[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 oktober 2026 en het onderzoek op de terechtzitting bij de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. F.A. Dudok van Heel, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde schending van de geweldsinstructie.
Het hof is van oordeel dat de Rechtbank Midden-Nederland op de juiste wijze en gronden heeft beslist.
Het hof bevestigt daarom het vonnis, met dien verstande dat bovenaan pagina 4 van het vonnis waar staat ‘artikel 7, vijfde lid, Politiewet 2012’, wat dient te worden aangepast naar ‘artikel 7, zevende lid, Politiewet 2012’.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. A. van Maanen, mr. R.H. Koning en mr. M.A.P. Timmerman, in aanwezigheid van de griffier mr. G.A. Dunnink en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 28 oktober 2026.
Mr. M.A.P. Timmerman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.