ECLI:NL:GHARL:2026:6541

ECLI:NL:GHARL:2026:6541

Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak 14-10-2026
Datum publicatie 13-10-2026
Zaaknummer 21-004659-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – veroordeeld voor mishandeling, poging tot afpersing en opzettelijk iemand wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven en beroofd houden. Verdachte heeft het slachtoffer met een list naar zijn woning gelokt en heeft hem hier vervolgens opzettelijk van zijn vrijheid beroofd. Terwijl het slachtoffer in zijn woning was, heeft verdachte hem mishandeld en beschoten met een spijkerpistool. Verdachte heeft met dit geweld geprobeerd om het slachtoffer te dwingen tot betaling van een aanzienlijk geldbedrag. Het verweer dat de geweldshandelingen niet gericht waren op het verkrijgen van geld wordt verworpen. Vrijspraak van poging doodslag omdat het opzet op de dood niet kan worden bewezen. Vrijspraak van zware mishandeling omdat het letsel van het slachtoffer niet aan de eisen voldoet die de Hoge Raad stelt aan de kwalificatie van zwaar lichamelijk letsel. Ook vrijspraak van poging tot zware mishandeling bij gebrek aan bewijs dat het tenlastegelegde handelen voornoemd zwaar letsel zou kunnen veroorzaken. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het bewezenverklaarde verdachte ten volle is toe te rekenen. Het hof zal in het kader van de strafoplegging rekening houden met de persoons- en middelenproblematiek van verdachte. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar met bijzondere voorwaarden

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R. den Riet, advocaat te Amsterdam, hebben aangevoerd.

Het vonnis

Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank Midden-Nederland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting in hoger beroep is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:

1. primairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om de heer [slachtoffer] , opzettelijk van het leven te beroven, de heer [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal beschoten heeft met een spijkerpistool, dicht langs zijn voeten en/of gezicht, in elk geval in de buurt van het (boven)lichaam en/of de heer [slachtoffer] in een wurggreep hield, althans een arm om diens nek hield en deze met kracht gedurende enige tijd dicht kneep terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 1. subsidiairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, de heer [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten (fors) letsel aan zijn gezicht en/of nek en/of heup en of ribben en/of maag heeft toegebracht door de heer [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal, met kracht op/rondom zijn wenkbrauw te slaan en/of in een wurggreep te houden en/of in zijn ribben en/of maag te slaan en/of op zijn been te trappen; 1. meer subsidiairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, de heer [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet in ieder geval éénmaal, met kracht op/rondom zijn wenkbrauw te slaan en/of in een wurggreep te houden en/of in zijn ribben en/of maag te slaan en/of op zijn been te trappen, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 1. meest subsidiairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, de heer [slachtoffer] heeft mishandeld door in ieder geval éénmaal, met kracht op/rondom zijn wenkbrauw te slaan en/of te stompen en/of in zijn ribben en/of maag te slaan en/of op zijn been te trappen; 2. primairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, in een woning aan de [adres] , tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, de heer [slachtoffer] , heeft/ hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 35.000 dan wel €50.000,-, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en daar in die woning de heer [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal te slaan en/of te trappen en/of te wurgen en/of meermalen, in ieder geval éénmaal naar de heer [slachtoffer] schoot met een spijkerpistool dan wel dreigede met een spijkerpistool te verwonden terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. subsidiairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim de heer [slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van € 35.000 dan wel € 50.000, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die de heer [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), de heer [slachtoffer] naar verdachtes woning gelokt en aldaar de heer [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal te slaan en/of te trappen en/of te wurgen en/of meermalen, in ieder geval éénmaal dreigde met een spijkerpistool te verwonden en/of uitlatingen en/of eisen deed/deden, onder meer inhoudende dat hij op camera een verklaring zou afleggen dat de heer [slachtoffer] verdachtes vriendin zou hebben verkracht, welk filmpje verdachte vervolgens op social media dreigde te zetten en/of (aldus) zou openbaren en/of verspreiden, wanneer de heer [slachtoffer] geen geldbedrag aan verdachte en/of zijn mededader(s) zou(den) betalen en/of geven, althans woorden van dergelijke dreigende strekking en/of aard terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3.hij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk de heer [slachtoffer] , wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft/ hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door

- de heer [slachtoffer] naar verdachtes woning te lokken en/of voor de (voor)deur te gaan staan zodat de heer [slachtoffer] eenmaal binnen de deur niet kon bereiken

- en/of de (voor)deur op slot gedraaid en/of

- dreigend tegen de heer [slachtoffer] heeft gezegd dat wanneer hij niet toe zou geven hij er nooit meer weg zou komen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen de heer [slachtoffer] heeft gezegd ?als je aan ontsnappen denkt, maak ik je kapot? althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een compressor aan te zetten waarmee een spijkerpistool bediend werd en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal de heer [slachtoffer] beschoten met een spijkerpistool, dicht langs zijn voeten en/of gezicht, in elk geval in het (boven)lichaam en/of

- de heer [slachtoffer] gedurende enige tijd in een wurggreep hield, althans een arm om diens nek hield en deze met kracht gedurende enige tijd dicht kneep.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Feit 1 primair

De advocaat-generaal heeft – anders dan in de appelschriftuur – geconcludeerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit (poging tot doodslag).

De verdediging heeft vrijspraak bepleit conform de overwegingen van de rechtbank.

Met de verdediging en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat verdachte vrijgesproken moet worden van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.

Het hof kan op basis van het dossier niet vaststellen dat verdachte willens en wetens heeft geprobeerd aangever te doden. Het hof zal vervolgens moeten bepalen of verdachte met de in de tenlastelegging vermelde gedragingen desalniettemin bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het slachtoffer zou doden.

Uit het dossier blijkt dat verdachte meerdere keren in de richting van het slachtoffer heeft geschoten en daarbij telkens op een afstand van 2 tot 3 meter stond.

NFI-deskundige wapens en munitie [naam] heeft in de rapporten van 10 juli 2023 en 7 november 2023 onderzoek gedaan naar het spijkerpistool waarmee verdachte heeft geschoten. Hij heeft de vraag beantwoord of het spijkerpistool in combinatie met de compressor en persluchtslang potentieel dodelijk letsel kan veroorzaken. De deskundige heeft schietproeven uitgevoerd waarbij vanaf een afstand van 2,5 meter, met de compressor op verschillende standen van uitgaande druk, op een stuk karton is geschoten. Uit deze schietproeven komt onder andere naar voren dat gericht schieten met het spijkerpistool niet goed mogelijk is. De spijkers komen tuimelend uit het spijkerpistool en sommige spijkers misten het karton. De spijkers die het karton raakten, deden dit in een willekeurige stand: met de punt, kop, of dwars. Geen van de spijkers drong volledig door het karton heen. Het gevaar op huidperforatie is verwaarloosbaar klein als de spijkers iemand dwars of met de kop naar voren raken. De spijkers die een persoon met de punt naar voren raken, kunnen afhankelijk van de ingestelde druk de huid perforeren. De kans dat een spijker het doelwit met de punt naar voren raakt, is sterk afhankelijk van de schootsafstand. Tot een schootsafstand van ca. 20 centimeter is de kans groot dat de spijker het doelwit met de punt naar voren raakt. Over langere schootsafstanden kan geen uitspraak meer worden gedaan zonder aanvullende proeven. De geribbelde schacht van de afgeschoten spijkers veroorzaakt wrijving bij het doordringen van de huid, wat vermoedelijk de doordringdiepte in het onderliggende weefsel zal beperken. Kleding heeft invloed op de kans dat de menselijke huid wordt geperforeerd en ook op de diepte tot waar de spijker in het onderliggende weefsel zal dringen. Hoe meer lagen kleding en hoe sterker het materiaal, hoe kleiner de kans op huidperforatie en hoe oppervlakkiger de wond daarbij zal zijn. Als de spijker door de huid dringt, ontstaat de kans op dodelijk verlopend letsel. Het daadwerkelijke verloop en de ernst van het letsel als een spijker door de huid van een persoon dringt kan echter niet door een wapen- en munitiedeskundige worden bepaald.

Forensisch arts [naam] onderschrijft in zijn e-mail van 31 oktober 2023 de conclusie van deskundige [naam] dat bij huidperforatie door een spijker de kans op dodelijk verlopend letsel bestaat. Het is volgens de forensisch arts echter niet mogelijk om de daadwerkelijke kans op overlijden of ernstig letsel met wetenschappelijke onderbouwing in getallen of kanspercentages te geven, omdat deze kans van te veel factoren afhankelijk is. Factoren die invloed kunnen hebben op deze kans, zijn onder andere de schootafstand, de lichaamsdelen en organen die geraakt zijn, het aantal perforaties, de eventuele contaminatie van de spijkers, de anatomie (bijvoorbeeld de onderhuidse vetlaag) en leeftijd van het slachtoffer.

Het hof is – net als eerder de rechtbank – gelet op deze conclusies van de deskundigen van oordeel dat niet is komen vast te staan dat sprake is van een aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer door op hem te schieten met het spijkerpistool op de manier waarop verdachte dat heeft gedaan. Ten eerste was er maar een beperkte kans dat de spijkers het slachtoffer met de punt naar voren zouden raken. Dit heeft te maken met de afstand waarop verdachte op aangever heeft geschoten en het feit dat het niet goed mogelijk is om (vanaf die afstand) gericht te schieten met het spijkerpistool. Als spijkers het slachtoffer wel met de punt naar voren hadden geraakt, zou het vervolgens maar de vraag zijn waar de spijkers aangever hadden geraakt, omdat gericht schieten niet goed mogelijk is. Aangever had bovendien meerdere lagen kleren aan. Het raken van zijn lichaam zou ook om die reden niet zonder meer tot huidperforatie hebben geleid. Als de spijker wel de huid had geperforeerd dan zou ten slotte de kans op de dood van veel factoren afhankelijk zijn. Het hof concludeert dat de kans op de dood van aangever onder deze omstandigheden naar algemene ervaringsregels niet aanmerkelijk was te achten.

Ten aanzien van de tenlastegelegde wurggreep overweegt het hof als volgt. Op basis van de verklaring van het slachtoffer, de verklaring van de verdachte en het geconstateerde letsel in de nek van het slachtoffer acht het hof bewezen dat verdachte een arm om de nek van het slachtoffer heeft gelegd en de keel heeft dicht geknepen. Het hof is echter van oordeel dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat om te kunnen vast stellen of het dichtknijpen van de keel tot dodelijk letsel had kunnen leiden, nu er geen eenduidige informatie is over de duur en de kracht waarmee de arm om de nek van het slachtoffer is gelegd en de keel is dicht geknepen.

Ten aanzien van het schieten met het spijkerpistool en het plaatsen van de arm om de nek van het slachtoffer overweegt het hof voorts dat evenmin is gebleken dat verdachte bij het verrichten van die gedragingen de kans op overlijden zou hebben aanvaard. Daarbij weegt mee dat het hof contra-indicaties ziet voor die aanvaarding. Uit de hierna volgende bespreking van feit 2 volgt dat het handelen van verdachte erop was gericht dat het slachtoffer zou gaan betalen, hetgeen zich moeilijk verhoudt met de (eerdere) aanvaarding van de dood van het slachtoffer. Ook de omstandigheid dat verdachte het slachtoffer naar het ziekenhuis bracht toen hij een hartaanval veinsde, ziet het hof als een contra-indicatie voor aanvaarding door verdachte van de mogelijke dood van het slachtoffer.

Het hof acht op grond van het vorenstaande niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair tenlastegelegde feit heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken.

Feit 1 subsidiair

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde feit (zware mishandeling). Anders dan de rechtbank is de advocaat-generaal van oordeel dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht door verdachte. De advocaat-generaal verwijst daarbij naar een (nieuwe) forensisch medische letselrapportage betreffende het slachtoffer, gedateerd 29 januari 2025 (opmerking hof: het schriftelijk requisitoir vermeldt als datum 12 december 2024, zijnde de datum van het onderzoek).

De raadsman heeft vrijspraak bepleit omdat niet kan worden bewezenverklaard dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

Het hof overweegt als volgt. Onder zwaar lichamelijk letsel op grond van artikel 82 Sr wordt begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van ambts- of beroepsbezigheden, afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw alsmede storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd. Ook buiten deze gevallen kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Bij de beantwoording van de vraag of zeker letsel als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt, is van belang of het oordeel van de rechter iets inhoudt over de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en/of het uitzicht op (volledig) herstel. Bij de beoordeling of uitzicht is op volledig herstel kan ook worden betrokken of restschade aanwezig is, in het bijzonder in de vorm van één of meerdere littekens. Daarbij kunnen van belang zijn het uiterlijk en de ernst van het litteken en daarmee samenhangend de mate waarin dat litteken het lichaam ontsiert, en eventueel of in verband met dat litteken - langdurige - pijnklachten (hebben) bestaan.

In bovengenoemde letselrapportage is het op dat moment nog zichtbare restletsel beschreven en getypeerd. Hieruit blijkt dat het slachtoffer ten gevolge van het feit boven de rechter wenkbrauw een blijvend litteken met een grootte van circa 1,0 bij 1,2 cm heeft opgelopen en dat een stukje van een voortand is vervangen door een opzetstuk. Ander letsel is niet objectief vastgesteld dan wel beschreven. Het hof is anders dan de advocaat-generaal van oordeel dat de beschreven restverschijnselen en gevolgen – gelet op de door de Hoge Raad gestelde kaders – geen zwaar lichamelijk letsel opleveren.

Het hof acht om die reden niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken.

Feit 1 meer subsidiair

De advocaat-generaal heeft – indien het hof zou vrijspreken van het onder feit 1 primair en subsidiair tenlastegelegde – gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 meer subsidiair tenlastegelegde (poging zware mishandeling).

De raadsman heeft vrijspraak bepleit nu de wurggreep wordt betwist.

Het hof overweegt als volgt.

Met betrekking tot de wurggreep die verdachte zou hebben toegepast lopen de verklaringen van aangever en verdachte uiteen. Bovendien biedt het dossier geen informatie, zoals de aard en intensiteit van de wurggreep om vast te kunnen stellen in hoeverre deze wurggreep tot zwaar lichamelijk letsel had kunnen leiden.

Ook ten aanzien van de overige in de tenlastelegging opgenomen handelingen is het hof van oordeel dat het dossier onvoldoende informatie biedt op basis waarvan geconcludeerd zou kunnen worden dat deze handelingen tot zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen leiden.

Het hof acht om die reden ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft begaan en zal hem ook daarvan vrijspreken.

Bewijsoverweging

Het was een klap op het oog, de studieschuld even aflossen en dat was het. Zo simplistisch dacht ik toen.

Feit 1 meest subsidiair:

Het hof volstaat ten aanzien van het bewezenverklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof heeft daarbij gelet op de inhoud van de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, alsmede op de procespositie van de verdediging in hoger beroep.

Gebezigde bewijsmiddelen:

 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

Ik heb hem een forse tik gegeven richting zijn oog. Er zijn daarna nog wel wat slaande en schoppende bewegingen geweest.

 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], gedateerd 12 maart 2023.

Feit 2 primair

Verdachtes raadsman heeft in hoger beroep opnieuw aangevoerd dat vrijspraak moet volgen omdat – kort samengevat – de geweldshandelingen van verdachte tegen het slachtoffer niet gericht waren op het verkrijgen van geld.

De rechtbank heeft in haar vonnis het volgende overwogen (hierna cursief):

Voor een bewezenverklaring van afpersing is een causaal verband vereist tussen het door

verdachte toegepaste geweld (of de dreiging daarmee) en de (beoogde) prestatie: het betalen van geld. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte aangever naar de woning heeft gelokt met als doel een compensatie te vragen voor het leed wat aangever zijn partner zou hebben aangedaan. Toen aangever in de woning aankwam, is verdachte vrij snel begonnen met het toepassen van het geweld, dat eerst bestond uit het slaan en schoppen van aangever en het vastpakken van zijn nek, en later ook uit het in zijn richting schieten met een spijkerpistool.

Tijdens het uitoefenen van het geweld heeft verdachte meermaals tegen aangever

geschreeuwd dan wel gezegd dat hij geld moest betalen. Aangever zou er vanaf zijn als hij

zou betalen. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het doel van verdachte altijd is

geweest om aangever geld te laten betalen, dat hij aangever met dat doel naar de woning

heeft gelokt en dat alles wat zich vervolgens in de woning heeft afgespeeld ervoor moest

zorgen dat dit doel zou worden gehaald. Het verweer dat er geen causaal verband bestond

tussen de geweldshandelingen en betalen van het geldbedrag wordt verworpen. De rechtbank acht het onder feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Er is geen bewijs dat verdachte de poging tot afpersing heeft gepleegd samen met een ander, daarom wordt hij vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

