2. Ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het wrakingsverzoek richt zich in de kern op een aantal (processuele) beslissingen. Hieruit leidt Bartels een vooringenomenheid van de raadsheren af. Desondanks heeft Bartels ter zitting van de wrakingskamer uitdrukkelijk en ondubbelzinnig verklaard dat hij niet wil dat de zaken aan andere raadsheren worden toegedeeld, maar dat de gewraakte raadsheren de behandeling van de zaken voortzetten.
Nu met het wrakingsverzoek enkel kan worden bereikt dat de raadsheren worden vervangen, heeft verzoekster geen belang bij een inhoudelijke beoordeling daarvan. De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk verklaren.
De wrakingskamer stelt vast dat Bartels een wrakingsverzoek heeft ingediend omdat hij van mening is dat de raadsheren de schijn van vooringenomenheid hebben gewekt. Nadien heeft hij in de wrakingsprocedure een grote hoeveelheid stukken ingediend om zijn standpunt te onderbouwen, om vervolgens pas tegen het einde van de mondelinge behandeling – na een uitvoerig betoog waarin hij het wrakingsverzoek heeft toegelicht – aan te geven dat hij wenst dat de raadsheren van wie de wraking is verzocht, de behandeling van de zaken zullen voortzetten. Met deze handelwijze heeft Bartels onnodig beslag gelegd op zowel de rechterlijke capaciteit als de capaciteit van de griffie. De wrakingskamer is van oordeel dat Bartels het wrakingsmiddel kennelijk heeft gebruikt voor geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren en daarmee misbruik heeft gemaakt van het wrakingsmiddel. Een volgend wrakingsverzoek van verzoekster zal daarom in deze procedure niet in behandeling worden genomen.
Het is de wrakingskamer ambtshalve bekend dat Bartels veelvuldig op oneigenlijke gronden naar het wrakingsmiddel grijpt (zie bijvoorbeeld gerechtshof ’s-Hertogenbosch 24 oktober 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2935, rechtbank Den Haag 2 april 2026, ECLI:RBDHA:2026:8827 en gerechtshof Amsterdam 18 september 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2947). De wrakingskamer overweegt dan ook bij een volgende beslissing waarin misbruik van het wrakingsmiddel wordt geconstateerd, voor een nader te bepalen periode wrakingsverzoeken die door (cliënten van) Bartels zijn ingediend in alle procedures buiten behandeling te laten.
3. De beslissing
De wrakingskamer:
– verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk, en
– bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking in de onderhavige zaken niet in behandeling wordt genomen.
Aldus gedaan te Arnhem door mr. M.G.J.M. van Kempen, voorzitter, mr. M.L. van der Bel en mr. M. Keppels, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.
De griffier, De voorzitter,
(E.D. Postema) (M.G.J.M. van Kempen)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (Artikel 8:18, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht).