verdachte.

Conclusie

Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte de dreigbrieven heeft geschreven en de berichten via Wickr heeft gestuurd, dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of het handelen van verdachte kan worden aangemerkt als een poging afpersing. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Verdachte heeft aangever [slachtoffer 1] doen geloven dat hij Bitcoins ter waarde van 1 miljoen euro moest overmaken, althans een substantiële hoeveelheid geld of andere goederen van waarde. Zowel aangever [slachtoffer 1] als aangever [slachtoffer 2] hebben een brief ontvangen waarin contact moest worden opgenomen met dezelfde accountnaam op Wickr. Bij deze brieven zaten meerdere kogels en bij beide aangevers waren meerdere kogels voor de deur gelegd. Zowel in de brieven als in de Wickr-conversatie werden dreigende teksten geuit. Verdachte heeft hiermee de grenzen van het betamelijke ver overschreden en moet zich dat ook gerealiseerd hebben. Verdachte heeft uiteindelijk geen wederrechtelijk voordeel gekregen van de afpersing. Dat lag echter niet aan hem, maar aan het feit dat de politie er in een vroeg stadium bij betrokken is geraakt. De rechtbank acht de primair tenlastegelegde poging tot afpersing van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] dan ook wettig en overtuigend bewezen. Dat [slachtoffer 2] geen contact heeft opgenomen met verdachte via Wickr en dat er geen berichten rechtstreeks naar [slachtoffer 2] zijn gestuurd waarin staat dat [slachtoffer 2] moet betalen, maakt dat oordeel niet anders.

Het hof overweegt hiertoe – in afwijking van het standpunt van de advocaat-generaal en de verdediging – als volgt. Het hof is van oordeel dat het in de brievenbus stoppen van de brief met daarin kogels en het verzoek om contact op te nemen gedragingen betreffen die in het licht van de hiervoor weergegeven bevindingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden aangemerkt als een begin van uitvoering van afpersing. Uit het hiervoor weergegeven berichtenverkeer via Signal met ‘ [naam] ’ dat is aangetroffen op telefoon 4, alsmede de notitie die is aangetroffen op diezelfde telefoon, blijkt immers dat op gecoördineerde wijze achtereenvolgens ‘eigenaar 1’ en ‘eigenaar 2’ zijn benaderd (zijnde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ). Het hof leidt hieruit af dat beide compagnons met dezelfde intentie zijn benaderd en zodoende is er óók sprake van een poging tot afpersing van aangever [slachtoffer 2] , die zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.

Medeplegen

Uit de gesprekken die verdachte heeft gevoerd met ‘ [accountnaam 4] ’ en de screenshots met daarin het gesprek met ‘ [naam] ’ volgt dat verdachte ten tijde van de afpersing opdrachten gaf aan ‘ [naam] ’ en overleg voerde met ‘ [accountnaam 4] ’ over de afpersing. Zo deed ‘ [accountnaam 4] ’ bijvoorbeeld verdachte suggesties aan de hand om de kans te vergroten dat betaling ontvangen zou worden. Ook spraken verdachte en ‘ [accountnaam 4] ’ over de verdeling van de opbrengst van de afpersing. De rechtbank is van oordeel dat hiermee sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en in ieder geval twee andere personen, te weten ‘ [naam] ’ en ‘ [accountnaam 4] ’. De rechtbank acht hiermee ook medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat er geen sprake zou zijn van (dubbel) opzet op de afpersing en de samenwerking is het hof van oordeel dat uit de bewoordingen die in de brief en in de verdere communicatie naar de aangevers toe is gebruikt het opzet op de afpersing genoegzaam naar voren komt. Het opzet op het medeplegen van de afpersing komt eveneens duidelijk naar voren in de communicatie tussen verdachte en ‘ [naam] ’ en ‘ [accountnaam 4] ’.

Alternatieve scenario

In voorgaande vaststellingen ligt de verwerping besloten van het door verdachte aangedragen (alternatieve) scenario dat alleen [naam] verantwoordelijk was voor het versturen van de (in de tenlastelegging betrokken) berichten en dat verdachte geen strafwaardige betrokkenheid zou hebben gehad bij de feiten.

Ten overvloede merkt het hof op dat de stelling van de verdediging – dat niet met zekerheid kan worden uitgesloten dat [naam] betrokken is bij de feiten en de telefoons heeft gebruikt – geenszins dragend is voor de conclusie dat het bewijs jegens verdachte niet volstaat. Verdachte erkent de dreigbrieven te hebben geschreven. De telefoons waarmee de dreigende berichten zijn gestuurd zijn (enkel) in zijn aanwezigheid aangetroffen. De uitleg van verdachte dat hij in de tenlastegelegde periode wel gebruik maakte van de Google Pixel telefoon (telefoon 1) en de Diosmio-telefoon (telefoon 3), maar dat hij dit steeds precies niet zou hebben gedaan op momenten dat met die telefoons is gecommuniceerd over onderhavige feiten – en dat hij ook geen weet had van die communicatie – is mede in het licht van voorgaande bevindingen volstrekt onaannemelijk.

Feit 2

Het hof is van oordeel dat er in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde.

Nog afgezien van het standpunt van de verdediging dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest van brandstichting, stelt het hof voorop dat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat verdachte degene is geweest die die brand zou hebben aangestoken; daarmee kan hij niet als pleger worden aangemerkt. Voor de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medepleger moet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat bij het begaan van het feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van verdachte aan het strafbare feit zal van voldoende gewicht moeten zijn. De bijdrage van de medepleger kan in uitzonderlijke gevallen in hoofdzaak vóór of ná het strafbare feit zijn geleverd. Een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal in dergelijke gevallen moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding.

Het hof is van oordeel dat er weliswaar aanwijzingen zijn voor enige betrokkenheid van verdachte, maar de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en andere(n) blijkt onvoldoende. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de aanknopingspunten die wijzen op betrokkenheid van verdachte zijn onvoldoende concreet om op basis daarvan te kunnen vaststellen dat verdachte daadwerkelijk een wezenlijke bijdrage aan het delict heeft geleverd. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Voorwaardelijk verzoek

Nu het hof verdachte zal vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde komt het hof niet toe aan het beoordelen van het door de verdediging gedane voorwaardelijke verzoek.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.primairhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 augustus 2022 tot en met 1 oktober 2022 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of met bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen

tot de afgifte van een bedrag aan Bitcoins en/of geld ter waarde van 1 miljoen euro, in elk geval enig geldbedrag en/of goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of een derde toebehoorde(n),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en subsidiair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat als de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegewezen, daar in strafmatigende zin rekening mee dient te worden gehouden bij de vaststelling van de straf in de onderhavige zaak. Zowel de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling als de op te leggen straf in de onderhavige zaak volgen dan immers uit dezelfde bewezenverklaring. Bovendien dient de omstandigheid dat verdachte lange tijd een enkelband heeft gedragen in het kader van de proeftijd die aan de voorwaardelijke invrijheidstelling was gekoppeld, bij het opleggen van de straf betrokken te worden. Ook de omstandigheid dat verdachte meer dan een jaar onterecht in de Extra Beveiligde Inrichting ( [PI] ) heeft gezeten, moet van strafmatigende invloed zijn op de hoogte van de straf.

Verder is door de verdediging betoogd dat er minder bewezenverklaard kan worden dan tenlastegelegd en dat ook de rol en betrokkenheid van verdachte kleiner was dan tenlastegelegd. Als het hof tot een bewezenverklaring van feit 1 primair komt, dan is er sprake van een strafbare poging (en dus niet van een voltooid delict) en is die poging tot afpersing niet gepaard gegaan met geweldshandelingen. Onder verwijzing naar jurisprudentie heeft de raadsman bepleit dat de in eerste aanleg opgelegde straf bovengemiddeld hoog is gelet op het type zaak.

De raadsman heeft gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich (samen met anderen) schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van twee directeuren van hetzelfde bedrijf. Verdachte heeft samen met zijn mededaders ervoor gezorgd dat kogelbrieven en kogelpatronen werden achtergelaten bij hun woningen. In die brieven stond de (in)dringende oproep om contact op te nemen met een bepaald Wickr-account. In het daaropvolgende chatgesprek tussen verdachte en één van hen werden diverse, zeer ernstige bedreigingen geuit, niet alleen in de richting van beide slachtoffers, maar ook in de richting van hun partners en kinderen. Als de slachtoffers niet zouden overgaan tot betaling van het geëiste geldbedrag, dan zou het leven van de slachtoffers en hun geliefden verworden tot ‘een levende nachtmerrie’. Gedreigd werd onder andere dierbaren van de slachtoffers te martelen en te verkrachten. De partners en kinderen van slachtoffers werden daarbij met naam en toenaam genoemd. Van de kinderen van één van de slachtoffers werd ook nog eens expliciet melding gemaakt van hun jonge leeftijd. Dat allemaal – zo blijkt uit de chatgesprekken tussen verdachte en ‘ [accountnaam 4] ’ – om de kans op betaling te vergroten. Alsof de bewoordingen van de bedreigingen niet indringend genoegd waren, werden de bedreigingen ondersteund met foto- en videomateriaal van vuurwapens.

De intensiteit van de door verdachte gestuurde berichten is hoog en de toon daarvan dreigend en zeer indringend. Uit de berichten blijkt een totaal gebrek aan empathie en de berichten zijn buitengewoon kil. Daar komt bij dat het niet bij een enkel bericht bleef, maar verdachte gedurende een langere periode deze ingrijpende berichten dag en nacht stuurde. De ontvanger van deze berichten kon zich dan ook niet onttrekken aan de bedreigingen. Door de bedreigende brieven en kogels bij de woningen van de slachtoffers achter te laten heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de gevoelens van veiligheid van de slachtoffers. Thuis is bij uitstek de plek waar iedereen zich veilig moet voelen.

De chatberichten en daarmee gepaard gaande bedreigingen zijn enkel gestopt als gevolg van de aanhouding van verdachte door de politie. Daarmee heeft de politie mogelijk (nog) erger leed voorkomen, immers in de chatgesprekken tussen verdachte en ‘ [accountnaam 4] ’ wordt erover gesproken dat er waarschijnlijk eerst nog naar binnen geschoten moet worden (het hof begrijpt: in de woningen van de slachtoffers) voordat er een betaling zal plaatsvinden.

Verdachte en zijn mededaders hebben bij hun handelen enkel hun eigen (geldelijk) belang vooropgesteld. Zij hebben geen enkele rekening gehouden met het leed dat zij de slachtoffers aandeden. Uit de in eerste aanleg overgelegde slachtofferverklaring blijkt de grote impact die het gebeuren op het leven van de slachtoffers en hun gezinnen heeft gehad. Niet alleen hebben zij slapeloze nachten gehad na het ontvangen van de kogelbrieven, zij hebben vanwege de angst en dreiging ook enige tijd hun huizen moeten verlaten en hebben op andere, wisselende adressen moeten verblijven. Eén van de slachtoffers en zijn partner hebben twee maanden niet kunnen werken als gevolg van de poging tot afpersing.

Verdachte is in hoger beroep vrijgesproken voor het onder 2 tenlastegelegde. Daar zal in de strafoplegging rekening mee worden gehouden. Het zwaartepunt van deze strafzaak ligt naar oordeel van het hof echter evident bij het onder 1 tenlastegelegde. Dit is een zeer ernstig strafbaar feit met een zwaar crimineel karakter.

Persoon van verdachte

Het hof heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 15 december 2025. Hoewel verdachte geen relevante recente documentatie heeft, is hij wel eerder veroordeeld voor ernstige strafbare feiten. Hij is in november 2014 voor het medeplegen van een poging tot moord veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren en negen maanden en in dit kader is hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Verder is verdachte in 2007 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens het medeplegen van vrijheidsberoving, afpersing, diefstal met geweld en wapenbezit.

Verder heeft het hof kennisgenomen van het advies van de reclassering van 24 juli 2025 dat is uitgebracht in het kader van verzoeken betreffende de voorlopige hechtenis.

In contact met de reclassering toont verdachte geen pro-criminele houding. Dit was echter ook niet het geval tijdens het eerder lopende toezicht in het kader van de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Verdachte hield zich volgens de reclassering destijds aan de voorwaarden horende bij het toezicht, maar desondanks kon niet voorkomen worden dat verdachte recidiveerde en in onderhavige zaak in beeld kwam. Omdat het langdurige reclasseringscontact en bijbehorende interventies recidive niet hebben voorkomen, ziet de reclassering geen aanknopingspunten voor interventies die gedragsverandering kunnen bewerkstelligen.

Het hof is gelet op de ernst van de feiten en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd – met de rechtbank – van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Het hof zal een gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan gevorderd, nu het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de advocaat-generaal en omdat het hof – met de rechtbank – van oordeel is dat navolgende straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en tevens meer in lijn ligt met straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Het hof ziet – in tegenstelling tot het verzoek van de raadsman – geen aanleiding om in strafmatigende zin rekening te houden met de plaatsing van verdachte in de [PI] . Deze plaatsing vond zijn aanleiding in een andere zaak en verdachte had daartegen desgewenst (rechts)middelen in kunnen stellen. Ook ziet het hof geen aanleiding om bij de strafoplegging rekening te houden met de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Redelijke termijn

Wat betreft het tijdsverloop moet de behandeling van deze zaak, waarin verdachte in verband met het bewezenverklaarde langer dan zestien maanden in voorlopige hechtenis heeft verkeerd, zijn afgerond met een eindarrest binnen zestien maanden nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Verdachte heeft op 27 februari 2024 hoger beroep ingesteld en dit arrest is van 12 februari 2026. Daarmee is in hoger beroep sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer zes maanden. Deze overschrijding is mede te wijten aan verschillende onderzoekswensen van de verdediging die op 22 oktober 2024 ter regiezitting zijn besproken. Twee van de getuigen bleken, na verschillende pogingen, niet te traceren door de raadsheer-commissaris. Voorgaande inbreuk is betrekkelijk gering van aard, gelet op de duur van de navolgend op te leggen straf in samenhang met de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Om die reden ziet het hof geen reden om de inbreuk te compenseren anders dan door de enkele constatering dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Strafmaat

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

Verdachte is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 18 november 2014 (2300329712) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) jaren en 9 (negen) maanden. Verdachte is in dat kader op enig moment voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft op 1 december 2022 een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna VI) ingediend bij de rechtbank Gelderland. Deze vordering strekt tot herroeping van de VI in verband met de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. De periode van de VI bedraagt – nadat eerder al een periode van 30 dagen is herroepen – 1520 dagen.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal vordert volledige herroeping van de VI van 1520 dagen. De advocaat-generaal heeft gemotiveerd uiteengezet dat de proeftijd daadwerkelijk is gestart op 9 november 2018 en, wegens detentie op andere titels, is geëindigd op 13 april 2023. Nu de strafbare feiten ruim binnen deze proeftijd zijn gepleegd is de herroeping van de gehele VI gerechtvaardigd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair afwijzing van de vordering bepleit. De verdediging stelt vraagtekens bij de datum waarop verdachte in vrijheid is gesteld en de proeftijd is aangevangen. Voorts stelt de verdediging dat de proeftijd dient te worden verkort met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in het onderzoek Duin, in welke zaak verdachte nadien (vooralsnog niet onherroepelijk) is vrijgesproken. De verdediging heeft uiteengezet dat de proeftijd daadwerkelijk is gestart op 11 augustus 2018 en dus geëindigd is op 21 september 2022. In die periode was verdachte blijkens zijn verklaring nog niet betrokken bij onderhavige feiten, en dus hebben zijn gedragingen na het einde van de proeftijd plaatsgehad.

Subsidiair verzoekt de verdediging – met het oog op proportionaliteit – mee te wegen dat de feiten nagenoeg aan het einde van de zeer lange proeftijd zijn gelegen en dat verdachte gedurende die proeftijd ernstig in zijn bewegingsvrijheid is beperkt.

Oordeel van het hof

Het hof dient allereerst vast te stellen in welke periode verdachte in onderhavige VI-proeftijd liep. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de tijdlijn zoals deze ter zitting door de advocaat-generaal is uiteengezet. De proeftijd is formeel gestart op 14 mei 2018, maar feitelijk op 9 november 2018 omdat verdachte vanaf zijn fictieve VI-datum een tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden onderging. Het strafrestant was 1550 dagen, waarmee de einddatum van de VI-proeftijd in beginsel op 6 februari 2023 stond. Omdat verdachte gedurende deze periode meerdere dagen in detentie heeft gezeten op andere titels, waardoor de proeftijd op dat moment niet doorliep, is de daadwerkelijke einddatum van de proeftijd opgeschoven naar 13 april 2023. Het hof is van oordeel dat de proeftijd is ingegaan op 9 november 2018 en doorliep tot 13 april 2023.

Het standpunt van de verdediging dat de voorlopige hechtenis die verdachte in onderzoek Duin heeft ondergaan (voorafgaand aan het ingaan van de VI-proeftijd), verrekend dient te worden met onderhavige VI-periode, vindt geen steun in het recht. In geval verdachte in de strafzaak die ziet op onderzoek Duin onherroepelijk zou worden vrijgesproken, dan biedt de wet mogelijkheden om vanwege het in die zaak ondergane voorarrest schadevergoeding te verkrijgen of om die tijd in mindering te laten brengen op de tenuitvoerlegging van een andere onherroepelijke vrijheidsstraf. Het hof volgt de raadsman dan ook niet in zijn betoog dat de onderhavige proeftijd moet worden bekort vanwege detentie in het onderzoek Duin.

Op grond van het bewezenverklaarde, zoals reeds uiteengezet, is komen vast te staan dat verdachte zich tijdens de VI-proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, en dus de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De vordering van het Openbaar Ministerie tot herroeping van de VI is daarom voor toewijzing vatbaar.

Ten overvloede merkt het hof op dat, ook als het standpunt van de verdediging zou worden gevolgd met een einddatum van de proeftijd op 21 september 2022, het onder 1 bewezenverklaarde feit binnen de proeftijd is begaan.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de VI wordt herroepen als er sprake is van een ernstige schending van een VI-voorwaarde. Het hof dient hierbij aan de hand van de omstandigheden van het geval te bepalen welke reactie op overtreding van een voorwaarde passend is. Het hof is daarbij vrij in de keuze en de waardering van de factoren die voor de beslissing van belang zijn. Het hof overweegt in dit verband dat het voor de effectiviteit van de regeling van de VI van het grootste belang is dat aan het overtreden van gestelde voorwaarden strenge gevolgen worden verbonden. Uitgangspunt is dat het aantal dagen VI alsnog geheel wordt ondergaan, tenzij dit disproportioneel zou zijn gelet op de ernst van het feit dat tot de vordering tot herroeping heeft geleid, dan wel omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden.

De verdediging heeft uiteengezet dat verdachte gedurende zijn VI onderworpen was aan aanzienlijke vrijheidsbeperkende maatregelen. Zo heeft verdachte gedurende lange periode geleefd met een enkelband. De vrijheid van iemand die onderworpen is aan een VI is geenszins gelijk te stellen met een gemiddelde burger, en daar bestaan ook gerechtvaardigde redenen voor. Het hof erkent desondanks dat verdachte gedurende een lange periode onderworpen is geweest aan aanzienlijke vrijheidsbeperkende maatregelen. Dit in samenhang met de omstandigheid dat verdachte het bewezenverklaarde tegen het einde van de langdurige VI-proeftijd heeft begaan, weegt het hof als bijzondere omstandigheid mee.

Het hof gelast daarom dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog gedeeltelijk, en wel voor de duur van 760 dagen, moet worden ondergaan. Het hof wijst de vordering in zoverre toe. Voor het overige wijst het hof de vordering af.

Beslag

Het hof gelast het hof de teruggave van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

aan verdachte, nu de goederen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Er is geen strafvorderlijk belang die zich tegen de teruggave van de goederen verzet.

Wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 47 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat van de bij arrest van Gerechtshof Amsterdam van 18 november 2014 onder parketnummer 23-003297-12 opgelegde vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd alsnog gedeeltelijk, en wel voor de duur van 760 (zevenhonderdzestig) dagen, wordt ondergaan.

Wijst de vordering voor het overige af.

Aldus gewezen door

mr. J.L.F. Groenhuijsen, voorzitter,

mr. S. Taalman en mr. N.I.S. Boers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A.S. Janssen, griffiers,

en op 12 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?