ECLI:NL:GHARL:2026:6342

ECLI:NL:GHARL:2026:6342

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 21-000377-25
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Leeuwarden

Samenvatting

Bevestiging met uitzondering van de straf, daaronder begrepen de vordering bp, en de vordering TUL.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,

op dit moment vanwege een andere strafzaak verblijvende in P.I. [locatie] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens verdachte door haar raadsman,

mr. R. Oude Breuil, is aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte is door de politierechter vrijgesproken van wat aan haar onder 1 inzake parketnummer 08-165286-24 is ten laste gelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen de vrijspraak voor dit feit. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen. Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 17 januari 2025, waartegen het hoger beroep is gericht:

Het hof is van oordeel dat de politierechter op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het de strafoplegging betreft, daaronder begrepen de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging. Ten aanzien van deze onderdelen van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de politierechter. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Oplegging van straf

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij de eis van de advocaat-generaal. Daarbij heeft de raadsman het hof in overweging gegeven om een proeftijd van 3 jaren op te leggen. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou de aan verdachte opgelegde en thans lopende maatregel tot plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD-maatregel) doorkruisen.

Oordeel van het hof

Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan beschadiging van een telefoon en ketting en vernieling van een ruit. Met haar handelen heeft verdachte schade en overlast berokkend. Zij heeft in het geheel geen respect getoond voor de eigendomsrechten van een ander.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Verdachte heeft aangeefster geduwd waardoor zij op de grond is gevallen, haar bij haar shirt vastgepakt en vervolgens aangeefster uit haar rolstoel getrokken en haar tegen het hoofd geslagen. Door aldus te handelen, heeft zij een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Dergelijk geweld veroorzaakt bovendien gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, zeker als een dergelijk voorval zich op klaarlichte dag in het openbaar voordoet, zoals in onderhavige zaak het geval was.

Persoon van verdachte

Het hof heeft bij de strafoplegging gelet op het strafblad van verdachte van 19 augustus 2026, waaruit blijkt dat zij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke delicten en voor andere strafbare feiten. Tevens is daaruit gebleken dat aan verdachte bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Overijssel op 6 oktober 2025 een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren is opgelegd. Verder heeft het hof rekening gehouden met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Op de zitting van het hof is naar voren gekomen dat verdachte gemotiveerd is voor gedragsverandering en onlangs in het kader van de ISD-maatregel is overgeplaatst naar een kliniek in [plaats] .

De strafoplegging

Het hof acht gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten in beginsel de door de politierechter opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Gelet op de omstandigheid dat verdachte zich momenteel in een ISD-traject bevindt en zich in daarbij ook lijkt in te zetten om de goede weg in te slaan, zal het hof kiezen voor een andere strafmodaliteit om die door haar ingezette weg niet te doorkruisen.

Alles afwegende en in onderlinge samenhang bezien, acht het hof passend en geboden de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van 3 jaren.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 11.320,00 ingediend, bestaande uit € 1.320,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De politierechter heeft de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 250,00 aan immateriële schade.

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken komen aanwijzingen naar voren dat de benadeelde partij inmiddels is overleden. Nu de door de politierechter toegewezen vordering na overlijden van de benadeelde partij op grond van artikel 421, tweede lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) van rechtswege voortduurt in hoger beroep dient het hof ook in die situatie ingevolge art. 361, vierde lid, Sv op diens vordering te beslissen. De omstandigheid dat de benadeelde partij inmiddels is overleden, maakt dat niet anders en staat aan toewijzing van de vordering niet in de weg, ook niet indien zij strekt tot vergoeding van immateriële schade.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep niet aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof kan daarom alleen een beslissing nemen over de gevorderde schadevergoeding voor het deel dat door de politierechter is toegewezen.

Op de zitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 08-162601-24 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Die schade bestaat uit lichamelijk letsel zoals bedoeld in artikel 6:106, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Uit de aangifte blijkt dat de benadeelde partij een bult aan de linkerkant van haar hoofd en een hersenschudding heeft opgelopen. Verdachte moet die schade vergoeden. De vordering wordt daarom toegewezen voor het bedrag van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2024.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.

Vordering tot tenuitvoerlegging

In de zaak met parketnummer 21-005912-17 is verdachte op 8 juni 2022 door het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Zwolle, veroordeeld tot straf. Aan verdachte is toen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden. Deze vordering is in hoger beroep ook aan de orde.

Ter zitting heeft de advocaat-generaal gevorderd de vordering na voorwaardelijke veroordeling geheel toe te wijzen, met dien verstande dat, in plaats van een gevangenisstraf van 4 maanden, een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis wordt gelast.

Verdachte is bij onherroepelijk vonnis van 6 oktober 2025 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo veroordeeld tot een ISD-maatregel voor de duur van twee jaren. Deze maatregel wordt op dit momenteel ten uitvoer gelegd. Toewijzing van de vordering zou in beginsel (behoudens gratiëring) meebrengen dat verdachte na afloop van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel opnieuw detentie zou wachten. Gelet op de aard en het doel van de ISD-maatregel is het hof van oordeel dat dit thans niet opportuun is. Omzetting in een taakstraf zoals door de advocaat-generaal gevorderd acht het hof bij de huidige stand van zaken en gelet op de kwetsbare persoon van verdachte zoals die uit de stukken naar voren komt thans evenmin aangewezen. Het hof zal het de vordering daarom afwijzen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-165283-24 onder 1 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging, daaronder begrepen de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-162601-24 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-162601-24 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 2 (twee) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 14 mei 2024.

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket OVJ Oost-Nederland van 9 september 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juni 2022, parketnummer 21-005912-17, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door mr. M.B. de Wit, mr. G.A. Versteeg en mr. K.K. Lindenberg, in aanwezigheid van de griffier mr. G.A.G. van Essen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand