Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001242-25
Uitspraakdatum: 19 oktober 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 4 maart 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 18-021629-23, 16-269572-22, 18-050824-24, 18-209023-23 en 18-309779-24, tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 in [stad] ,
wonende te [woonplaats] .
1. Vonnis van de rechtbank en omvang van het hoger beroep
De rechtbank heeft verdachte bij voornoemd vonnis vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 16-269572-22 primair en het in de zaak met parketnummer 18-050824-24 onder 1 primair ten laste gelegde. Ten aanzien van het in de zaken met parketnummer 18-021629-23, 16-269572-22 subsidiair, 18-050824-24 onder 1 subsidiair en 2, 18-209023-23 onder 1 primair en 2 en 18-309779-24 ten laste gelegde heeft de rechtbank verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 35 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Hierbij heeft de rechtbank als bijzondere voorwaarden gesteld (kort gezegd): een meldplicht, een meewerkplicht aan ambulante behandeling, een meewerkplicht aan middelencontrole, een meewerkplicht aan het geven van inzicht in sociale mediagebruik, een verplichting tot het vermijden van contact met minderjarigen en een verplichting tot het vermijden van kinderporno. Deze bijzondere voorwaarden heeft de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast heeft de rechtbank de maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgelegd, in de vorm van contactverboden met de in de tenlastelegging genoemde personen. Deze contactverboden heeft de rechtbank eveneens dadelijk uitvoerbaar verklaard. De vorderingen van de benadeelde partijen heeft de rechtbank gedeeltelijk toegewezen op de navolgende wijze:
Voor zover de vorderingen zijn toegewezen zijn deze steeds vermeerderd met de wettelijke rente en is daarbij ook de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] zijn voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering. De vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5] is voor het overige afgewezen. Het overige deel van de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 2] is (gedeeltelijk) afgewezen tot een bedrag van € 71,94. Voor de rest is benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
Verdachte heeft tegen het vonnis van de rechtbank beperkt hoger beroep ingesteld. Blijkens de appelakte van 18 maart 2025 en de e-mail van de raadsvrouw van 2 oktober 2026 moet de appelakte zo worden verstaan dat het hoger beroep beperkt is tot de beslissing van de rechtbank ten aanzien van de onder parketnummers 18-021629-23 en 18-209023-23 ten laste gelegde feiten, de strafoplegging voor zover dit ziet op die feiten en de daarmee samenhangende vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5] . Derhalve ligt het vonnis van de rechtbank slechts voor zover aan het hof voor.
2. Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 5 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzitting van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.E. Broekert, en mevrouw [naam] (medewerker van Slachtofferhulp Nederland) namens benadeelde partij [benadeelde partij 5] , hebben aangevoerd.
3. Vernietiging van het vonnis waarvan beroep
Het hof komt in dit arrest – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – tot een andere beslissing over het bewijs en een andere strafoplegging dan de rechtbank. Het hof zal daarom het vonnis in zoverre vernietigen en opnieuw rechtdoen. Hierbij zal het hof op grond van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) voor de niet aan zijn oordeel onderworpen feiten de sanctie te bepalen.
4. Tenlastelegging
Aan verdachte is – voor zover in hoger beroep aan de orde – ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 18-021629-23:
Hij in of omstreeks de periode van 7 september 2020 tot en met 16 augustus 2021 te [stad] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon merk Apple (beslagcode 1411198), bevattende 274 afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingnummers 01, 02, 03 en 04 in de toonmap en bijlage 3, dossier pagina 39)
en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong/mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong/mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(afbeeldingnummers 05, 06, 07 en 08 in de toonmap en bijlage 3, dossier pagina 39)
en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto('s)/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(afbeeldingnummers 09, 10 en 11 in de toonmap en bijlage 3, dossier pagina 40)
en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is waarbij de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(afbeeldingnummers 12, 13 en 14 in de toonmap en bijlage 3, dossier pagina 40)
en hij/zij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;
Zaak met parketnummer 18-209023-23 (gevoegd):
onder 1 primair
hij in of omstreeks 5 maart 2023 te [stad] , althans in Nederland, door geweld en/of andere feitelijkheden iemand, te weten [benadeelde partij 5] , heeft gedwongen tot het dulden van één of meer ontuchtige handelingen, te weten
het aanraken van en/of knijpen in de bil van die [benadeelde partij 5] en/of
het aanraken van en/of het grijpen in het kruis van die [benadeelde partij 5] ,
waarbij het geweld en/of andere feitelijkheden heeft/hebben bestaan uit
onder 1 subsidiair
hij in of omstreeks 5 maart 2023 te [stad] , althans in Nederland, met [benadeelde partij 5] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
onder 2
Hij in of omstreeks 16 augustus 2021 tot en met 9 maart 2023 te [stad] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens een gegevensdrager, te weten (een) mobiele telefoon(s) Apple iPhone (1583025) en/of Samsung (1583030), bevattende ongeveer 53 afbeeldingen en/of ongeveer 64 video’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Bestandsnamen: 5_6278094614440183489.mp4; 1_4913449402737099087.mp4 1_4904579234413937607.mp4; 1_5143671542567141956.mp4)
en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong/mond betasten en/of aanraken van (het) geslachtsde(e)l(en), de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong/mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Bestandsnamen: 1_5082391035087159677.mp4; 4_5859427284099795647.mp4 1_5165805171195773482.mp4; 1_5145567512930288471.mp4; 1_5069001508901618201.mp4)
en/of het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto('s)/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Bestandsnamen: -5391211854279324812_121.jpg; -5393463654093009372_211.jpg;
-5893117974393500866_121.jpg)
en/of het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is waarbij de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Bestandsnaam: 1_4904579234413937607.mp4)
en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
5. Bewijsoverweging
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 en het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
Parketnummer 18-021629-23
Met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 ten laste gelegde feit heeft verdachte op de zitting van het hof verklaard dat hij niet wist dat er kinderporno stond op zijn in beslag genomen iPhone. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte in ieder geval partieel vrijgesproken dient te worden van een groot deel van de in de zaak met parketnummer 18-021629-23 ten laste gelegde afbeeldingen. Volgens de raadsvrouw zou hoogstens vastgesteld kunnen worden dat verdachte wetenschap heeft gehad van de afbeeldingen en video’s waarover getuige [getuige] spreekt. Van de overige afbeeldingen dient verdachte volgens de raadsvrouw vrijgesproken te worden. Ook dient verdachte vrijgesproken te worden van het gewoontebestanddeel.
Parketnummer 18-209023-23 (gevoegd)
5.2.2.1. Het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte van deze feiten vrijgesproken dient te worden. Hiertoe heeft de raadsvrouw het navolgende aangevoerd.
Primair standpunt
Primair meent de raadsvrouw dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde omdat de verklaring van aangeefster niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Verdachte heeft vanaf het begin stellig ontkend dat hij (één van) deze feiten zou hebben gepleegd. De verklaring van aangeefster staat hier tegenover, maar zij is in haar verklaring op cruciale punten niet consistent. Zo heeft zij aanvankelijk enkel verklaard over een aanraking van de billen, vervolgens over het aanraken van de billen én het kruis en tot slot enkel over het aanraken van het kruis. Dit maakt de verklaring van aangeefster onbetrouwbaar, waardoor deze niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Nu deze verklaring de enige bron is waar de kern van de beschuldiging uit voortvloeit, dient verdachte vrijgesproken te worden van de in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 ten laste gelegde feiten vanwege een gebrek aan bewijs.
Subsidiair standpunt
Voor zover het hof van oordeel is dat de verklaring van aangeefster voor het bewijs kan worden gebruikt, stelt de raadsvrouw dat verdachte vrijgesproken dient te worden vanwege een gebrek aan steunbewijs. De verklaring de vader van aangeefster is een zogenoemde de auditu-verklaring. Hij verklaart namelijk enkel over wat hij van aangeefster heeft gehoord en is zelf geen ooggetuige geweest. Dit geldt ook voor de door hem beschreven gemoedstoestand van aangeefster. Hij heeft het immers enkel over buikpijn en misselijkheid. Dergelijke klachten vormen geen objectief waarneembare omstandigheden. Deze informatie komt immers volledig vanuit aangeefster. Daarbij komt dat deze klachten niet slechts voor één uitleg vatbaar zijn. Dit maakt dat de verklaring van de vader van aangeefster niet als steunbewijs kan dienen.
Hetzelfde geldt voor het relaas van verbalisant [verbalisant] in het proces-verbaal van 8 maart 2023. Verdachte betwist namelijk stellig dat hij tegenover de verbalisant heeft verklaard dat hij “per ongeluk met zijn hand tegen haar aan is gekomen” en dat hij “het echt niet expres deed”. Zelfs wanneer wel van de juistheid van het betreffende proces-verbaal wordt uitgegaan, kan het echter niet als steunbewijs dienen. Het is daarvoor niet onderscheidend genoeg nu het de mogelijkheid niet uitsluit dat het per ongeluk of zonder verdachtes wetenschap is. Een en ander geldt ook ten aanzien van de verklaring die verbalisant [verbalisant] tegenover de raadsheer-commissaris heeft afgelegd, waardoor ook die verklaring van de verbalisant niet als steunbewijs kan dienen. Daarom stelt de raadsvrouw subsidiair dat verdachte van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden vanwege een gebrek aan steunbewijs.
Voorwaardelijk verzoek
Voor het geval dat het hof van oordeel is dat de verklaring van verbalisant [verbalisant] als steunbewijs gebruikt kan worden en het hof tot een bewezenverklaring komt ten aanzien van één van de onder 1 ten laste gelegde feiten, heeft de raadsvrouw een verzoek gedaan tot aanhouding van de zaak teneinde verbalisant [verbalisant] te horen als getuige. Zijn verklaring kan uitsluitsel geven, nu de verklaringen van verbalisant [verbalisant] en verdachte tegenover elkaar staan. Voor het niet horen van deze getuige zijn geen compenserende factoren aan de verdediging geboden. Om die reden meent de raadsvrouw dat het niet kunnen horen van deze getuige, bij een veroordeling, zou leiden tot een schending van artikel 6 EVRM.
Meer subsidiair standpunt
Meer subsidiair stelt de raadsvrouw, voor zover het hof van oordeel is dat (ook) het proces-verbaal van 8 maart 2023, als steunbewijs gebruikt kan worden, dat verdachte in ieder geval van in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair ten laste gelegde vrijgesproken moet worden omdat er in dat geval geen steunbewijs voorhanden is voor de ten laste gelegde dwang, terwijl dit wel vereist is.
5.2.2.2. Het onder 2 ten laste gelegde
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit vrijgesproken dient te worden. Hiertoe heeft zij onder andere aangevoerd dat verdachte ontkent de betreffende bestanden gezien te hebben en heeft aangegeven dat hij niet weet hoe deze op zijn Samsung-telefoon terecht zijn gekomen. In lijn hiermee geldt dat op basis van het dossier niet kan worden uitgesloten dat de desbetreffende bestanden via Telegram op verdachtes telefoon terecht zijn gekomen, zonder dat hij dit door heeft gehad. De raadsvrouw wijst er verder op dat het opzet van verdachte, anders dan door de rechtbank is gedaan, niet aan de hand van een eerdere verdenking kan worden ingevuld. Nu niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap heeft gehad van de bestanden op zijn telefoon, dient hij ook van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken te worden.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 ten laste gelegde feit nu het dossier op dit punt onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Verder is het hof van oordeel dat de in de zaak met parketnummer 18-021629-23 en in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bewijsmiddelen. Het hof overweegt hiertoe meer in het bijzonder op de navolgende wijze.
Parketnummer 18-021629-23
5.3.1.1. Bewijsmiddelen
1. Het proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2021, opgenomen op pagina’s 11 tot en met 13 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Op maandag 16 augustus 2021, omstreeks 03.40 uur, waren wij, verbalisanten, in uniform gekleed en belast met noodhulp als eenheid 3303 aan het politiebureau te [stad] , welke is gelegen aan de [adres] . Op voornoemd tijdstip kregen wij een melding van de meldkamer. De melding betrof een escortdame die tijdens het uitoefenen van haar werk in [stad] geconfronteerd was met kinderporno, in de vorm van een filmpje op de mobiele telefoon van haar klant (het hof begrijpt: verdachte). Deze escortdame, meldster [getuige] , kwam desgevraagd, samen met collega/begeleider [naam] naar het politiebureau om haar verhaal te doen. Wij hoorden haar het volgende verklaren:
“Wij moesten bij een klant zijn aan de [adres] te [stad] . Op maandag 16 augustus 2021, omstreeks 02.15 uur, kwamen wij aan bij voornoemd adres. Ik ben met de klant naar binnen gegaan. In het begin verliep het contact normaal. Toen ik hem later aan het aftrekken was, zei hij ineens dat hij even zijn telefoon wilde pakken. Toen hij terugkwam ging hij filmpjes op zijn telefoon kijken. Ik hoorde hem zeggen dat hij geilde op zijn nichtjes van 13 en 15 jaar oud. Vervolgens toonde hij mij foto’s van twee verschillende meisjes, die zijn nichtjes moesten voorstellen. Zij droegen op die foto’s kleding. Ik hoorde de klant vragen welk meisje ik leuker vond. Vervolgens liet hij mij nog een foto van één van die meisjes zien. Het was een spiegelfoto van een naakt meisje, waarop haar lichaam van hals tot knieën zichtbaar was. Ik vroeg hem of hij ook video’s van hen had. Ik hoorde hem zeggen dat hij die inderdaad had. Vervolgens zag ik dat de klant filmpjes opende in een mapje op de fotogalerij van zijn telefoon. Ik zag dat de telefoon een zwarte iPhone was. Hij liet mij een filmpje zien. Op dit filmpje zie je een naakt meisje op een bed liggen. Ik schat dat het meisje een jaar of 4 is. Je ziet haar gezicht niet, maar de rest van haar lichaam wel. Je ziet dat iemand het meisje vasthoudt en dat iemand anders een dildo bij het meisje naar binnen brengt, in haar vagina. Op het filmpje hoor je het meisje huilen en kort daarna gillen als ze, terwijl ze probeert tegen te stribbelen, toch doorduwen. Terwijl wij naar dit filmpje keken, hoorde ik verdachte zeggen dat hij het geil vond dat het meisje zo jong was, dat het nog een klein kind was en dat ze zo aan het gillen was. Verder liet hij mij een filmpje zien van 2 meisjes van ongeveer 13 à 14 jaar oud, die elkaar aan het beffen waren. Ik hoorde de klant zeggen dat hij het helemaal geweldig vond dat de meisjes zo jong waren. Tegen mij zei hij steeds “geil hé”. Hij liet mij nog een filmpje zien van een meisje die misschien 10 jaar oud was en in een badkuip een man aan het pijpen was. Een ander filmpje wat de klant mij liet zien, leek op dezelfde man en hetzelfde meisje, maar ze lagen nu in een bed, waarbij het meisje op haar rug lag en terwijl de man seks met haar had door haar te penetreren. Ook liet de klant mij een filmpje zien van een meisje van tussen de 8 en de 12 jaar oud, waarop het meisje zichzelf aan het vingeren was. Je ziet dat er iets van een unicornafbeelding op of rond haar bed ligt, met van die regenbogen. Van die dingen waar jonge meisjes van houden. Ik zag dat de klant een heel mapje vol van dit soort filmpjes had in de fotogalerij van zijn telefoon. Ik speelde het allemaal een beetje mee. Ik liet in het midden dat ik het verschrikkelijk vond. Ik vroeg verdachte of ik zo'n filmpje mocht filmen met mijn eigen telefoon, zodat ik er thuis nog eens naar kon kijken. Ik hoorde van de klant dat dit mocht. Ik heb toen met mijn eigen telefoon een filmpje van 33 seconden gemaakt van het filmpje met het meisje van ongeveer 4 jaar oud. Dat filmpje heb ik jullie getoond en doorgestuurd. Direct nadat ik het filmpje had gemaakt met mijn eigen telefoon vroeg ik de klant of ik even naar het toilet mocht. Hij wees mij die aan en ik heb mij toen snel aangekleed en heb ondertussen naar [naam] een bericht gestuurd dat hij mij direct moest komen halen. Vervolgens ben ik met mijn schoenen in mijn hand de woning uit gerend en zijn wij vervolgens weg gegaan.”.
2. Het proces-verbaal van bevindingen van 16 augustus 2021, opgenomen op pagina’s 15 en 16 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Op maandag 16 augustus 2021, omstreeks 12:00 uur, kwamen we bij het adres van verdachte aan, te weten [adres] te [stad] . Nadat wij de woning betraden, vroeg ik, verbalisant, naar de telefoon van de verdachte. Verdachte wees daarop naar zijn bed en zei dat zijn telefoon daar lag. Hij pakte deze en overhandigde de telefoon. De verbalisant constateerde dat het een zwarte iPhone betrof. De telefoon
werd gelijk daarop door ons in beslag genomen. Verdachte vertelde daarop ongevraagd dat hij snapte dat het voor kinderporno was en dat het inderdaad klopte dat hij dat op zijn telefoon had. Hij vertelde daarbij dat het om zowel kinderpornoplaatjes, als kinderpornofilmpjes ging. Verdachte vermeldde geen aantallen daarbij, maar wel dat het om meerdere plaatjes ging. Hij vertelde hierover ongevraagd dat hij in een chatgroepje zat op Kik en dat hij dit vanuit het groepje toegestuurd had gekregen.
3. Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming van 16 augustus 2021, opgenomen op pagina’s 19 en 20 van het politiedossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Beslagene:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1998
Geboorteplaats: [stad] in Nederland
Adres: [adres] te [stad]
Volgnummer 1:
Goednummer: PL0100-2021221659-1411198
Categorie/omschrijving: Automaat
Object: Telefoon
Merk/type: iPhone
Kleur: Zwart
Inhoud/specificatie: Zwarte iPhone met doorzichtige beschermhoes achterkant.
Beschermhoes achterzijde is los zijkant.
4. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 april 2022, opgenomen op pagina’s 24 en 26 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant, heb onderzoek gedaan in de data van de inbeslaggenomen gegevensdrager van verdachte.
Chat
Ik, verbalisant, zag verwijzingen in Kik Messenger. Ik zag dat er chatgesprekken zijn in Kik Messenger. Ik zag dat gebruiker ‘ [online naam] ’ zich aansluit bij meerdere groepen op Kik Messenger. Ik zag achter ‘ [online naam] ’ het woord ‘owner’ staan. Ik zie dat gebruiker ‘ [online naam] ’ (owner) in ongeveer 10 Kik-chatgesprekken foto's deelt van minderjarige meisjes in de leeftijd van 12 tot 16 jaar, waarbij hij aangeeft dat dit zijn nichtjes of dochters zijn en vraagt dan aan de andere gebruikers wat zij van de meisjes vinden en wat zij zouden willen doen met hen. Deze chatberichten zijn seksueel getint.
5. Het proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal van 15 november 2022, opgenomen op pagina’s 28 tot en met 34 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
In beslag genomen voorwerpen
Het volgende voorwerp is hierbij in beslag genomen:
IBN-nummer
Soort voorwerp
Bijzonderheden
21-0765-002
1411198
Mobiele telefoon
iPhone. zwart
Beoordeling kinderpornografisch materiaal
Ik heb de inhoud van alle in het onderzoek betrokken digitale gegevensdragers en voorwerpen visueel gecontroleerd op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal.
Bevindingen aangetroffen materiaal
Alle aangetroffen bestanden met kinderpornografisch materiaal, werden op de onder de verdachte in beslaggenomen iPhone aangetroffen. Alle bestanden die op de iPhone aangetroffen zijn, werden aangetroffen in de mediaopslag van het apparaat.
Penetratie
Ik trof een afbeelding aan van een minderjarig meisje die een penis in de mond heeft. Het meisje lijkt tussen de 5 en 10 jaar oud te zijn. De afbeelding is onder nummer 1 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan waarin twee afbeeldingen te zien zijn. Op de bovenste afbeelding is te zien dat een minderjarig meisje met haar tong de rechter teelbal van een volwassen man aanraakt. Een ander minderjarig meisje heeft de stijve penis van dezelfde man in haar mond. Op de onderste afbeelding is een jong meisje te zien. Het meisje lijkt tussen de 5 en 12 jaar oud en is geheel naakt. Het meisje heeft de stijve penis van een volwassen man in haar mond. De afbeelding is onder nummer 2 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van twee jonge meisjes die naakt in bad zitten. De meisjes hebben de leeftijd van tussen de 4 en 8 jaar oud. In het bad staat een man met een stijve penis. Een van deze twee meisjes heeft de penis in haar mond. De afbeelding is onder nummer 3 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof ook een video aan waarin een minderjarig meisje te zien is die op bed ligt. Dit meisje valt in de leeftijd van tussen de 8 en 10 jaar oud. Te zien is dat dit meisje door een vrouw met een dildo in haar vagina wordt gepenetreerd. Het meisje lijkt erg tegen te werken en probeert los te komen. Het meisje wordt ook anaal en vaginaal gevingerd. Een screenshot is onder nummer 4 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ontuchtige handelingen
Ik trof een video aan waarin een meisje te zien is die naakt voor de camera staat. Het meisje is tussen de 10 en 15 jaar oud. Het meisje maakt met haar rechterhand snelle bewegingen over haar vagina en met haar linkerhand wrijft ze over haar linker borst. Een screenshot is onder nummer 5 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van een meisje in bad die een stijve penis in haar beide handen houdt. Het meisje is tussen de 3 en 5 jaar oud en zit in een volgelopen bad. De afbeelding is onder nummer 6 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van een naakt meisje in de leeftijd tussen de 5 en 10 jaar oud. Het meisje kijkt in de camera en houd met haar linkerhand een stijve penis vast. Het meisje houd deze penis tegen haar lippen aan. De afbeelding is onder nummer 7 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van een meisje die naakt op een man zit. Het meisje heeft de leeftijd van tussen de 5 en 8 jaar oud. De man ligt op een bed en heeft alleen zijn onderlichaam ontbloot. Het meisje zit bovenop de man en houdt met haar linkerhand de stijve penis van de man vast. Het meisje houdt de stijve penis van de man in de buurt van haar billen en vagina. De afbeelding is onder nummer 8 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Poseren
Ik trof een afbeelding aan van een meisje die naakt op de grond zit. Het meisje heeft de leeftijd van tussen de 4 en 8 jaar oud. De afbeelding is uit een serie en op deze is te zien dat het meisje huilend in de camera kijkt. De foto is dusdanig genomen dat de vagina van het meisje goed in beeld komt. De afbeelding is onder nummer 9 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van een meisje die naakt op bed ligt. Het meisje heeft de leeftijd van tussen de 5 en 10 jaar oud. Het meisje heeft zwarte netpanty's aan en haar handen zijn boven haar hoofd bij elkaar gebonden met touw. Ook de onderbenen van het meisje zijn aan haar bovenbenen vastgebonden met touw. Hierdoor zijn de benen van het meisje uit elkaar geduwd en is haar vagina goed zichtbaar. Het meisje kijkt lachend in de camera. De afbeelding is onder nummer 10 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van een meisje die in lingerie op haar rug ligt. Het meisje is ergens tussen de 7 en 12 jaar oud. De beginnende borstvorming en de tepels van het meisje zijn zichtbaar. De afbeelding is onder nummer 11 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Overige seksuele handelingen
Ik trof een afbeelding aan van een minderjarig meisje waarbij een stijve penis tegen haar kin wordt gehouden. De leeftijd van het meisje is tussen de 8 en 15 jaar. Het meisje heeft een witkleurige substantie op haar wang welke gelijkend is op sperma. De afbeelding is onder nummer 12 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een afbeelding aan van een minderjarig meisje waarbij een stijve penis tegen haar tong wordt gehouden. De leeftijd van het meisje is tussen de 3 en 5 jaar oud. De afbeelding is onder nummer 13 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Ik trof een video aan van een meisje die naakt en op haar rug op een bed ligt. Bovenop het meisje zit een man die zichzelf aftrekt voor het gezicht en mond van het meisje. De leeftijd van het meisje is ergens tussen de 5 en 8 jaar oud. Het meisje neemt af en toe de penis ook in haar mond. De man komt uiteindelijk klaar en er is dan te zien dat de man in de mond van het meisje ejaculeert. Een screenshot is onder nummer 14 in de toonmap en bijlage III opgenomen.
Resume, Collectiescan, Overzicht geselecteerde afbeeldingen en Toonmap
Op grond van het bovenstaande constateer ik dat zich kinderpornografische bestanden bevonden op de digitale gegevensdrager die bij verdachte in beslag is genomen. 90 van de kinderpornografische afbeeldingen waren, vanwege de locatie van de bestanden op de gegevensdrager, de manier waarop de bestanden daar gekomen zijn en de rol van verdachte daarbij, voor de gebruiker van het toestel benaderbaar. De 90 afbeeldingen heb ik verwerkt in de collectiescan (bijlage II). Uit de afbeeldingen (foto's en video's) heb ik een representatieve doorsnede van 14 afbeeldingen geselecteerd. Deze afbeeldingen zijn in de collectiescan (bijlage II) vermeld met een afbeeldingnummer 1 t/m 14. In het Overzicht Geselecteerde afbeeldingen (bijlage III) zijn die afbeeldingen nogmaals opgenomen, onder vermelding van onder andere de bestandsnaam en het bestandspad.
6. Het proces-verbaal van bevindingen van 27 juli 2023 van in totaal 2 pagina’s, los gevoegd bij het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten, zakelijk weergegeven:
Vanuit het onderzoeksteam kregen wij, verbalisanten, het verzoek om antwoord te geven op vragen die betrekking hebben op de wijze van opslaan van afbeeldingen in verschillende mappen op een iOS-apparaat. iOS is het besturingssysteem welke gebruikt wordt op een Apple iPhone.
DCIM
In iOS wordt een afbeelding normaal gesproken opgeslagen in de “DCIM-map” (Digital Camera Images) op het moment dat je een foto maakt met de ingebouwde camera van je iOS-apparaat. Dit gebeurt als volgt:
1. Fotomoment: Wanneer je de camera van je iOS-apparaat opent en een foto maakt, wordt deze direct vastgelegd en opgeslagen in een tijdelijke buffer of cache.
2. Verplaatsing naar DCIM: Zodra de foto is vastgelegd, wordt deze automatisch verplaatst naar de DCIM-map op het interne opslaggeheugen van je apparaat.
3. Toegang via de Foto's-app: Na verplaatsing naar de DCIM- map wordt de foto automatisch weergegeven in de foto’s-app van je iOS-apparaat, waar je alle recent gemaakte foto's kunt bekijken en organiseren. Screenshots en afbeeldingen die door de gebruiker worden opgeslagen vanuit andere apps (bijvoorbeeld Whatsapp, internetbrowser e.d.) worden ook opgeslagen in de DCIM-map. Deze afbeeldingen zijn te benaderen vanuit foto's-app op het iOS-apparaat. Afbeeldingen die bewerkt worden door de gebruiker worden opgeslagen in de submap ‘Mutations’. Met bewerken wordt onder anderen bedoeld: bijsnijden, draaien e.d. De originele afbeelding blijft bewaard in de DCIM-map.
5.3.1.2. Bewijsoverweging
Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat de politieagenten op 16 augustus 2021 de woning van verdachte rechtmatig binnen zijn getreden. Desgevraagd heeft verdachte toen zijn telefoon, de zwarte iPhone (goednummer: *1411198), aan de politie overhandigd, waarna deze in beslag is genomen en is onderzocht. Na onderzoek is gebleken dat op deze iPhone van verdachte afbeeldingen en video’s stonden die kwalificeren als kinderpornografisch. Ten aanzien van dit beeldmateriaal heeft verdachte verklaard dat hij niet wist dat dit op zijn telefoon stond. Deze verklaring acht het hof in het licht van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen en de overige inhoud van het dossier ongeloofwaardig en onaannemelijk. Zo heeft getuige [getuige] tegenover de politie verklaard dat verdachte haar op zijn zwarte iPhone meerdere video’s heeft laten zien die kinderpornografisch van aard waren, dat verdachte daarbij ook verschillende seksueel getinte opmerkingen maakte over de video’s en dat te zien was dat hij nog meer vergelijkbaar beeldmateriaal op zijn telefoon had. Door de verdediging zijn geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan aan de verklaring van getuige [getuige] getwijfeld zou moeten worden. Ook het dossier biedt hiertoe geen enkel aanknopingspunt. Integendeel: de verklaring van getuige [getuige] wordt juist door het dossier ondersteund. Zo is bij verdachte daadwerkelijk een zwarte iPhone met daarop kinderpornografisch materiaal aangetroffen en zijn daarop tevens gesprekken via Kik Messenger aangetroffen die kort na het voorval met getuige [getuige] zijn gevoerd en aansluiten bij hetgeen zij in dit kader heeft verklaard tegenover de politie. Daarbij komt dat uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat in ieder geval 90 kinderpornografische bestanden, gelet op de wijze waarop die bestanden daar zijn gekomen en de rol van verdachte daarbij, op de telefoon van verdachte benaderbaar waren voor hem. Een deel van deze afbeeldingen is aangetroffen in een submap op verdachtes telefoon waarin afbeeldingen worden opgeslagen die door de gebruiker van de telefoon op enige wijze zijn bewerkt. Een en ander maakt dat het naar het oordeel van het hof, in tegenstelling tot het standpunt van de raadsvouw, niet anders kan zijn dan dat verdachte bewust is geweest van de aanwezigheid van (in ieder geval) deze 90 afbeeldingen op zijn telefoon.
Gelet op het voorgaande is het hof dan ook van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden voor zover inhoudende dat verdachte in de ten laste gelegde periode 90 kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en in bezit heeft gehad.
Partiële vrijspraak
Ten aanzien van de overige ten laste gelegde afbeeldingen zal het hof verdachte vrijspreken. Ook zal het hof verdachte vrijspreken van het gewoontebestanddeel in de tenlastelegging. Op basis van het dossier is namelijk niet vast te stellen op welk moment in de ten laste gelegde periode de desbetreffende afbeeldingen precies op verdachtes telefoon terecht zijn gekomen. Dit laat de mogelijkheid open dat alle afbeeldingen, of een groot deel daarvan, in één (of enkele) keer(/keren) op het toestel van verdachte terecht zijn gekomen. Gelet hierop kan naar het oordeel van het hof niet worden vastgesteld of verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verwerven en in bezit hebben van voornoemd kinderpornografisch materiaal, zodat hij hiervan vrijgesproken dient te worden.
Parketnummer 18-209023-23 (gevoegd)
5.3.2.1. Het onder 1 primair ten laste gelegde
5.3.2.1.1. Bewijsmiddelen
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van het hof van 5 oktober 2026 en opgenomen in het proces-verbaal van die zitting, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik was op 5 maart 2023 in het [plaats] te [stad] . Ik had een roze zwembroek aan.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 7 maart 2023, opgenomen op pagina’s 14 tot en met 18 van het politiedossier, voor zover inhoudende als verklaring van [naam] , zakelijk weergegeven:
V: Vertel eens over waar je hier voor bent?
A: Op 5 maart 2023 ging ik samen met mijn vrouw en kinderen zwemmen in het zwembad in [stad] , te weten [plaats] . Op enig moment kwam [benadeelde partij 5] , onze oudste dochter van 11 jaar oud, huilend bij ons. Ze zei dat ze buikpijn had. Ze ging weer weg om te spelen en te zwemmen. Na een paar minuten kwam ze weer terug en zei ze dat ze toch buikpijn had. We vroegen wat er was. Toen zei ze dat ze was tegen gehouden door een man in de stroomversnelling en dat hij aan haar billen had gezeten. Ik heb haar gevraagd wie het was. Ze knikte naar een man die vrij dicht bij ons zat. Ik ben toen met mijn dochter naar de badpost gegaan en heb mijn verhaal gedaan. Ik heb toen gezegd dat die man onze dochter had betast. Hij droeg een felroze zwembroek. De badpost had direct pen en papier gepakt en is naar die man toegegaan. Hij is gelijk het water uitgehaald. We zijn naar huis gegaan en gingen eten. [benadeelde partij 5] had geen trek en was echt van de kaart. Ze was heel rustig en zei helemaal niets. Ze had er echt buikpijn van en een misselijk gevoel. Ze ging rond 20.30/20.45 uur naar bed. Toen kwam ze rond 22.00/22.30 uur bij ons in bed. Ze zei dat ze er telkens aan moest denken.
V: Heeft ze ook nog wel verteld over het aanraken?
A: Ik vroeg aan haar dat het ook per ongeluk gebeurd zijn. Ze zei van: “Nee, als hij
dat niet gemerkt heeft, dat kan niet”.
3. Het proces-verbaal van bevindingen van 17 april 2023, opgenomen op pagina 34 van het politiedossier, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op maandag 17 april 2023 belde de heer [naam] met onze frontoffice zeden. Hij had nieuwe informatie over de aangifte die hij had gedaan. Hem terug gebeld op maandag 17 april 2023 om 13:45 uur en hij verklaarde het volgende:
“ [naam] (het hof begrijpt: de vader van het slachtoffer) en [benadeelde partij 5] hadden vanmorgen, maandag 17 april 2023, een afspraak met de praktijkbegeleider van de huisarts. [benadeelde partij 5] vertelde tegen de praktijkbegeleider wat er was voorgevallen in het zwembad. Ook vertelde [benadeelde partij 5] dat die man aan haar billen had gezeten en ook bij haar kruis had gegrepen. [naam] was bij dit gesprek aanwezig. Dat de betreffende man aan het kruis van [benadeelde partij 5] had gezeten was nieuwe informatie voor [naam] . [naam] had [benadeelde partij 5] gevraagd waarom zij dit niet eerder had verteld. [benadeelde partij 5] had toen gezegd dat zij bang was dat haar vader boos zou worden.
4. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 juli 2023, opgenomen op pagina’s 42 tot en met 54 van het politiedossier, voor zover inhoudende als verklaring van [benadeelde partij 5] , afgelegd op 16 mei 2023 in een kindvriendelijke studio, zakelijk weergegeven:
V: Nou, wat kom je mij vertellen?
A: Over wat er in het zwembad is gebeurd.
V: Nou, vertel daar eens alles over.
A: Was in [plaats] . En daar zit een stroomversnelling. En de stroomversnelling was uit, dus het was rustiger. En toen ging ik ... (ntv), daarlangs. En toen ging die man mij tegenhouden bij me buik. Toen dacht ik dat het per ongeluk ging. Dus toen ging ik daarna nog een keer. En toen ging hij me vastpakken bij me kruis.
(…)
V: Zo. En waarmee deed-ie dat? Waarmee hield-ie je tegen?
A: Met zijn hand.
V: Met zijn hand, oké. En toen?
A: Toen ben ik gewoon verder gaan zwemmen. En toen was ik nog een rondje gegaan. Toen stond die man daar weer. En toen ging-ie zich omdraaien, en toen ging-ie me pakken, bij me kruis.
(…)
V: Nou, grote ronde, en dan ga je nog een keer. En hoe gaat het dan?
A: Nou, toen ging ik ook gewoon zo. En toen draaide die man zo ineens om. En toen ging- ie zo voor me staan en pakte me bij me kruis.
V: Oké. En waarmee pakte die bij je kruis?
A: Met zijn..., ja, bedoel je met welke hand?
V: Deed hij met de hand?
A: Ja.
V: Ja. En met welke hand?
A: Die. Rechts.
(…)
V: En dan wijs je dat- ie daar jou raakt. Kun je nog iets preciezer zijn waar die jou dan raakt?
A: ... (ntv) onder.
(…)
V: Maar raakt-ie jou dan heel zachtjes aan, of?
A: Nee, hard.
V: Hard, oké. En wat is “hard”?
A: Gewoon, pijnlijk.
A: Ik schrok.
V: En wat deed hij toen zijn hand daar bij jouw kruis zat?
A: Toen ging hij knijpen.
(…)
V: En je zegt: “Hij doet zijn hand hier.”
O: Verbalisant [verbalisant] houdt haar rechterhand voor haar bovenlichaam met de vingers omhoog gebogen terwijl ze bovenstaande zegt.
V: En dat noem je ' kruis'. Heb je daar ook een ander woord voor,
V: Wat zit daar dan, wat je aanwees? Hoe noem jij dat?
A: Gewoon, me plasser.
(…)
V: En die meneer. Wat had die meneer aan? ik zeg ` meneer'. ' Man' zeg jij, hè? Wat
had die man aan?
A: Een felroze zwembroek.
4. Het proces-verbaal van bevindingen van 8 maart 2023, opgenomen op pagina’s 12 en 13 van het politiedossier, inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Aan ons is verzocht het verbod voor [plaats] te [stad] aan [verdachte] uit te reiken. Ik zei tegen [verdachte] dat wij een brief voor hem hadden vanuit het zwembad. Ik hoorde [verdachte] zeggen: “Ik weet waar het over gaat. Ik kwam per ongeluk met mijn hand tegen haar aan”. Ik heb vervolgens gelijk aangegeven dat hij mogelijk hierover gehoord gaat worden. Dat hij dit niet aan ons hoefde te vertellen, maar dat wij alleen kwamen nu voor het uitreiken van deze brief. Ik hoorde hem zeggen dat hij dit snapte. Hij zei: “Voor het leven een verbod. Ik deed het echt niet expres.”
5.3.2.1.2. Bewijsoverweging
Juridisch kader
Aan het hof ligt de vraag voor of op basis van het dossier vastgesteld kan worden dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde handelingen heeft gepleegd. In dit kader stelt het hof voorop dat zedenzaken (als de onderhavige) zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handeling, te weten de vermeende dader en het vermeende slachtoffer. Bij een ontkennende verdachte brengt dit in veel gevallen met zich dat slechts de verklaring van het vermeende slachtoffer als wettig bewijsmiddel kan dienen. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, Sv kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter echter niet uitsluitend worden aangenomen op grond van slechts één verklaring. Deze bepaling heeft betrekking op de tenlastelegging in haar geheel en niet op een onderdeel daarvan. Voor een bewezenverklaring dient er daarom sprake te zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaring(en) van een slachtoffer voldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de ontucht als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van het slachtoffer op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn uit een andere bron dan het slachtoffer zelf. Daar staat tegenover dat tussen de verklaring en het overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan. Het gaat erom dat er andere bewijsbewijsmiddelen zijn die steun bieden aan (onderdelen van) de verklaring van de aangever en in zoverre kunnen worden beschouwd als een controlemiddel ten behoeve van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing en daarmee de bewezenverklaring.
Verklaring van het slachtoffer
Anders dan door de raadsvrouw is betoogd, is het hof van oordeel dat de verklaring van het slachtoffer voor het bewijs kan worden gebruikt. Dat zij aanvankelijk heeft verklaard enkel bij de billen aangeraakt te zijn en daar later het kruis bij is gekomen, doet hieraan naar het oordeel van het hof niet af. Het hof merkt in dat verband op dat het slachtoffer tijdens het kindvriendelijke studioverhoor authentiek en op gedetailleerde wijze heeft verklaard over het grijpen door verdachte in haar kruis en de omstandigheden waaronder deze handeling heeft plaatsgevonden. Ook heeft zij tegenover haar vader en de praktijkbegeleider van de huisarts verklaard dat zij ook bij de billen is gegrepen. Daarbij heeft zij ook aangegeven waarom zij in eerste instantie niet heeft verklaard (ook) bij haar kruis te zijn gegrepen, namelijk omdat zij dacht dat haar vader in dat geval boos op haar zou worden. Dat haar verklaring in die zin niet op alle onderdelen even consistent is, acht het hof, gelet op haar jonge leeftijd voorstelbaar en daarom niet van doorslaggevend belang. Daarbij merkt het hof op dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat zij niet naar waarheid zou hebben verklaard. Bovendien vindt haar verklaring steun in de overige inhoud van het dossier (waaronder met name de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen). Het hof acht de verklaring van het slachtoffer dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het hof volgt de raadsvrouw derhalve niet in het primaire standpunt voor zover dit ziet op het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 primair ten laste gelegde.
Steunbewijs
Anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, is het hof verder van oordeel dat de verklaring van de vader van het slachtoffer en het relaas van verbalisant [verbalisant] zoals opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen van 8 maart 2023 als steunbewijs gebruikt kunnen worden. Uit de verklaring van de vader van het slachtoffer blijkt immers mede dat hij beschrijft dat hij zag dat het slachtoffer huilend naar hem toe kwam. Dit is een emotie die hij zelf objectief heeft waargenomen. Hierdoor is naar het oordeel van het hof geen sprake van (slechts) een de auditu-verklaring.
Ten aanzien van het relaas van verbalisant [verbalisant] uit voornoemd proces-verbaal geldt dat het hier gaat om een door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal, aan de inhoud waarvan het hof in beginsel niet hoeft te twijfelen. Bovendien is verbalisant [verbalisant] over de inhoud van het betreffende proces-verbaal gehoord bij de raadsheer-commissaris. Hier heeft hij, kort gezegd, verklaard dat het is gegaan zoals hij het heeft opgeschreven in het betreffende proces-verbaal, dat hij daar dus bij blijft en dat hij achter het citaat van verdachtes verklaring in het betreffende proces-verbaal had genoteerd dat het woorden van gelijke strekking waren geweest, als hij daaraan had getwijfeld op het moment van het opmaken van dat proces-verbaal. Op grond hiervan, en nu het dossier geen aanknopingspunten biedt op grond waarvan het hof aan de inhoud van het desbetreffende proces-verbaal zou moeten twijfelen, acht het hof het proces-verbaal bruikbaar als steunbewijs. Hierbij merkt het hof, mede in het licht van hetgeen de raadsvrouw op dit punt naar voren heeft gebracht, op dat het hof de verklaring die verdachte tegenover verbalisant [verbalisant] heeft afgelegd (zoals opgenomen in het betreffende proces-verbaal) uitdrukkelijk niet voor het bewijs van verdachtes intentie gebruikt, maar (slechts) ter ondersteuning van de verklaring van het slachtoffer ten aanzien van het daadwerkelijk plaatsvinden van het lichamelijk contact dat zij heeft beschreven.
De aanwezigheid van voornoemd steunbewijs ter ondersteuning van de verklaring van het slachtoffer, maakt dat, naar het oordeel van het hof, is voldaan aan de bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid Sv. Op grond van het hiervoor overwogene acht het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. Het standpunt van de raadsvrouw, inhoudende dat er apart steunbewijs vereist is voor de ten laste gelegde dwang, maakt dit oordeel van het hof niet anders. Dit is immers, zoals ook uit het hierboven uiteengezette juridisch kader blijkt, geen vereiste dat steun vindt in het recht.
Voorwaardelijk verzoek
Met betrekking tot het verzoek van de raadsvrouw om de zaak aan te houden teneinde verbalisant [verbalisant] te horen als getuige geldt dat dit eerder door de raadsheer-commissaris in zijn beslissing van 30 maart 2026 is behandeld. Hierin heeft de raadsheer-commissaris als volgt overwogen:
“Gelet op het tijdstip waarop het verzoek tot het horen van deze getuige is gedaan, wordt het in beginsel getoetst aan het noodzakelijkheidscriterium.
Voorop staat dat de verdediging met de ondervraging van de verbalisant [verbalisant] bij de raadsheer-commissaris de haar op grond van de Keskin-jurisprudentie toekomende rechten ten aanzien van [verbalisant] en het door hem opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2023 ten volle heeft kunnen uitoefenen. Het is immers het relaas van [verbalisant] dat belastend is en dat door de eerste rechter voor het bewijs is gebezigd, terwijl de verdediging eerder niet in de gelegenheid is geweest hem tegenover een rechter te bevragen.
Vervolgens moet worden onderzocht of de thans gevraagde getuige [verbalisant] kan worden aangemerkt als Keskin-getuige. Wanneer die vraag bevestigend moet worden beantwoord, wordt immers het belang van de verdediging bij het horen van [verbalisant] verondersteld aanwezig te zijn. De naam van verbalisant [verbalisant] komt in die zin in dit dossier voor, dat zijn collega [verbalisant] benoemt dat hij aanwezig is geweest bij een gesprek dat [verbalisant] heeft gehad met de verdachte bij gelegenheid van de overhandiging van een toegangsverbod voor het zwembad in [stad] . Uit hetgeen door [verbalisant] zowel in het door hem op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2023 als in diens verklaring bij de raadsheer-commissaris op 18 maart 2026 is vermeld, vloeit voort dat [verbalisant] aanwezig is geweest bij een kort gesprek dat [verbalisant] en de verdachte hebben gevoerd op de openbare weg, te weten bij de [adres] te [stad] . Gesteld noch gebleken is dat [verbalisant] aan dat gesprek heeft deelgenomen. Integendeel, uit de laatste alinea van het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0100-2023058088-5 (op bladzijde 12 van het dossier) vloeit voort dat het gesprek met verdachte uitsluitend werd gevoerd door [verbalisant] . Daar komt bij dat [verbalisant] bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard dat [verbalisant] het dienstvoertuig bestuurde en dat hij zelf bij het zien van verdachte uit dat voertuig is gestapt en dat hij verdachte direct heeft aangesproken. [verbalisant] is daarna uit het dienstvoertuig gestapt en hij is bij het gesprek dat [verbalisant] met verdachte had komen staan. Nu als vaststaand kan worden aangenomen dat [verbalisant] niet aan het gesprek met verdachte heeft deelgenomen en van hem noch in ontlastende, noch in belastende zin een verklaring in het dossier voorkomt, kan hij niet worden aangemerkt als Keskin getuige, zodat het verzoek ten aanzien van hem moet worden getoetst aan het noodzakelijkheidscriterium.
Ten aanzien van de noodzaak om [verbalisant] als getuige te horen, merk ik het volgende op:
Vast staat dat op 8 maart 2023 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen verdachte en verbalisant [verbalisant] . Dat door verdachte uitingen zijn gedaan met betrekking tot het aan hem overhandigde toegangsverbod voor het zwembad in [stad] wordt niet betwist. Verbalisant [verbalisant] heeft in zijn proces-verbaal opgeschreven wat hij verdachte in dat verband heeft horen verklaren. Dit proces-verbaal is door hem op zijn ambtsbelofte opgemaakt. Tegenover de raadsheer-commissaris heeft hij, zakelijk weergegeven, desgevraagd verklaard dat de citaten die hij heeft genoteerd, de woorden zijn geweest zoals hij die destijds uit de mond van verdachte heeft vernomen. Hij heeft daarbij ter verduidelijking aangegeven dat, wanneer hij zich bij het opmaken van het proces-verbaal de precieze bewoordingen niet meer zou hebben herinnerd, hij daarbij zou hebben opgeschreven “of woorden van gelijke strekking”. De enkele omstandigheid dat verdachte betwist dat hij deze (exacte) woorden zou hebben gebruikt, brengt niet de noodzaak mee om [verbalisant] als getuige te horen. Niet alleen heeft [verbalisant] zijn waarnemingen in een ambtsedig proces-verbaal vastgelegd, maar hij is tegenover de raadsheer-commissaris bij deze vastlegging van zijn waarnemingen gebleven en hij heeft toegelicht hoe een en ander is verlopen. De omstandigheid dat, zoals verdachte stelt, een badmeester op 5 maart 2023 tegenover hem zou hebben aangegeven dat mogelijk van een andere toedracht sprake kan zijn geweest, maakt dit niet anders. (…)
Nu ook overigens van de noodzaak tot het horen van [verbalisant] niet blijkt, wordt het aanvullende verzoek om hem als getuige te mogen horen door mij afgewezen.”.
Het hof neemt de overweging van de raadsheer-commissaris over, maakt deze tot de zijne en wijst het verzoek van de raadsvrouw op grond hiervan af.
Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde
In lijn met het standpunt van de verdediging is het hof van oordeel dat op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. Uit het dossier blijkt dat de ten laste gelegde kinderpornografische bestanden zijn aangetroffen in verschillende, bij de Telegram-app horende, bestandsmappen. Dit terwijl de desbetreffende app niet (meer) op verdachtes telefoon geïnstalleerd was, waardoor die bestanden niet door verdachte konden worden benaderd. Bovendien bevat het dossier geen verdere informatie over de vraag of en de wijze en het moment waarop de desbetreffende bestanden wel benaderd kunnen zijn geweest door verdachte (als de gebruiker van het desbetreffende toestel). Verder geldt dat het dossier de mogelijkheid openlaat dat de ten laste gelegde bestanden automatisch, en dus buiten verdachtes weten om, in de desbetreffende bestandsmappen op zijn telefoon terecht zijn gekomen. Een en ander maakt dat het hof van oordeel is dat niet bewezen kan worden dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de desbetreffende kinderpornografische bestanden op zijn telefoon. Het hof zal verdachte dan ook vrijspreken van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 ten laste gelegde.
6. Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 en in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Zaak met parketnummer 18-021629-23:
hij in de periode van 7 september 2020 tot en met 16 augustus 2021 te [stad] een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon merk Apple, bevattende 90 afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verwonen en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en of een voorwerp en/of de tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (afbeeldingnummers 01.02. 03 en 04 in de toonmap)
en het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong/mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of een voorwerp en/of de tong/mond betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(afbeeldingnummers 05. 06. 07 en 08 in de toonmap)
en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen filmfragmenten van zijn haar kleding ontdoet en of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto(‘s)/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(afbeeldingnummers 09. 10 en 11 in de toonmap)
en het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is waarbij de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(afbeeldingnummers 12. 13 en 14 in de toonmap);
Zaak met parketnummer 18-209023-23 (gevoegd):
onder 1 primair
hij op 5 maart 2023 te [stad] , door een feitelijkheid iemand, te weten [benadeelde partij 5] , heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten
het aanraken van en/of knijpen in de bil van die [benadeelde partij 5] en
het aanraken van en/of het grijpen in het kruis van die [benadeelde partij 5] ,
waarbij de feitelijkheid heeft bestaan uit
- het onverhoeds vastpakken en/of grijpen in het kruis en de bil van die [benadeelde partij 5] .
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
8. Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
9. Oplegging van straf
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Hierbij heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op het navolgende.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in de periode van 7 september 2020 tot en met 16 augustus 2021 schuldig gemaakt aan het verwerven en bezitten van kinderpornografisch materiaal. Op de onder verdachte in beslag genomen telefoon zijn 90 bestanden aangetroffen die als kinderpornografisch zijn geclassificeerd en voor verdachte toegankelijk waren. Een groot aantal van deze bestanden betrof zeer schokkend kinderpornografisch beeldmateriaal. Kinderen die worden misbruikt voor de productie van pornografische afbeeldingen en video's kunnen grote geestelijke en lichamelijke schade oplopen die hun verdere ontwikkeling ernstig kan schaden. Ook kunnen zij nog geruime tijd geconfronteerd worden met de gevolgen van de productie van de pornografische beelden waarvoor zij zijn misbruikt. In de praktijk is het namelijk vrijwel onmogelijk om een foto of video die eenmaal op internet te vinden is, blijvend te verwijderen. Met zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van een markt waarop kinderpornografisch materiaal wordt aangeboden en waarvan voor de productie (zeer jonge) kinderen worden misbruikt. Het hof weegt in strafverzwarende zin ook mee de uit de bewijsmiddelen blijkende omstandigheid dat verdachte een deel van dat zeer schokkende kinderpornografische materiaal in een seksuele context gebruikte in aanwezigheid van een ander en daarbij ook nog in de richting van die ander schokkende uitspraken deed over hoezeer dat ernstige kindermisbruik hem opwond.
Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan aanranding door op 5 maart 2023 een meisje, van destijds 11 jaar oud, te dwingen tot het dulden van een ontuchtige handeling door in een zwembad onverhoeds in haar kruis en billen te grijpen. Door aldus te handelen heeft verdachte haar lichamelijke en persoonlijke integriteit op ernstige wijze geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat zulk handelen vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van slachtoffers van dergelijke feiten en hun normale en gezonde seksuele ontwikkeling. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van het slachtiffer blijkt dat het handelen van verdachte veel indruk heeft gemaakt op haar. Zo kampt zij tot op de dag van vandaag met gevoelens van angst en verdriet als gevolg van verdachtes handelen. Dit alles weegt het hof in strafverzwarende zin mee.
Strafblad van verdachte
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 2 september 2026. Daaruit volgt dat hij niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Rapportages
Het hof heeft ook meegewogen het Pro Justitiarapport van 8 januari 2024 en de reclasseringsadviezen van 14 februari 2024, 29 november 2024 en 23 september 2026. Uit het meest recente reclasseringsrapport blijkt dat de risicofactoren voor herhaling nog steeds moeilijk zijn te bepalen, nu de proceshouding van verdachte niet is veranderd. Omdat verdachte tijdens het toezicht niet met de behandelaar van VNN wilde spreken over de verdenking, kon er geen delictanalyse en delictpreventieplan worden gemaakt. Hierdoor zijn de zorgen bij de reclassering niet afgenomen. Het blijft speculeren over wat de psychologische motieven van verdachte waren bij het plegen van de bewezenverklaarde feiten. Ook het risico op recidive is vanwege de proceshouding van verdachte moeilijk in te schatten. Door middel van toepassing van verschillende risicotaxatie-instrumenten, ontworpen om het risico op een seksueel delict te voorspellen, komt de reclassering tot een matig tot hoog risico op recidive van een seksueel delict. Deze uitkomst pleit volgens de reclassering nog steeds voor een noodzakelijkheid tot behandeling van verdachte. Bij hem lijkt immers nog steeds sprake te zijn van seksuele deviantie en seksuele preoccupatie. Een en ander leidt ertoe dat de reclassering, bij een veroordeling, de oplegging van een deels voorwaardelijke straf adviseert in combinatie met als bijzondere voorwaarden opgelegd (kort gezegd): een meldplicht, een meewerkplicht aan ambulante behandeling, een verplichting tot het vermijden van digitale omgevingen waar hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal, een meewerkplicht aan controle op sociale mediagebruik en een meewerkplicht aan middelencontrole.
Overige persoonlijke omstandigheden van verdachte
Het hof heeft ook acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ter terechtzitting heeft verdachte in dit kader verklaard dat hij vanwege onderhavige strafzaak zijn baan weer is kwijtgeraakt. Dit maakt het voor verdachte moeilijk om te proberen een nieuwe baan te vinden. Hij gebruikt zijn tijd nu daarom vooral voor het sporten. Hierdoor zit hij lekkerder in zijn vel. Verdachte woont bij zijn moeder en komt rond van een bijstandsuitkering. Verder heeft hij aangegeven dat hij bereid is mee te werken aan de bijzondere voorwaarden, ook voor zover dit meewerken aan diagnostiek zal inhouden.
Redelijke termijn
Het hof houdt rekening met het feit dat de redelijke termijn waarbinnen een eerlijk proces moet worden gevoerd in eerste aanleg is overschreden in de zaak met parketnummer 18-021629-23. Het hof sluit in deze zaak aan bij het standpunt van de verdediging dat bedoelde termijn aanving op de dag van het verhoor van verdachte op 21 december 2022. Het vonnis van de rechtbank dateert van 4 maart 2025, zodat de redelijke termijn met ongeveer twee en een halve maand is overschreden. In een gevoegde zaak die niet aan het oordeel van het hof is onderworpen, constateerde de rechtbank een nog iets langere overschrijding van ongeveer vier en een halve maand. De rechtbank bracht vanwege de overschrijding één maand in mindering. Het hof zal bepalen dat die maand in mindering is gebracht op de straf die het hof bepaald voor de feiten die niet aan het oordeel van het hof zijn onderworpen. Voor de feiten waarvoor het hof zelf een straf oplegt, kan naar het oordeel van het hof worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Ad informandum gevoegd feit
Het hof heeft bij de strafoplegging geen rekening gehouden met het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 ad informandum gevoegde feit, nu dit feit niet door verdachte is erkend.
Strafoplegging
Alles in acht nemend, is het hof van oordeel dat passend en noodzakelijk is de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals hieronder in het dictum opgenomen.
Dadelijke uitvoerbaarheid
Het hof zal bepalen dat de bijzondere voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. De aard van in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair bewezenverklaarde misdrijf, in combinatie met het feit dat verdachte niet heeft meegewerkt aan diagnostiek en het risico op recidive van een seksueel delict door de reclassering ingeschat wordt als matig tot hoog, geven het hof daartoe aanleiding. Op grond hiervan moet er naar het oordeel van het hof ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Toepassing van artikel 423, vierde lid, Sv
Nu het hoger beroep uitsluitend is gericht tegen de onder parketnummers 18-021629-23 en 18-209023-23 ten laste gelegde feiten zal het hof (zoals hierboven reeds is aangegeven) overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van artikel 423 Sv de straf ten aanzien van de in eerste aanleg bewezenverklaarde overige feiten bepalen. Het betreft (kort gezegd) de volgende feiten:
Het hof bepaalt de sanctie voor deze feiten op een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met daarbij de, dadelijk uitvoerbare, bijzondere voorwaarden zoals hieronder in het dictum opgenomen en een maatregel op grond van artikel 38v Sr in de vorm van contactverboden ten aanzien van de in het dictum genoemde personen (kort gezegd: de slachtoffers van voornoemde feiten). Zoals hiervoor aangekondigd, heeft het hof bij het bepalen van deze straf de overschrijding van de redelijke termijn meegewogen.
10. Beslag
Verbeurdverklaring
Het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 bewezenverklaarde is begaan met behulp van het hierna in het dictum te noemen inbeslaggenomen telefoon, die aan verdachte toebehoort. Het hof zal het toestel daarom verbeurdverklaren. Hierbij heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van verdachte.
Onttrekking aan het verkeer
De hierna in het dictum te noemen inbeslaggenomen telefoons behoren aan de verdachte toe. Deze zijn aangetroffen tijdens het onderzoek naar het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 ten laste gelegde feit. Het hof zal deze voorwerpen aan het verkeer onttrekken, omdat deze voorwerpen vanwege het daarop aangetroffen materiaal van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
11. Vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 1.105,74, bestaande voor € 105,74 uit materiële en voor € 1.000,00 uit immateriële schade. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 aan immateriële schade. Voor het overige heeft de rechtbank de vordering afgewezen. Benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de oorspronkelijk ingediende vordering.
Materiële schade
Door de benadeelde partij is als materiële schade een bedrag van € 105,74 aan reiskosten gevorderd. Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk geworden dat benadeelde partij [benadeelde partij 5] deze schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte. Namens haar is aangevoerd dat het hier gaat om redelijke kosten die zijn gemaakt in het kader van de vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Door de verdediging is niet betwist dat het redelijk was deze kosten te maken en de redelijkheid van de hoogte van deze schade is ook niet betwist. Het hof zal de vordering ten aanzien van de materiële schade dan ook, vermeerderd met de wettelijke rente, toewijzen. Blijkens de vordering gaat het om kosten die zijn gemaakt op de dag van de aangifte en de dag van het studioverhoor. Het hof zal voor de aanvang van de wettelijke rente ten aanzien van de materiële schade aansluiten bij de laatste dag, te weten 16 mei 2023.
Immateriële schade
Naar het oordeel van het hof is eveneens voldoende aannemelijk geworden dat benadeelde partij [benadeelde partij 5] als rechtstreeks gevolg van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte immateriële schade heeft geleden.
Hiertoe overweegt het hof dat sprake is van een normschending door verdachte die naar zijn aard ernstig te noemen is. Bovendien heeft het handelen van verdachte, zoals blijkt uit de door de benadeelde partij ingediende stukken, verstrekkende negatieve gevolgen gehad voor de (geestelijke) gezondheid van de benadeelde partij en haar levensvreugde. Op grond hiervan neemt het hof aan dat sprake is van ‘aantasting in de persoon op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 BW. Op grond hiervan heeft de benadeelde partij recht op een vergoeding van de door haar geleden immateriële schade. Rekening houdend met de aard en de ernst van het delict, de tot nu toe bekende gevolgen ervan voor de benadeelde partij en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, acht het hof de toewijzing van een bedrag van € 1.000,00 billijk. Het hof zal de vordering daarom ook ten aanzien van de gevorderde immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2023, toewijzen.
Schadevergoedingsmaatregel
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.
12. Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 57, 240b en 246 Sr.
Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
13. BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 en in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-021629-23 en in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd en games met chatfunctie vermijdt die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1 en 2 zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarde bestaat uit controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers. Verdachte werkt daaraan mee tijdens een huisbezoek. Deze controles mogen gedurende de proeftijd van drie jaren maximaal drie keer worden uitgevoerd en mogen slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van afbeeldingen (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan). Ten behoeve van deze controle mag een deskundige (niet zijnde een opsporingsambtenaar) de reclassering (technische) ondersteuning bieden;
Beveelt dat voormelde voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, Sr bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het in zaak 16-269572-22 onder 1 primair en 1 subsidiair en in zaak 18-050824-24 onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 en in zaak 18-309779-24 bewezenverklaarde op:
een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hier kunnen ook huisbezoeken onder vallen. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Betrokkene zet zich in voor de gestelde doelen van het toezicht en houdt zich tevens aan de aanwijzingen die de reclassering hem oplegt en het doel hebben recidive te voorkomen;
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd psychologisch en diagnostisch laat onderzoeken en behandelen door De Waag, of een soortgelijke zorgverlener te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling is gericht op de risico's in zijn persoonlijkheid, seksualiteit en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken, indien en voor zover voorgeschreven door een arts;
- dat verdachte gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd en games met chatfunctie vermijdt die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1 en 2 zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarde bestaat uit controles van geautomatiseerde werken en digitale gegevensdragers. Verdachte werkt daaraan mee tijdens een huisbezoek. Deze controles mogen gedurende de proeftijd van drie jaren maximaal drie keer worden uitgevoerd en mogen slechts op zodanige wijze worden uitgevoerd dat niet door een persoon kennis wordt genomen van de inhoud van afbeeldingen (geautomatiseerde controle is derhalve wel toegestaan). Ten behoeve van deze controle mag een deskundige (niet zijnde een opsporingsambtenaar) de reclassering (technische) ondersteuning bieden;
- dat verdachte de reclassering en begeleiding laat meekijken met zijn sociale media-gebruik door dit op zijn gegevensdragers desgevraagd te laten zien;
- dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c Sr, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt.
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de navolgende personen:
- [benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [stad] ;
- [benadeelde partij 2] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 2003 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [stad] ;
- [benadeelde partij 3] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [stad] ;
- [benadeelde partij 4] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [stad] ;
- [naam] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [stad] ;
- [benadeelde partij 5] , geboren op [geboortedatum] 1977 te [stad] .
Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
Beveelt dat de tijd die de verdachte al onderworpen is geweest aan de door de rechtbank opgelegde en dadelijk uitvoerbaar verklaarde vrijheidsbeperkende maatregel bij de uitvoering van de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel in mindering zal worden gebracht.
Beveelt daarnaast dat de vervangende hechtenis die eventueel al is tenuitvoergelegd, eveneens bij een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis in mindering wordt gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK GSM (PL0100-2021221659-1411198, zwart, merk: Apple).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.105,74 (duizend honderdvijf euro en vierenzeventig cent) bestaande uit € 105,74 (honderdvijf euro en vierenzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 5] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-209023-23 onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.105,74 (duizend honderdvijf euro en vierenzeventig cent) bestaande uit € 105,74 (honderdvijf euro en vierenzeventig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 11 (elf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 16 mei 2023 en voor de immateriële schade op 5 maart 2023.
Dit arrest is gewezen door mr. E.W. van Weringh, mr. M.C. van Linde en mr. O. Anjewierden, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 19 oktober 2026.