Het hof neemt deze overwegingen over en maakt die tot de zijne. Het hof betrekt bij zijn oordeel voorts:

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

- Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot onderzoek aan veiliggestelde data op de telefoon van verdachte (blz. 269 ev.), waarin op blz. 272 onder meer een videofragment is beschreven (gedateerd 12 maart 2023, 05.34 uur) waarin de persoon in beeld – die als verdachte wordt herkend – onder meer zegt:

Hij gaat komen, hij is er vanavond, hij is er vanavond. Hij gaat betalen, hij gaat betalen en Hij gaat betalen schatje ik zweer het je. Klootzak. Dit wordt hem. ik heb het voorbereid. Dit wordt hem.

- Een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot nader onderzoek aan de veiliggestelde data op de telefoon van verdachte (blz. 279 e.v.), waarin op blz. 289 een aangetroffen audiobestand – gedateerd 12 maart 2023, 05.24 uur – is beschreven, waarin onder meer wordt gezegd: Of ik sla je je sowieso naar de kanker, als je dat een bepaald bedrag waard vind dan moet je dat nemen. Het gaat sowieso gewoon gebeuren en mogelijk daarna nog een keer en dan ga je alsnog betalen.

Het verweer wordt verworpen.

Feit 3:

Verdachtes raadsman heeft in hoger beroep aangevoerd dat vrijspraak moet volgen omdat

– kort samengevat – de deur van de woning niet was afgesloten en aangever de woning had kunnen verlaten. Bovendien was de sfeer in de woning niet dusdanig ernstig en dwingend dat van een wederrechtelijke vrijheidsberoving kan worden gesproken.

Het hof overweegt:

Uit de aangifte en het aanvullende verhoor van het slachtoffer blijkt onmiskenbaar dat hij de woning niet mocht of kon verlaten. Zo is verdachte, toen aangever opstond en in de richting van de voordeur liep, voor hem gaan staan waardoor hij de deur niet kon bereiken. Ook heeft verdachte meerdere keren gezegd dat hij de voordeur op slot had gedraaid en aangever de woorden toegevoegd: “als je ook maar denkt aan ontsnappen, ik maak je kapot”.

Dit alles vond plaats nadat aangever al door verdachte was mishandeld.

Ter terechtzitting van de rechtbank heeft verdachte verklaard:

Ik ben voor de voordeur gaan staan. Het klopt dat ik [slachtoffer] niet wilde laten

vertrekken voordat hij op film had toegegeven dat hij mijn partner had verkracht.

Toen was het geweld wel al gebeurd. (…) Als ik er nu zo over nadenk, denk ik niet dat [slachtoffer] zich die avond vrij voelde om mijn woning te verlaten. (…) Ik kan me voorstellen dat hij heel bang was en ik moet ook wel toegeven dat dat natuurlijk ook wel de bedoeling was.

Naar het oordeel van het hof is op grond van het vorenstaande buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Het verweer wordt verworpen.

Verdachte wordt – gelijk aan het oordeel van de rechtbank – ook onder feit 3 vrijgesproken voor zover het gaat om het medeplegen van het feit, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte het feit in bewuste en nauwe samenwerking met een ander pleegde.

Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de bewezenverklaarde feiten. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meest subsidiair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.meest subsidiairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, de heer [slachtoffer] heeft mishandeld door in ieder geval éénmaal, met kracht op/rondom zijn wenkbrauw te slaan en/of te stompen en/of in zijn ribben en/of maag te slaan en/of op zijn been te trappen; (art. 300 lid 1 Sr)2.primairhij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, in een woning aan de [adres] , tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, de heer [slachtoffer] , heeft/ hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 35.000 dan wel €50.000,-, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en daar in die woning de heer [slachtoffer] meermalen, in ieder geval éénmaal te slaan en/of te trappen en/of te wurgen en/of meermalen, in ieder geval éénmaal naar de heer [slachtoffer] te schieten met een spijkerpistool dan wel te dreigen hem met een spijkerpistool te verwonden terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.hij op of omstreeks 12 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk de heer [slachtoffer] , wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft/ hebben beroofd en/of beroofd heeft gehouden, door

- de heer [slachtoffer] naar verdachtes woning te lokken en/of voor de (voor)deur te gaan staan zodat de heer [slachtoffer] eenmaal binnen de deur niet kon bereiken

- en/of de (voor)deur op slot gedraaid en/of

- dreigend tegen de heer [slachtoffer] heeft gezegd dat wanneer hij niet toe zou geven hij er nooit meer weg zou komen, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- dreigend tegen de heer [slachtoffer] heeft gezegd “als je aan ontsnappen denkt, maak ik je kapot” althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een compressor aan te zetten waarmee een spijkerpistool bediend werd en/of

- meermalen, in ieder geval éénmaal de heer [slachtoffer] te beschieten met een spijkerpistool, dicht langs zijn voeten en/of gezicht, in elk geval in het (boven)lichaam en/of

- de heer [slachtoffer] gedurende enige tijd in een wurggreep hield, althans een arm om diens nek te houden en deze met kracht gedurende enige tijd dicht te knijpenkneep.

Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.

Het onder 1 meest subsidiair bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:

poging tot afpersing.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

In een over verdachte opgemaakt Pro Justitia rapport van 14 juli 2023 stelt psycholoog drs. [naam] , dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten lijdende was aan een aandachts-deficiëntiestoornis met hyperactiviteit (ADHD) en dat er bij verdachte sprake was van stoornissen in het gebruik van diverse middelen, zoals cocaïne, alcohol, benzodiazepinen en GBH.

Ook stelt de psycholoog dat de combinatie van stress, ADHD, het gebruik van grote hoeveelheden cocaïne, alcohol en benzodiazepinen en slaaptekort, verdachtes vermogen om rationele keuzes te maken op grond van heldere overwegingen, zeker in negatieve zin heeft beïnvloed. De psycholoog adviseert om verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.

De psycholoog adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met verplicht reclasseringstoezicht en met bijzondere voorwaarden.

Het hof volgt – in navolging van de advocaat-generaal – het advies van de psycholoog met betrekking tot de verminderde toerekeningsvatbaarheid niet. Hoewel het hof aanneemt dat bij verdachte sprake was van de nodige problematiek, valt uit alle aspecten van het gedrag van verdachte voorafgaand en tijdens de bewezenverklaarde feiten af te leiden dat hij berekenend en met een vooropgezet plan heeft gehandeld om het slachtoffer te bewegen naar de woning van verdachte af te reizen, hem vervolgens te mishandelen en te dwingen geld te betalen en een video-opname te maken als drukmiddel waarin het slachtoffer een ‘bekentenis’ moest afleggen over wat het slachtoffer de vriendin van verdachte in het verleden zou hebben aangedaan.

Het hof leidt hieruit af dat verdachte toen kennelijk in staat was om keuzes te maken en daarnaar te handelen. Dat verdachte in die periode ook drugs en of alcohol heeft gebruikt maakt dat niet anders.

Het hof zal op grond van het vorenstaande het bewezenverklaarde ten volle aan verdachte toerekenen.

Het voorgaande laat onverlet dat het hof hierna in het kader van de strafoplegging rekening zal houden met de hiervoor omschreven persoons- en middelenproblematiek.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met bijzondere voorwaarden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot het onder feit 1 meest subsidiair tenlastegelegde en heeft ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten vrijspraak bepleit.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte is berekenend te werk gegaan door het slachtoffer op doortrapte wijze naar zijn woning te lokken onder het mom van het vervullen van een van de laatste wensen van een terminaal zieke fan. Na zijn aankomst in de woning werd het slachtoffer echter vrijwel onmiddellijk door verdachte mishandeld, met een spijkerpistool beschoten, bedreigd en van zijn vrijheid beroofd. Verdachte heeft daarbij geprobeerd om het slachtoffer te dwingen een groot geldbedrag te betalen en heeft hem gefilmd terwijl het slachtoffer moest toegeven dat hij de vriendin van verdachte in het verleden had verkracht.

Uit de aangifte en het nadere verhoor van aangever valt op te maken dat hij doodsangsten heeft uitgestaan en zelfs heeft geprobeerd door een gesloten raam van de bovenwoning te springen om te kunnen ontsnappen. Ook blijkt dat het slachtoffer letsel heeft opgelopen door het geweld van verdachte en daar hinder van heeft ondervonden en nog ondervindt.

Verdachte heeft door zijn handelwijze een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer. Hoewel verdachte op de zitting bij het hof spijt heeft betuigd, heeft het hof door de woorden die verdachte gebruikte, ook de indruk dat hij het toegepaste geweld enigszins bagatelliseert.

De reclassering heeft een voorlichtingsrapportage opgesteld op 19 september 2024 en komt – kort samengevat – tot hetzelfde advies als de psycholoog. Uit een voortgangsverslag van de reclassering van 18 september 2026 met betrekking tot het toezicht op verdachte blijkt dat bij verdachte sinds de laatste schorsing van de voorlopige hechtenis op 5 september 2025 een positieve ontwikkeling is ingezet, waarbij – anders dan voorheen – sprake is van openheid over het middelengebruik en van intrinsieke motivatie om abstinent te blijven.

Hoewel het hof – na wijziging van de tenlastelegging – tot bewezenverklaring komt van meer feiten dan de rechtbank, leidt dat niet tot oplegging van een hogere straf, omdat de onder 1 meest subsidiaire mishandeling feitelijk ook onderdeel is van de onder 2 primair bewezenverklaarde poging tot afpersing.

Het hof is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten in beginsel een hogere gevangenisstraf rechtvaardigen dan door de rechtbank is opgelegd. Gelet evenwel op de situatie waarin verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten verkeerde, de positieve ontwikkelingen die hij sinds de laatste schorsing van de voorlopige hechtenis heeft doorgemaakt en nu het strafblad niet wijst op recente geweldsfeiten en daarmee de onderhavige feiten een incident lijken te zijn, zal het hof dezelfde straf opleggen als de rechtbank heeft gedaan. Het hof zal daaraan goeddeels dezelfde bijzondere voorwaarden verbinden, met uitzondering van het eerder opgelegde contactverbod met het slachtoffer. Het hof ziet hiertoe geen aanleiding nu niets erop wijst dat verdachte zich sinds het voorval nog belastend heeft gedragen jegens het slachtoffer. Daarnaast zal het hof – anders dan de rechtbank – volstaan met een proeftijd van twee jaren. Daarbij weegt mee dat verdachte zich al geruime tijd aan voorwaarden conformeert in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Verbeurdverklaring

Het onder 3 bewezenverklaarde is voorbereid met behulp van het hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerp. Het behoort verdachte toe. Het wordt daarom verbeurdverklaard.

Hierbij is rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.

Wetsartikelen

De straf en/of maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 33, 33a, 45, 57, 282, 300 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 meest subsidiair, 2 primair en 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 meest subsidiair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen algemene bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;

Bijzondere voorwaarden:

* zich binnen drie werkdagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de Reclassering van het Leger des Heils op het adres [adres] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* zich laat behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling of detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;

* zich laat behandelen door [instelling] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt;

* geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

* geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

* het filmpje dat verdachte op 12 maart 2023 heeft gemaakt waarop de heer [slachtoffer] in zijn woning te zien is, verwijdert van al zijn gegevensdragers en digitale opslagplaatsen (waaronder de 'cloud'). Verdachte werkt mee aan de controle van geautomatiseerde werken en gegevensdragers tijdens een huisbezoek door de reclassering ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit gedragsvoorschrift. Verdachte zal op verzoek van de reclasseringswerker(s) al zijn digitale gegevensdragers en/of geautomatiseerde werken ter beschikking stellen en daartoe toegang verschaffen, bijvoorbeeld door het geven van wachtwoorden. Verdachte dient in geval van een controle zijn gegevensdragers ter beschikking te stellen voor een periode van maximaal drie dagen. Deze controles mogen gedurende de proeftijd van 3 jaren maximaal 5 keer worden uitgevoerd en mogen slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat door een persoon geen kennis wordt genomen van de inhoud van de gegevensdragers buiten het in deze voorwaarde bedoelde filmpje van de heer [slachtoffer] om. Ten behoeve van deze controles mag/mogen de reclasseringsmedewerker(s) zich laten bijstaan door medewerkers van de digitale recherche;

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een IPhone (G2937443).

Dit arrest is gewezen door mr. J.L.F. Groenhuijsen, mr. N.I.S. Boers en mr. S. Weening, raadsheren, in aanwezigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 14 oktober 2026.

Mr. Weening is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. N.I.S. Boers
  • mr. S. Weening

Griffier

  • mr. A.C. Wormgoor

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand