Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 7 mei 2024 met parketnummer 05-045187-23 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in P.I. [locatie P.I.] te [plaats] .
Hoger beroep
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 23 mei 2025, 7 september 2026 en 6 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzittingen bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadslieden,
mr. A.J. Sprey en mr. L. Schouten, en wat de benadeelde partijen en hun advocaat,
mr. S. Striekwold, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank heeft de verdachte voor het meermalen plegen van ontucht met zes minderjarige personen (waarvan er vijf aan zijn zorg of waakzaamheid waren toevertrouwd en waarbij de verdachte bij één persoon ook seksueel is binnengedrongen), het vervaardigen van heimelijke afbeeldingen en het bezit van twee gaspistolen, munitie en pepperpatronen, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. De rechtbank heeft ook gelast dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd. Daarnaast heeft de rechtbank op grond van artikel 38z Wetboek van Strafrecht een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Verder zijn de vorderingen van de benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen. Steeds met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. Ook heeft de rechtbank één tablet, één telefoon en één laptop verbeurdverklaard.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs en de straf dan de rechtbank Overijssel. Het hof zal daarom het vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoen.
Tenlastelegging
Op de zitting bij de rechtbank Overijssel is de tenlastelegging gewijzigd. Aan de verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1. primairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari 2015 tot en met 3 februari 2019 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 1] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer feit 1] , te weten
- het wrijven over en/of betasten van de clitoris en/of het wrijven tussen de schaamlippen van [slachtoffer feit 1] en/of
- het wrijven over en/of betasten van de vulva van [slachtoffer feit 1] en/of
- het drukken en/of houden van zijn penis tegen de arm, althans het lichaam van [slachtoffer feit 1] en/of
- het masseren van [slachtoffer feit 1] en/of
- het tonen van geanimeerde porno (Hentai) aan [slachtoffer feit 1] ;
1. subsidiairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 30 september 2016 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 1] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het wrijven over de vagina en/of clitoris en/of tussen de schaamlippen van [slachtoffer feit 1] ;
2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2021 tot en met 5 mei 2022 te [plaats] en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 2] , geboren op [geboortedatum] 2012, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het kriebelen over de buik, althans het lichaam van [slachtoffer feit 2] en/of
- het kriebelen en/of het betasten van de vulva van [slachtoffer feit 2] ;
3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juli 2020 tot en met 24 december 2022 te [plaats] en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 3] , geboren op [geboortedatum] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het kriebelen van en/of het knijpen in, althans het betasten van de vulva van die [slachtoffer feit 3] en/of
- het knijpen in, althans het betasten van de borsten en/of billen van die [slachtoffer feit 3] en/of
- het kriebelen van en/of het drukken/duwen in, althans het betasten van de liezen/schaamstreek van die [slachtoffer feit 3] en/of
- het (gedeeltelijk) naakt zitten tegenover die [slachtoffer feit 3] , waarbij zijn, verdachtes, geslachtsdeel zichtbaar was;
4.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2019 tot en met 16 juli 2022 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 4] , geboren op [geboortedatum] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het wrijven en/of kriebelen over de borst(kas) en/of de rug en/of de buik, althans over het lichaam van [slachtoffer feit 4] en/of
- het verschuiven van het topje van [slachtoffer feit 4] waarbij haar tepel zichtbaar wordt en/of het (naar beneden) verschuiven van het (onder)broekje van [slachtoffer feit 4] (terwijl [slachtoffer feit 4] (slapend) in/op een bed ligt) en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel en/of (deels) ontblote lijf en/of
- het tegen [slachtoffer feit 4] zeggen dat hij, verdachte, [slachtoffer feit 4] stiekem wel leuk vindt;
5.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 31 augustus 2008 en/of van 1 juli 2009 tot en met 31 augustus 2009 te [plaats] en/of (elders) in Frankrijk, (telkens) met [slachtoffer feit 5] , geboren op [geboortedatum] 1996, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het met zijn vinger(s)/hand wrijven en/of het strelen over en/of het betasten van de buik en/of de benen en/of de vulva en/of de borsten van [slachtoffer feit 5] en/of
- het met zijn penis wrijven tussen en/of over de benen, althans over het lichaam van [slachtoffer feit 5] en/of
- het vastpakken van [slachtoffer feit 5] en/of het [slachtoffer feit 5] tegen de zwembadrand duwen en/of houden en/of het (vervolgens) wrijven over en/of betasten van de borsten en/of de benen van [slachtoffer feit 5] en/of het met zijn penis wrijven over en/of duwen tegen de vulva en/of de benen van [slachtoffer feit 5] en/of het (daarbij) tegen [slachtoffer feit 5] te zeggen dat het hun geheimpje was en/of
- het binnenlopen van de badkamer, terwijl [slachtoffer feit 5] (naakt) aan het douchen was en/of
- het zoenen van [slachtoffer feit 5] ;
6.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 4 oktober 2020 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 6] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het wrijven over en/of betasten van de buik en/of het gezicht van [slachtoffer feit 6] en/of - het wrijven over en/of betasten van de vulva en/of de schaamstreek van [slachtoffer feit 6] en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel en/of (deels) ontblote lijf en/of
- het leggen en/of houden van de hand van [slachtoffer feit 6] op zijn penis;
7.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 14 juli 2022 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) van (een) perso(o)n(en), [slachtoffer feit 4] en/of [dochter verdachte] en/of (een) voor het onderzoeksteam onbekend gebleven perso(o)n(en), een afbeelding van seksuele aard, te weten (een) afbeelding(en) en/of video('s), waarop te zien is dat
- [slachtoffer feit 4] ligt te slapen en/of het topje boven de tepel van [slachtoffer feit 4] is geschoven en/of het broekje van [slachtoffer feit 4] naar beneden is geschoven en/of
- [dochter verdachte] zich aan het douchen en/of afdrogen is en/of
- een onbekende naakt uit de douche stapt en/of zich aan het afdrogen en/of omkleden is, heeft vervaardigd;
8.hij op of omstreeks 14 februari 2023 te [plaats] , althans in Nederland, (een) wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een gaspistool, van het merk Reck Miami type Mod. 92F., kaliber 9mm P.A.K., en/of
- een gaspistool, van het merk Walther, type P88 kaliber 9mm P.A.K., zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 39 knalmunitie van het merk UMA, kaliber 9 mm pak knal en/of
- 10 pepperpatronen van het merk PTS, kaliber 9mm P.A. PV voorhanden heeft gehad;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen op dezelfde wijze als de rechtbank heeft gedaan. De verklaringen van de vijf minderjarige meisjes en de aangifte van de inmiddels meerderjarige [slachtoffer feit 5] zijn betrouwbaar en kunnen worden gebruikt voor het bewijs. De verklaringen ondersteunen elkaar over en weer.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit voor het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde. De verdediging heeft in een pleidooi de betrouwbaarheid van de verklaringen van de minderjarige meisjes en aangeefster [slachtoffer feit 5] bestreden. Kort samengevat zijn de verklaringen inconsistent, aantoonbaar onjuist, onvolledig en er is sprake geweest van beïnvloeding. Voor de verklaring van [slachtoffer feit 1] geldt bovendien dat deze niet kan worden meegenomen voor het bewijs, nu de verdediging haar niet heeft kunnen ondervragen. Daarnaast is per feit niet voldaan aan het bewijsminimum. Er is niet voldoende steunbewijs aanwezig en de rechtbank heeft ten onrechte gebruik gemaakt van schakelbewijs voor de bewijsconstructie.
Oordeel van het hof
Ten tijde van de tenlastegelegde feiten kwamen vijf minderjarige meisjes, te weten [slachtoffer feit 1] (hierna: [slachtoffer feit 1]), [slachtoffer feit 2] (hierna: [slachtoffer feit 2]), [slachtoffer feit 3] (hierna: [slachtoffer feit 3]), [slachtoffer feit 4] (hierna: [slachtoffer feit 4]) en [slachtoffer feit 6] (hierna: [slachtoffer feit 6]) als vriendinnetjes van de jongste dochter van de verdachte bij de verdachte en zijn gezin over de vloer in de woning te [plaats] . Een zesde meisje, de destijds minderjarige [slachtoffer feit 5] (hierna: [slachtoffer feit 5]), kwam bij het gezin over de vloer als oppas en mocht met hen mee op vakantie naar Frankrijk. Namens de vijf minderjarige meisjes en door de inmiddels meerderjarige [slachtoffer feit 5] is aangifte gedaan, omdat de verdachte ontuchtige handelingen bij hen zou hebben gepleegd. De verdachte ontkent de beschuldigingen.
Betrouwbaarheid van de verklaringen
[slachtoffer feit 1]
Tijdens het informatief gesprek op 13 juli 2021 vertelde [slachtoffer feit 1] dat de vader van [dochter verdachte] (hierna: [dochter verdachte] .) haar, tijdens het logeren, beneden heeft aangeraakt. Zij wijst daarbij naar haar schaamstreek. Dit gebeurde voor het eerst toen zij zes of zeven jaar oud was en zij bij [dochter verdachte] . bleef slapen. [slachtoffer feit 1] lag op een luchtbed. De verdachte masseerde hen voor het slapen, hij lag dan tussen de twee meiden in en verliet daarna de kamer. Toen [dochter verdachte] . sliep kwam de verdachte terug. Hij ging dan achter [slachtoffer feit 1] zitten – tussen de bedden in – en ging met zijn hand bij haar vagina zitten. Hij ging met zijn hand in haar onderbroek. Ook voelde ze iets hards tegen haar rug dat voelde als huid, waarvan zijn schrok. Ze wist dat het de penis van de verdachte was, omdat ze ook zijn buik voelde. De verdachte begon [slachtoffer feit 1] toen te vingeren. Tijdens het studioverhoor vertelt Robin opnieuw over de hiervoor aangegeven seksuele handelingen en de context waarin dit gebeurde. Zij geeft op een tekening aan waar dit was, en omcirkelt de clitoris. [slachtoffer feit 1] verklaart dat de verdachte dan met twee vingers rondjes ging draaien bovenaan haar vagina. Ook verklaart [slachtoffer feit 1] dat de verdachte, toen [dochter verdachte] . de kamer uit was, op zijn telefoon “hentai porno” aan haar liet zien.
[slachtoffer feit 2]
heeft op 11 juli 2022 een informatief gesprek gehad en is op 27 september 2022 gehoord als getuige. Op 31 januari 2024 is [slachtoffer feit 2] in het bijzijn van de (toenmalige) raadsman van de verdachte gehoord door de rechter-commissaris.
[slachtoffer feit 2] heeft, nadat haar moeder het aan haar vroeg, gezegd dat de verdachte haar wel eens ‘daar beneden’ heeft geaaid. Daarbij wees zij naar haar vagina. [slachtoffer feit 2] heeft bij haar verhoren verklaard dat de verdachte aan haar zat toen ze een film keken in de schuur. Zij gingen elkaar dan kriebelen. Wanneer zij stop zei, legde hij zijn linkerhand op haar vagina, onder haar kleren. Het gebeurde onder een dekentje en als zijn vrouw binnenkwam dan deed hij zijn hand weg. Als zij opschoof, richting [dochter verdachte] ., dan schoof de verdachte weer naar haar toe. Dit gebeurde eigenlijk elke keer als zij een film keken. Bij de rechter-commissaris verklaart [slachtoffer feit 2] dat zij met de verdachte en [dochter verdachte] . onder een dekentje zat, in de ruimte met de televisie en de Nintendo Switch. [slachtoffer feit 2] zat in het midden. De verdachte kriebelde eerst over haar buik, daarna onder haar broek en ging dan steeds verder met zijn handen. Hij raakte haar aan bij haar vagina. De verdachte zat ook aan haar vagina in de auto, toen hij haar naar huis bracht.
[slachtoffer feit 3]
Op 21 februari 2023 is [slachtoffer feit 3] gehoord als getuige bij de politie en op 31 januari 2024 is zij in het bijzijn van de (toenmalige) raadsman van de verdachte gehoord door de rechter-commissaris.
[slachtoffer feit 3] vertelt aan een medewerker van haar school, [naam] , dat de verdachte aan haar kruis en borsten heeft gevoeld. Dat gebeurde toen zij bij haar vriendin [dochter verdachte] . logeerde, nadat de vader van [dochter verdachte] . had voorgelezen en [dochter verdachte] . in slaap viel. Bij de politie heeft [slachtoffer feit 3] verklaard over de handelingen: deze vonden plaats op de slaapkamer en in de gameroom. Als zij bij [dochter verdachte] . logeerde dan sliep zij op een luchtbed, de verdachte zat tussen het luchtbed en het bed van [dochter verdachte] . in en las hen voor. Tijdens het voorlezen voelde hij aan en kneep hij in haar kont. De verdachte zei dan welterusten en kwam tien minuten later weer de slaapkamer in.
In de gameschuur zat de verdachte de borsten en het kruis van [slachtoffer feit 3] , hij kneep er dan in. Dit gebeurde als [dochter verdachte] . naar het toilet ging. Toen zij op de bank zaten zat de verdachte aan haar lies, dit gebeurde onder een deken en de verdachte zat naast haar. Hij zat ook aan haar borsten en kruis. Het gebeurde elke keer als zij bij de [familie verdachte] was. In de auto zat de verdachte ook aan haar kruis en borsten. De verdachte ging ook een keer tegenover haar zitten, zij deed toen haar schoenen aan in de slaapkamer. De verdachte droeg een badjas en was verder naakt. [slachtoffer feit 3] kon zijn hele lichaam zien, ze zag zijn geslachtsdeel hangen. [slachtoffer feit 3] verklaarde dat zij toen elf jaren oud was. Bij de rechter-commissaris verklaart [slachtoffer feit 3] dat de verdachte aan haar zat toen ze een film keken. Hij raakte haar aan bij haar borsten en kruis, hij kriebelde en hij kneep, dit gebeurde over de kleren. Dit is vijf keer gebeurd. De laatste keer was zij dertien jaren oud.
[slachtoffer feit 4]
heeft op 17 februari 2023 een informatief gesprek gehad en is op 9 maart 2023 gehoord als getuige. Op 15 februari 2024 is [slachtoffer feit 4] in het bijzijn van de (toenmalige) raadsman van de verdachte gehoord door de rechter-commissaris.
[slachtoffer feit 4] heeft aan de politie verteld dat de verdachte haar heeft betast toen ze bij [dochter verdachte] . logeerde. Als zij gingen slapen, dan ging de verdachte hen voorlezen. Hij ging haar dan kriebelen. De verdachte ging naast het bed zitten, bij haar hoofd, en zat aan haar borstbeen, buik en rug. Zijn handen gingen dan ook naar beneden. [slachtoffer feit 4] gebaarde daarbij tussen haar borsten en onder de taille en naar het gebied van haar onderbuik en boven haar kruis. De verdachte deed ook iets, wat voelde als een vinger, in haar hand, zij wilde dit niet. De verdachte heeft ook wel eens tegen haar gezegd dat hij haar stiekem wel leuk vond. Dat kwam op haar over als verliefd leuk. Zij heeft de verdachte ook tweemaal naakt gezien. Bij de rechter-commissaris verklaart [slachtoffer feit 4] dat de verdachte tussen de bedden in zat en hij haar aanraakte op plekken waarvan ze het liever niet wilde. Ze werd aangeraakt tussen haar borsten, meestal onder de kleren. De verdachte stopte iets in haar hand, waarvan zij heel erg hoopte dat het een vinger was. De verdachte liep naakt door het huis en stond één keer naakt in de deuropening.
[slachtoffer feit 5]
heeft op 21 september 2022 aan haar partner, [naam] , verteld wat haar is overkomen. Op 9 maart 2023 heeft zij een informatief gesprek gehad met de politie, waarna zij op 21 maart 2023 aangifte heeft gedaan. Op 31 januari 2024 is [slachtoffer feit 5] in het bijzijn van de (toenmalige) raadsman van de verdachte gehoord door de rechter-commissaris.
In haar informatief gesprek verklaart [slachtoffer feit 5] dat zij op vakantie door de verdachte is misbruikt. [slachtoffer feit 5] was met het gezin van de verdachte op vakantie in Frankrijk. Zij had dit enkele maanden eerder al tegen haar partner verteld. Op de heenweg naar de vakantiebestemming sliepen [slachtoffer feit 5] en het gezin in een hotel. De verdachte kwam tussen [slachtoffer feit 5] en zijn oudste dochter in bed liggen. Hij ging met zijn vingers tussen de benen van [slachtoffer feit 5] , wat hij even later ook deed met zijn geslachtsdeel. Hij wreef met een vlakke hand tussen haar benen en ging steeds verder omhoog, naar haar vagina. Op een ander moment op de vakantie is hij haar slaapkamer binnengelopen, hij streelde toen haar borsten, benen en buik. Ook heeft hij [slachtoffer feit 5] vastgepakt en haar tegen de zwembadrand geduwd en daar met zijn handen de over de borsten en benen gewreven en zijn penis gewreven tegen de vagina van [slachtoffer feit 5] . Ook is hij de badkamer binnengelopen terwijl [slachtoffer feit 5] (naakt) aan het douchen was en heeft hij haar in de badkamer gezoend.
[slachtoffer feit 6]
heeft op 5 april 2023 een informatief gesprek gehad en op 15 februari 2024 is zij in het bijzijn van de (toenmalige) raadsman van de verdachte gehoord door de rechter-commissaris.
[slachtoffer feit 6] heeft in haar informatief gesprek verklaard dat zij wel eens logeerde bij [dochter verdachte] , de dochter van de verdachte. Ze sliep op een luchtbed. De vader van [dochter verdachte] . kwam tussen hen in liggen en las hen dan voor. Zij was toen ongeveer tien jaren oud. Na het voorlezen wreef hij over haar buik en gezicht, ook raakte hij haar aan bij haar schaamstreek. De verdachte legde ook één keer zijn penis in haar hand, [slachtoffer feit 6] wilde er toen niet meer logeren. Bij de rechter-commissaris verklaarde [slachtoffer feit 6] dat de verdachte terug de slaapkamer in kwam toen het donker was, waarna hij tussen [slachtoffer feit 6] en [dochter verdachte] . in ging liggen. De verdachte legde toen de hand van [slachtoffer feit 6] op zijn penis. Hij streelde [slachtoffer feit 6] bij haar schaamstreek, onder haar kleren. [slachtoffer feit 6] zag ook één keer de penis van de verdachte. Zij zag hem gedeeltelijk naakt, hij droeg een shirt en verder niets.
Tussenconclusie
Het hof stelt voorop dat verklaringen van de meisjes en [slachtoffer feit 5] dienen te worden beoordeeld op de mate van consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op onderdelen verschillen of tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Verschillen tussen verklaringen kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt zijn door de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht zijn onder invloed van emoties en ontstaan zijn door het delict of door het tijdsverloop. Het feit dat de verklaringen enige tijd na de verweten gedragingen zijn afgelegd maakt de verklaringen niet meteen niet betrouwbaar. Dat het enige tijd duurt vóórdat een slachtoffer van seksueel misbruik kan of durft te verklaren is inherent aan de aard van deze en vergelijkbare feiten.
Ten aanzien van de inhoud van de verklaringen overweegt het hof dat de minderjarige meisjes en de meerderjarige [slachtoffer feit 5] consistent, authentiek en gedetailleerd en hebben verklaard over de tenlastegelegde handelingen, zowel bij de informatieve gesprekken zeden als bij hun verhoren. [slachtoffer feit 1] heeft de handelingen van de verdachte gedetailleerd omschreven en kon aanwijzen waar zij exact is aangeraakt en hoe zij zich hierbij voelde.
Ook de verklaringen van [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 2] , [slachtoffer feit 4] , [slachtoffer feit 6] en [slachtoffer feit 5] , afgelegd bij de rechter-commissaris, zijn in lijn met hun eerder afgelegde verklaringen en komen op het hof authentiek over. Zij hebben opnieuw gedetailleerd verklaard over wat er tussen ieder van hen en de verdachte is voorgevallen, onder welke omstandigheden dit gebeurde en hoe zij zich daarbij voelden. Zij geven tijdens de verhoren ook aan wanneer zij iets niet meer weten.
Beïnvloeding van de getuigen
De verdediging heeft aangevoerd dat de meisjes mogelijk beïnvloed zijn door elkaar en de verhalen die in [plaats] over de verdachte de ronde deden. Het hof overweegt over de beïnvloeding het volgende.
Het hof heeft oog voor de mogelijk aanjagende rol van de [getuige 1] (het hof begrijpt: [getuige 1] , hierna: [getuige 1]). [getuige 1] heeft bij een aantal van de minderjarige meisjes een rol gehad, in die zin dat zij juni/juli 2022 aan de trainster van de zwemvereniging waar [slachtoffer feit 1] , [slachtoffer feit 3] en [slachtoffer feit 4] zwommen, heeft verteld dat haar kleindochter [slachtoffer feit 2] door de verdachte seksueel is misbruikt. Hierna hebben ook de ouders van de meisjes hierover onderling met elkaar gesproken. Hierop hebben deze ouders aan de meisjes gevraagd of er iets met de verdachte is gebeurd. Het enkele vragen aan de meisjes of er iets is gebeurd tussen hen en de verdachte, maakt evenwel niet dat de meisjes zijn beïnvloed om over bepaalde handelingen van de verdachte te verklaren. De verklaringen zijn uit de meisjes zelf gekomen. Er is niet gebleken van inhoudelijke beïnvloeding. Het dossier geeft daarvoor geen aanwijzingen. Het vragen naar eventueel misbruik raakt de betrouwbaarheid van de verklaringen niet.
Ten aanzien van [slachtoffer feit 1] merkt het hof op dat het informatief gesprek op 13 juli 2021 heeft plaatsgevonden. Dat is ruim vóórdat [getuige 1] in juni/juli 2022 de trainster van de zwemvereniging heeft gesproken over het misbruik en voordat in [plaats] geruchten over de verdachte rondgingen. Dat er namens [slachtoffer feit 1] pas op 23 december 2022 aangifte is gedaan toen er (mogelijk) verhalen de ronde deden, doet geen afbreuk aan de verklaringen van [slachtoffer feit 1] en is ook geen aanwijzing voor eventuele beïnvloeding.
Voor [slachtoffer feit 5] geldt dat zij op 21 september 2022 voor het eerst naar haar vriend uitspreekt dat zij seksueel is misbruikt door de verdachte. De aanleiding om hierover te spreken was haar heftige reactie naar aanleiding van een avance. Dat zij pas op 21 maart 2023 aangifte heeft gedaan en haar ouders in die maand zijn benaderd door [getuige 1] en er toen (mogelijk) verhalen de ronde deden, doet geen afbreuk aan de verklaringen van [slachtoffer feit 5] en is ook geen aanwijzing voor eventuele beïnvloeding.
[slachtoffer feit 3] en [slachtoffer feit 4] hebben slechts in algemene termen met elkaar gesproken over het misbruik door de verdachte. Uit het WhatsApp-verkeer tussen [slachtoffer feit 6] , [slachtoffer feit 1] en [naam] is ook niet gebleken dat zij inhoudelijk hebben gesproken over het misbruik en elkaar in hun verklaringen hebben beïnvloed. Dat de meisjes elkaar kenden uit het dorp en op enig moment contact met elkaar hebben gehad over het misbruik, maakt naar het oordeel van het hof niet dat er sprake is van inhoudelijke beïnvloeding en doet aan de betrouwbaarheid van hun verklaringen niet af.
Conclusie
Ten aanzien van de inhoud van de verklaringen overweegt het hof dat [slachtoffer feit 1] , [slachtoffer feit 2] , [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 4] , [slachtoffer feit 6] en [slachtoffer feit 5] authentiek, gedetailleerd en consistent hebben verklaard over de tenlastegelegde seksuele handelingen. Van beïnvloeding is niet gebleken.
Ten aanzien van [slachtoffer feit 1] geldt dat haar verklaring is onderzocht door de deskundige
[naam] . Zij concludeert dat de verklaringen van [slachtoffer feit 1] volledig, accuraat en consistent zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat de verklaring van [slachtoffer feit 1] niet voldoende betrouwbaar is. De door [slachtoffer feit 1] beschreven “hentai porno” op de telefoon van de verdachte is bovendien daadwerkelijk op die telefoon aangetroffen.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, acht het hof de verklaringen van [slachtoffer feit 1] , [slachtoffer feit 2] , [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 4] , [slachtoffer feit 5] en [slachtoffer feit 6] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het hof zal deze verklaringen als uitgangspunt nemen.
Steunbewijs
Het hof stelt voorop dat volgens artikel 342, tweede lid, Sv – dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan – het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Daarbij geldt wel dat deze bepaling betrekking heeft op de bewezenverklaring als geheel en niet vereist dat elk aspect van de bewezenverklaring door meer dan één bewijsmiddel wordt ondersteund.
De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan is, zoals vaak het geval is bij zedenzaken, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Hetzelfde geldt voor de vraag of er voldoende steunbewijs is indien de bewezenverklaring zwaar leunt op de verklaring van één getuige. Voor beantwoording van die vraag zijn in de jurisprudentie van de Hoge Raad enige regels geformuleerd. Zo moet het steunbewijs “voldoende steun” geven aan de verklaring van die getuige, dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige. Steunbewijs mag in beginsel niet enkel afkomstig zijn van dezelfde bron in die zin dat als steunbewijs zou kunnen worden gebruikt de verklaring van een ander aan wie de getuige heeft verteld wat haar of hem is overkomen. Enkel een van horen zeggen-verklaring levert op zichzelf genomen niet voldoende steunbewijs op. Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de desbetreffende getuige persoonlijk heeft gedaan voldoende steunbewijs opleveren. Ook kunnen eigen waarnemingen van getuigen, die weliswaar niet het kernverwijt (bijvoorbeeld de seksuele handelingen) bevestigen, binnen de context van de gebeurtenissen voldoende zelfstandig onderscheidend zijn om als objectief gegeven in combinatie met andere omstandigheden een rol van betekenis te spelen als steunbewijs naast de verklaring van het slachtoffer. Het is niet (per se) vereist dat het steunbewijs betrekking heeft op de tenlastegelegde gedragingen.
De verklaring van [slachtoffer feit 1] wordt ondersteund door de verklaring van de verdachte en de onderzochte gegevensdragers. De verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer feit 1] jarenlang bij hem over de vloer kwam, hij denkt dat het in groep 4, 5 of 6 was. Als er iemand bleef logeren, ging hij tussen de bedden zitten om voor te lezen. Hij verklaart ook op hentai te hebben gezocht. Op een laptop van de verdachte zijn zoekopdrachten naar hentai aangetroffen in de periode 2015 en 2016.
De verklaringen van [slachtoffer feit 2] wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 1] en de verklaring van de verdachte. [getuige 1] (de oma van [slachtoffer feit 2] ) heeft gezien dat [slachtoffer feit 2] en de verdachte samen onder een dekentje zaten. [slachtoffer feit 2] zat met haar benen op schoot bij de verdachte. De verdachte had zijn handen onder het kleed. De verdachte heeft verklaard dat hij in de gameroom erbij zat, ook onder een deken
De verklaringen van [slachtoffer feit 3] wordt ondersteund door de verklaring van [getuige 2] en [getuige 3] , de moeder van [slachtoffer feit 3] . [slachtoffer feit 3] vertelde aan [getuige 2] en haar moeder wat de verdachte bij haar had gedaan. Zij vertelde tegen haar moeder dat de verdachte tijdens het betasten in de auto ‘monstergeluiden’ maakte. Haar moeder vroeg haar om dat na te doen, [slachtoffer feit 3] maakte toen ‘geile geluiden’: het geluid van diep ademhalen.
De verklaringen van [slachtoffer feit 2] en [slachtoffer feit 3] worden bovendien ondersteund door de verklaring van [getuige 4] . De [getuige 4] , de partner van de verdachte, heeft verklaard dat de verdachte wel eens alleen was in de gameroom met vriendinnetjes van hun jongste dochter als hun dochter naar het toilet was en dat het voorkwam dat de verdachte met een vriendinnetje en hun jongste dochter onder één deken op de bank in de gameroom zaten.
De verklaringen van [slachtoffer feit 4] wordt ondersteund door foto’s die de verdachte van haar heeft gemaakt en de verklaring van de verdachte daarover. In de Whatsapp-berichten tussen [dochter verdachte] . en [slachtoffer feit 4] wordt in de periode van 3 juli 2020 tot 16 juli 2022 gesproken over logeren. De verdachte verklaarde dat wanneer er iemand bleef logeren, hij tussen de bedden ging zitten om voor te lezen. Hij verklaarde ook dat hij tegen [slachtoffer feit 4] heeft gezegd dat zij een lief en leuk kind is.
Op de Samsung Galaxy Tab A en Xiaomi-telefoon van de verdachte zijn foto’s aangetroffen van een slapende [slachtoffer feit 4] . Op de foto’s is haar onderbroek deels onder de heup geplaatst en op enkele foto’s is het topje tot boven de blote borst geplaatst. De foto’s lijken te zijn gemaakt door iemand die tegen de bedrand aan staat. De verdachte heeft verklaard dat hij later op de avond in de slaapkamer kwam en de foto’s van [slachtoffer feit 4] heeft gemaakt.
De verklaringen van [slachtoffer feit 5] worden ondersteund door de verklaring van [getuige 5] , de partner van [slachtoffer feit 5] , de verklaring van de verdachte, [getuige 4] en aangetroffen foto’s van [slachtoffer feit 5] op de computer van de verdachte. [getuige 4] heeft verklaard dat de verdachte in een hotelkamer tussen [slachtoffer feit 5] en [oudste dochter verdachte] (de oudste dochter) in ging liggen. De verdachte verklaarde ook dat hij tussen beiden in ging lag. Op de computer van de verdachte zijn foto’s van [slachtoffer feit 5] ingezoomd op haar lijf in bikini aangetroffen. [getuige 5] heeft verklaard dat [slachtoffer feit 5] op 21 september 2022 hem aan heeft verteld zij jaren geleden seksueel was misbruikt door de verdachte. In dit gesprek was zij heel emotioneel.
De verklaring van [slachtoffer feit 6] wordt ondersteund door de verdachte, door berichten in de telefoon en door [getuige 6] . De verdachte heeft verklaard dat wanneer er iemand bleef logeren, hij tussen de bedden ging zitten om voor te lezen. In WhatsApp-berichten in de periode van 25 juli 2020 tot 4 oktober 2020 wordt gesproken over logeren. De vader van [slachtoffer feit 6] verklaarde bij de aangifte dat [slachtoffer feit 6] lang geleden heeft verteld dat de verdachte naakt door het huis liep.
Schakelbewijs
Met de term schakelbewijs wordt aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. De vraag of de redengevendheid van dergelijk – in diverse varianten voorkomend – schakelbewijs begrijpelijk is, moet worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering. Daarbij kan van belang zijn of en in hoeverre de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheidene feiten zijn begaan, op essentiële punten overeenkomen (HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1303).
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een overeenkomende modus operandi kunnen betrokken worden de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de betreffende feiten, waaronder begrepen de context waarbinnen zij zich hebben voorgedaan, de omstandigheden waarmee zij zijn omgeven en het desbetreffende handelen van de verdachte, alsmede de verklaringen die de verdachte daarover heeft afgelegd. Daarbij kan het bewijs in verschillende zaken over en weer redengevend worden geacht, zelfs als geen enkel feit afzonderlijk – dus los van de schakelbewijsconstructie – wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het hof gaat uit van schakelbewijs ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten op grond van de verklaringen van de verschillende meisjes. Het hof zal hun verklaringen over en weer gebruiken als steunbewijs van de bewezenverklaarde feiten. Dat doet het hof, omdat het bewijsmateriaal ten aanzien van de tenlastegelegde feiten onderling, zoals reeds hiervoor aangegeven, op essentiële punten belangrijke overeenkomsten en kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van de andere te bewijzen feiten, hetgeen volgens het hof duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon (modus operandi) in de handelingen van de verdachte. Het hof gaat daarbij meer in het bijzonder uit van de volgende modus operandi.
Zowel [slachtoffer feit 1] , [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 4] als [slachtoffer feit 6] waren jonge meisjes (tussen de zeven en dertien jaar), die bevriend waren met de dochter van de verdachte, [dochter verdachte] . Zij verklaren alle vier dat de verdachte hen tijdens het logeren bij [dochter verdachte] . in de woning betastte. De meisjes lagen dan op een luchtbed en zijn dochter lag in haar eigen bed. De verdachte ging voor het slapen tussen de twee bedden zitten en las hen voor. Hij kriebelde, masseerde of raakte de meisjes aan op momenten dat [dochter verdachte] . al sliep. Dit deed hij op de ontblote huid van het lichaam, maar soms ook over de kleding. De verdachte raakte de billen, de schaamstreek, het borstbeen, de rug, de buik en/of het gezicht van de meisjes aan. De verdachte zei niets tegen de meisjes terwijl hij dit deed. Hierna verliet de verdachte de slaapkamer, waarna hij na enige tijd weer terugkeerde. Hij nam dan (weer) tussen de bedden plaats. Hij raakte dan (weer) de lichamen van de meisjes aan op intieme plekken, boven en onder de kleding. Hij deed dit wederom zonder iets te zeggen en terwijl zijn dochter [dochter verdachte] . in de kamer was en sliep. De beschrijvingen van plek, moment, wijze van benaderen en aard van de handelingen komen op essentiële punten overeen. Zo benoemen deze vier meisjes ook het zitten en liggen van de verdachte tussen de twee bedden, het voorlezen door de verdachte, het strelen en aanraken door de verdachte.
Ook [slachtoffer feit 2] en [slachtoffer feit 3] waren jonge meisjes (tussen de negen en dertien jaar), die bevriend waren met zijn jongste dochter. Zij verklaren allebei dat de verdachte hen bij het spelen in zijn woning en in zijn auto betastte. De verdachte was dan met de meisjes in de gameroom, hij zat en/of lag met de meisjes op de bank en er lag een deken over hen heen. Of de verdachte was samen met de meisjes in zijn auto, de meisjes zaten dan voorin. Op die momenten ging de verdachte de meisjes kriebelen, aanraken en/of knijpen op en/of onder hun kleding. Hij zat dan aan intieme delen van het lichaam van de meisjes: hun kruis, hun liezen, hun vagina, hun buik en hun borsten. De verdachte zei dan niets tegen ze.
De verklaring van [slachtoffer feit 5] , voor zover die ziet op de seksuele handelingen opgenomen onder de eerste twee gedachtestreepjes, past, ondanks dat deze afwijkt qua pleegperiode en pleegplaats, in dezelfde modus operandi. [slachtoffer feit 5] was in 2009 twaalf jaren oud. Zij valt daarmee in dezelfde leeftijdscategorie als de andere meisjes. [slachtoffer feit 5] werd in bed, toen zij ging slapen, door de verdachte aangeraakt. De verdachte had zichzelf zo in de situatie geplaatst dat hij in de positie was om haar aan te raken. De handelingen die de verdachte bij [slachtoffer feit 5] uitvoerde zijn vergelijkbaar met de handelingen bij de andere vijf meisjes: het kriebelen en aanraken van intieme delen van het lichaam (waaronder de benen, vagina, borsten en buik) onder haar kleding. De verdachte heeft tijdens de handelingen niets tegen [slachtoffer feit 5] gezegd en er waren ook anderen in de kamer.
Hiermee is het hof van oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaringen van de minderjarige meisjes.
Vrijspraak
Ten aanzien van de seksuele handeling zoals opgenomen onder de laatste drie gedachtestreepjes van feit 5 – acht het hof de verklaring van [slachtoffer feit 5] weliswaar voldoende betrouwbaar, maar voor deze handelingen, die duidelijk anders van aard en plaats zijn dan de handelingen die zijn gepleegd bij de overige meisjes, geldt echter dat er geen steunbewijs is. Dat brengt mee dat ten aanzien van die handelingen niet is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum en het hof de verdachte van deze handelingen zal vrijspreken.
Feit 7
Op de gegevensdrager van de verdachte zijn verschillende afbeeldingen gevonden van geheel of deels ontklede kinderen. Op de Samsung tablet en de Xiaomi-telefoon van verdachte zijn afbeeldingen van [slachtoffer feit 4] , deels ontkleed, aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat hij deze foto’s heeft gemaakt.
Het hof is van oordeel dat het onder zeven tenlastegelegde wettig en overtuigende bewezen kan worden. De verdachte heeft bekend dat hij de foto’s van [slachtoffer feit 4] heeft gemaakt. De afbeeldingen zijn van seksuele aard, nu haar borst is ontbloot en de onderbroek iets is naar beneden geschoven.
Het hof zal de verdachte vrijspreken van de gedachtestreepjes die zien op de heimelijk gemaakte foto’s van op de badkamer. Deze foto’s zijn weliswaar heimelijk gemaakt, hetgeen niet ten laste is gelegd, maar niet seksueel getint van aard en er is ook niet ingezoomd op geslachtsdelen.
Voorwaardelijk verzoek horen van [slachtoffer feit 1]
De verdediging heeft het hof voorwaardelijk verzocht, als de verklaring van [slachtoffer feit 1] wordt gebruikt voor het bewijs, om haar als getuige te horen.
In eerste aanleg zijn er drie brieven van deskundigen overgelegd, waaruit blijkt dat als [slachtoffer feit 1] gehoord wordt haar dit schade toe zou kunnen brengen. In hoger beroep is, zoals hieronder onder het kopje ‘Beperking ondervragingsrecht en eerlijkheid van het proces als geheel’ wordt overwogen, opnieuw beoordeeld of [slachtoffer feit 1] als getuige kon worden gehoord. De raadsheer-commissaris heeft gerechtvaardigde reden gezien voor het niet horen van [slachtoffer feit 1] , nu haar gezondheid en welzijn in gevaar kunnen worden gebracht door het horen. De verdediging heeft bij pleidooi geen nieuwe feiten of argumenten naar voren gebracht die maken dat het hof tot een andere beslissing komt. Het hof wijst daarom het verzoek om [slachtoffer feit 1] als getuige te horen af.
Voorwaardelijk verzoeken tot benoemen rechtspsycholoog
Daarnaast heeft de verdediging het hof voorwaardelijk verzocht, als (een deel van) de feiten bewezen wordt/worden verklaard, een rechtspsycholoog als deskundige aan te wijzen in alle zes de zaken, teneinde de betrouwbaarheid en validiteit van de verklaringen te beoordelen.
Het is aan het hof om de betrouwbaarheid van de verklaringen van getuigen te toetsen. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om een deskundige te laten oordelen over afgelegde verklaringen, zoals in het geval van [slachtoffer feit 1] . Haar verklaring is dan ook onderzocht door een deskundige. Ten aanzien van de overige vier minderjarige meisjes en de meerderjarige [slachtoffer feit 5] merkt het hof op dat zij gehoord zijn door zowel de politie als de rechter-commissaris in het bijzijn van de verdediging. Het hof ziet geen noodzaak tot nader deskundige onderzoek en wijst het verzoek af.
Beperking ondervragingsrecht en eerlijk proces als geheel
Het hof stelt vast dat de verdediging meermaals heeft verzocht [slachtoffer feit 1] als getuige te kunnen ondervragen. Zowel de rechtbank als het hof heeft dat verzoek toegewezen. Het horen van [slachtoffer feit 1] in het bijzijn de verdediging heeft uiteindelijk dus niet kunnen plaatsvinden. Nu de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om [slachtoffer feit 1] als getuige te ondervragen, terwijl deze getuige – in het vooronderzoek – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking dient het hof te beoordelen of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces.
Allereerst stelt het hof vast dat er een gegronde reden is waarom [slachtoffer feit 1] niet als getuige kon worden gehoord. De raadsheer-commissaris heeft, gelet op het niet kunnen horen van [slachtoffer feit 1] in eerste aanleg, klinisch psycholoog [naam] in hoger beroep laten rapporteren over de vraag of het afnemen van een studioverhoor bij de getuige haar gezondheid en/of welzijn in gevaar zou brengen. Na onderzoek heeft deskundige [naam] geconcludeerd dat [slachtoffer feit 1] gelet op gezondheidsrisico’s niet als getuige kan worden gehoord, ook niet in een aangepaste hoorsetting. De raadsheer-commissaris heeft afgezien van het horen van [slachtoffer feit 1] , nu een gegrond vermoeden bestaat dat de gezondheid en het welzijn van [slachtoffer feit 1] door het afleggen van een verklaring, in welke setting dan ook, in gevaar zou worden gebracht (artikel 288 lid 1 onder B Wetboek van Strafvordering (SV)).
Naar het oordeel van het hof zijn de verklaringen van [slachtoffer feit 1] van beslissende mate van belang voor de bewijsvoering van feit. Als compensatie voor de door de verdediging ondervonden beperkingen bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer feit 1] , waarmee ook de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing wordt gewaarborgd, ziet het hof de volgende factoren:
I) [slachtoffer feit 1] is op 20 januari 2023 door twee gecertificeerde zedenrechercheurs gehoord;
II) de verdediging heeft kennis kunnen nemen van alle audiovisuele registraties van de verhoren van de minderjarige meisjes, inclusief die van [slachtoffer feit 1] ;
III) de verdediging heeft de gelegenheid gehad om de berichten in de WhatsApp-groep van [slachtoffer feit 1] , [naam] en [slachtoffer feit 6] in te zien;
IV) twee verklaringen van [slachtoffer feit 1] (het informatief gesprek en het studioverhoor), het informatief gesprek van [naam] en drie verklaringen van en namens [slachtoffer feit 4] (informatief gesprek aangifte en studioverhoor) zijn verbatim uitgewerkt;
V) in hoger beroep is er rechtspsychologisch onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer feit 1] verricht door deskundige [naam] . Zij heeft onder meer de verklaring van [slachtoffer feit 1] in het informatieve gesprek vergeleken met haar verklaring in het studioverhoor en daarbij ook de audiovisuele opnames betrokken. Zij heeft – kort samengevat – geconcludeerd dat de verklaring van [slachtoffer feit 1] niet problematisch onvolledig is. [slachtoffer feit 1] verklaart gedetailleerd. De deskundige ziet ook geen problemen in de consistentie van de verklaring van [slachtoffer feit 1] over de seksuele handeling die door de verdachte zou zijn verricht en de context waarin deze plaatsvond. De seksuele handeling waarover [slachtoffer feit 1] verklaart, is niet onmogelijk en deze is niet in een onmogelijke context geplaatst. Er zijn geen problemen in de tijdlijn;
VI) in eerste aanleg heeft de verdediging de gelegenheid gehad om [slachtoffer feit 2] , [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 4] , [slachtoffer feit 6] en [slachtoffer feit 5] te ondervragen bij de rechter-commissaris;
VII) De verdediging heeft in een uitvoerig pleidooi de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer feit 1] op de openbare terechtzitting kunnen betwisten.
Het hof is van oordeel dat er met dit alles voldoende compensatie is geboden om de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer feit 1] te kunnen toetsen en dat er met het gebruik van haar verklaringen geen sprake is van schending het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De procedure in haar geheel voldoet aan dat door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primairhij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari 2015 tot en met 3 februari 2019 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 1] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer feit 1] , te weten
- het wrijven over en/of betasten van de clitoris en/of het wrijven tussen de schaamlippen van [slachtoffer feit 1] en/of
- het wrijven over en/of betasten van de vulva van [slachtoffer feit 1] en/of
- het drukken en/of houden van zijn penis tegen de arm, althans het lichaam van [slachtoffer feit 1] en/of
- het masseren van [slachtoffer feit 1] en/of
- het tonen van geanimeerde porno (Hentai) aan [slachtoffer feit 1] ;
2.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2021 tot en met 5 mei 2022 te [plaats] en/of [plaats] en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 2] , geboren op 2 augustus 2012, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het kriebelen over de buik, althans het lichaam van [slachtoffer feit 2] en/of
- het kriebelen en/of het betasten van de vulva van [slachtoffer feit 2] ;
3.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 juli 2020 tot en met 24 december 2022 te [plaats] en/of (elders) in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 3] , geboren op [geboortedatum] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het kriebelen van en/of het knijpen in, althans het betasten van de vulva van die [slachtoffer feit 3] en/of
- het knijpen in, althans het betasten van de borsten en/of billen van die [slachtoffer feit 3] en/of
- het kriebelen van en/of het drukken/duwen in, althans het betasten van de liezen/schaamstreek van die [slachtoffer feit 3] en/of
- het (gedeeltelijk) naakt zitten tegenover die [slachtoffer feit 3] , waarbij zijn, verdachtes, geslachtsdeel zichtbaar was;
4.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 januari 2019 tot en met 16 juli 2022 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 4] , geboren op [geboortedatum] 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het wrijven en/of kriebelen over de borst(kas) en/of de rug en/of de buik, althans over het lichaam van [slachtoffer feit 4] en/of
- het verschuiven van het topje van [slachtoffer feit 4] waarbij haar tepel zichtbaar wordt en/of het (naar beneden) verschuiven van het (onder)broekje van [slachtoffer feit 4] (terwijl [slachtoffer feit 4] (slapend) in/op een bed ligt en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel en/of (deels) ontblote lijf en/of
- het tegen [slachtoffer feit 4] zeggen dat hij, verdachte, [slachtoffer feit 4] stiekem wel leuk vindt;
5.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 31 augustus 2008 en/of van 1 juli 2009 tot en met 31 augustus 2009 te [plaats] en/of (elders) in Frankrijk, (telkens) met [slachtoffer feit 5] , geboren op [geboortedatum] 1996, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het met zijn vinger(s)/hand wrijven en/of het strelen over en/of het betasten van de buik en/of de benen en/of de vulva en/of de borsten van [slachtoffer feit 5] en/of
- het met zijn penis wrijven tussen en/of over de benen, althans over het lichaam van [slachtoffer feit 5] en/of
- het vastpakken van [slachtoffer feit 5] en/of het [slachtoffer feit 5] tegen de zwembadrand duwen en/of houden en/of het (vervolgens) wrijven over en/of betasten van de borsten en/of de benen van [slachtoffer feit 5] en/of het met zijn penis wrijven over en/of duwen tegen de vulva en/of de benen van [slachtoffer feit 5] en/of het (daarbij) tegen [slachtoffer feit 5] te zeggen dat het hun geheimpje was en/of
- het binnenlopen van de badkamer, terwijl [slachtoffer feit 5] (naakt) aan het douchen was en/of
- het zoenen van [slachtoffer feit 5];
6.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 4 oktober 2020 te [plaats] , althans in Nederland, (telkens) met [slachtoffer feit 6] , geboren op [geboortedatum] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, zijnde een minderjarig kind dat aan zijn zorg of waakzaamheid was toevertrouwd, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het wrijven over en/of betasten van de buik en/of het gezicht van [slachtoffer feit 6] en/of - het wrijven over en/of betasten van de vulva en/of de schaamstreek van [slachtoffer feit 6] en/of
- het tonen van zijn, verdachtes, ontblote geslachtsdeel en/of (deels) ontblote lijf en/of
- het leggen en/of houden van de hand van [slachtoffer feit 6] op zijn penis;
7.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 14 juli 2022 te [plaats] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) van (een) perso(o)n(en), [slachtoffer feit 4] en/of [dochter verdachte] en/of (een) voor het onderzoeksteam onbekend gebleven perso(o)n(en), een afbeelding van seksuele aard, te weten (een) afbeelding(en) en/of video(‘s), waarop te zien is dat
- [slachtoffer feit 4] ligt te slapen en/of het topje boven de tepel van [slachtoffer feit 4] is geschoven en/of het broekje van [slachtoffer feit 4] naar beneden is geschoven en/of
- [dochter verdachte] zich aan het douchen en/of afdrogen is en/of
- een onbekende naakt uit de douche stapt en/of zich aan het afdrogen en/of omkleden is, heeft vervaardigd;
8.hij op of omstreeks 14 februari 2023 te [plaats] , althans in Nederland, (een) wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- een gaspistool, van het merk Reck Miami type Mod. 92F., kaliber 9mm P.A.K., en/of
- een gaspistool, van het merk Walther, type P88 kaliber 9mm P.A.K.,
zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 39 knalmunitie van het merk UMA, kaliber 9 mm pak knal en/of
- 10 pepperpatronen van het merk PTS, kaliber 9mm P.A. PV
voorhanden heeft gehad.
Het hof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.
Het onder 2, 3, 4 en 6 bewezenverklaarde levert op:
telkens: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.
Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.
Het onder 7 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen, meermalen gepleegd.
Het onder 8 bewezenverklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.
Het hof zal hierna bij de strafmaatoverweging nader ingaan op de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van tweeënveertig maanden op te leggen en daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling (verder: tbs-maatregel) met verpleging van overheidswege. Aan de formele vereisten voor een tbs-maatregel is voldaan. Het hof kan zelf vaststellen dat de verdachte lijdende is aan een ziekelijke stoornis. Vanuit maatschappij beveiligingsoogpunt is het risico te hoog om de verdachte onbehandeld terug te laten keren in de samenleving. Tevens vordert de advocaat-generaal een gedragsbeïnvloedende maatregel (artikel 38z Sr).
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit om, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, geen tbs-maatregel op te leggen nu niet aan de vereisten voor oplegging is voldaan en de oplegging van deze maatregel niet opportuun is. De verdachte is bereid om mee te werken aan een gedragsinterventie in de vorm van bijzondere voorwaarden dan wel een gedragsbeïnvloedende maatregel. De verdediging heeft daarnaast verzocht om strafvermindering wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Oordeel van het hof
Het hof slaat bij het bepalen van de straf en/of maatregel acht op de ernst van het bewezenverklaarde en op de persoon van de verdachte, zoals uit het dossier, de behandelingen ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en uit gedragskundig onderzoek is gebleken.
Over de mate van toerekenbaarheid en de over de verdachte uitgebrachte gedagskundige rapportages
Op 15 juni 2023 heeft H. Scharft, GZ-psycholoog, een Pro Justitia rapport uitgebracht naar aanleiding van een psychologisch onderzoek van de verdachte. De psycholoog concludeert dat als bewezen wordt verklaard dat de verdachte meermaals ontuchtige handelingen heeft gepleegd met meisjes die jonger zijn dan dertien jaar, het dan op grond van dit gedrag aannemelijk is dat sprake is van een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type, gericht op meisjes. Geadviseerd wordt de feiten volledig aan de verdachte toe te rekenen. Alleen de aanwezigheid van seksuele gevoelens voor minderjarige meisjes is nog geen reden om een vermindering van de toerekenbaarheid te veronderstellen. Hiervan zou pas sprake zijn wanneer er vanuit de stoornis ook sprake is geweest van een verminderde controle over zijn gedrag. Gezien zijn ontkenning kon dit echter niet onderzocht worden.
Drs. K.N. Broek, psychiater, en drs. B. van Lier, psychiater in opleiding, hebben op 11 december 2024 over de verdachte gerapporteerd. Zij concluderen dat het zorgelijk is dat de verdachte pas achteraf lijkt te beseffen dat het grensoverschrijdend was om ‘s nachts tussen zijn dochter en een logé (een meisje van elf jaar oud) in te gaan liggen, een bericht aan een meisje te sturen of ze een spannende douchefoto wilde zien, een foto te maken van een slapend meisje van wie een tepel is te zien, en naaktfoto’s van meisjes in zijn badkamer te bewaren. Ook de verklaring van de verdachte dat hij bepaalde zoektermen slechts gebruikte om erotische beelden van tieners van achttien jaar en ouder te vinden en dat hij naïef was om te denken dat daarbij geen minderjarigen naar voren zouden komen, lijkt te wringen. De psychiaters zien een aantal trekken van een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis. Zij hebben in hun onderzoek geen pedofiele stoornis kunnen vaststellen, maar hebben die ook niet kunnen uitsluiten. Mocht het hof de verdachte schuldig achten aan de ten laste gelegde feiten, dan is er mogelijk wel sprake van een pedofiele stoornis en een verband tussen deze diagnose en de ten laste gelegde feiten. Er kunnen door de psychiaters geen uitspraken gedaan over de toerekenbaarheid.
Het hof neemt de conclusies van de deskundigen over en rekent de verdachte de feiten toe.
Aard en ernst van de feiten
Het hof betrekt – zoals hiervoor al is aangegeven – bij het bepalen van de straf ook de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is gepleegd. In dat kader is het volgende van belang.
De verdachte heeft over een lange periode ontucht gepleegd met zes minderjarige meisjes. Hij heeft de slachtoffers betast op intieme plekken, waaronder de schaamstreek, en heeft zijn penis in de hand van een van de slachtoffers gelegd. De slachtoffers waren aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwd, zij speelden en/of logeerden bij hem thuis, zaten alleen bij hem in de auto of waren met zijn gezin mee op vakantie. De verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat hij van de meisjes en hun ouders had gekregen. Dit zijn zeer ernstige feiten. De slachtoffers waren ten tijde van het seksueel misbruik nog in hun kindertijd. De verdachte heeft hun lichamelijke en seksuele ontwikkeling negatief beïnvloed en op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan.
Op de terechtzittingen van de rechtbank en van het hof hebben de slachtoffers kenbaar gemaakt wat de gevolgen zijn geweest van het handelen van de verdachte. Meerdere slachtoffers hebben (ernstige) mentale klachten overgehouden aan het misbruik. Het handelen van de verdachte heeft voor de slachtoffers nog altijd invloed op hun dagelijks functioneren. Het steekt de slachtoffers en hun ouders dat de verdachte de feiten categorisch ontkent, hen zelfs wegzet als ‘fantaseerden of beïnvloede kinderen’ en geen enkele verantwoordelijkheid neemt of inzicht toont in zijn handelen.
Daarnaast heeft de verdachte kinderpornografische foto’s gemaakt en gaspistolen, munitie en patronen in zijn bezit gehad.
Wat is een passende straf?
De verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan zedenfeiten met (jonge) kinderen. Een gevangenisstraf is daarop een passende en geboden sanctie.
Het hof houdt ook rekening met de hiervoor vastgestelde volledige toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en heeft ten slotte kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 22 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Op de duur van de gevangenisstraf zal het hof later ingaan. Het hof zal namelijk eerst de vraag beantwoorden of daarnaast de maatregel TBS (al dan niet met dwangverpleging), zoals opgelegd door de rechtbank en gevorderd door de advocaat-generaal, moet worden opgelegd.
Oplegging van de tbs-maatregel?
Het hof heeft bij de beantwoording van de vraag of aan de verdachte een tbs-maatregel moet worden opgelegd acht geslagen op de hierboven genoemde rapporten van de deskundigen. Daaruit volgt dat de kans op toekomstig seksueel overschrijdend gedrag bij de verdachte laag is.
Het advies van de psychiaters is om geen behandeling op te leggen aan de verdachte. Mocht dat al worden overwogen dan is het advies om deze behandeling individueel te laten plaatsvinden: het risico op recidive kan hoger worden door iemand met een relatief laag risico op recidive te plaatsen in een groep met daders met een hoger risico.
Ook de psycholoog adviseert gelet op het laag ingeschatte recidiverisico te volstaan met een ambulante behandeling bij een Forensisch psychiatrische polikliniek. De behandeling zou zich kunnen richten op meer inzicht in de seksualiteitsbeleving.
Uit artikel 37a lid 1 Wetboek van Strafrecht (Sr) volgt dat indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist de rechter kan gelasten dat een verdachte ter beschikking wordt gesteld indien voldaan is aan de in dat artikel genoemde voorwaarden. Het hof komt op basis van de conclusies van de deskundigen, de aard en ernst van de bij de verdachte door het hof vastgestelde stoornis en het beperkte strafblad van de verdachte niet tot het oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen een tbs-maatregel eist. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat en de verdachte is bereid zich aan gedragsinterventies te houden. Het hof betrekt daarbij ook de omstandigheid dat verdachtes eigen kinderen inmiddels meerderjarig zijn en de context waarbinnen de verdachte de feiten heeft gepleegd niet meer hetzelfde is. De deskundigen achten een tbs-maatregel, al dan niet met dwangverpleging, niet noodzakelijk. Het hof zal dan ook niet gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.
De gevangenisstraf
De feiten zijn zoals hiervoor overwogen ernstig. Naar het oordeel van het hof kan om die reden niet met een andere straf dan met een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden volstaan. In beginsel acht het hof een gevangenisstraf van vierenvijftig (54) maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.
Redelijke termijn
Het hof constateert dat in deze zaak de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep is overschreden. Op 16 mei 2024 is namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Het hof wijst op 6 oktober 2026 arrest. Daarmee is de redelijke termijn bij de behandeling in hoger beroep, uitgaande van een redelijke termijn van zestien maanden per instantie, omdat de verdachte in voorarrest verblijft, met meer dan één jaar overschreden. Gelet op het tijdsverloop zal het hof de aan de verdachte opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf met een maand minderen.
Het hof is, alles afwegende, van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf van drieënvijftig (53) maanden, passend en geboden is en het zal deze straf dan ook opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (GVM-maatregel)
Het hof zal aan de verdachte ook een gedragsbeïnvloedende maatregel als bedoeld in artikel 38z lid 1 Sr opleggen. Aan de voorwaarden voor oplegging van genoemde maatregel is voldaan. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.
Hoewel de wetgever het belangrijk achtte dat de rechter bij deze beoordeling over een recent opgemaakt gemotiveerd reclasseringsadvies met een risicotaxatie beschikt, stelt de wet niet de eis dat de rechter – als hij ambtshalve de oplegging van deze maatregel overweegt – zich zo’n advies doet overleggen. Dit biedt de rechter de mogelijkheid om bij de oplegging zijn inschatting van het toekomstige recidiverisico op andere rapporten of gegevens te baseren (HR 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1860).
Naar het oordeel van het hof is de oplegging van de GVM-maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen. Het hof heeft daarbij gelet op het advies van de psycholoog, die stelt dat een ambulante behandeling geïndiceerd is. Ook de psychiaters achten het zorgelijk dat de verdachte niet tijdig inzicht heeft getoond in zijn zorgelijke gedrag omtrent minderjarigen. De reclassering heeft in april 2024 de oplegging van de GVM-maatregel geadviseerd. Gelet op de beschreven problematiek is langdurig toezicht, ook na afloop van de detentie, noodzakelijk.
Deze maatregel houdt in dat de verdachte na het einde van de gevangenisstraf onder intensief toezicht kan komen te staan en dat de resocialisatie kan worden gebonden aan voorwaarden. Aan het einde van de opgelegde gevangenisstraf kan, op vordering van het openbaar ministerie en aan de hand van dan op te maken actuele adviezen, bekeken of en hoe de maatregel ten uitvoer moet worden gelegd. Op dat moment wordt dan door de rechter bepaald welke voorwaarden worden opgelegd en wat de duur van de maatregel zal zijn. De maatregel kan inhouden meewerken aan gedragskundige behandeling, controle op zijn internetgebruik, het vermijden van contacten met minderjarigen en andere voorwaarden die op dat moment noodzakelijk worden geacht. De maatregel kan worden opgelegd voor de duur van twee tot vijf jaar, maar kan vervolgens ook telkens weer worden verlengd (artikelen 6.6.23b en 6.6.23c Sv).
Voorlopige hechtenis
Het hof zal, gelet op de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwijzen.
Beslag
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld het beslag op dezelfde manier af te doen als de rechtbank en alle goederen verbeurd te verklaren.
Standpunt van de verdediging
De raadslieden van de verdachte hebben geen standpunt ingenomen over het beslag.
Oordeel van het hof
Het onder 7 bewezenverklaarde feit is begaan met betrekking tot de in beslag genomen en nog niet teruggegeven Xiaomi-telefoon en Samsung-tablet van de verdachte. Deze gegevensdragers zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan gelet op de wijze waarop de gegevensdragers werden gebruikt en de gegevens die daar (mogelijk) nog op staan opgeslagen in strijd is met het algemeen belang en de wet.
Het hof gelast de teruggave aan de verdachte van het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten de laptop van het merk HP.
De vorderingen van de benadeelde partijen
De vorderingen
De slachtoffers hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Zij vorderen de hierna te noemen bedragen aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De vorderingen zijn als volgt:
De benadeelde partij [slachtoffer feit 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 5.879,50 ingediend, bestaande uit € 879,50 aan materiële (reiskosten therapie € 321,75, reiskosten politiebureau € 57,75 en toekomstige reiskosten therapie € 500,00) en € 5.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 4.379,50, bestaande uit € 379,50 aan materiële en € 4.000,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partij [slachtoffer feit 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 5.250,80 ingediend, bestaande uit € 250,80 aan materiële (reiskosten psycholoog € 138,60 en reiskosten politiebureau € 15,84, € 39,60 en € 56,76) en € 5.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.250,80, bestaande uit € 250,80 aan materiële en € 3.000,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partij [slachtoffer feit 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 6.371,15 ingediend, bestaande uit € 1.371,15 aan materiële (reiskosten psycholoog € 330,00, reiskosten politiebureau € 13,20, reiskosten fysiotherapie € 213,18, reiskosten ziekenhuis € 67,32, reiskosten huisarts € 14,85, kosten medicatie € 232,60 en toekomstige kosten therapie € 500,00) en € 5.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.871,15, bestaande uit € 871,15 aan materiële en € 3.000,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partij [slachtoffer feit 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 6.111,71 ingediend, bestaande uit € 111,71 aan materiële (reiskosten psycholoog: € 12,71 en reiskosten € 69,30 en € 29,70) en € 6.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.611,71, bestaande uit € 111,71 aan materiële en € 3.500,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partij [slachtoffer feit 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 8.414,22 ingediend, bestaande uit € 914,22 aan materiële (reiskosten politiebureau € 44,22, kosten therapie hoger beroep € 500,00 en eigen risico € 370,00) en € 7.500,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 4.044,22, bestaande uit € 44,22 aan materiële en € 4.000,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partij [slachtoffer feit 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van
€ 5.500,00 ingediend, bestaande uit € 500 aan materiële (toekomstige reiskosten therapie) en € 5.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00, bestaande uit € 3.000,00 aan immateriële schade.
De benadeelde partijen hebben in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding. De raadsvrouw van de benadeelde partijen heeft op de terechtzitting van het hof verklaard dat de toekomstige kosten niet langer gevorderd worden. Deze kosten kunnen niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft verzocht de vorderingen toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
De raadslieden van de verdachte hebben zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair hebben zij verzocht om de immateriële schade te matigen en de vordering van [slachtoffer feit 4] , voor wat betreft de gevorderde immateriële schade ten aanzien van feit 7, niet-ontvankelijk te verklaren, nu geen sprake is van aantasting in persoon door het maken van de heimelijke foto’s.
Oordeel van het hof
Op de zitting is gebleken dat de benadeelde partijen rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van de verdachte.
Materiële schade
De door de benadeelde partijen aangedragen materiële schade is onderbouwd en aannemelijk geworden. Dit deel van de schade leent zich voor toewijzing. De raadsvrouw van de benadeelde partijen heeft verzocht om de gevorderde toekomstige kosten niet-ontvankelijk te verklaren.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 1] wordt toegewezen voor een bedrag van € 379,50. Voor het overige deel van de gevorderde materiële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit toekomstige kosten betreffen die niet langer gevorderd worden. Er is door de verdediging geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van de materiële vordering en deze is dan ook voor toewijzing vatbaar.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 2] wordt toegewezen voor een bedrag van € 250,80. Voor het overige deel van de gevorderde materiële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit toekomstige kosten betreffen die niet langer gevorderd worden. Er is door de verdediging geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van de materiële vordering en deze is dan ook voor toewijzing vatbaar.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 3] wordt toegewezen voor een bedrag van € 871,15. Voor het overige deel van de gevorderde materiële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit toekomstige kosten betreffen die niet langer gevorderd worden. Er is door de verdediging geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van de materiële vordering en deze is dan ook voor toewijzing vatbaar.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 4] wordt toegewezen voor een bedrag van € 111,71. Voor het overige deel van de gevorderde materiële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit toekomstige kosten betreffen die niet langer gevorderd worden. Er is door de verdediging geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van de materiële vordering en deze is dan ook voor toewijzing vatbaar.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] wordt toegewezen voor een bedrag van € 44,22. Voor het overige deel van de gevorderde materiële schade zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, nu dit toekomstige kosten betreffen die niet langer gevorderd worden. Er is door de verdediging geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van de materiële vordering en deze is dan ook voor toewijzing vatbaar.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 6] wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu dit toekomstige kosten betreffen die niet langer gevorderd worden.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat (voor zover hier van belang) zij op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. Geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.
Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in artikel 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt het hof vast dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde schade hebben geleden, Zij zijn op andere wijze in hun persoon aangetast. Bij [slachtoffer feit 2] , [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 4] en [slachtoffer feit 1] is geestelijk letsel vastgesteld. Daarnaast is er een inbreuk op de persoonlijke integriteit van de zes benadeelden gemaakt en de aard en de ernst van de normschending brengen in dit geval mee dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvoor voor de benadeelde zó voor de hand liggen, dat een aantasting van de persoon kan worden aangenomen. De benadeelde partijen hebben ten gevolge van het handelen van de verdachte immateriële schade geleden.
Het hof heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’ (RS), een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Uit de RS blijkt dat een bedrag aan schadevergoeding tussen de € 5.000,00 en
€ 6.500,00 (categorie 15.3, sub a) wordt toegekend bij de meest ernstige variant van aanranding.
Gelet op deze bedragen aan immateriële schadevergoeding die volgens de RS in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, komt de gevorderde immateriële schadevergoeding het hof niet overmatig voor en acht het hof toewijzing van een bedrag van € 5.000,00, voor [slachtoffer feit 1] , [slachtoffer feit 2] , [slachtoffer feit 3] , [slachtoffer feit 5] en [slachtoffer feit 6] , billijk.
De raadsman heeft betwist dat [slachtoffer feit 4] door het maken van de foto’s immateriële schade heeft geleden. Het hof is van oordeel dat het maken van foto’s met een seksueel karakter van een slapend jong kind een dermate ernstige normschending is dat de nadelige gevolgen zo voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Het hof zal de vordering van [slachtoffer feit 4] toewijzen tot een bedrag van € 6.000,00, bestaande uit € 5.000,00 aan immateriële schade voor de ontucht en € 1.000,00 aan immateriële schade voor het maken van de heimelijke foto’s.
De schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente
Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
De gevorderde wettelijke rente is ten aanzien van de toegewezen materiële schade van:
De gevorderde wettelijke rente is ten aanzien van de toegewezen immateriële schade van:
Wetsartikelen
De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 36b, 36c, 36f, 38z, 57, 139h, 244, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 53 (drieënvijftig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Legt aan de verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- tablet Samsung (PL0600-2021311824-G3094536);
- telefoontoestel Xiaomi (PL0600-2021311824-G3094478).
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- laptop HP (PL060021311824-G3094539).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer feit 1] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.379,50 (vijfduizend driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent) bestaande uit € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer feit 1] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.379,50 (vijfduizend driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent) bestaande uit € 379,50 (driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 51 (eenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
3 december 2019
en van de immateriële schade op
4 juli 2017.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer feit 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.250,80 (vijfduizend tweehonderdvijftig euro en tachtig cent) bestaande uit € 250,80 (tweehonderdvijftig euro en tachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer feit 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.250,80 (vijfduizend tweehonderdvijftig euro en tachtig cent) bestaande uit € 250,80 (tweehonderdvijftig euro en tachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 51 (eenenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
5 mei 2022
en van de immateriële schade op
19 december 2021.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer feit 3] ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.871,15 (vijfduizend achthonderdeenenzeventig euro en vijftien cent) bestaande uit € 871,15 (achthonderdeenenzeventig euro en vijftien cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer feit 3] , ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.871,15 (vijfduizend achthonderdeenenzeventig euro en vijftien cent) bestaande uit € 871,15 (achthonderdeenenzeventig euro en vijftien cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 54 (vierenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
24 december 2022
en van de immateriële schade op
7 oktober 2021.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 4]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer feit 4] ter zake van het onder 4 en 7 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.111,71 (zesduizend honderdelf euro en eenenzeventig cent) bestaande uit € 111,71 (honderdelf euro en eenenzeventig cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer feit 4] , ter zake van het onder 4 en 7 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.111,71 (zesduizend honderdelf euro en eenenzeventig cent) bestaande uit € 111,71 (honderdelf euro en eenenzeventig cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 55 (vijfenvijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
16 juli 2022
en van de immateriële schade op
13 oktober 2020.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 5]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer feit 5] ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.044,22 (vijfduizend vierenveertig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 44,22 (vierenveertig euro en tweeëntwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer feit 5] , ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.044,22 (vijfduizend vierenveertig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 44,22 (vierenveertig euro en tweeëntwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
31 augustus 2009
en van de immateriële schade op
31 juli 2009.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer feit 6]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer feit 6] ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer feit 6] , ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 22 september 2019.
Wijst af de voorwaardelijke verzoeken tot het horen van getuige [slachtoffer feit 1] en het benoemen van een deskundige.
Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.
Dit arrest is gewezen door mr. J. Steenbrink, mr. E.C.M. Wolfert en mr. I.C.E. Draisma en, in aanwezigheid van de griffier mr. L. Jansen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 6 oktober 2026.