[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1959 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 september 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadslieden, mr. P. Koops en mr. S. Brinkhoff, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft bij vonnis van 12 maart 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-.
Omdat in hoger beroep de tenlastelegging is gewijzigd vernietigt het hof het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
De in hoger beroep gewijzigde tenlastelegging luidt als volgt:
hij op of omstreeks 25 maart 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeerd bestemd, te weten de rijksweg [locatie] tussen [plaats] en [plaats] , door met geopende broek en/of zijn broek (deels) naar beneden en/of ontbloot geslachtsdeel achter het stuur van zijn auto te zitten en/of (daarbij) te masturberen en/of met zijn hand op en neer gaande bewegingen ter hoogte van zijn geslachtsdeel te maken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverwegingen
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft – overeenkomstig het overgelegde requisitoir – gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft – overeenkomstig de overgelegde pleitnota – bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat hij dit feit heeft gepleegd.
Oordeel van het hof
Het hof geeft hierna eerst een overzicht van de relevante bewijsmiddelen ten aanzien van het ten laste gelegde feit, waarvan de redengevende onderdelen voor het bewijs worden gebruikt. Vervolgens wordt de beoordeling van de tenlastelegging door het hof besproken.
Bewijsmiddelen
1. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 26 april 2024), inhoudende – zakelijk weergegeven – de verklaring van de [getuige] :
Op maandag 25 maart 2024, rond 23.15 uur, reed ik in mijn vrachtauto, Melkauto met opschrift [bedrijf] , blauw/wit van kleur, op de [locatie] vanuit de richting [plaats] in de richting [plaats] . Ik reed op de rechterbaan van deze snelweg toen er een personenauto naast mij kwam rijden. Dit was een rode Saab . Deze personenauto bleef naast mij rijden en de bestuurder deed zijn binnenverlichting aan. Ik zag dat de bestuurder een man was met een ontbloot bovenlijf. Hij had zijn shirt omhoog gedaan. Ook had hij zijn broek naar beneden dus zijn piemel was goed te zien. Ik zag dat hij masturbeerde achter het stuur. Ik kan vanuit mijn vrachtwagen goed in zijn personenauto kijken. Ik zag vooral zijn dikke buik. De man bleef met zichzelf spelen en een tijdje naast mij rijden. U vraagt mij hoe lang, nou ik denk een minuut of zoiets.
Hierna ging hij voor mij rijden, deed de binnenverlichting weer uit en reed dan 80 – 70 en weer 80. Erg irritant gedrag. Het was namelijk niet nodig om gas terug te nemen want er was verder geen verkeer op de weg waardoor dit nodig was. Hij deed dit opzettelijk. Op een gegeven moment bleef de bestuurder van de Saab achter een voertuig rijden en kon ik er links voorbij. Ik nam de afslag [plaats] omdat ik richting mijn bedrijf moest in [plaats] . Ik zag in mijn achteruitkijkspiegel dat de betreffende Saab ook deze afslag nam. Ik ben toen gaan remmen op de afrit, [straat] , zodat de bestuurder van de Saab ook wel moest stoppen, dit betreft een afrit met maar één rijbaan. Dit deed ik omdat ik de bestuurder op zijn gedrag wilde aanspreken. Ik vind het asociaal en dat wilde ik de man ook vertellen. Ik stapte uit mijn vrachtwagen en ben naar de Saab gelopen. De man bleef in zijn Saab zitten en deed het raampje aan bestuurderskant naar beneden. Ik heb hem toen gezegd dat ik zijn gedrag niet normaal vond. Hij reageerde hier heel rustig en zei: ‘’ik moest even piesen.’’ Ik reageerde hierop door te zeggen ‘’doe je dit altijd in je auto?’’ Dat was natuurlijk een vreemde reactie maar de man reageerde verder niet zo. Ik heb de bestuurder van de Saab dus goed gezien. Het was een man van ongeveer 70 jaar met een bolle buik. Hij had zijn shirt omhoog. Toen er meer mensen de afrit afkwamen ben ik weer ingestapt en doorgereden naar de zaak. Ik wilde anderen niet langer ophouden. Ik vond het een vervelende ervaring en ik kan me voorstellen dat het voor een jonge vrouw achter het stuur niet veilig voelt als zo'n vent naast je gaat rijden, daarna voor je en vooral jouw aandacht wil hebben op zijn masturberen. Ik vind het heel goed dat de politie hier werk van maakt. Het is gedrag waar je andere mensen voor wilt beschermen. Het is gewoon ergerlijk wat mij betreft.
2. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de raadsheer-commissaris (d.d. 1 juni 2026), inhoudende – zakelijk weergegeven – de verklaring van de [getuige] :
Hij kwam naast mij rijden bij de cabine en bleef naast mij hangen bij de bestuurderskant. Het raam van mijn cabine was op dezelfde lijn als het passagiersraam van zijn auto. Ik keek op dat moment niet echt opzij, want het gebeurt wel vaker dat mensen mij op een langzame en normale voorzichtige manier inhalen. Toen ging de binnenverlichting aan. Het is donker ’s avonds en ik zag het in mijn linkerooghoek. Ik zag het niet via de spiegel, maar vanuit mijn ooghoek. Dat weet ik zeker. Ik keek opzij naar beneden door mijn raam, omdat ik dacht: ‘’hé, waarom gaat de binnenverlichting aan?’’ Het was een automatisch iets dat ik keek.
Ik keek door mijn raam naar beneden. De cabine van de melkauto is iets lager dan de cabine van een normale vrachtauto. Vanuit de melkwagen zag ik de man onderuit gezakt zitten met zijn shirt wat omhoog. Zijn shirt zat omhoog tot aan zijn borst toe waar de ribbenkast begint. Ik zag op dat moment ook zijn blote buik. Ik kan mij niet herinneren wat voor ‘’shirt’’ ik zag, ik herinner mij alleen dat het iets wits was volgens mij. De man zat met zijn rug naar achteren onderuit gezakt. Zijn broek zat los en was een klein beetje naar beneden gezakt. Ik kan de broek niet meer omschrijven. De onderbroek was ook wat naar beneden gevouwen. Het klopt dat ik zowel een broek als een onderbroek zag. De man had met zijn linkerhand het stuur beet. Zijn rechterhand zat bij zijn geslachtsdeel en daar maakte hij deze bewegingen mee. De getuige maakte deze bewegingen mee: de getuige maakt met zijn rechterhand bewegingen van boven naar beneden met een gekromde hand.
U, raadsheer-commissaris, vraagt mij of ik zag of de hand gebogen was of dat het bijvoorbeeld een vlakke hand was. Hij had echt wel iets vast, dat beeld krijg ik niet meer van mijn netvlies. Ik dacht echt ‘’wat voor viespeuk is dit.’’ Ik zag het overduidelijk dat hij zijn geslachtsdeel in zijn hand had. Ik heb 3 à 4 seconden gekeken denk ik in totaal, op dat moment. Dus vanaf dat de binnenverlichting aan ging totdat ik weer wegkeek.
De raadsman vraagt mij hoe de beweging ging wat betreft ritme en plek. Het ging wel wat langzaam ‘’daar onder’’ en het ging niet van dat hij zich helemaal uhhh… met helemaal van die lange snelle bewegingen, zoals ik eerder voordeed.
Ik keek weer vooruit op de weg. Hij bleef naast mij rijden. De binnenverlichting bleef aan. Toen heb ik weer twee tellen of zo opzij gekeken door het raam. Ik zag dat de man er precies hetzelfde bij zat. Hij maakte ook nog steeds dezelfde beweging. Ook in de soort beweging zat geen verandering. Ik keek weer terug naar de weg. Het heeft toen even geduurd. Ik weet niet meer hoe lang. Toen gaf hij gas en ging hij voor mij rijden. Hij begon toen gas bij, gas los, het gas ging heen en weer. Afremmen en weer doorrijden. Wij reden toen ter hoogte van de afrit Kaddingen. Ik heb toen zijn kenteken genoteerd. Ik heb hem en een andere vrachtwagen ingehaald. Ik zag in mijn spiegel dat hij ook de vrachtwagen inhaalde en achter mij kwam rijden. Hij reed wel twee of drie kilometer achter me. Ik nam de afslag [plaats] en die nam de man in de rode Saab ook. Ik heb toen onderaan, bij de rotonde de wagen stilgezet. Ik ben toen uitgestapt en heb mijn telefoon gepakt. Ik heb gauw op video-opname gedrukt om een geluidsopname te maken. Meer voor mezelf voor als er wat gebeurt, want je weet niet wat voor man het is. Ik liep naar de auto toe. Hij deed zijn raam open. Ik zag dat zijn bovenlijf nog steeds wat bloot was. Met "wat bloot" bedoel ik dat ik zijn buik zag. U, raadsheer-commissaris vraagt mij hoeveel afslagen er zijn geweest tussen het moment van het zien van de rode Saab naast mijn wagen tot de afslag [plaats] . Wel vier of vijf afslagen. Die waren niet afgesloten. Ik herinner mij dat omdat hij tegen mij zei dat hij moest "piesen". Toen ik terug was in mijn wagen dacht ik nog: " als je zo nodig moet piesen, waarom heb je dan niet eerder een afslag genomen".
3. Het proces-verbaal van verhoor (d.d. 1 mei 2024), inhoudende – zakelijk weergegeven – de verklaring van de verdachte:
O: U had het over de 25e maart 2024 dan gaan we daar maar eens verder op in. Maandagavond rondom de klok van 23.15 uur komt er een melding bij de politie binnen dat de bestuurder van een Saab , met uw kenteken, op de [locatie] rijdt van [plaats] naar [plaats] en dat de bestuurder terwijl hij de auto bestuurde masturbeerde. De melding is gedaan door een vrachtwagenchauffeur. Die zit hoger dus die kan ook in uw auto kijken. Wij hebben melder ook gesproken. Hij vertelt dat hij in de melkauto rijdt, een rode Saab naast hem komt rijden, zijn binnenverlichting aandoet, shirt omhoog had, broek naar beneden, piemel goed te zien, masturbeerde achter het stuur, was de bedoeling dat ik dat zag.
V: Wat kunt u daarover zeggen?
A: Nu u zegt dat het een melkauto is heb ik het plaatje wel. Ik reed inderdaad op die weg. Ik weet dat er camera’s staan en ik weet dat mijn auto redelijk bekend is dus, klaar. Ik heb op enig moment ook de binnenverlichting aangehad. Je mag daar 70, er waren wegwerkzaamheden, ik reed daar, de melkauto reed voor me. Dan komt het stuk waarin je 70 mag, dus het kan zijn, klopt wel denk ik, dat we een tijdje een beetje naast elkaar gereden hebben. We hebben naast elkaar gereden. Toen reed ik voor hem en zag ik dat de melkauto mij weer in ging halen. Toen ging hij de [straat] op, hij nam de afslag [plaats] , naar de melkfabriek. Toen heeft hij de auto gestopt en is naar mij toe gelopen. Ik had inderdaad een blote buik. Toen zei hij vindt je dat normaal dat je met een blote buik in je auto zit? Ik zei sorry maar ik moet ontzettend plassen en het lukt niet. Hij zei niet weer doen he. Ik zei nee maar sorry..
4. Het proces-verbaal van bevindingen (d.d. 17 september 2025), inhoudende – zakelijk weergegeven – de uitwerking van de video opname van het gesprek van de [getuige] met de verdachte:
G: Ik ga die viespeuk ff filmen
G: Vindt je dat normaal hej?
B: Wat?
G: Zomaar voorbij rijden met de binnenverlichting aan en met je broek op de enkels.
B: O.. nee joh…ik moet piesen..
G: Moet je piesen (klinkt verbaasd)
B: Ja
G: Waarom zit je de hele tijd met de blote buik achter het stuur dan?
B: Nee joh
G: Niet meer doen he!
Betrouwbaarheid van de verklaringen van de [getuige]
De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de door de [getuige] afgelegde verklaringen betwist en betoogd dat deze niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Hetgeen de verdediging ter nadere onderbouwing daarvan heeft aangevoerd, is vermeld in de overgelegde pleitnota, waarvan de inhoud – in zoverre – hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
Het hof stelt voorop dat het aan de rechter is om door getuigen afgelegde verklaringen te toetsen op hun totstandkoming en deze te waarderen ten aanzien van de bruikbaarheid ervan voor het bewijs. Bij de beoordeling daarvan dient volgens vaste jurisprudentie te worden gekeken of de verklaringen onder meer concreet, gedetailleerd en consistent zijn en of zij steun vinden in andere bewijsmiddelen. Ook kan daarbij waarde toekomen aan de vraag of de getuige belang heeft bij het afleggen van een voor de verdachte belastende verklaring.
De beoordeling daarvan vindt plaats met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Het hof overweegt daartoe in het bijzonder als volgt.
Het hof stelt vast dat de [getuige] vanuit zijn melkwagen goed zicht had op de verdachte, omdat hij in die positie hoger zit en daardoor van bovenaf in een aan zijn linkerzijde passerende auto kan kijken. Verdachte was daarbij duidelijk waarneembaar voor de getuige, omdat de verdachte zijn binnenverlichting had aangedaan en de twee voertuigen gedurende enige tijd met een snelheid van ongeveer 70 kilometer per uur naast elkaar hebben gereden. De getuige heeft verklaard dat hij vanuit die positie het volgende zag van de bestuurder van de rode Saab : "ik zie een deel van het stuur en de armen en dan verder vanaf het bovenlichaam (bij de ribben/borsthoogte) naar beneden tot en met de bovenbenen. Ik kijk dan op de bovenbenen". Verder heeft de getuige bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij die avond in maart 2024 fit was en geconcentreerd, niet moe. De getuige heeft geen lenzen, draagt geen bril en heeft verklaard dat zijn ogen in mei 2024 nog verplicht zijn gekeurd en dat hem toen is gezegd dat hij hele goede ogen heeft. Daarnaast is het hof niet gebleken dat de getuige enig belang had bij het afleggen van een voor verdachte belastende verklaring. De getuige heeft verklaard niet te hebben geweten dat de bestuurder, verdachte, destijds de burgemeester van [plaats] was en wilde aanvankelijk ook geen melding maken van het voorval bij de politie. Wel heeft de getuige – nadat de verdachte met zijn auto de melkwagen op de afrit van de [locatie] was gevolgd en beide voertuigen waren gestopt – de verdachte direct aangesproken op zijn gedrag en duidelijk gemaakt wat hij hiervan vond.
Het hof is van oordeel dat de getuige op verschillende momenten over zijn waarnemingen in het licht van de ten laste gelegde gedragingen concreet, gedetailleerd en ook consistent heeft verklaard. Zowel bij de politie als bij de raadsheer-commissaris heeft de getuige verklaard zeker te zijn van het feit dat hij de penis van de verdachte heeft gezien en dat hij masturberende bewegingen heeft waargenomen. De getuige is langdurig en uitgebreid bevraagd over zijn waarnemingen en verklaarde bij de raadsheer-commissaris: "Misschien ben ik niet altijd even goed met mijn woordenschat. Wat ik hier vandaag heb verklaard, zo herinner ik het mij. Ik heb destijds bij de politie ook naar waarheid verklaard. Over zoiets ga je niet liegen."
Gelet op het voorgaande heeft het hof geen reden te twijfelen aan het waarheidsgehalte en de betrouwbaarheid van de door de [getuige] – op basis van eigen waarnemingen – afgelegde verklaringen. Deze verklaringen zijn bruikbaar en vormen de kern van het bewijs.
Steunbewijs
Het hof stelt daarbij vast dat die verklaringen niet alleen op hoofdlijnen, maar ook op essentiële punten steun vinden in genoemde andere bewijsmiddelen. Het hof kent ten eerste betekenis toe aan de zeer kort na de waarnemingen gemaakte geluidsopname waarin de getuige de verdachte, die zich op dat moment nog in zijn auto bevond, confronteert met een aantal zojuist waargenomen details zoals de brandende binnenverlichting, de broek op de enkels en de blote buik achter het stuur. Voorts merkt het hof onderdelen van de ontkennende verklaring van de verdachte als steunbewijs aan zonder aan die verklaring een andere betekenis te geven. De verdachte heeft immers verklaard dat hij op de ten laste gelegde tijd en plaats enige tijd naast de vrachtwagenchauffeur heeft gereden met zijn binnenverlichting aan en dat hij toen hij werd aangesproken een ontblote buik had.
Het hof is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden voldoende steun geven aan de als betrouwbaar beoordeelde verklaringen van de getuige en verwerpt het door de verdediging gevoerde verweer.
Opzet
De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het plegen van schennis van de eerbaarheid.
Het hof is van oordeel dat verdachte wel degelijk opzet heeft gehad op het schenden van de eerbaarheid door in zijn auto te masturberen, daarbij ongeveer één minuut lang de binnenverlichting van zijn auto aan te zetten en naast de cabine van een vrachtwagen te blijven rijden. Het is evident dat deze ongevraagde en ongewenste gedragingen op de openbare weg en zichtbaar voor andere weggebruikers het normaal ontwikkelde schaamtegevoel kwetsen. Die gedragingen kunnen naar het oordeel van het hof niet anders worden uitgelegd dan dat verdachte willens en wetens de eerbaarheid heeft geschonden. Het hof verwerpt dan ook het door de verdediging gevoerde verweer.
De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft aangevoerd dat hij tijdens het autorijden zijn broek heeft los gemaakt om zijn buik te "ontknellen" en dat hij masserende bewegingen over zijn buik heeft gemaakt om plotseling opgekomen pijnklachten te verlichten. Het hof wil op basis van de – overigens gedateerde en vrij algemeen gebleven – overgelegde medische stukken aannemen dat verdachte restklachten heeft van medisch ingrijpen in het verleden. De andersluidende verklaring van de verdachte vindt echter zijn weerlegging in de tot bewijs gebezigde getuigenverklaringen van de vrachtwagenchauffeur. Het hof acht het in het bijzonder niet geloofwaardig dat de verdachte ondanks dat hij naar eigen zeggen verging van de pijn, een inhaalmanoeuvre heeft ingezet, de binnenverlichting gedurende enige tijd heeft aangedaan, naast de vrachtwagen bleef rijden en meerdere afslagen voorbij heeft laten gaan voordat hij uiteindelijk achter de vrachtwagen aan de snelweg heeft verlaten. Concluderend heeft verdachte het hof niet overtuigd met zijn verklaring over de gebeurtenissen en wordt die als niet aannemelijk geworden terzijde geschoven.
Conclusie
Naar het oordeel van het hof heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 25 maart 2024 te [plaats] , in elk geval in Nederland, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeerd bestemd, te weten de [locatie] tussen [plaats] en [plaats] , door met geopende broek en/of zijn broek (deels) naar beneden en/of ontbloot geslachtsdeel achter het stuur van zijn auto te zitten en/of (daarbij) te masturberen en/of met zijn hand op en neer gaande bewegingen ter hoogte van zijn geslachtsdeel te maken.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het bewezenverklaarde levert op:
schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,-.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en het hof heeft gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is het volgende in bijzonder in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid door te masturberen in zijn auto op de openbare weg. Dergelijk gedrag is aanstootgevend en kan gevoelens van ongemak en schrik teweegbrengen bij andere verkeersdeelnemers. Verdachte deed dit terwijl hij op de snelweg reed tijdens een inhaalmanoeuvre. De ingehaalde vrachtwagenchauffeur werd terwijl hij de aandacht op het verkeer moest houden, tegen zijn wil deelgenoot gemaakt van de seksuele behoefte van een ander en geconfronteerd met een persoon die zijn eigen seksuele behoefte wilde bevredigen door te masturberen. Daarbij betrekt het hof ook dat verdachte na de masturbatiehandelingen nog een tijdje hinderlijk met wisselende snelheden voor de vrachtwagenchauffeur bleef rijden en – nadat hij door de chauffeur werd ingehaald – enige kilometers achter hem is blijven rijden, hetgeen als indringend en intimiderend overkomt.
Verder heeft het hof acht geslagen op het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 1 september 2026. Hieruit volgt dat verdachte nog niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Dit betekent dat verdachte's strafblad geen strafverzwarende omstandigheid oplevert bij de strafoplegging.
Gelet op straffen die doorgaans door rechters voor een feit als dit worden opgelegd en de draagkracht van verdachte acht het hof een geldboete ter hoogte van € 250,-, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en geboden. Dat deze zaak ook persoonlijke gevolgen heeft en heeft gehad voor de verdachte is door zijn bekendheid en maatschappelijke positie onvermijdelijk, maar die omstandigheden geven het hof geen aanleiding om hiermee in de als passend geachte straf en de hoogte daarvan rekening te houden.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 23, 24, 24c en 239 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 20 juni 2024 onder CJIB nummer 1132 5420 0550 1004.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 250,00 (tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. A.J. Smit, voorzitter,
mr. K.J.C. Geeve en mr. J. Steenbrink, raadsheren,
in aanwezigheid van mr. G.J.H. van Vliet, griffer,
en op 14 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 14 oktober 2026.
Tegenwoordig:
mr. A.J. Smit, voorzitter,
mr. N.M. Smits, advocaat-generaal,
mr. G.J.H. van Vliet, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.