ECLI:NL:GHARL:2026:6337

ECLI:NL:GHARL:2026:6337

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer 21-002664-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Strafzaak. Verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan de uitbuiting van zijn vriendin (mensenhandel). Het hof veroordeelt verdachte tot – onder meer – een gevangenisstraf van 4 jaar (met aftrek van voorarrest).

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 in [Stad] ,

op dit moment verblijvende in het [Justitieel complex] te [plaats] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 augustus 2026 – welk onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 10 september 2026 – en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.A. Heukers, en de advocaat van de benadeelde partij hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar (met aftrek van voorarrest) en heeft de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 495.922,66.

Het hof komt tot een iets andere beslissing dan de rechtbank, zowel ten aanzien van het bewijs als ten aanzien van de strafoplegging. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Noord-Nederland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2012 tot en met 13 maart 2024 te [Stad] en/of te [plaats] en/of (elders) in Nederland en/of te [Stad] ,

A) een ander, te weten [Slachtoffer] , (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [Slachtoffer] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [Slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [Slachtoffer] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [Slachtoffer] , (sub 6°),

immers heeft/is hij, verdachte:

- een (liefdes)relatie onderhouden met voornoemde [Slachtoffer] en/of

- boos geworden op voornoemde [Slachtoffer] en/of voornoemde [Slachtoffer] geslagen en/of geschopt en/of uitgescholden en/of gekleineerd als zij te weinig geld had verdiend en/of

- tegen die [Slachtoffer] gezegd dat zij minstens 500 euro per dag moest verdienen en/of

- tegen voornoemde [Slachtoffer] gezegd dat hij boetes ging rijden met de auto(’s) op naam van die [Slachtoffer] en/of

- voor die [Slachtoffer] bepaald wanneer zij opgehaald zou worden en/of klaar was met werken en/of

- tegen [Slachtoffer] gezegd dat zij het ook anaal moest doen en/of

- voornoemde [Slachtoffer] naar klanten voor prostitutie vervoerd en/of laten vervoeren en/of

- ( een gedeelte van) het door voornoemde [Slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of door voornoemde [Slachtoffer] laten afstaan,

terwijl voornoemde [Slachtoffer] een beperkt IQ en/of een beperkt sociaal netwerk en/of geen opleiding en/of geen eigen inkomen had en/of (aldus) misbruik van de kwetsbare positie van voornoemde [Slachtoffer] gemaakt en/of terwijl voornoemd feit is voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit, waarbij de subs 1, 4, 6 en 9 allemaal kunnen worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van verschillende onderdelen van de tenlastelegging. Volgens haar kan niet worden bewezen dat verdachte op de hoogte was van de kwetsbare positie van [Slachtoffer] en dat hij hier willens en wetens misbruik van heeft gemaakt.

Ook kan sub 4 niet worden bewezen omdat [Slachtoffer] vrijwillig in de prostitutie werkte. Daarnaast kan niet worden bewezen dat het door verdachte gepleegde geweld in relatie stond tot de prostitutiewerkzaamheden van [Slachtoffer] .

Ten aanzien van de periode heeft de raadsvrouw opgemerkt dat [Slachtoffer] al in de prostitutie werkte voordat zij een relatie kreeg met verdachte en dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer volgt dat [Slachtoffer] gedurende de volledige tenlastegelegde periode door verdachte werd uitgebuit.

Tot slot heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit van verschillende gedachtestreepjes in de tenlastelegging, waaronder het gedachtestreepje dat ziet op het verplicht moeten hebben van anale seks.

Oordeel van het hof

Inleiding

Het hof geeft hierna eerst een overzicht van de relevante bewijsmiddelen ten aanzien van het tenlastegelegde feit, waarvan de redengevende onderdelen voor het bewijs worden gebruikt. Vervolgens wordt de beoordeling door het hof van de tenlastelegging besproken.

Bewijsmiddelen

1. Het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank Noord-Nederland (d.d. 1 mei 2025), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van verdachte:

Ik heb bijna vijftien jaar een relatie met [Slachtoffer] gehad. Het klopt dat [Slachtoffer] in het begin van onze relatie in een blijf-van-mijn-lijfhuis heeft gezeten. Toen ik [Slachtoffer] leerde kennen, was ze nog bij een vriend waarvoor ze gevlucht was. Ik heb [Slachtoffer] naar meerdere werkplekken in Nederland gebracht. U houdt me voor dat het advies van de deskundigen destijds was dat [Slachtoffer] moest worden opgenomen. Ze ging echter bij mij wonen en prostitutiewerk doen. Aan het begin van onze relatie was er wel sprake van “alcoholgedrag” bij [Slachtoffer] . In de beginjaren ging het werk niet goed, later ging het bijzonder goed. Ik heb wel losse handjes gehad in het verleden. In het begin van de relatie zijn er over en weer klappen uitgedeeld. Het klopt dat [Slachtoffer] de tanden uit haar mond heeft gehad en dat ze K.O. is geslagen, maar ik sloeg niet gericht om dat te veroorzaken. [Slachtoffer] verdiensten zijn altijd bij ons in de la beland. U houdt me voor dat [Slachtoffer] is blijven werken toen ik vastzat en toen pas zag hoeveel geld ze verdiende. Het klopt dat ze heel veel kon verdienen als ze elke dag werkte. Het ging soms bijzonder goed. Het klopt wel dat er geld naar mijn vader ging. Het geld ging naar mijn vader of broer en niet naar de bank omdat we schulden hadden. Het klopt dat er op naam van [Slachtoffer] auto’s zijn geleased, terwijl ze zelf geen rijbewijs had. Het klopt dat ik in de op [Slachtoffer] naam geleasede auto’s boetes heb gekregen. Ik had de bankpas van [Slachtoffer] wel eens bij me omdat ik wel eens geld van haar moest storten. U houdt mij getapte gesprekken vanuit de PI voor. Het klopt dat ik [Slachtoffer] veel belde. Ik belde haar ook vaak toen ze bij de politie zat.

2. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 9 april 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Aanleiding

Op 24 oktober 2013 werden wij, verbalisant [verbalisant] en collega [verbalisant] , gebeld door [naam] van de Maatschappelijk Juridische Dienst. Zij verbleef op dat moment op de werkkamer, [adres] , van [Slachtoffer] .

Ter plaatse bleek ons het volgende:

[Slachtoffer] huilde en was op haar werkkamer haar tassen aan het inpakken. [Slachtoffer] vertelde ons dat ze het niet meer trok en dat ze woensdag 23 oktober 2013 was mishandeld door haar vriend [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1982 te [Stad] . De maat was voor haar vol en ze wilde weg van haar werkkamer in [Stad] .

Intake [Slachtoffer]

Op 24 oktober 2013 hebben wij een intake mensenhandel gehouden met [Slachtoffer] . Zij vertelde ons het volgende:

- mijn vriend heet [verdachte] ;

- deze ruzie hebben we vanmorgen gehad, het was al een tijdje aan de gang;

- we hadden deze ruzie omdat ik volgens [verdachte] niet zoveel verdiende als goed zou zijn;

- ik werk al zeker 3 jaar als prostituee;

- ik heb al een keer eerder contact met de politie gehad en toen zijn jullie ook op mijn kamer geweest;

- ik ben toen naar mijn moeder gegaan maar [verdachte] haalde mij de dag daarna weer op;

- ik blijf hopen dat het goed komt tussen [verdachte] en mij maar omdat ik elke keer minder verdien dan hij goed vindt, houden we ruzie;

- [verdachte] scheldt mij uit voor tyfushoer en slet;

- gisteravond heeft [verdachte] mij tegen mijn knie getrapt waardoor hij nu helemaal blauw is;

- ik wil weg uit [plaats] ;

- ik werk ongeveer 5 werkdagen per week;

- mijn verdiende geld geef ik aan [verdachte] omdat ik niet met geld om kan gaan.

Blauwe knie

Door ons is geconstateerd dat [Slachtoffer] een complete blauwe knie had.

3. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 26 maart 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisanten:

Op 13 maart 2024 werden wij gebeld door collega’s van bureau [adres] te [Stad] . [Slachtoffer] had zich gemeld en zij was helemaal overstuur. Wij hadden op 13 maart 2024 een gesprek met haar. Zij was zichtbaar overstuur en bang. [Slachtoffer] vertelde (huilend en geëmotioneerd) het volgende:

- ze wilde nu aangifte doen tegen [verdachte] ;

- ze gaf aan dat ze al heel lang voor hem in de prostitutie moest werken;

- [verdachte] zit inmiddels in de [PI] ;

- dat ze eindelijk zo ver was dat ze aangifte wilde doen tegen [verdachte] omdat hij in de gevangenis zat.

Tijdens ons gesprek met [Slachtoffer] werd zij talloze keren gebeld door [verdachte] . Iedere keer schrok [Slachtoffer] daar zichtbaar van en wist ze niet wat ze moest doen. Ze vertelde dat ze iedere dag meerdere keren door hem werd gebeld.

4. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 27 maart 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [Slachtoffer]:

V: Twee weken geleden hebben we met elkaar gesproken op het bureau aan de [adres] in [Stad] . Je was toen erg overstuur en je vertelde ons dat je aangifte wilde doen tegen [verdachte] . Kan je uitleggen waarom je nu het besluit hebt genomen om aangifte te doen tegen [verdachte] ?

A: Omdat hij nu weg is. En ik het daarom nu durf. Ik zie nu in dat hij mij altijd voor de gek heeft gehouden.

V: Kan je beginnen met hoe je hem hebt leren kennen?

A: Ik heb hem leren kennen via [naam] . [naam] wist dat ik in de prostitutie werkte en zij stelde toen voor “waarom laat je [verdachte] jou niet helpen”. Ik was toen 19 of 20 jaar oud. Ik woonde toen bij [opvang] , dat is begeleid wonen. Ik heb [naam] leren kennen bij de vrouwenopvang waar ik toen zat. Ik zat daar omdat ik zwanger was en ik werd mishandeld door mijn toenmalige vriend. Ik was gevlucht voor hem. [naam] wist waarom ik daar was. [verdachte] zat op dat moment vast en [naam] zat in de vrouwenopvang omdat zij gevlucht was voor [verdachte] . Ik had een drankprobleem. Ik denk dat [verdachte] net uit detentie vrij kwam toen [naam] het voorstel deed om samen te werken met [verdachte] . Nadat zij het had gevraagd, had ik aangegeven dat het misschien wel een goed idee was. [verdachte] en ik zijn toen een keer een weekend samen naar [plaats] gegaan. Ik heb toen in [plaats] gewerkt in de prostitutie. Ik ging tussen het werken door geld bij hem brengen. Wij dronken dan wat en dan ging ik weer verder met werken. Na het weekend in [plaats] was ons contact wat verwaterd. In die periode had ik ook alcoholproblemen. Door onder andere mijn drankproblemen werd ik uit de [opvang] gezet. Een aantal weken later kwam ik [verdachte] weer tegen. Hij hielp mij om mijn kamer leeg te halen bij de [opvang] . Hij bood mij aan om in zijn huisje te logeren. Dat deed ik. Ik ben samen met [verdachte] naar de KvK gegaan. Hij was bij dit gesprek aanwezig toen ik mij daar ging inschrijven. Ik kwam toen bij de [plaats] te werken. Ik kon daar constant gaan werken. Hij kwam af en toe het geld gewoon ophalen. Ik bleef daar omdat ik bang was. [verdachte] moeder is in die tijd ongeveer overleden. We zaten in de taxi. Hij had mij opgehaald van het werk. Hij haalde het geld uit mijn tas en toen vroeg hij “waar is de rest?”. Ik ging daar toen tegenin en toen heeft hij mij voor het eerst fysiek aangepakt en werd hij boos. Hij pakte mij toen bij mijn keel beet met zijn hand en toen drukte hij mij tegen de muur aan. Hij hield mij stevig vast. De angst voor [verdachte] is toen begonnen. Dat is de angst dat ik niets meer tegen hem in durfde te brengen. [verdachte] werd fysiek boos als ik niet genoeg geld had verdiend. De tattooshop is voor mij de tijd dat de mishandelingen ernstig waren. Ik weet nog dat er momenten waren aan de [adres] . Daar hebben we ook gewoond. Hij sloeg mij blauwe ogen, met zijn volle vuisten in mijn gezicht. Ik ben toen nog bij een tandarts geweest. Dat was bij [naam] . De mishandeling vond op mijn werkkamer plaats. Mijn voortand was toen naar achteren geslagen. Hij sloeg zo hard op mijn neus dat er bloed uit kwam. Ook trapte hij mij wel als ik in elkaar kroop op bed. Hij heeft mij ook een keer gestompt en toen viel ik daarna op de grond. De mishandelingen zijn niet op één dag gebeurd. Er zijn zoveel mishandelingen geweest. Er waren zo vaak momenten dat het weer niet goed was. Nadat [naam] bij mij op de kamer kwam, moest ik huilen en heb ik aangegeven dat ik het zo zat was. [naam] vroeg toen aan mij of ik dit wel wilde. Ik zei toen nee. Toen is alles in gang gezet om mij daar weg te krijgen. Ik ben toen naar [plaats] gebracht. Ik heb een aantal weken of maanden in [plaats] gezeten. Ik heb toen op een gegeven moment weer contact gekregen met [verdachte] . Hij bleef mij constant bellen. Uiteindelijk hebben wij weer afgesproken met elkaar. [verdachte] stelde voor dat ik [naam] zou bellen om weer een kamer te huren. [verdachte] kwam toen ook ergens een tijdje vast te zitten. Ik ben toen een tijdje in [plaats] gaan werken. In [plaats] was ik weer behoorlijk aan de drank geraakt. Volgens mij zat [verdachte] toen een half jaar vast. Hij wist dat ik toen weer aan de drank was. [verdachte] was flink boos toen hij weer vrij kwam. Hij zei dat hij boetes zou gaan rijden en mij extra schulden zou gaan geven. Hij zou boetes gaan rijden met de auto’s die ik had geleased. Toen ik werkte bij [naam] of [naam] ging ik op dezelfde manier door. Ik begon om 13 of 14 uur totdat [verdachte] mij kwam ophalen. Het geld ging weer naar [verdachte] . Hij kwam dat ophalen.

5. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 3 april 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [Slachtoffer]:

V: Waarom denk je dan niet: het heeft geen zin, ik ga lekker bij je weg?

A: Omdat ik dan niet wist waar ik heen moest. Hij liet mij geloven dat hij de andere vrouwen gebruikte en ik was de enige met wie hij sliep elke nacht.

V: Hoe was hij ten opzichte van jou?

A: Hij gaf mij het gevoel dat ik er niet toe deed.

V: Hoe wist hij hoeveel jij verdiende?

A: Omdat hij dat geld pakte. Of ik gaf het aan hem. Het geld dat hij niet kwam ophalen, nam ik mee naar huis en deed het in mijn tas. Hij haalde dan thuis het geld uit mijn tas en stopte het in zijn zak.

In de coronatijd zat ik veel thuis. Ik heb ook mensen thuis ontvangen.

V: Hoe kwam je op dit idee om mensen thuis te vragen?

A: Door [verdachte] . Omdat er dan weer wat geld binnen kwam.

V: Dan is de coronatijd voorbij. Dan mag je weer werken en dan?

A: Ja, gewoon weer verder. [verdachte] had mij inmiddels zo afgericht dat ik mijn werk af en toe wel goed deed. Maar achteraf de dingen die hij zei, dat was totaal niet normaal en verwarrend.

V: Kan je voorbeelden hiervan geven?

A: De fysieke mishandelingen waren toen bijna wel gestopt, maar het werd toen geestelijke mishandeling. Het pesten, treiteren, kleineren en bang maken met woorden. Hij zei dat ik een mongooltje was. Dat ik verstandelijk beperkt ben.

V: Waarom zei hij dat soort dingen?

A: Omdat hij weet dat mijn IQ tegen de 82 zit.

V: Hoe weet hij dat?

A: Omdat ik hem dat heb verteld. Hij zei over het prostitutiewerk dat dat het makkelijkste werk was om uit de schulden te komen. Als ik een dag niet goed had gewerkt dan ging hij schreeuwen en dan zei hij die lelijke dingen.

V: Waarom ben jij in de periode van 24 februari 2024 (het hof begrijpt: de periode dat verdachte vast zat) tot aan maart 2024 door blijven gaan met prostitutiewerk?

A: Het was wel even een shock toen ik hoorde dat [verdachte] opgepakt werd.

V: Wat gebeurde er in deze periode met jouw verdiende geld?

A: In de eerste drie maanden legde ik het neer voor zijn vader, die haalde het dan op. Na de drie maanden beperking kon ik hem ook weer zien en bellen en was ik op bezoek geweest. Ik kreeg toen te horen dat ik iedere maand 1.000 euro bij zijn broer neer moest leggen als mij dat zou lukken. Zijn vader kwam het ook bij mij thuis ophalen. Dat was zo afgesproken voordat [verdachte] wegging. Al het geld dat ik overhield, moest ik voor zijn vader klaar leggen.

V: Wat maakt dan dat je uiteindelijk helemaal stopt?

A: Hij werd naar Nederland overgebracht om zijn straf uit te zitten. In Duitsland was hij tijdens het telefonisch contact lief en rustig. In Nederland kwam stukje bij beetje alles terug wat ik niet leuk aan hem vond. Het ging alleen maar over geld, geld, geld.

6. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 17 april 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [Slachtoffer]:

V: Wanneer is je moeder er achter gekomen dat je werkte als prostituee?

A: Ik denk een maandje nu. Voorheen had ze wel haar vermoedens.

V: Waarom denk je dat?

A: Omdat [verdachte] merendeels de tijden bepaalde dat ik naar mijn moeder ging. Dat hij dat berekende wanneer het uit kwam.

V: Wat waren de afspraken die je met [verdachte] hierover had gemaakt?

A: Dat was 20 dagen 500 euro per dag.

V: Dat is 10.000 euro?

A: Dat besefte ik mij die eerste 3 maanden dat hij in de beperking zat, zoveel geld.

V: Wat maakte dat je het nu wel zag dat het zoveel geld was?

A: Omdat ik het nu zelf in mijn handen had.

V: Nu zag je dat je het geld had, waarom eerder niet?

A: Omdat het geld in zijn geheel er nooit was. De afspraak was dat ik naar huis ging voor het eten en dat ik dan gelijk het geld mee zou nemen wat ik tot dan had verdiend. Hij werd dan chagrijnig als ik voor 18 uur nog maar 200 euro had verdiend.

V: Wat deed je met het geld dat je verdiende?

A: Dat ging naar [verdachte] .

V: Wat deed [verdachte] met het geld dat hij van jou kwam ophalen?

A: Alles wat hij zelf wou. Altijd maar verbouwen. Verbouwen bij de tattooshop.

V: Bij welke bank heb je een rekening?

A Alleen de [bedrijf] .

V: Wie heeft het pasje die bij deze rekening hoort?

A In het begin had [verdachte] hem altijd.

O: We hebben gegevens opgevraagd van je bankrekeningen. Daarop zien we dat tussen 26 april 2023 en 13 februari 2024 vanaf jouw rekening in totaal 5.000 euro is overgemaakt naar de rekening van de ouders van [verdachte] .

V: Waarom heb je dit geld overgemaakt naar de ouders van [verdachte] ?

A: Dat vroeg [verdachte] mij te doen.

V: In deze periode zat [verdachte] gedetineerd.

A: Ja.

V: Wie bepaalt of je wel of niet werkt?

A: [verdachte] , merendeels.

7. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 1 mei 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [Slachtoffer]:

V: Wat kun je ons vertellen van de keren dat je bent geslagen/mishandeld door [verdachte] ?

A: Ik weet dat hij graag in mijn gezicht sloeg. Op mijn werk trapte hij mij ook graag op mijn lijf. Een keer was hij zo boos geworden, toen had ik niet genoeg geld liggen wat hij tussendoor op zou komen halen.

V: En verder?

A: Een keer is er een nog ernstiger incident geweest. Daar is de ambulance bij gekomen. Toen heeft hij mij knock-out geslagen op de stoep.

V: Heb je in de tijd dat je werkte op [plaats] ook gesprekken gehad met de hulpverlening?

A: Ja, verschillende. Met maatschappelijk werk, [naam] .

V: Hoe ging je naar deze gesprekken?

A: Daar was [verdachte] altijd bij.

V: Waarom ging [verdachte] altijd met je mee?

A: Zodat hij het woord kon doen.

V: Waarom mocht je van [verdachte] niet alleen met de hulpverlening praten?

A: Ik was al zover heen in wat hij wou dat ik al lang doorhad dat ik niets in te brengen had.

V: Die auto’s die jij op naam hebt gehad, wie reden er in deze auto’s?

A: [verdachte] .

V: Wat gebeurde er als er een boete werd gereden met deze auto’s?

A: Dat kwam op mijn naam. Daar ben ik nu ook nog voor aan het afbetalen.

V: Dus als jouw werk niet goed ging dan stond daar voor jou een sanctie op?

A: Ja, dan zei hij dat hij expres boetes ging rijden. Dan zou hij ervoor zorgen dat ik schulden zou krijgen.

V: Wie heeft de boekhouder geregeld voor jou?

A: [verdachte] .

V: Wat waren de afspraken met de boekhouder?

A: [verdachte] had mij uitgelegd wat ik moest opschrijven.

V: En wat nou als je meer had verdiend?

A: Dat moest ik aan de kant leggen of aan zijn vader meegeven. Ik moest ook een deel aan zijn broer geven.

V: Hoe gaf je het dan door aan de boekhouder?

A: Ik schreef op wat [verdachte] zei dat ik op moest schrijven.

8. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 6 januari 2025), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [Slachtoffer]:

V: Jij hebt eerder verteld dat jij zo’n 4 tot 5 dagen per week werkte en dat jij gemiddeld 6 klanten per dag had. Klopt dit?

A: Nee, het was altijd wel meer. Het was minstens wel 8 klanten per dag. De hoeveelheid dagen klopt wel. Ik begon rond een uurtje of 12 en stopte dan rond 22 uur als ik 500 euro had. Die 500 euro bepaalde [verdachte] .

V: Welk bedrag ontving jij gemiddeld per klant?

A: Het meeste was 50 euro per klant, dat was tussendoor. En wanneer mensen extra geld te besteden hadden dan was het vaak meer dan 100 euro.

V: In de aantekeningen die jij mij had gegeven, had je het volgende opgeschreven: “Er werd verwacht 20 dagen 500”. Wat bedoel jij hier mee?

A: Dat ik 20 dagen minstens 500 moest verdienen. Dat moest ik van [verdachte] . 500 per dag.

V: We hebben eerder gesproken over dat jij een tijdje escortwerkzaamheden hebt gedaan. In welke periode was dit?

A: Dat was in het begin van onze kennismaking met [verdachte] .

V: Wie bracht jou?

A: [verdachte] . Nadat ik bij de klant weg ging, kreeg ik geld van de klant en ik gaf dat dan weer aan [verdachte] .

V: Wie betaalde het eten of andere dagelijkse benodigdheden?

A: [verdachte] zorgde ervoor.

V: Waar werd dit van betaald?

A: Ik vind dat zo moeilijk om te zeggen want ik gaf al mijn geld aan hem.

V: In sommige telefoongesprekken vanuit de gevangenis zegt [verdachte] dat die kroeg of eetcafé van hem allemaal niet meer hoeft. Wat was het plan, voor wanneer [verdachte] vrijkwam?

A: Dat ik er nog was. Het was altijd zo van “nog twee jaartjes werken en dan ben je uit de schulden”. Maar drie jaar later was het nog steeds zo dat hij zei “nog twee jaartjes werken”.

9. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 16 oktober 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [naam]:

V: Wat is jouw relatie tot [Slachtoffer] ?

A: Ik ben haar moeder. In het begin dat ze met [verdachte] om ging, dacht ik dat het haar wel goed deed. Met de jaren merkte ik dat hij wat manipulatief was in enkele opzichten. Als hij iets in zijn zin had, dan moest dat ook gebeuren.

V: Kan je daar ook een voorbeeld van geven?

A: Met dingen afspreken, als [Slachtoffer] bij mij was. Dan zou ze een paar dagen blijven, waar ze enorm naar uitkeek. Maar vaak op de eerste dag dat ze hier was, dan werd ze gebeld dat ze morgen weer terug moest komen. Of soms ook al wel gelijk dezelfde dag al.

V: Heeft [Slachtoffer] ook valkuilen?

A: Ze heeft wel een hele tijd geblowd en gedronken wat haar niet goed deed. Ik zag haar afglijden toen ze met de verkeerde mensen om ging. Ik heb uit machteloosheid de jeugdzorg ingeschakeld. Toen is ze naar de Jeugdinrichting in [plaats] gegaan.

V: Wat deed [Slachtoffer] voor werk?

A: Toen ze bij [verdachte] was, werkte ze in de prostitutie.

V: Hoe verliep het met [Slachtoffer] nadat zij in [Stad] terecht kwam?

A: Ze is vanuit de opvang naar [opvang] gegaan, een opvang.

V: Wat weet jij over de financiële situatie van [Slachtoffer] gedurende de jaren?

A: Sinds [verdachte] weg is, is ze achtergebleven met veel schulden.

V: Wat voor schulden?

A: Ook werd er veel afgesloten op haar naam door [verdachte] . Hij deed dan het woord en zij zette de handtekening, waaronder een auto op haar naam. Daar kwamen allemaal boetes op binnen. Ze vertelde dat [verdachte] expres boetes ging rijden als hij boos op haar was.

Ze had een keer een tand uit de mond. Ik heb haar een keer naar de tandarts gebracht toen er een noodopvulling werd gemaakt zodat je het gat niet zag. Later heb ik gehoord dat [verdachte] haar bewusteloos heeft geslagen en dat zij daarbij de tand was verloren.

V: Wat weet [verdachte] over eventuele gedragsproblemen bij [Slachtoffer] ?

A: Ze had hem wel verteld dat ze problemen had met alcoholgebruik.

V: Wist hij dat [Slachtoffer] in een vrouwenopvang heeft gezeten?

A: Ja.

V: Wat valt er te zeggen over de rolverdeling in deze relatie?

A: Hij was het baasje en zij het hondje, zou ik bijna zeggen.

V: Controleerde hij haar ook wel eens?

A: Dat heel erg. Dat was voornamelijk als ze bij mij was. Dan belde hij ieder kwartier wel. Toen hij in Duitsland in de gevangenis zat. Toen belde hij de hele tijd.

V: Wat is jou bekend over geweld in deze relatie?

A: [Slachtoffer] is al een keer eerder weggelopen bij hem. Toen is ze naar een opvang in [plaats] of [plaats] gebracht. Ik heb toen van jouw collega gehoord dat [verdachte] haar hard tegen de been had getrapt. [Slachtoffer] heeft toen verteld dat hij geschopt had.

V: Is [Slachtoffer] wel eens bang geweest voor [verdachte] ?

A: Nadat ze weg is gegaan in maart heeft ze haar angst laten zien. Ik weet dat ze bang was voor zijn reactie als ze wat verkeerd zou zeggen of verkeerd deed in de relatie.

10. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de raadsheer-commissaris (d.d. 19 januari 2026), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [naam]:

Over uw dochter [Slachtoffer] . Kunt u kort beschrijven wat voor vrouw [Slachtoffer] is?

Het is een vrouw die vol gevoel zit voor anderen. Soms te veel.

Kunt u een voorbeeld noemen?

Als ze voor iemand veel voelt, dan gaat ze heel ver voor die persoon. Als ze bij mij waren dan zat [verdachte] op de bank en vroeg [Slachtoffer] van alles te doen. Hij was dan commanderend.

Dat zie je in haar werk wat ze moest doen. Ze werd er misselijk van en vond het niet fijn dat ze dat moest doen, maar ze moest het van [verdachte] doen. Met het werk bedoel ik de prostitutie.

U vertelde dat [Slachtoffer] angstig op u overkwam in die periode. Waar bleek dat uit?

Als hij belde, moest ze gelijk opnemen. Anders ging hij weer tekeer.

Wat heeft u van haar gehoord dat ze dit werk moest doen?

Ja, hoofdzakelijk financieel. Ze moest geld binnen halen, als dat niet genoeg was dan werd hij boos. Als zij aan het werk was, dan kwam hij binnen of hij kwam geld halen dat ze had verdiend. Mij vertelde ze dat ze het werk niet wilde doen.

11. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 10 april 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Naar aanleiding van de aanvraag medische gegevens van [Slachtoffer] aan [bedrijf] te [Stad] ontving ik op 10 april 2024 haar medische gegevens. Ik zag een registratie van 24-09-2012 die mijn aandacht trok. Ik las in deze registratie de volgende tekst:

24-09-2012: ruzie gehad in het weekend, 11 naar palatinaal verplaatst. Gerepositioneerd en gespalkt. Rigide gespalkt omdat element weer terug veert naar pal. Waarschijnlijk door de lange tijd tussen trauma en behandeling. Retour 4 wkn voor verw. spalk en verdere planning.

12. Een rapportage gedragswetenschapper (als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven:

Naam cliënte: [Slachtoffer] .

Geboortedatum: [geboortedatum] 1989.

Ingrijpende gebeurtenissen en impact

In haar jeugd:

- Automutileren vanaf haar 11/12e.

- De scheiding van haar ouders.

- In een open en gesloten jeugdinstelling gezeten. Deze plekken hebben een grote negatieve impact gehad op [Slachtoffer] .

Conclusie

[Slachtoffer] heeft een complexe en ingrijpende voorgeschiedenis van geweld, misbruik en verwaarlozing, wat heeft geleid tot ernstige psychische klachten. [Slachtoffer] lijdt aan hoge tot zeer hoge mate van somatische, cognitieve en angstklachten. Haar verleden van trauma, zowel in haar jeugd als volwassenheid, heeft diepgaande invloed gehad op haar huidige psychische toestand, wat zich uit in herbelevingen, vermijding, negatieve gedachten en verhoogde prikkelbaarheid.

13. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 17 mei 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisanten:

[verdachte] wordt verdacht van seksuele uitbuiting van [Slachtoffer] in de periode van 2010 tot en met 2023. In dit proces-verbaal heb ik meldingen in politiesystemen en informatie uit het eerdere mensenhandelonderzoek verwerkt in chronologische volgorde.

Meldingen 2013

Op 11 maart 2013 kwam bij TMM informatie binnen vanuit de Gemeente [Stad] via het Veiligheidshuis. Dit betrof de volgende melding met betrekking tot de aanvraag van een parkeervergunning: Jong meisje met een (donkere) man, meisje vroeg de vergunning aan, maar de man deed het woord en het meisje kwam schichtig over. Gegevens van het meisje: [Slachtoffer] . Ik legde de vergunning aan haar uit en die kerel antwoordde. Vervolgens noemde ik het bedrag en hij haalde stapeltje vijftigjes uit z’n zak en betaalde contant.

Meldingen 2014

Op 7 augustus 2014 rond 11:40 zagen verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] een zwarte Volkswagen Polo ( [kenteken] ) het [plaats] te [Stad] op rijden. De uit eerdere controles en meldingen bekende [Slachtoffer] stapte uit de auto en liep de [plaats] in. De twee andere inzittenden in de auto zijn gecontroleerd. Dit bleken te zijn [verdachte] en zijn broer [naam] . De auto waarin ze reden zou een leaseauto zijn op naam van [Slachtoffer] . Ze vertelde dat ze bij het afsluiten van het contract alleen een handtekening had gezet. Zelf heeft ze geen rijbewijs.

Meldingen 2019

Op 9 mei 2019 werd [verdachte] aangehouden voor rijden met een ongeldig rijbewijs in de [plaats] te [Stad] . Bij de insluitingsfouillering bleek dat [verdachte]

€ 1.835 bij zich had en cocaïne. Hij reed in de Golf, [kenteken] , op naam van [Slachtoffer] . Over het geld dat hij bij zich had, zegt hij dat dit van [Slachtoffer] is.

Op 7 september 2019 kwam een melding binnen van een mishandeling van, bleek later, [Slachtoffer] door [verdachte] . Hierbij heeft [verdachte] [Slachtoffer] mishandeld.

Op 17 september 2019 is [Slachtoffer] als getuige gehoord over de mishandeling van 7 september 2019. Nadat haar beelden van de mishandeling getoond worden, zegt ze te zien dat ze geslagen wordt door haar vriend [verdachte] waarna ze kennelijk het bewustzijn verliest. Over het bedrag dat [verdachte] bij zich had bij diens aanhouding zegt ze dat dit wel eens van haar zou kunnen zijn. [Slachtoffer] : “Zo doe ik het al ongeveer sinds het begin van onze relatie. Ik geef hem dagelijks geld zodat ik niet veel geld op mijn kamer in de [plaats] heb liggen. U vraagt mij naar mei dit jaar. Er is toen ook geld bij mijn vriend aangetroffen maar ook in de woning waar toen een onderzoek is gedaan. Dit geld zijn ook inkomsten van mij uit de [plaats] .”

14. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 2 september 2020), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [naam]:

O: Vanuit de MJD hebben we begrepen dat u de boekhouding heeft verzorgd voor [Slachtoffer] .

A: De aanleiding was dat ze gigantische schulden hadden bij de Belastingdienst en ze wilden dat ik de boekhouding deed en dat ging oplossen. Ze zijn alle administratie kwijt zeggen ze. Dat zegt hij dan, zij zegt niks. Als je haar recht aankijkt, dan geeft ze nog geen antwoord. Hij voert het woord. Ik heb ook vaak geprobeerd via het MJD om haar alleen uit te nodigen/te spreken, maar dat is niet gelukt. Elke keer als zij een afspraak bij het MJD had, en dat was elke week vanaf 26 mei tot eind juni, dan was hij erbij.

V: Wie zijn ze?

A: [Slachtoffer] en haar vriend [verdachte] .

O: We zien een totaalschuld van € 31.409,00 euro.

A: Dat is alleen van de Belastingdienst.

V: Op wiens naam staan de schulden?

A: Op haar naam, [Slachtoffer] .

V: U gaf aan dat hij haar overrulet?

A: In gesprekken. Als we haar vragen stellen, neemt hij alles over. In gesprekken met de MJD doet hij het woord.

V: Waar gaan die gesprekken over?

A: Financiën, belasting en dergelijke.

V: Beschikt hij over concrete informatie waar jullie om vragen?

A: Ja, hij weet alles.

V: Kunt u een voorbeeld geven?

A: Hij weet precies de schulden. Hij weet van de hoed en de rand van haar, financieel.

V: Gedraagt [Slachtoffer] zich anders in een gesprek met u wanneer [verdachte] erbij is?

A: Ze was wel iets anders. We vonden haar een bang vogeltje.

15. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 9 april 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Door [Slachtoffer] is een Samsung-telefoon aan het onderzoeksteam overhandigd waarbij ze toestemming gaf om deze te onderzoeken.

In de belhistorie van de telefoon zijn 2705 gesprekken geregistreerd. Daarvan zijn 1032 gesprekken afkomstig van nummer [telefoonnummer] . Dit is het telefoonnummer dat geregistreerd wordt wanneer vanuit een penitentiaire inrichting in Nederland wordt gebeld naar een nummer. Vanaf 1 november (het hof begrijpt: 2023) tot 13 maart (het hof begrijpt: 2024) is 748 keer opgenomen en een gesprek geweest. De periode valt samen met de detentie van [verdachte] in de [PI] vanaf 1 november 2023.

Vanaf 29 september tot 1 november 2023 is 272 keer gebeld vanaf [telefoonnummer] naar [Slachtoffer] . Hierbij kwam het 179 keer tot een gesprek. Dit is een Duits telefoonnummer, gekoppeld aan gevangenissen in Duitsland. Vermoedelijk zijn deze oproepen en die vanuit de PI in Nederland van [verdachte] . Dat zou betekenen dat [verdachte] tussen 29 september 2023 en 13 maart 2024 in 167 dagen in totaal 1304 keer belde naar [Slachtoffer] : 7,8 keer per dag.

16. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 7 januari 2025), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Bij de [PI] zijn opgeslagen gesprekken van [verdachte] opgevraagd in de periode van 1 november 2023 tot en met 4 april 2024. Uit de gesprekken bleek dat [verdachte] zeer veel belde in deze periode en bovendien geregeld lange gesprekken voerde van meer dan een half uur. In zijn algemeenheid viel verbalisanten op dat [verdachte] zich nadrukkelijk bemoeide met de gang van zaken buiten de PI en in veel gevallen vertelde wat moest gebeuren en dan met name richting [Slachtoffer] .

Gesprek 11 december 2023 om 11.45 uur

Vanaf het algemene PI-nummer wordt gebeld naar [Slachtoffer] .

[verdachte] : Je kan toch gewoon naar je moeder gaan en gewoon een jaar wachten op mij. Anderhalf jaar. Kijken we dan wel. Ga je vanaf je moeder, ga je af en toe eens een keer een weekje werken of zo. En dan ga je over een half jaar naar [naam] . Dat mag ook van mij. Snap je? Maar ja. Het is weer een domme actie voor niks. Je moet toch ook wel weten dat dit niet gaat werken zo. Je moet toch weten dat het allemaal niet zo gaat werken zoals dat ik dat graag wil. En nu heb je gewoon deze paar dagen alweer niet gewerkt. En voor wat? Omdat jij daar kut zit bij [adres] . Omdat ik van jou vraag, ik vraag het je al drie, vier keer. Blijf nou gewoon even volhouden nog een jaartje. Anderhalf jaar. En dan is alles achter de rug. En dan gaan we weg met z’n tweeën. En ga maar gewoon vandaag vrij nemen. Ga gewoon schoonmaken daar. Alles klaarmaken. Ga het gewoon doorzetten.

[Slachtoffer] : Ja.

[verdachte] : Ja toch, of niet? (stemverheffing).

[Slachtoffer] : Ja.

[verdachte] : Ga maar schoonmaken daar. Maak het maar een beetje klaar. In ieder geval dat het goed schoon is. Ga morgen maar lekker aan het werk.

Gesprek 21 december 2023 om 06.57 uur

Vanaf het algemene PI-nummer wordt gebeld naar [naam] , de vader van [verdachte] .

[verdachte] : Kun je een kerstcadeautje halen voor haar een van deze dagen?

[naam] : Oh ja, we kijken wel even.

[verdachte] : Ja, nee, niet: “we kijken wel even”. Pak gewoon van haar spaargeld, van dat geld, pak wat geld eraf en dan koop je een kerstcadeautje voor haar. Als ze nou lekker had kunnen slapen en had kunnen werken deze week. Maar ja, ze moet overal bij zijn. Ze moet dan weer met jou erbij zijn. En dan is [naam] er weer. Dan is dinges er weer. Maar ja, dat lijdt wel onder haar werk.

Gesprek 22 december 2023 om 10.29 uur

Vanaf het algemene PI-nummer wordt door [verdachte] gebeld naar [Slachtoffer] .

[verdachte] : Gaat het allemaal?

[Slachtoffer] : Ja, ik ben op werk.

[verdachte] : De volgende keer, de volgende keer ga je eerst met mij overleggen naar wie je toe gaat. Je moet eerst dingen wat je wil weten, wat je wil vragen, vraag je eerst aan mij en dan zeg ik het voortaan of je naar [naam] moet gaan of naar die moet gaan of wat moet gaan, snap je?

[Slachtoffer] : Dat is goed.

Gesprek 3 januari 2024 om 13.46 uur

[verdachte] : Maar des te beter is dat je alles in één week doet en des te beter dat je op vrijdag en zaterdag misschien wat extra’s doet, omdat het in het weekend altijd druk is, begrijp je?

[Slachtoffer] : Ja.

Gesprek 12 januari 2024

[verdachte] belt naar zijn vader [naam] om 13.30 uur.

[verdachte] : [Slachtoffer] had 180 euro jou gegeven. Neergelegd. Ik wou even niet teveel aan haar vragen, deze dagen, want eh ja, afgelopen maand heeft ze niet zoveel gewerkt. En dan is het allemaal, eh, een beetje kut. Snap je? En ik heb alleen even één rekening wat betaald moet worden.

Gesprek op 26 januari 2024

[verdachte] belt naar zijn vader [naam] om 09.45 uur.

[verdachte] : Ja ehm, [Slachtoffer] zet straks 500 euro voor je klaar. Maar die 500 euro, moet ik even een paar rekeningen van betaald hebben. Ik heb niet tegen haar gezegd waar het voor was, gelukkig vroeg ze dat niet.

[naam] : Oké is goed.

Gesprek op 6 februari 2024

[verdachte] belt [Slachtoffer] om 7.26 uur.

[verdachte] : Ga je woensdag lekker aan het werk? Ga je woensdag wat langer door. Donderdag wat langer door. Vrijdag wat langer door. Zaterdag wat langer door. Hou (het hof begrijpt: haal) je alle dagen wel weer een beetje in die je weg bent gebleven. Niet?

Gesprek op 16 maart 2024

[verdachte] belt naar [naam] om 12.02 uur.

[verdachte] : Maar begrijp je, al met al is het gewoon, is het echt allemaal kwetsend voor haar. Helemaal voor [Slachtoffer] . En je weet zelf, voor haar komt het dan twee keer zo hard aan als bij jou of bij mij. Weet je wel?

[naam] : Ja.

Gesprek op 21 maart 2024

[verdachte] belt naar [naam] .

[verdachte] : Ik kan best begrijpen dat ze gewoon helemaal in een dip zit en flauw is van alles en iedereen en ze zelfs flauw voor mij is. Wat denk je, zij werkt daar en elke keer is het maar, oh heb je 50 euro voor dit, heb je 100 euro voor dat. Oké, hier nog paar tientjes sturen, dit dat en uiteindelijk wat krijgt ze? Soms krijgt ze niet eens normaal eten op tafel. Of soms, merendeels van de week krijgt ze niet eens normaal eten op tafel. Weet je zelf ook. Snap je?

[naam] : Jawel, maar dan nog had ze het op een andere manier even aan moeten geven.

[verdachte] : Dat gaat niet, dat kan ze niet. Dat durft ze niet, dat kan ze niet.

Gesprek op 22 maart 2024

[verdachte] belt om 13.18 uur naar [naam] .

[verdachte] : Maar weet je wat het is met jou [naam] . Jij krijgt geld en dat vindt ze ook niet altijd even fijn dat jij elke keer zomaar geld krijgt voor alles. Begrijp je? Zij moet er wel uiteindelijk voor werken.

17. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 30 september 2019), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisanten:

Op dinsdag 24 september 2019 spraken wij met een ons ambtshalve bekende prostituee die op dat moment werkzaam was in de raamprostitutiebuurt van [Stad] , zijnde de [plaats] . Genoemde prostituee werkt al een aantal jaren in de [plaats] en werkt het laatste half jaar in de directe omgeving van [Slachtoffer] . Wij raakten met deze prostituee in gesprek over het feit dat [Slachtoffer] onlangs, op zaterdag 7 september 2019, was mishandeld door haar vriend [verdachte] . Genoemde prostituee vertelde ons dat zij op de hoogte was van deze mishandeling. Ze vertelde ons dat op de avond dat de vriend van [Slachtoffer] was aangehouden voor deze mishandeling [Slachtoffer] overstuur bij haar op haar werkkamer kwam. [Slachtoffer] had haar verteld dat ze bang was dat haar vriend voor langere tijd vast moest zitten. Hierop had zij haar geadviseerd om een advocaat voor haar vriend te regelen en dat dat ongeveer 500 euro zou gaan kosten. [Slachtoffer] had hierop aangegeven dat geld niet te hebben omdat haar vriend al haar geld in zijn bezit had. Voorts vertelde genoemde prostituee aan ons dat zij daarover zeer verbaasd was en niet begreep waarom [Slachtoffer] geen geld had voor een advocaat. Volgens haar doet [Slachtoffer] het als prostituee zeer goed. Zij vertelde ons dat [Slachtoffer] minimaal 10 klanten per dag ontving en minimaal 500 euro per dag zou verdienen, uitgaande van 10 klanten per dag voor 50 euro. Vanuit haar werkkamer heeft zij goed zicht op de werkkamer van [Slachtoffer] .

18. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 22 september 2020), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Om inzicht te krijgen in de verdiensten van [Slachtoffer] uit prostitutiewerk zijn camerabeelden gevorderd van de werkkamer van [Slachtoffer] . Camerabeelden zijn gevorderd in 2019 van de werkkamer 36-3 aan de [plaats] te [Stad] , de vergunde prostitutiestraat. De camerabeelden zijn ontvangen van 29 oktober tot en met 11 november 2019.

Bevindingen sekswerk [Slachtoffer]

19. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 26 september 2019), inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [naam]:

Ik ben een van de beheerders van de prostitutiepanden in de [plaats] te [Stad] . Ik kan jullie het volgende vertellen over [Slachtoffer] :

- [Slachtoffer] is vanaf 2013 werkzaam als prostituee in de [plaats] te [Stad] .

- Haar vriend is [verdachte] .

- Door mijn dagelijkse aanwezigheid in de [plaats] te [Stad] heb ik het idee dat Nederlandse prostituees meer klanten hebben dan niet-Nederlandse prostituees. Dat geldt zeer zeker voor [Slachtoffer] . Zij heeft het altijd erg druk. Mijn algemene indruk tijdens mijn veelvuldige aanwezigheid in de [plaats] is dat zij ongeveer 10 klanten per dag heeft.

20. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 24 oktober 2024), inhoudende - zakelijk weergegeven - het relaas van verbalisant:

Van [bedrijf] zijn gegevens ontvangen van de rekening op naam van [Slachtoffer] in de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 april 2024.

Boetes

[Slachtoffer] heeft geen rijbewijs, maar had wel gedurende langere tijd auto’s op naam. [verdachte] is veelvuldig gecontroleerd door de politie als bestuurder van een VW Golf op naam van [Slachtoffer] . Afschrijvingen van de rekening van [Slachtoffer] naar het CJIB tellen in totaal op tot € 8.567,32.

Kosten voertuigen

Naast betaling van boetes zijn andere kosten van voertuigen te zien op de rekening van [Slachtoffer] . Zij heeft binnen de periode van de banktransacties de volgende voertuigen op naam gehad: Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] en een Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] . In totaal is voor kosten in verband met de VW Golf met kenteken [kenteken] € 14.185 aan kosten afgeschreven, exclusief boetes. In totaal zijn 14 afschrijvingen te vinden vanaf de rekening van [Slachtoffer] voor € 2.075,08 in de periode van oktober 2014 tot en met oktober 2016 die vermoedelijk verband houden met het leasen van de [kenteken] .

Beoordelingskader

Uit de wetsgeschiedenis van art. 273f Sr en de jurisprudentie over dit wetsartikel volgt dat mensenhandel is gericht op uitbuiting. De strafbaarstelling van mensenhandel stelt het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De in art. 273f Sr verboden gedragingen beïnvloeden de wil, waaronder is begrepen de keuzemogelijkheid van het slachtoffer, in die zin dat zij leiden tot het ontbreken van vrijwilligheid waartoe ook behoort het ontbreken of de vermindering van de mogelijkheid een bewuste keuze te maken. Dit gebrek aan een vrije keuze komt nader tot uitdrukking in de verschillende bestanddelen die van art. 273f Sr deel uitmaken.

Met betrekking tot het bestanddeel ‘misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht’ geldt dat misbruik kan worden verondersteld, indien de tewerkgestelde in een situatie verkeert of komt te verkeren, die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige werknemer of prostituee in Nederland pleegt te verkeren.

Met betrekking tot het bestanddeel ‘een kwetsbare positie’ geldt dat dit begrip in de wet is gedefinieerd in die zin dat daaronder wordt begrepen: “een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan”.

Het in art. 273f, eerste lid, Sr voorkomende bestanddeel (oogmerk van) uitbuiting is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van uitbuiting van strafbare activiteiten.

Uit jurisprudentie volgt dat uitbuiting moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van art. 273f, eerste lid, aanhef en onder sub 3, sub 4 en sub 9 Sr. De verweten gedragingen kunnen eerst dan als mensenhandel worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat is voldaan aan de voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld.

De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van art. 273f, eerste lid, Sr, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling of de te verrichten activiteit, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de verdachte wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.

Beoordeling door het hof

Sub 4

Uit de hierboven aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat [Slachtoffer] seksuele handelingen met een derde tegen betaling heeft verricht onder omstandigheden die maken dat zij door verdachte is uitgebuit. Het gaat daarbij – met name – om de volgende omstandigheden:

- Verdachte onderhield jarenlang een liefdesrelatie met [Slachtoffer] .

- Verdachte wist dat [Slachtoffer] in een kwetsbare positie verkeerde toen hij haar leerde kennen: ze verbleef enige tijd in een blijf-van-mijn-lijfhuis omdat zij werd mishandeld door haar ex-vriend en ze had onder meer een drankprobleem. Bovendien wist verdachte dat [Slachtoffer] een laag IQ had.

- Het door [Slachtoffer] in de prostitutie verdiende geld stond zij af aan verdachte. Verdachte kwam het geld dat zij had verdiend ook geregeld op haar werkplek ophalen. Verdachte bepaalde hoe dit geld werd gebruikt. Hij maakte zodanige financiële keuzes dat [Slachtoffer] – hoewel ze goed verdiende – in de schulden terecht kwam.

- Als gevolg van de schulden, was [Slachtoffer] genoodzaakt haar prostitutiewerkzaamheden voort te zetten.

- Verdachte was ook gewelddadig richting [Slachtoffer] . Vóór de tenlastegelegde periode mishandelde hij haar al. De mishandelingen gingen door tijdens de tenlastegelegde periode en vonden onder meer plaats als [Slachtoffer] volgens verdachte te weinig geld had verdiend. Ook schold hij haar uit en kleineerde hij haar en ging hij expres boetes rijden met de auto’s die op naam van [Slachtoffer] stonden als zij haar werk niet goed deed.

- Verdachte bepaalde wanneer en hoe lang [Slachtoffer] moest werken en hoeveel geld zij per week moest verdienen. Als zij bij haar moeder op bezoek was, mocht zij van verdachte niet altijd zo lang blijven als zij zelf wilde omdat ze van hem weer aan het werk moest.

- Verdachte bemoeide zich met afspraken die [Slachtoffer] had met hulpverleners en met de gemeente.

- Ook toen hij in de gevangenis zat, bleef verdachte zich bemoeien met het prostitutiewerk van [Slachtoffer] .

Het feit dat verdachte in staat was [Slachtoffer] uit te buiten, was een gevolg van dwang, geweld dan wel dreiging met geweld, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en van de kwetsbare positie waarin zij verkeerde. Verdachte, die in de tenlastegelegde periode een relatie had met [Slachtoffer] , wist dat [Slachtoffer] in een kwetsbare positie verkeerde, niet alleen vanwege haar relatie met hem, maar ook omdat zij een drankprobleem had, een laag IQ heeft en (toen zij hem ontmoette) in een blijf-van-mijn-lijfhuis zat vanwege agressief gedrag van haar ex-vriend. Verdachte heeft misbruik van haar kwetsbare positie gemaakt door haar voor hem in de prostitutie te laten werken en te profiteren van haar geld. Als [Slachtoffer] niet genoeg verdiende, werd verdachte gewelddadig of kleineerde hij haar. Door toedoen van verdachte, kwam [Slachtoffer] in de schulden terecht. De angst voor verdachte, haar lage zelfbeeld en de schulden maakten haar positie nog kwetsbaarder. Mede daarom kon zij zich niet aan de situatie onttrekken en bleef zij in de prostitutie werken.

Gelet op dit alles kan naar het oordeel van het hof worden bewezen dat verdachte [Slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4). Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, heeft verdachte daarbij – zoals gezegd – ook misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van [Slachtoffer] . De omstandigheid dat [Slachtoffer] aanvankelijk vrijwillig in de prostitutie werkte, maakt het voorgaande niet anders. Uit de bewijsmiddelen, zoals deze hiervoor zijn weergegeven, leidt het hof ook – anders dan de raadsvrouw heeft betoogd – af dat het door verdachte gepleegde geweld wel degelijk in relatie stond tot de prostitutiewerkzaamheden van [Slachtoffer] . In dit verband merkt het hof op dat verdachte [Slachtoffer] ook vóór de tenlastegelegde periode al mishandelde (in september 2012 is zij naar de tandarts geweest omdat verdachte een tand uit haar mond had geslagen) en dat zij haar werk in de prostitutie mede bleef doen uit angst voor nog meer geweld door verdachte. Bovendien volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte ook in de tenlastegelegde periode regelmatig verbaal en fysiek agressief werd als [Slachtoffer] niet genoeg geld verdiende.

Overig

Door de verdediging is geen verweer gevoerd tegen de subs 1, 6 en 9. Naar het oordeel van het hof komt uit voornoemde bewijsmiddelen voldoende naar voren dat verdachte zich ook aan deze onderdelen van de tenlastelegging heeft schuldig gemaakt. Het hof verklaart daarom ook de subs 1, 6 en 9 bewezen.

Het hof is – met de raadsvrouw – van oordeel dat er te weinig bewijs is dat [Slachtoffer] van verdachte ook anale seks moest hebben met klanten. Van dit gedachtestreepje zal het hof hem daarom vrijspreken.

Het hof zal verdachte ook vrijspreken van de strafverzwarende omstandigheid die ziet op de kwetsbaarheid van de persoon. De in de tenlastelegging genoemde omstandigheid dat sprake is van een beperkt IQ is op zich onvoldoende om te spreken van een kwetsbaar persoon. De overige in de tenlastelegging genoemde omstandigheden zeggen iets over de kwetsbaarheid van de positie, maar niet over de kwetsbaarheid van de persoon.

Gelet op al het voorgaande verklaart het hof bewezen dat verdachte zich in de periode van 14 oktober 2012 tot en met 13 maart 2024 schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot [Slachtoffer] , bestaande uit het vervoer met het oogmerk van seksuele uitbuiting (sub 1), seksuele en financiële uitbuiting (sub 4 en sub 9) en het daarmee samenhangende profijt (sub 6). Uit de bewijsmiddelen komt voldoende naar voren dat de mensenhandel in deze periode is gepleegd. Daarom ziet het hof geen reden om een kortere periode bewezen te verklaren.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2012 tot en met 13 maart 2024 te [Stad] en/of te [plaats] en/of (elders) in Nederland en/of te [Stad],

A) een ander, te weten [Slachtoffer] , (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie

- heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [Slachtoffer] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [Slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [Slachtoffer] , seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [Slachtoffer] , (sub 6°),

immers heeft/is hij, verdachte:

- een (liefdes)relatie onderhouden met voornoemde [Slachtoffer] en/of

- boos geworden op voornoemde [Slachtoffer] en/of voornoemde [Slachtoffer] geslagen en/of geschopt en/of uitgescholden en/of gekleineerd als zij te weinig geld had verdiend en/of

- tegen die [Slachtoffer] gezegd dat zij minstens 500 euro per dag moest verdienen en/of

- tegen voornoemde [Slachtoffer] gezegd dat hij boetes ging rijden met de auto(’s) op naam van die [Slachtoffer] en/of

- voor die [Slachtoffer] bepaald wanneer zij opgehaald zou worden en/of klaar was met werken en/of

- tegen [Slachtoffer] gezegd dat zij het ook anaal moest doen en/of

- voornoemde [Slachtoffer] naar klanten voor prostitutie vervoerd en/of laten vervoeren en/of

- (een gedeelte van) het door voornoemde [Slachtoffer] verdiende geld ingenomen en/of door voornoemde [Slachtoffer] laten afstaan,

terwijl voornoemde [Slachtoffer] een beperkt IQ en/of een beperkt sociaal netwerk en/of geen opleiding en/of geen eigen inkomen had en/of (aldus) misbruik van de kwetsbare positie van voornoemde [Slachtoffer] gemaakt en/of terwijl voornoemd feit is voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het bewezenverklaarde levert op:

mensenhandel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierenhalf jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat er een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod met [Slachtoffer] wordt opgelegd voor de duur van vijf jaar.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht om een lagere straf op te leggen dan de rechtbank heeft gedaan, waarbij zij in overweging heeft gegeven om een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden op te leggen. In dit verband heeft zij – onder meer – opgemerkt dat het financiële voordeel dat verdachte heeft gehad aanzienlijk lager is geweest dan de rechtbank heeft aangenomen en dat er in strafmatigende zin rekening moet worden gehouden met de in Duitsland opgelegde zeer hoge gevangenisstraf van 4,5 jaar. Ook moet rekening worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte zich tot dusver goed heeft gedragen in de gevangenis.

Bij het bepalen van de straf gaat het hof uit van de oriëntatiepunten en de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten, waaronder de strafdoeleinden, te weten vergelding, speciale en generale preventie. Het hof is van oordeel dat, gelet op die doeleinden, de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur passend en geboden is. In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandel – voor zover relevant in deze zaak – de volgende omstandigheden van belang:

Ten aanzien van de vergelding gaat het om de ernst van de feiten.

Verdachte heeft zich jarenlang schuldig gemaakt aan de uitbuiting van zijn vriendin [Slachtoffer] . Hoewel zij het prostitutiewerk aanvankelijk vrijwillig deed, is dit door toedoen van verdachte steeds minder vrijwillig geworden. Zij heeft bijna al het door haar verdiende geld aan verdachte afgestaan. Door verdachte is zij in de schulden geëindigd. Verdachte wist van de kwetsbaarheid en slechte mentale gesteldheid van [Slachtoffer] . Desalniettemin hield hij hulpverlening op afstand en zorgde hij dat hij overwicht op haar kreeg en hield, onder meer door haar te mishandelen en te kleineren. Zelfs toen verdachte in de gevangenis zat, bleef hij proberen om de controle in handen te houden door er telefonisch bij [Slachtoffer] op aan te sturen dat zij wel moest blijven werken om genoeg geld te verdienen. Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat hij telkens zijn eigen financiële gewin vooropgesteld heeft en dat hij veel te weinig rekening heeft gehouden met de belangen en het welzijn van zijn vriendin.

Naar het oordeel van het hof heeft verdachte met dit handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit van [Slachtoffer] . Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten vaak – vroeg of laat – in hun leven ernstige psychische schade van dergelijke gebeurtenissen ondervinden.

Gelet op de ernst van het feit is uit oogpunt van vergelding de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden.

Ten aanzien van de generale preventie is eveneens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Duidelijk moet zijn dat voor seksuele uitbuiting van een kwetsbaar slachtoffer, gepleegd gedurende een lange periode, een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

Ten aanzien van de speciale preventie overweegt het hof het volgende.

Het hof houdt rekening met het strafblad van verdachte van 17 juli 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor mensenhandel. Dit werkt niet strafverhogend maar ook niet strafverlagend. Het hof houdt er verder rekening mee dat verdachte op 9 juni 2023 in Duitsland is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden, van welke straf hij nog een groot deel zal moeten uitzitten.

In alle hiervoor genoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf van vier jaar (met aftrek van voorarrest) passend en geboden is. Met name vanwege de zeer lange periode waarin verdachte [Slachtoffer] heeft uitgebuit en de wijze waarop hij dat heeft gedaan, kan niet worden volstaan met de oplegging van een lagere gevangenisstraf dan vier jaar. Daarbij heeft het hof ook gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting ter zake van mensenhandel in geval van seksuele uitbuiting. Het oriëntatiepunt voor seksuele uitbuiting waarin het enkel gaat om sub 4 is een gevangenisstraf van 14 maanden bij categorie II en 30 maanden bij categorie III. Dit oriëntatiepunt heeft geen betrekking op zo’n lange periode van seksuele uitbuiting als in deze zaak, maar ziet op seksuele uitbuiting van (veel) kortere duur.

Het hof zal daarnaast een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod met [Slachtoffer] opleggen voor de duur van vijf jaar, zoals is gevorderd door de advocaat-generaal. Verdachte heeft ter zitting aangegeven daar geen bezwaar tegen te hebben.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 525.992,66 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 495.922,66. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot het bedrag van € 495.922,66, met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2024 en voorts met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht om een bedrag van € 58.225,85 aan materiële schade toe te wijzen. Dit bedrag is gebaseerd op de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel die is gemaakt in de ontnemingszaak. Aan immateriële schade (smartengeld) kan een bedrag van € 25.000,- worden toegewezen.

Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de jarenlange seksuele uitbuiting door verdachte.

Bij de bepaling van de door de benadeelde partij geleden materiële schade heeft het hof – voor zover mogelijk – betrokken de informatie die in het dossier beschikbaar is over de verdiensten van [Slachtoffer] in de periode dat zij door verdachte werd uitgebuit. Voor het hof is echter niet duidelijk geworden hoeveel omzetbelasting en inkomstenbelasting de benadeelde partij had moeten betalen als zij in de gehele bewezenverklaarde periode zelf belasting had betaald over haar verdiensten. Het hof zal de materiële schade daarom schatten. Bij deze schatting zal het hof er – net als in de ontnemingszaak – van uit gaan dat de benadeelde partij een totale opbrengst heeft gehad van € 852.720,-. Nu dit om de totale ontvangsten gaat is dit bedrag inclusief 21% aan omzetbelasting. Niet blijkt dat deze omzetbelasting is betaald. Ongeacht wie als belastingplichtige moet worden aangemerkt (verdachte of [Slachtoffer] zelf) is deze belasting wel verschuldigd, zodat het hof op de opbrengst de omzetbelasting in mindering zal brengen. Exclusief omzetbelasting komt de omzet op € 704.727,27. Van dit bedrag zal het hof de zakelijke kosten, te weten de huurkosten voor de peeskamer en de kosten voor condooms etc., aftrekken. Net als in de ontnemingszaak heeft het hof deze twee kostenposten berekend op een bedrag van in totaal € 345.986,-. Dit bedrag zal het hof aftrekken van voornoemd bedrag van € 704.727,27. Dan resteert een bedrag van € 358.741,27. Dit betreft dan het bruto inkomen. Van dit bedrag zal nog de verschuldigde inkomstenbelasting moeten worden afgetrokken. Het hof acht een percentage van 20% aan inkomstenbelasting reëel, omdat de benadeelde partij in de laagste belastingschijf valt en vermoedelijk in aanmerking komt voor verschillende aftrekposten en vrijstellingen. Het hof houdt rekening met de belastingvrije voet. Na aftrek van 20% aan inkomstenbelasting blijft over een bedrag van (afgerond) € 286.993,- aan besteedbaar inkomen.

Om de materiële schade van de benadeelde partij te kunnen schatten, zullen de kosten die ten behoeve van haarzelf zijn gemaakt nog van dit bedrag moeten worden afgetrokken. Het gaat dan om de kostenposten “woonkosten (€ 67.700,-)”, “ontvangen bedragen (€ 6.200,-)”, “eerste levensbehoeften (€ 38.000,-)”, “alcohol, drugs en roken (€ 40.000,-)” en “huisdieren (€ 8.700,-)”. In totaal bedragen deze kosten € 160.600,-, waarmee de geschatte materiële schade uitkomt op een bedrag van € 126.393,-. Het hof zal dit bedrag daarom toewijzen aan materiële schade. Voor het overige zal het hof de vordering voor wat betreft de materiële schade afwijzen.

Over de gevorderde vergoeding aan immateriële schade (smartengeld) overweegt het hof dat bij mensenhandel de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat een aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b van het Burgerlijk Wetboek al zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen. Het hof acht het redelijk en billijk om in deze zaak een bedrag van € 25.000,- aan smartengeld toe te wijzen. Door de verdediging is de hoogte van dit bedrag niet betwist. Het hof heeft bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld acht geslagen op de Rotterdamse Schaal in samenhang met de ‘Aanbevelingen rechtspraak voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW’ en op de bedragen die in vergelijkbare zaken aan smartengeld worden toegekend. Mede omdat het hof tot een iets beperktere bewezenverklaring is gekomen dan de rechtbank – zo heeft het hof niet bewezen verklaard dat [Slachtoffer] ook anale seks moest hebben van verdachte – komt het hof tot een lager bedrag aan smartengeld dan door de rechtbank is toegekend.

Voor het overige zal het hof de vordering voor wat betreft de immateriële schade afwijzen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Wetsartikelen

De straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36f, 38v, 38w en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met: [Slachtoffer] , geboren op 2 september 1988.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [Slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 151.393,00 (honderdeenenvijftigduizend driehonderddrieënnegentig euro) bestaande uit € 126.393,00 (honderdzesentwintigduizend driehonderddrieënnegentig euro) materiële schade en

€ 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [Slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 151.393,00 (honderdeenenvijftigduizend driehonderddrieënnegentig euro) bestaande uit € 126.393,00 (honderdzesentwintigduizend driehonderddrieënnegentig euro) materiële schade en € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 13 maart 2024.

Dit arrest is gewezen door mr. J.D. den Hartog, mr. M.C. Fuhler en mr. M.L. Plas,

in aanwezigheid van de griffier mr. R. Jansen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 10 september 2026 (zittingsplaats Arnhem).

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 10 september 2026 (zittingsplaats Arnhem).

Tegenwoordig:

mr. J.D. den Hartog, voorzitter,

mr. J. Zeilstra, advocaat-generaal,

mr. B. van Leeuwen, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter sluit het onderzoek en spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand