[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van het hof van 22 september 2026 en het onderzoek op de zittingen bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de appelschriftuur van de verdediging van 4 september 2025, het schrijven van de verdediging van 23 januari 2026 waarin de eerder opgegeven onderzoekswensen partieel zijn ingetrokken en de schriftelijke reactie daarop van het openbaar ministerie van 8 juli 2026.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat er namens verdachte door zijn raadsvrouw,
mr. S.A. Heukers, en van wat er door de advocaten-generaal op de zitting van 22 september 2026 naar voren is gebracht.
Onderzoekswensen verdediging
Op de zitting van 22 september 2026 heeft de raadsvrouw – conform de eerder bij schrijven van 23 januari 2026 ingediende onderzoekswens en aangevuld op de zitting – de hierna vermelde verzoeken gedaan.
Eigen onderzoekswens
1. Processen-verbaal Team Criminele Inlichtingen (TCI)
Verzoek
De rechtbank heeft blijkens het vonnis als uitgangspunt genomen dat de ‘strafbare feiten hebben plaatsgevonden in de context van zware georganiseerde criminaliteit’ en dat er ‘voldoende aanwijzingen’ zijn dat verdachte zich in kringen van (drugs)criminaliteit bevond. Dit kleurt het vonnis en met name de strafoplegging en is vooral gebaseerd op processen-verbaal van de TCI die in het vonnis worden aangehaald. Deze verbalen vormen daarnaast de startinformatie voor het onderzoek Hille. De verdediging beschikt alleen over overzichtsverbalen waarin deze TCI-verbalen worden geciteerd. Het gaat om de volgende processen-verbaal:
De verdediging wenst de beschikking te krijgen over deze processen-verbaal. Afhankelijk van de inhoud ervan zal de verdediging mogelijk nog een verzoek doen de informanten, runners en betrokken medewerkers te horen.
Standpunt openbaar ministerie
Het openbaar ministerie heeft op de zitting van 22 september 2026 meegedeeld – anders dan haar eerdere standpunt van 8 juli 2026 – zich hier niet tegen te verzetten.
Oordeel van het hof
Het openbaar ministerie en de verdediging hebben overeenstemming bereikt over dit verzoek. Het hof gaat ervan uit dat het openbaar ministerie genoemde processen-verbaal van het TCI zal toevoegen aan het dossier. Het hof beslist daarom niet meer op dit verzoek.
Aansluiting bij onderzoekswensen [medeverdachte 1]
De raadsvrouw heeft op de zitting kenbaar gemaakt zich te willen aansluiten bij een aantal onderzoekswensen in de zaak van [medeverdachte 1] , parketnummer 21-003541-25, zoals hierna vermeld.
2. Voeging aanvullende stukken, waaronder foto’s en facturen van gereedschapskisten
Verzoek
Als het hof wat betreft de onder 1 tenlastegelegde omkoping in de zaak van [medeverdachte 1] zou beslissen dat aanvullende processtukken gevoegd moeten worden, dan verzoekt de raadsvrouw deze ook te voegen in de zaak van verdachte. Dat geldt met name voor wat betreft foto’s en facturen van de gereedschapskisten.
Standpunt openbaar ministerie
Het openbaar ministerie verwijst (bij dupliek) naar haar reactie op de onderzoekswensen in de zaak van [medeverdachte 1] , namelijk dat de verzoeken tot het toevoegen van aanvullende processtukken aan het dossier, behoudens de processen-verbaal van het TCI, moeten worden afgewezen.
Oordeel van het hof
Het hof gelast ook in de zaak van verdachte dat alle JM-stukken waarnaar wordt verwezen in de zaaksdossiers ZD-01 niet-ambtelijke omkoping (JM2369), ZD-02 valsheid in geschrift (JM2370) en ZD-06 witwassen contant geld (JM2449) in afschrift aan de verdediging dienen te worden verstrekt. Dit geldt ook voor alle verwijzingen naar JM-stukken in de verhoren van verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] .
Het hof geeft daartoe opdracht aan het openbaar ministerie. De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Daarnaast geeft het hof opdracht aan het openbaar ministerie de facturen van [naam] aan [bedrijf] van 17 juni 2019 en 21 juni 2019 (factuurnummers O170619828 en O210619851) aan het dossier toe te voegen.
Toevoeging van meer of andere foto’s van de doorzoeking van de werkplaats van [medeverdachte 1] aan het dossier acht het hof niet noodzakelijk. In zoverre wijst het hof het verzoek af.
3. Verstrekken processen-verbaal medeverdachten
Verzoek
De raadsvrouw wenst de processen-verbaal van de zittingen bij de rechtbank in de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] inclusief de op die zitting voorgedragen en gevoegde stukken, waaronder het requisitoir, pleitnotities en re- en dupliek toe te laten voegen in de zaak van verdachte.
Standpunt openbaar ministerie
Het openbaar ministerie verwijst (bij dupliek) naar haar reactie op de onderzoekswensen in de zaak van [medeverdachte 1] en concludeert tot toewijzing van het verzoek.
Oordeel van het hof
Gelet op de gebleken overeenstemming zal het hof de gevraagde stukken voegen in de zaak van verdachte en verstrekken aan de verdediging.
4. Horen van [getuige 1] , [functie 1] , en
5. Horen van [getuige 2] , [functie 2] als getuige
Verzoek
De raadsvrouw sluit zich aan bij de verzoeken in de zaak van [medeverdachte 1] tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuige in verband met de onder 1 tenlastegelegde omkoping.
Standpunt openbaar ministerie
Het openbaar ministerie verwijst (bij dupliek) naar haar reactie op de onderzoekswensen in de zaak van [medeverdachte 1] en concludeert tot afwijzing van het verzoek.
Oordeel van het hof
Het hof wijst ook in de zaak van verdachte het verzoek tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2] als getuige toe en verwijst de zaak daartoe naar het kabinet raadsheer-commissaris bij het hof.
Ambtshalve beslissingen hof
6. Totaalindex procesdossier Hille
Het hof constateert dat de onderzoeksresultaten in het procesdossier Hille moeizaam toegankelijk zijn. Het hof acht het noodzakelijk dat in de zaken van verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] per verdachte een totaalindex wordt opgesteld waarin wordt opgenomen welke oorspronkelijke en aanvullende stukken zijn opgesteld en verstrekt. Het hof geeft daartoe opdracht aan het openbaar ministerie.
7. Bankafschriften van betalingen facturen [naam]
Het hof acht het noodzakelijk dat de bankafschriften van [bedrijf] van betalingen van de facturen van [naam] op 19 juni 2019 en 22 juni 2019 betreffende gereedschapskisten en gereedschap (factuurnummers O170619828 en O210619851; zie pagina 10.296) aan het dossier worden toegevoegd en geeft daartoe opdracht aan het openbaar ministerie. De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
8. Kennisneming audiovisuele registraties van de verhoren van verdachte en [medeverdachte 1]
Het hof staat ambtshalve in de zaak van verdachte de kennisneming toe van negenendertig audiovisuele registraties van de verhoren van verdachte en [medeverdachte 1] , in die zin dat de verhoren door het openbaar ministerie beschikbaar worden gesteld aan de verdediging door middel van een technische voorziening in bruikleen. Het hof stelt daarbij als voorwaarde dat kennisneming hiervan alleen is toegestaan door de raadsvrouw dan wel aan het kantoor van de raadsvrouw verbonden collega-advocaten, al dan niet in aanwezigheid van verdachte.
9. Kennisneming tap- en OVC-gesprekken
Het hof staat ambtshalve ook in de zaak van verdachte de kennisneming toe van de tap- en OVC-gesprekken waarvan een schriftelijke weergave of samenvatting is opgenomen in zaaksdossiers ZD-01, ZD-02 en ZD-06. Dat geldt ook voor kennisneming van de achttien tapgesprekken uit het onderzoek Engill waarnaar wordt verwezen op pagina 7706 van het dossier. Deze tapgesprekken hebben mogelijk betrekking op personen die ook betrokken waren bij afspraken rondom sponsoring in zaaksdossier ZD-01 met betrekking tot verdachte. Het hof geeft daartoe opdracht aan het openbaar ministerie door het verstrekken van een technische voorziening in bruikleen, waarbij het hof ook hier als voorwaarde stelt dat kennisneming van deze tap- en OVC-gesprekken alleen is toegestaan door de raadsvrouw dan wel aan het kantoor van de raadsvrouw verbonden collega-advocaten, al dan niet in aanwezigheid van verdachte.
BESLISSING
Het hof:
Wijst toe de verzoeken onder 2 tot en met 5 met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Neemt vanwege de gebleken overeenstemming geen beslissing op het verzoek onder 1 met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.
Neemt ambtshalve de beslissingen zoals vermeld onder 6 tot en met 9.
Verstaat dat het openbaar ministerie zorg zal dragen voor toevoeging van de processen-verbaal van het TCI aan het dossier (onder 1). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Geeft opdracht aan het openbaar ministerie om alle JM-stukken waarnaar wordt verwezen in de zaaksdossiers ZD-01 niet ambtelijke omkoping (JM2369), ZD-02 valsheid in geschrift (JM2370) en ZD-06 witwassen contant geld (JM2449) alsmede alle verwijzingen naar JM-stukken in de verhoren van verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] in afschrift aan de verdediging en het hof te verstrekken (onder 2). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Geeft opdracht aan het openbaar ministerie de facturen van [naam] aan [bedrijf] van 17 juni 2019 en 21 juni 2019 aan het dossier toe te voegen (onder 2). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Beslist dat de processen-verbaal van de zittingen bij de rechtbank in de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (parketnummers 21-003541-25 en 21-003525-25) inclusief requisitoir, pleidooi, re- en dupliek aan het dossier van verdachte worden gevoegd en door het hof aan de verdediging worden verstrekt (onder 3).
Draagt de stukken over aan de raadsheer-commissaris om (na verstrekking van ontbrekende persoons- (geboortedata) en adresgegevens door de verdediging in de zaak van [medeverdachte 1] binnen twee weken na het wijzen van dit tussenarrest) als getuigen te horen:
Verzoekt het openbaar ministerie en de verdediging binnen een termijn van twee weken na het wijzen van dit tussenarrest aan het kabinet kenbaar te maken of bezwaar bestaat tegen het horen van getuigen door een (gedelegeerd) raadsheer-commissaris.
Ambtshalve beslissingen
Geeft opdracht aan het openbaar ministerie om in de zaak van verdachte een totaalindex op te stellen waarin wordt opgenomen welke oorspronkelijke en aanvullende stukken zijn opgesteld en verstrekt (onder 6). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Geeft opdracht aan het openbaar ministerie om de bankafschriften van [bedrijf] van betalingen op 19 juni 2019 en 22 juni 2019 van genoemde facturen van [naam] aan het dossier toe te voegen (onder 7). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Geeft opdracht aan het openbaar ministerie de verdediging kennis te laten nemen van de audiovisuele registraties van de verhoren van verdachte en [medeverdachte 1] door middel van een technische voorziening in bruikleen, waarbij kennisneming alleen is toegestaan door de raadsvrouw dan wel aan het kantoor van de raadsvrouw verbonden collega-advocaten, al dan niet in aanwezigheid van verdachte (onder 8). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Geeft opdracht aan het openbaar ministerie de verdediging kennis te laten nemen van de tap- en OVC-gesprekken waarvan een schriftelijke weergave of samenvatting is opgenomen in de zaaksdossiers 1, 2 en 6 door middel van een technische voorziening in bruikleen, waarbij kennisneming alleen is toegestaan door de raadsvrouw dan wel aan het kantoor van de raadsvrouw verbonden collega-advocaten, al dan niet in aanwezigheid van verdachte (onder 9). De daarbij door het openbaar ministerie in acht te nemen termijn bedraagt drie maanden.
Wijst af het meer of anders verzochte onder 2.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. P.L.M. van Gorkom, raadsheren, in aanwezigheid van de griffier mr. Y.A. Hoekstra en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 14 oktober 2026.
Mrs. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en P.L.M. van Gorkom zijn buiten staat dit tussenarrest mede te ondertekenen.