Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001626-25
Uitspraakdatum: 2 oktober 2026
TEGENSPRAAK
Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 4 april 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-000016-25 en 08-154895-24, 08-181479-24, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 21-005293-23, tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats 1] ,
in verband met een andere strafzaak verblijvende te P.I. [instelling] te [plaats 1] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 september 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de politierechter.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman,
mr. R. Oude Breuil, hebben aangevoerd.
Het vonnis
Bij het hierboven genoemde vonnis waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:
De tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 08-000016-25:
hij op of omstreeks 9 november 2024 te [plaats 2] een fiets (merk/type: Batavus Max), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een onbekend gebleven eigenaar, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Zaak met parketnummer 08-181479-24:
feit 1.hij op of omstreeks 25 maart 2024 te [plaats 2] een elektrische fiets (van het merk/type Sparta Mojo), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
feit 2.hij op of omstreeks 27 maart 2024 te [plaats 3] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door haar (indirect en/of via de politie) de woorden toe te voegen: "ik steek haar aan het mes", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.
Zaak met parketnummer 08-154895-24:
hij op of omstreeks 6 mei 2024 te [plaats 4] , gemeente [gemeente 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fietsaccu, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan de politie Oost-Nederland, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen fietsaccu onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Parketnummer 08-000016-25 (diefstal fiets 9 november 2024 te [plaats 2] )
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal van de fiets wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verbalisanten hebben gehoord dat het slot van de fiets openging. Verdachte heeft op de zitting van het hof verklaard dat het zijn eigen fiets was, die hij na 9 november 2024 had overgenomen van [naam 1] . Er dient te worden uitgegaan van de juistheid van de constatering van de verbalisant. Het alternatieve scenario van verdachte dat de fiets van [naam 1] was, is gelet op het dossier aantoonbaar onjuist gebleken. [naam 1] heeft namelijk verklaard sinds 4 november 2024 geen contact meer te hebben gehad met verdachte.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de diefstal van de fiets. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de fiets aan een ander toebehoorde dan verdachte of [naam 1] . Er is geen braakschade bij de fiets en er is geen aangifte binnengekomen dat de fiets daadwerkelijk is gestolen. Verder heeft de politie alleen gehoord dat het slot van de fiets opengegaan.
Oordeel van het hof
Uit het strafdossier volgt dat verbalisant [verbalisant 1] verdachte heeft zien lopen richting de fietsenstaling van de oude hoofdingang van [stadion] op 9 november 2024. Verdachte keek links en rechts over zijn schouder naar de geplaatste fietsen. Verbalisant [verbalisant 1] kreeg het gevoel dat hij alle fietsen aandachtig bekeek. Rond 00.10 uur stond verdachte stil bij een fiets en boog hij vanaf de zijkant en achterkant over de fiets. Na enkele seconden klonk er een luide klik. Het was het geluid van een slot dat opengedraaid werd. Vervolgens stapte verdachte op de fiets en fietste hij weg. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat er geen sleutel in het fietsslot zat, maar dat het slot wel was geopend. Kort daarna is verdachte om 00.12 uur aangehouden. Tijdens de vervoersfouillering bleken in het tasje van verdachte meerdere inbussleutels, een schroevendraaier, een loper voor een fiets en autoslot te zitten.
Gelet op de bedenkelijke omstandigheden waaronder verdachte de fiets heeft weggenomen, heeft het hof geen enkele reden om te twijfelen dat de fiets aan een ander dan verdachte toebehoorde. Verdachte heeft bij de fietsenstalling verschillende fietsen bekeken, is stil blijven staan bij de weggenomen fiets en is vanaf de zijkant en achterkant over de fiets gebogen, waarbij de verbalisant heeft gehoord dat het slot werd opengedraaid. Verdachte is weggefietst zonder dat er een sleutel in het slot zat terwijl hij even later in het bezit bleek van een loper.
Na de aanhouding verklaarde verdachte dat de fiets van een vriend was. Tijdens het politieverhoor van verdachte gaf verdachte aan de dag ervoor zeven à acht keer met die vriend ( [naam 1] ) te hebben gebeld om te vragen of hij een fiets had staan bij het [stadion] . Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant5] het nummer van [naam 1] gekregen en heeft hij hem gebeld. [naam 1] verklaarde dat hij 4 november 2024 voor het laatst contact had gehad met verdachte, dat hij helemaal geen fiets meer had en niks wist van een fiets die bij het [stadion] zou staan. Hieruit leidt het hof af dat het door verdachte naar voren gebrachte alternatieve scenario dat de fiets van [naam 1] of van verdachte was, geen steun vindt in het strafdossier en niet aannemelijk is geworden. De verklaring van [naam 1] biedt geen ondersteuning voor verdachtes gedrag dat hij op zoek was naar een sticker op een fiets van zijn vriend. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat de fiets niet aan [naam 1] of verdachte toebehoorde.
Ten laste is gelegd dat de weggenomen fiets aan een onbekend gebleven eigenaar of in elk geval aan een ander toebehoorde. Het dossier bevat geen aangifte van diefstal of anderszins gegevens waar uit af te leiden is aan wie de fiets toebehoorde. Dat de fiets aan iemand toebehoorde en dat het geen res nullius betrof (een goed waarvan de eigenaar afstand heeft gedaan), leidt het hof af uit het feit er behoudens de omstandigheid dat er geen aangifte is gedaan van diefstal, geen aanwijzingen zijn dat de eigenaar ten tijde van het wegnemen (al) afstand had gedaan van de fiets. De fiets stond in een fietsenrek bij het [stadion] en de fiets stond op slot. Er is geen melding gemaakt van mankementen en de fiets was in ieder geval in zodanige staat dat verdachte er op weg kon fietsen.
Bewijsmiddelen
1. Het proces-verbaal van bevindingen van 9 november 2024, pagina’s 6 t/m 7.
Op 9 november 2024, omstreeks 00:15 uur was ik, verbalisant [verbalisant 1] aan het [naam2] te [plaats 2] . Ik was in burger gekleed en zodanig niet herkenbaar als zijnde politie. Ik zag de mij ambtshalve bekende [verdachte] lopen in de richting van de fietsenstalling. Zijde: Oude hoofdingang [stadion] .
Ik zag dat hij rechtstreeks richting de fietsenstalling liep gelegen aan het [naam2] te [plaats 2] . Ik zag dat hij zowel links als volledig rechts over zijn schouder naar de aldaar geplaatste fietsen keek. Ik kreeg het gevoel dat hij echt alle fietsen aandachtig bekeek. Te 00:10 uur zag ik dat hij aan de zijde van de parkeerplaats in de fietsenstalling bij een fiets stil bleef staan. Ik zag dat hij vanaf de zijkant/achterzijde over de fiets boog. Na enkele secondes hoorde ik een luide KLIK, het geluid van een slot dat open gedraaid wordt. [verdachte] is bij mij ambtshalve bekend als zijnde een fietsendief die tevens gebruik maakt van zogenoemde lopers/ valse sleutels om fietsen weg te nemen. Ik zag hierop dat hij op de fiets stapte en wegfietste over de [naam3] in de richting van de [naam4] . Ik zag dat er geen sleutel in het fietsenslot zat. Ik zag dat het slot echter wel geopend was.
Verdachte
Voornamen [voornamen]
Achternaam [verdachte]
Geboortedatum [geboortedag] 1994
Fiets
Categorie Goed
Omschrijving Fiets
Aantal 1
Merk/type Batavus Max
Kleur Grijs
Serienummer [serienummer]
Bijzonderheden Fiets gestolen bij fietsenstalling zijde [stadion] .
2. Het proces-verbaal van bevindingen van 9 november 2024, pagina 9.
Ik, verbalisant [verbalisant5] , verklaar het volgende:
Op 9 november 2024 was ik verbalisant werkzaam en belast met een fietsendiefstalzaak van verdachte [verdachte] .
Tijdens het verhoor gaf [verdachte] aan dat hij gisteravond 7 à 8 keer met [naam 1] had gebeld om te vragen of [naam 1] nog een fiets had staan bij het treinstation bij het [stadion] . Ik heb de telefoon van [verdachte] uit zijn fouillering gehaald en aan [verdachte] gevraagd of hij het telefoonnummer van [naam 1] wilde geven.
Ik kreeg van [verdachte] het volgende telefoon nummer [telefoonnummer] .
Vervolgens heb ik het telefoonnummer gebeld en werd er door [naam 1] opgenomen.
Ik heb [naam 1] gevraagd of hij gisteravond door [verdachte] gebeld zou zijn, [naam 1] zei dat
hij maandag 4 november 2024 voor het laatst contact met [verdachte] had gehad.
Vervolgens vroeg ik aan [naam 1] of hij een fiets had staan bij het [stadion] ,
Ik hoorde [naam 1] zeggen dat hij helemaal geen fiets meer had en hier eigenlijk niks
van af weet.
Betrokkene
Achternaam [naam 1]
Voornamen [namen]
Geboren [geboortedatum 1]
Geboorteplaats [geboorteplaats 2] in Nederland
Betrokkene
Achternaam [verdachte]
Voornamen [voornamen]
Geboren [geboortedag] 1994
Geboorteplaats [geboorteplaats 1] in Nederland
3. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte van 9 november 2024, pagina 12.
Verdachte
Voornamen [voornamen]
Achternaam [verdachte]
Geboortedatum [geboortedag] 1994
Op zaterdag 09 november 2024, omstreeks 00:12 uur, waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , in dienst ten behoeve van de vele fietsendiefstallen te [plaats 2] .
Op bovenstaande dag, datum en tijdstip kregen wij middels onze verbindingen door dat er een fiets werd gestolen bij [stadion] . De fiets werd gestolen aan de zijde van het station. Het stadion is gelegen aan het [naam2] te [plaats 2] . Op aanwijzen van een collega werd het ons duidelijk dat de verdachte op een fiets op de [naam3] in de richting van [plaats 4] fietste.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , reed op mijn fiets in de richting van de verdachte. Ik
pakte de verdachte vast en zei dat hij was aangehouden.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat collega [verbalisant 4] in het tasje keek van de verdachte
voor de vervoersfouillering. Ik zag dat hij uit het tasje meerdere inbussleutels bij
zich had. Tevens zag ik dat er een schroevendraaier, een loper voor een fiets en
autoslot, een mes en drugs in het tasje zaten.
Feit 2 parketnummer 08-181479-24 bedreiging
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de bedreiging wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
Verdachte stelt dat hij de ten laste gelegde bewoordingen niet heeft geuit. Verdachte heeft alleen gezegd dat hij zijn zusje zou pakken. Uitgaand van de verklaring van verdachte moet hij worden vrijgesproken van de bedreiging.
Oordeel van het hof
Het hof stelt vast dat aangeefster, het zusje van verdachte, op 27 maart 2024 aangifte heeft gedaan van bedreiging door verdachte. Zij hoorde dat verdachte in zijn politieverhoor heeft gezegd dat hij haar zou opzoeken en haar zou neersteken met een mes.
Verdachte heeft in zijn politieverhoor op pagina 51 van het dossier verklaard dat: "Ik steek haar aan het mes". Vervolgens is verdachte in een later verhoor geconfronteerd met het feit dat de verbalisanten begrepen dat hij zijn zus wat wil aandoen. Verdachte werd gevraagd wat hij met die eerder geuite bewoordingen uit zijn politieverhoor bedoelde. Toen antwoordde verdachte dat hij het zat was en dat hij haar aan de kop zou slaan.
Het hof is gelet op de door verdachte gekozen bewoordingen en de uitleg die hij daar zelf aan heeft gegeven van oordeel dat de aard van de ten laste gelegde uitlating van verdachte in de gegeven omstandigheden een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht oplevert.
Het hof komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde inzake parketnummer 08-181479-24.
Bewijsmiddelen
1. Een proces-verbaal van aangifte van 27 maart 2024, pagina’s 34 en 35.
Omschrijving aangifte
Feit Bedreiging
Plaats delict [adres] , [postcode] [plaats 3]
Pleegdatum/tijd Tussen woensdag 27 maart 2024 om 09:00 uur en woensdag
27 maart 2024 om 10:26 uur
Aangever
Achternaam [slachtoffer 2]
Voornamen [voornaam slachtoffer]
Geboren [geboortedatum 2]
Vandaag, woensdag 27 maart 2024, omstreeks 10.10 uur, werd ik gebeld door de politie. Mij werd verteld dat [verdachte] , naar aanleiding van onder andere mijn verklaring, is gehoord als verdachte.
Ik hoorde dat [verdachte] in dit verdachten verhoor, bedreigingen heeft geuit
Naar mij. Ik heb gehoord dat hij heeft gezegd dat hij erg boos is en dat er gevolgen
hieraan zitten. Ik heb gehoord dat hij heeft gezegd mij op te zoeken en mij neer te
steken met een mes. Ik wil hierom aangifte doen van bedreiging. Ik ben daadwerkelijk bang voor [verdachte] . Ik ben bang dat hij mij daadwerkelijk gaat opzoeken. [verdachte] is op dit moment erg verslaafd. Hij heeft weinig te verliezen. Ik weet dat hij niet bang is om geweld te gebruiken.
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 51.
Ik steek haar aan het mes.
3. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 54.
O: Je bent net in het 2e verhoor geweest en ik lees daar dat je jouw zus wat wil
aandoen. Ik zie dat je zegt: "Ik steek haar aan het mes."
V: Wat bedoel je hiermee?
A: Ik ben het zat ik sla haar aan de kop.
Opsomming bewijsmiddelen feit 1 parketnummer 08-181479-24 en parketnummer 08-154895-24
Het hof volstaat ten aanzien van de hierna bewezenverklaarde feiten met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte deze feiten op de zitting van het hof duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en door de raadsman ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak is bepleit. Ieder bewijsmiddel wordt – ook in onderdelen – slechts gebruikt voor het feit waarop het gelet op de inhoud betrekking heeft.
Feit 1 parketnummer 08-181479-24
1. Het proces-verbaal van aangifte van 25 maart 2024, pagina 7 t/m 8.
2. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte van 26 maart 2024, pagina’s 37 t/m 38.
3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 26 maart 2026, pagina 45 t/m 46.
Parketnummer 08-154895-24
1. Het proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2024, pagina 8.
2. Het proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2024, pagina’s 16 t/m 17.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het inzake parketnummer 08-000016-25, het inzake parketnummer 08-154895-24 en het onder 1 en 2 inzake parketnummer 08-181479-24 ten laste gelegde, heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 08-000016-25:
feithij op 9 november 2024 te [plaats 2] een fiets (merk/type: Batavus Max), die geheel aan een onbekend gebleven eigenaar toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Zaak met parketnummer 08-181479-24:
feit 1.hij op 25 maart 2024 te [plaats 2] een elektrische fiets (van het merk/type Sparta Mojo), die geheel aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.
feit 2.hij op 27 maart 2024 te [plaats 3] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door haar (indirect via de politie) de woorden toe te voegen: "ik steek haar aan het mes".
Zaak met parketnummer 08-154895-24:
hij op 6 mei 2024 te [plaats 4] , gemeente [plaats 4] (O), tezamen en in vereniging met een ander, een fietsaccu die geheel aan de politie Oost-Nederland toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen fietsaccu onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 08-000016-25 en het onder 1 in de zaak parketnummer 08-181479-24 bewezenverklaarde levert op:
telkens: diefstal.
Het onder 2 in de zaak met parketnummer 08-181479-24 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Het in de zaak met parketnummer 08-154895-24 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige
zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Onvolledigheid van het onderzoek
Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is
geweest, aangezien het hof zich op dit moment onvoldoende voorgelicht acht over de persoon van verdachte. Het hof acht het daarom wenselijk dat over verdachte een
rapport wordt uitgebracht door de reclassering. Dat betekent dat het onderzoek heropend moet worden.
Aan deze beslissing liggen de volgende overwegingen ten grondslag.
Het hof constateert dat in eerste aanleg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van voorarrest is opgelegd en dat in hoger beroep opnieuw een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf is geëist. De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 3 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Het hof heeft kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 31 augustus 2026, dat is opgemaakt in het kader van een andere strafzaak waarvoor verdachte nu in de gevangenis zit. Daaruit is gebleken dat het opleggen van een straf zonder begeleiding niet zal bijdragen aan gedragsverandering en het terugdringen van het recidiverisico. De kans op herhaling wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert onder andere een meldplicht en een klinische opname gericht op verslavingsproblematiek en aansluitend verblijf binnen een maatschappelijke opvang of beschermde woonvoorziening.
Op de zitting van het hof is naar voren gebracht dat de veroordeling waarvoor verdachte nu in de gevangenis verblijft onherroepelijk is sinds 7 september 2026, waarbij aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een reclasseringstoezicht en een opname in een zorginstelling. Verdachte heeft aangegeven dat hij gemotiveerd is om na afloop van zijn huidige detentie aan zijn verslavingsproblematiek te werken binnen een klinische opname en dat daarover al contact is geweest met de kliniek in [plaats 5] .
Het hof ziet zich bij de huidige stand van zaken - gelet op de bewezenverklaring, de
strafbaarheid van de feiten en van verdachte - voor de vraag gesteld hoe enerzijds recht te doen aan de ernst van de feiten, en anderzijds voldoende rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft ter zitting van het hof de oprechte indruk gemaakt dat hij na ommekomst van zijn huidige detentie meteen aan de slag wil met zijn verslaving in een kliniek waarmee nu al contact is. Gelet op verdachtes uitgebreide strafblad en het daaruit sprekende overlastgevende gedrag van verdachte, zou het aanpakken van zijn verslaving niet alleen in het voordeel zijn van verdachte maar ook van de samenleving. Het hof wil verdachte de kans bieden om te laten zien dat hij zijn plan om van zijn verslaving af te komen en zijn leven te beteren serieus neemt. Om daar zicht op te krijgen zal enige tijd nodig zijn. Daarom zal het hof het onderzoek in deze zaak schorsen voor de duur van (ongeveer) 6 maanden. In de tussentijd kan verdachte met zijn verslaving aan de slag. Bij de eerstvolgende inhoudelijke behandeling van deze zaak moet er een recent reclasseringsrapport worden overgelegd met het oog op de afdoening van deze strafzaak.
Het hof stelt daarom de stukken van de zaak in handen van de advocaat-generaal met als opdracht dat de advocaat-generaal een volledig reclasseringsrapport over de persoonlijke omstandigheden van verdachte laat opmaken. Daarin dient te worden ingegaan op de vraag of verdachte is begonnen met zijn behandeling binnen een zorginstelling om te werken aan zijn verslavingen en de manier waarop de behandeling van verdachte verloopt.
Tot slot merkt het hof op dat bij de volgende inhoudelijke behandeling van deze zaak alleen
de strafoplegging besproken zal worden.
BESLISSING
Het hof:
Heropent het onderzoek.
Draagt de stukken over aan de advocaat-generaal met de opdracht een
reclasseringsrapportage tot stand te laten brengen zoals hiervoor beschreven.
Bepaalt dat het onderzoek wordt voortgezet op een nog te bepalen zitting, (ongeveer) zes maanden na vandaag.
Beveelt dat verdachte wordt opgeroepen tegen het nog te bepalen tijdstip en dat de raadsman van verdachte hierover tijdig wordt geïnformeerd.
Dit arrest is gewezen door mr. M.B. de Wit, mr. G.A. Versteeg en mr. K.K. Lindenberg, in aanwezigheid van de griffier mr. G.A.G. van Essen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 oktober 2026.